Monday, 31 December 2018

Zout en Licht


Preek Oudjaar 31.12.18



Gij zijt het zout der aarde. Maar als het zout zijn kracht verliest, waar mee zal men dan zouten? Het deugt nergens meer voor dan om weggeworpen en door de mensen vertrapt te worden. Gij zijt het licht der wereld. Een stad kan niet verborgen blijven als ze boven op een berg ligt! 

Men steekt toch ook niet een lamp aan om ze onder de korenmaat te zetten, maar men plaatst ze op de standaard, zodat ze licht geeft voor allen die in huis zijn. Zo moet ook uw licht stralen voor het oog van de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader verheerlijken die in de hemel is.


Broeders en zusters, beste mensen.

Zo staan we weer aan het einde van het oude jaar en de drempel van een nieuw jaar. 2019

Oudjaar is altijd een moment van terugkijken, de balans opmaken en onze hoop, verwachtingen en voornemens uitspreken voor het nieuwe jaar.  Mensen maken lijstjes op over wat ze willen bereiken of doen in het komend jaar. Misschien een paar kilo afvallen, of gezonder eten bijvoorbeeld, dat hoor je vaak.

De lezing uit het Evangelie die we vanavond gelezen hebben geven ook een soort goed voornemen weer. Geen goed voornemen voor oud en nieuw specifiek, maar één voor elke dag. Omdat we voor een nieuw begin niet hoeven te wachten op een speciale dag in het jaar. We mogen elke keer opnieuw een nieuw begin maken !

In het Evangelie dat we zojuist gelezen hebben krijgen we de opdracht mee om zoutend zout te zijn en een licht voor het oog van de mensen. We zijn geroepen om dingen in beweging te zetten, zaken aan te jagen, en een voorbeeld te zijn.

Nou, kunnen we zeggen, dat is nogal een bestelling die we zo even mee krijgen. Zeker als je daarbij ook nog een paar kilo wilt afvallen en gezonder wilt gaan eten in 2019.

Hoe moeten we deze opdracht van Jezus begrijpen, zo op de drempel van 
het nieuwe jaar?

Het belangrijkste om te begrijpen zijn de beelden die Jezus gebruikt. Zout en licht. Die twee hebben met elkaar gemeen dat ze niet voor zichzelf bestaan. Aan zout op zich heb je niet zoveel. Zout is er voor het eten, om dat op smaak te brengen, of om het beter te kunnen bewaren. En ook licht op zich dient geen doel. Je hebt er pas wat aan als er dingen zijn die je door dat licht beter kan zien.

Zout en licht maken dingen mogelijk. Ze zijn er niet voor zichzelf, maar dienen een hoger doel. Als je zout en licht wilt zijn is dat dus de sleutel. Je leven niet om jezelf te laten draaien, maar kijken wat je voor anderen kan doen. Hoe je het beste andere mensen kan helpen.

Dat is misschien het beste goede voornemen voor het volgende jaar. Als we zo willen leven dan openen we deuren , voor onszelf en voor anderen. Dan verdwalen we niet in de duisternis maar vinden we de weg naar God, ook in het nieuwe jaar.  Ook in 2019.

Amen.  



Sunday, 23 December 2018

Een Onbekend Land


Broeders en zusters in Christus
In verband met de voorbereidingen voor Kerst is er deze keer maar een korte preek. Verder wil ik graag ook van de gelegenheid gebruik maken om een brief voor te lezen van onze bisschop, mgr. Punt, waarin hij een belangrijke mededeling doet.

In de lezingen van deze zondag zijn we samen met Maria op reis naar het hoogland en zij zal daar een tijd verblijven bij haar nicht Elizabeth. Elizabeth’s ