Tuesday 14 May 2024

Pinksteren 2024

 

Lezing uit de Brief van de heilige apostel Paulus
aan de Galaten (5: 16-25)

Broeders en zusters,

Leeft naar de Geest,
dan zult ge niet uitvoeren
wat de zelfzucht dicteert.
Wat de zelfzucht wil,
strijdt met de Geest,
en omgekeerd,
het verlangen van de Geest komt in botsing
met het egoïsme.
Die twee liggen met elkaar overhoop,
zodat ge niet kunt doen
wat ge zoudt willen doen.
Maar als ge u door de Geest laat leiden,
staat ge niet onder de wet.
De uitingen van zelfzucht
zijn bekend genoeg:
ontucht, onreinheid en losbandigheid,
afgoderij en toverij,
twist, tweespalt, afgunst,
driftbuien en partijzucht,
ruzies, scheuringen,
drinkgelagen, uitspattingen en zo meer.
Ik waarschuw u,
zoals ik u al eerder gewaarschuwd heb:
wie zich zo misdragen,
zullen het koninkrijk van God nooit erven.
De vrucht van de Geest daarentegen
is liefde, vreugde,
vrede, geduld,
vriendelijkheid, goedheid,
trouw, zachtheid
en ingetogenheid.
Met zulke dingen
heeft geen wet iets te maken.
En zij die bij Christus Jezus horen,
hebben hun zelfzucht gekruisigd
met haar hartstochten en begeerten.
Daar wij leven door de Geest,
willen we ook leven volgens de Geest.

 

Beste vrienden,

Het is vandaag Pinksteren, we vieren de gave van de Geest aan Maria en de Leerlingen. De Kerk wordt op weg gezet om de wereld in te gaan, om te getuigen van het Evangelie. De Geest maakt ons nieuwe mensen, zet ons op een nieuwe weg. We krijgen een bijzondere opdracht mee. Als christenen staan wij nooit los van de Heilige Geest, de Geest gaat altijd met ons mee en zet ons aan om het goede te doen en het goede te denken. De Geest begeleidt ons op onze levensweg naar God.

Nu kunnen wij de Geest per definitie niet zien. Hij werkt op onzichtbare wijze. Dat is wel eens lastig voor ons. In onze cultuur van dit moment geldt namelijk sterk dat wat je niet ziet, ook niet bestaat. Maar er zijn veel dingen die je niet ziet en die toch bestaan. Het zijn zelfs de allerbelangrijkste dingen in het leven die je zélf niet zien maar er het meest toe doen. 

Liefde, bezieling, inspiratie zijn allemaal onzichtbaar, je kan ze niet zien. Maar je kan wel aan mensen afzien of ze er zijn of niet. Liefdeloosheid straalt je van kilometers tegemoet. Bezieling kun je niet (lang) nadoen. Inspiratie heb je of heb je niet. Al die dingen zijn onvervalsbaar.

Zo is het ook met de Geest. Je ziet Hem niet, maar je merkt heus wel wanneer hij er is. Maar je moet wel eerst opletten. Want hoe weten we wanneer we verbonden zijn met de Geest en wanneer er andere invloeden in ons aan het werk zijn? Daar gaan we het over hebben.

Op ons levenspad horen wij, zo zegt Paulus het in de Galatenbrief, ons te laten leiden door de Geest. Wij staan vaker dan niet op een tweesprong: we hebben te maken met goed en kwaad. We moeten vaak kiezen of wij het ene of het andere volgen.

We hebben op school geleerd dat we moeten nadenken bij alles wat wij doen. Maar met nadenken komen we maar zo ver. Integendeel: juist intelligente mensen, zo lijkt het, laten zich het makkelijkst meevoeren in allerlei doolhoven. 

En zeker waar het gaat om geestelijke kennis, om volwassenheid in het geloof moeten we goed opletten. Dat is allemaal geen kwestie van het volgen van de juiste theorie maar eerder van de vaardigheid om ons zelf te kunnen zien in het licht van de Geest. En daar hoef je - gelukkig - niet voor gestudeerd te hebben[1]. Wat betekent dit? Hoe weten we dat we op de juiste weg staan, dat we werkelijk de Geest volgen? Dat weten we door de vruchten van de Geest. De Godgegeven resultaten zogezegd van wat we doen en laten. Daar schrijft Paulus over in de Galatenbrief, onze tweede lezing van vandaag.

Door de Geest laat God duidelijk zien welke wegen in het leven zegenrijk zijn en welke niet: het is aan de vruchten dat je de boom herkent. Dat kan niet op een andere manier.

Om te beginnen kunnen we nooit zomaar uitgaan van wat mensen van zichzelf zeggen. Iedereen zal zeggen dat hij of zij het goede wil. Ik ben althans nog niemand tegengekomen die zei dat hij kwaad wou doen! Maar goed gezegd, is nog niet gedaan. Dat hebben we bijvoorbeeld in de afgelopen weken wel kunnen zien. Grote groepen mensen die zeggen op te komen voor de nood van anderen pleegden geweld en vernielingen. Dat begon misschien met goede bedoelingen, maar mensen laten zich in een groep vaak mee-sleuren. Het woord zegt het al. Je vrijheid bladdert af waar je bijstaat en opeens doe je of laat je wat je anders nooit zou doen. Wat je geweten je normaal verbiedt wordt opeens acceptabel, of zelfs “heilige plicht”. Voor je het weet wordt het goede kwaad genoemd, en het kwade goed. Met de "beste bedoelingen" natuurlijk.

Maar ook al zijn wij hier - denk ik - allemaal geschokt over, het moet ons ook niet verbazen dat zo`n pijnlijk schouwspel zich juist afspeelt rond manifestaties die gericht waren op een grote, en werkelijke morele nood. Dat is namelijk hoe het kwaad werkt. Het kwade is heus wel zo slim om het goede nooit zomaar te ontkennen. Het kwaad  komt doorgaans niet aangelopen in zwarte uniformen en spijkerlaarzen. Dat zou teveel opvallen.  

Het is een klassieke opmerking uit de theologie dat het kwaad het goede na-aapt. Het boze parasiteert op het goede, en dat is tragisch. Het doel waar het boze zich aan vastkleeft kan zèlf namelijk heel goed, zelfs verheven zijn. Maar als je dan met de groep meeloopt merk je al gauw dat er iets niet klopt. Men zegt op te komen voor het goede maar je ziet hele andere dingen. Namelijk, in de woorden van Paulus: twist, tweespalt, afgunst, driftbuien en partijzucht, ruzies, uitspattingen en zo meer. En als je voorzichtig oppert dat al die dingen niet passen bij dat goede doel waar je zegt voor te staan, krijg je al gauw woedende woorden te horen over hoe jij een vijand van de mensheid bent! 

Nou, als je al die dingen ziet en hoort moeten we toch denken dat de Geest zich waarschijnlijk ergens anders bevindt. Want waar de Geest werkt, moeten we andere dingen zien. En net zo min als liefde, bezieling en inspiratie zijn die niet  duurzaam te vervalsen.

Paulus geeft een mooie opsomming van wat de vruchten van de Geest dan wel zijn: De vruchten van:

liefde, vreugde,
vrede, geduld,
vriendelijkheid, goedheid,
trouw, zachtheid
en ingetogenheid.

Ongetwijfeld zijn we niet elke dag lief, vreugdevol of vriendelijk en zo meer. Maar als we die vruchten ervaren mogen we er even bij stilstaan. Wat gebeurt hier? Wat maakt dit moment anders dan anderen? Wat voel ik gebeuren? Wat werkt er door mij? Al deze dingen zijn vruchten van de Geest. 

We kunnen er wel voor werken, moeten er aan werken, maar ze zijn nooit helemaal ons werk. We kunnen meewerken met wat God ons wil geven, maar de oogst is altijd ook een kwestie van genade. 

Sommige mensen denken dat ze rechtvaardigheid kunnen afdwingen, en dat het doel de middelen dan heiligt. Je kan "geen omelet maken zonder eieren te breken!" zo heet het dan. 

Maar wij weten dat dit een illusie is, een letterlijk genade-loze kijk op de zaak. En aan het eind van de rit heb je een miljoen kapotte eieren maar nog steeds geen omelet. Integendeel: wie vredestichter wil zijn, wie onze verschillen wil overwinnen, moet anders te werk gaan.

Je moet hoopvol zijn: misschien maak je de dag van vrede niet mee, toch mag je er aan werken: God laat niks verloren gaan. Vreugdevolle liefde bewerkt dingen die het zelf misschien niet meemaakt, maar daarom niet minder echt zijn.

Je moet vrede voelen om vredestichter te kunnen zijn.

Je moet geduld hebben, omdat alles groeit in zijn eigen tijd. De Geest laat zich niet opjutten. Niks wat van God komt kan haastig afgedwongen worden.

Je goedheid en vriendelijkheid mogen bekend zijn onder alle mensen.

Je stabiliteit, dat is niet het keiharde pantser van rigide onverzettelijkheid maar eerder de ruggengraat van de trouw. De ruggengraat houdt een lichaam overeind dat zelf toch geraakt kan worden. Een lichaam dat zèlf niet onaantastbaar is, maar zachtheid kent.

En als laatste leren we dan misschien ook ingetogenheid. Want het beste wat wij ooit zullen verrichten, komt niet voort uit onze eigen wil, onze eigen natuur, maar uit wat de Geest door ons doet.

Dit is de opdracht van ons hele leven. We moeten nooit denken dat we daar mee klaar zijn. We zullen dit nooit voor honderd procent bereiken. We blijven leven met onze beperkingen, zonder dat we zijn vrijgesteld van het werk. We kunnen altijd dieper in de Geest komen. Het werk van de Geest leren kennen. Een kanaal leren zijn van Zijn vrede. De vrede die alleen God kan geven. Amen.

 



[1] Thomas van Aquino zegt dat de kennis van God nooit alleen maar intellectuele kennis zou zijn, omdat anders alleen maar een kleine elite wérkelijk kennis van God zou kunnen hebben. Door de Zoon en de Geest wil God de Vader zichzelf juist bekend maken aan iedereen.Het geloof is in tegenstelling tot gespecialiseerde kennis altijd op iedereen gericht .

Saturday 11 May 2024

Zevende Zondag Paastijd

 

In die tijd sloeg Jezus zijn ogen ten hemel en bad: Heilige Vader, bewaar in uw Naam  hen die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij één mogen zijn zoals Wij.
Toen Ik bij hen was, bewaarde Ik in uw Naam hen die Gij Mij hebt gegeven. Ik heb over hen gewaakt
en niemand van hen is verloren gegaan, behalve de man des verderfs, want de Schrift moest vervuld worden.
Maar nu kom Ik naar U toe en nog in de wereld zeg Ik dit, opdat zij mijn vreugde ten volle in zich zouden bezitten.
Ik heb hen uw woord meegedeeld, maar de wereld heeft hen gehaat,  omdat zij niet van de wereld zijn, zoals Ik niet van de wereld ben.
Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart voor het kwaad.
Zij zijn niet van de wereld, zoals Ik niet van de wereld ben.
Wijd hen U toe in de waarheid. Uw woord is waarheid.
Zoals Gij Mij in de wereld gezonden hebt, zo zend Ik hen in de wereld,
en omwille van hen wijd Ik Mij aan U, opdat ook zij in waarheid aan U toege­wijd mogen zijn
 
Beste vrienden,

Wat betekent het om christen te zijn? Een diepe vraag waar veel mensen mee kunnen worstelen. Er was zelfs deze week felle discussie over in de kranten, en ook de kerkleiding deed er aan mee. 

“Wat vraagt mijn geloof van mij”, “wat is het dat ik geloven moet”, “wat moet ik met de Kerk, wat is mijn rol daarin” en bovenal, of althans, ik hoor het vaak “wat moet ik doen?”

Het Evangelie van vandaag geeft ons een paar aanwijzingen waar we het antwoord mogen vinden.

Bij het voorbereiden van deze preek viel mijn oog op de zin “Zoals Gij Mij in de wereld gezonden hebt, zo zend Ik hen in de wereld”. Wat een rijk woord krijgen we vandaag. Er zit zoveel in. Ik wil er graag drie dingen kort even uithalen.

Ten eerste: wij zijn als christenen iets aparts, we zijn niet zomaar een bevolkingsgroep, zeker geen etniciteit of iets dergelijks, maar we zijn als christenen samengeroepen om in de wereld  gezonden te worden. Wij zijn mensen met een opdracht van God, of misschien beter gezegd: een missie. Bij het woord ‘missie’ denken we aan het verre buitenland, of geheim agenten, die hebben ook een missie. Maar wij zijn geen geheime agenten, er is niks geheims aan wat wij doen, wij zijn openbare agenten, met een missie van God, met een opdracht die we niet zelf bedacht hebben, maar van God gekregen hebben, door Jezus Christus.   

Ten tweede: omdat wij die opdracht door Jezus van God krijgen zijn wij ook met hem verbonden. We krijgen onze missie niet op een goede dag op ons bordje geschoven om daarna aan ons lot overgelaten te worden ("deze boodschap vernietigt zichzelf in twintig seconden!"): we zijn altijd verbonden met Jezus en door hem met God. 

In gebed, in de sacramenten die wij samen vieren, als we samen komen in de Kerk, als we proberen Zijn wil te doen, dan is Hij er altijd bij. Ook als we ons eenzaam voelen mogen we ons dat voor ogen houden. Ons gevoel heeft niet het laatste woord, er is altijd iemand bij je, juist als het moeilijk gaat, als je niet meer weet hoe het verder moet met je missie, of zelfs maar met je leven. Het omgekeerde is ook het gevoel, als je vreugde voelt in je leven, er gebeuren mooie dingen waar je blij om kan zijn, dan deel je die momenten ook met Hem en Hij wil je zowel troosten als met je meegenieten, naar gelang wat het is wat je voelt. 

Ten derde: we moeten onze missie in de wereld uitvoeren. We zijn op missie, van God, in een ander gebied dan waar we vandaan komen. Wij zijn, een bekend woord, wel in de wereld maar niet van de wereld. Die woorden zijn zo bekend dat ze dooddoeners geworden zijn. Dat is jammer als een levend woord een dooddoener wordt. Dat is de bedoeling niet. 

Over deze tekst ga ik later nog eens uitvoeriger preken er is heel veel over te zeggen, dus ik laat het met één opmerking hierover.

Deze tekst, dat we in de wereld zijn, maar niet van de wereld, is onze onafhankelijkheidsverklaring. Het betekent dat wat andere mensen ook van ons vinden, we daar ten diepste niks van hoeven aan te trekken, als we maar trouw zijn aan onze missie van God. Wij vallen niet onder een ministerie van Godsdienstzaken, of onder wat de burgemeester van ons vindt. We moeten geen bezoekregeling afspreken om bij Jezus Christus te mogen zijn, dat je in de rij moet staan voor een loket voordat dat mag. Zelfs in landen waar je niet vrij je godsdienst uit mag oefenen kan niemand je verbieden om met God te praten in gebed. Ze zouden het graag willen, maar er is geen dictator die het kan!

We hebben geen toestemming nodig van wie dan ook om op missie te gaan, om met God te mogen zijn. We zijn als christenen altijd vrij om bij Jezus Christus te mogen horen. Verder zijn wie niemands eigendom.

Als we deze drie dingen beseffen: dat we mensen zijn met een missie, dat we op die missie altijd verbonden zijn met God door Jezus Christus en dat we verder ten diepste van niemand met macht, geld en aanzien afhankelijk zijn, dan zijn we er klaar voor, dan mogen we elke dag op nieuw zoeken naar kansjes – groot of klein – om iets van die missie waar te maken.

Amen.

 

Thursday 9 May 2024

Hemelvaart 2024

(Nadat Hij in de vroege morgen van de eerste dag van de week verrezen was, verscheen Hij het eerst aan Maria Magdalena, uit wie hij zeven duivels had uitgedreven. Deze ging het vertellen aan hen die zijn metgezellen waren geweest en nu rouwden en weenden.  Maar toen die hoorden, dat Hij leefde en door haar gezien was, geloofden ze het niet. Daarna verscheen Hij in een andere gedaante aan twee van hen, toen deze te voet op weg waren, naar buiten.  Nadat dezen teruggekeerd waren, vertelden ze het aan de overigen, maar zelfs zij werden niet geloofd.  Later verscheen Hij aan de elf, terwijl zij aan tafel aanlagen. Hij maakte hun een verwijt van hun hardnekkig ongeloof, omdat zij geen geloof hadden geschonken aan degenen die Hem gezien hadden, nadat Hij verrezen was.) Daarop sprak Hij tot hen: “Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het evangelie aan heel de schepping. Wie gelooft en gedoopt is, zal gered worden, maar wie niet gelooft zal veroordeeld worden. En deze tekenen zullen de gelovigen vergezellen: in mijn Naam zullen ze duivels uitdrijven, nieuwe talen spreken, slangen opnemen; zelfs als ze dodelijk vergif drinken zal het hun geen kwaad doen; en als ze aan zieken de handen opleggen, zullen deze genezen zijn.” Nadat de Heer Jezus aldus tot hen gesproken had, werd Hij ten hemel opgenomen en zit aan de rechterhand van God. Maar zij trokken uit om overal te prediken, en de Heer werkte met hen mee en schonk kracht aan hun woord door de tekenen die het vergezelden. 

 

Beste vrienden,

 

Ik wijk deze zondag een klein beetje af van het voorgeschreven Evangelie en zal eerst kort uitleggen waarom ik dat doe. Het stuk wat wij gelezen hebben vormt één verteleenheid. Het begint met de eerste verschijningen van Pasen, vervolgens herneemt het de verschijning van Jezus aan de elf apostelen en legt de context daarvan uit. Pas dan begint Jezus aan zijn korte redevoering. Het lectionarium heeft de inleiding, en daarmee de hele context er uitgehaald. Maar daar wordt de redevoering zelf niet begrijpelijker van. Marcus is namelijk al van zichzelf een extreem compacte schrijver. Elk woord staat op de goede plaats. Als je daarin gaat knippen wordt de lezing onhelder. De perikoop vliegt dan over onze hoofden als een vlieger zonder draad. Die gaat ook de Hemel in maar dan vooral over onze hoofden heen. We kijken dan wel verbluft omhoog, maar we worden niet op onze eigen plaats gewezen.  

We hernemen de zaak dus even vanaf het begin.

En dan zien we wat deze lezing eigenlijk is, om te beginnen een kernachtige samenvatting van wat Pasen is tot aan Hemelvaart toe. Het is geen opsomming van gebeurtenissen, en gesprekken – die worden alleen even kort samengevat – en dat alles heeft één doel: het is een dynamische schets, het beschrijft een Beweging: één gebeurtenis, in drie aspecten.

Jezus is in beweging

Ons geloof is in beweging

Wij zijn (als kerk) in beweging.

Geen er van kun je in isolement bekijken. Ze horen bij elkaar! Maar ze hebben wel een volgorde. Het één gaat voor (in tijd, dan wel in prioriteit) op het andere.

Allereerst: Jezus is in beweging.

Pasen begint bij het graf. Overal ter wereld vind je graven van wijze mannen, wijze vrouwen. Mensen die uit hun liefderijke inspiratie een boodschap van wijsheid en vrijheid brachten. En als deze mensen aan het eind van hun leven kwamen – of dit nu vroeg of laat was – bleven mensen naar die graven komen, om samen te praten over wie hij of zij was, wat hij betekende. Om zijn woorden weer in te oefenen. Dat gebeurde in Europa, in Azië in Afrika. Overal.

Maar Jezus is niet gekomen om in de eerste plaats woorden te brengen, een boodschap of een leer. Hij brengt zichzelf. Hij openbaart God in zichzelf. Het Koninkrijk dat hij verkondigt is Hijzelf. Wie Jezus ziet, ziet de Vader. En het Koninkrijk van God sla je niet blijvend neer. Was Jezus niet verrezen, dan was Hij ook niet de levende openbaring van God geweest, dan was het Evangelie (dat vanaf vandaag, de dag van Hemelvaart verkondigd moet worden) krachteloos. Zonder de ene God-gedreven beweging vanuit het graf, naar de leerlingen toe, en dan op naar God in de Hemelvaart is er geen boodschap om door te geven. Paulus zegt: “En wanneer Christus niet is verrezen, is onze prediking zonder inhoud en uw geloof eveneens.” (1 Korinthen 15: 14)

Jezus Christus is geen granieten monument waar we plechtig omheen lopen. De woorden van de Bijbel, de woorden van Jezus, zijn niet op steen gegrift om als dode woorden nog de schijn van eeuwigheid op te wekken[1]. Jezus Christus is de levende realiteit van God-onder-de-mensen. Hij is in beweging. Hij blijft niet in het graf. Hij is in beweging, Hij verschijnt aan de leerlingen, maar blijft daar niet plakken als een soort Hologram. Hij is in beweging! Hij gaat op naar de Vader! Hij gaat ons voor. En Hij gaat níet naar de Vader om daar vastgelijmd te zitten aan een gouden troon! Nee! Hij is in beweging! Hij beweegt ons! Dat blijft Hij doen. De Hemel, zo hebben wij dat beeld misschien in ons hoofd, is geen bejaardenhuis! De Hemel is een plaats van eindeloze goddelijke kracht en beweging. De heiligen in de hemel zítten niet op wolkjes. Ze zijn hard aan het werk! Meer dan ooit, bevrijd van alles wat hen beperkte![2] Zolang er wat te doen is, zijn zij er bij, en dat zijn dan nog maar de Heiligen. Dan kunnen we toch niet denken dat Jezus verdwijnt om niks te doen?

Die brandende activiteit, die oneindige beweging, voelen we ook terug  in de woorden van Jezus. Dat zijn geen kostbare relieken, zoals we die met eerbied, in gouden schrijnen vereren in onze kerk. Zijn woorden zijn ook beweging. Ze bewegen ons. Ze kunnen niet anders dan beweging zijn: zijn woorden staan niet op steen of perkament, maar zijn geest en leven.

De ontmoeting met de Heer brengt ook ons in beweging, allereerst ons innerlijk. Er moet wat gebeuren in ons hart. We moeten tot geloof komen. Het woord van Jezus, de levende realiteit, moet in onszelf gaan leven. Dan worden Zijn woorden ook geschreven op ons hart. Dan worden wij levende brieven.

Waaruit blijkt de beweging van de Heer in ons leven. Hoe kunnen we dat zien, dat levende woord in ons hart?

De vrouwen (hier samengebald in Maria Magdalena) vinden het graf leeg. Zij is de enige die hier met naam genoemd wordt. Alle anderen worden collectief aangesproken, zij alleen bij haar naam. Ook in het Paasevangelie van Johannes is dat zij alleen wordt met haar naam aangesproken.

En wat is een naam? Het is een levend woord! Hoe afgeleid je ook bent, hoe verzonken in bezigheden en drukte, als iemand je naam noemt ben je wakker. In de Hemel krijgen we allemaal een nieuwe naam (Openbaring 2:17), dat wil zeggen een nieuw leven.

Om maar te zeggen, als we Jezus’ woorden los gaan maken, in steen gaan beitelen, beschouwen als een wijsheidsleer. Dan houden we niks over – want alles steunt op de levende ontmoeting met Hem die onze naam noemt. Om herboren te worden[3], nieuw leven te krijgen. Pas dán kun je werkelijk op pad gaan, werkelijk een taak op je nemen. Taken pakken zonder nieuw leven, dat is hooguit voorbereiding op het échte werk.

De ontmoeting met Jezus moet ons veranderen. Als alles hetzelfde blijft moeten we ons afvragen of er ook écht iets gebeurd is, echt iets verricht is. Maria Magdalena is op slag veranderd na haar ontmoeting met de Heer. Dat in tegenstelling tot de leerlingen. Die willen hun wereldbeeld nog niet loslaten. Er staat niet in het evangelie wat dat dan is, gebrek aan durf misschien? Het maakt niet uit. Welke reden we ook hebben om niet te geloven, niet herboren te worden, het Koninkrijk Gods dat in ons is (Lucas 17:21) verborgen te houden in de schaduw van ons hart, ze zijn allemaal verkeerd en we moeten worden wakker geschud net als de leerlingen zelf moesten worden wakker geschud. Ze moeten hun nieuwe bestaan, hun herboren-zijn in het geloof zien, herkennen, aanvaarden. Het geloof is niet een elegant   sausje bovenop een comfortabel leventje! Of een kruk voor mensen die anders niet overeind kunnen blijven! Daar heeft het uiteindelijk niks mee van doen. Moeilijk te vatten? Nou, de leerlingen waren er ook niet in één keer!

Maar we kunnen dus niet zeggen: oh, de leerlingen, die hadden zoveel voor op ons, dat zijn giganten van het geloof, daar komen wij niet aan. Dus wij kunnen achterover zitten en een beetje uitbollen, en met wat wind mee en een paar genadezesjes onderweg komen we wel (net) over de streep. Nee. Er zit meer in je!

Wordt wakker! De mooie traditie van het dauwtrappen op Hemelvaart heeft ook een geestelijke betekenis. Niet sluimeren! Blijf weg van de snooze-knop! Het geloof is een dringende zaak!

Het is dringend voor onszelf, maar ook voor alles wat wij doen. Mensen hebben ons nodig! Want de derde fase van de Beweging vooronderstelt dat wij onszelf kennen als nieuwe, bevrijde mensen. Pas als we leven uit geloof kunnen we de taak aangaan die wij als Kerk hebben: uitgaan over heel de wereld, en het Evangelie verkondigen. Als de woorden in ons gaan leven, dan zijn wij niet enkel ontvangers van de boodschap. Dan worden Zijn woorden ook geschreven op ons hart. Dan worden wij levende brieven. Anderen kunnen ons lezen, het vuurtje slaat dan over!

Wat we ook doen: besturen, vertellen, mensen bezoeken, voor de muziek zorgen, of voor de bloemen. Het werk is eindeloos, er is altijd wat te doen in de wijngaard. Maar het moet wel gebeuren. En het gebeurt ook met ons en door ons.  

Ook het geloof, de nieuwe werkelijkheid van onze relatie met God, is dus een beweging. Het is niet iets statisch. Het is niet een idee dat je hebt en in je hoofd kan bewaren. Het is geen afstandelijke zekerheid zoals dat je zeker weet dat de zon morgen opgaat, het is levend. Het doet met ons[4], en het moet ons activeren. We hoeven niet allemaal vrijwilliger te worden (…) dat is ook maar één wijze van actief zijn, als we maar meegenomen worden in die beweging.

Die opdracht is er voor iedereen, en is gericht op iedereen. We zijn er nooit alleen voor onszelf, want de boodschap is groter dan onszelf.

Wij zijn geworteld waar wij zijn, gevormd door onze cultuur, verweven met ons land en onze taal. Maar wij zijn in beweging naar iedereen toe, tot heil van iedereen. Iedere christen heeft het recht om nuttig te zijn, nodig te zijn, bij te dragen aan het welzijn van alle mensen. Wordt nooit moe het goede te doen! Nooit moeten wij zeggen: wij zijn er voor die, maar niet voor die. Wij zijn er voor deze groep, maar niet voor hen. Stel je voor dat Willibrord had gezegd: wij zijn beschaafde Ieren, we willen niks te maken hebben met die moerasbarbaren aan de Noordzee die in berenvellen dansen om hun toverstruik. Daar gaan wij niet heen!

Zo waren zij niet, want de Heer dreef hen voort. Willen wij naar boven, dan moeten wij eerst naar buiten. God zelf vuurt ons aan.

Amen! Zalig Hemelvaart!



[1]

I met a traveller from an antique land,

Who said—“Two vast and trunkless legs of stone

Stand in the desert. . . . Near them, on the sand,

Half sunk a shattered visage lies, whose frown,

And wrinkled lip, and sneer of cold command,

Tell that its sculptor well those passions read

Which yet survive, stamped on these lifeless things,

The hand that mocked them, and the heart that fed;

And on the pedestal, these words appear:

My name is Ozymandias, King of Kings;

Look on my Works, ye Mighty, and despair!

Nothing beside remains. Round the decay

Of that colossal Wreck, boundless and bare

The lone and level sands stretch far away.

(Percy Bysshe Shelley: Ozymandias

 

[2] “Ik wil mijn Hemel doorbrengen met goed te doen op aarde. Nee, ik zal mij geen rust gunnen tot het einde der wereld. Eerst als de Engel gezegd zal hebben: “ Er is geen tijd meer” zal ik uitrusten en zal ik kunnen genieten, omdat dan het getal der uitverkorenen vol zal zijn.” (Thérèse van Lisieux) 

 

[3] Want hoe kun je een nieuwe naam krijgen als je niet opnieuw geboren bent? En wat zou een nieuwe naam kunnen betekenen meer dan onze oude naam als je niet herboren wordt van boven, van-God-uit. 

 

[4] “Hij doet met ons, Hij gaat ons in en uit.
Heeft in zijn handen onze naam geschreven.

De Heer wil ons bewonen als zijn huis,
plant als een boom in ons zijn eigen leven”

wil met ons spelen, neemt ons tot zijn bruid
en wat wij zijn, Hij heeft het ons gegeven.

Huub Oosterhuis: De Heer heeft mij gezien en onverwacht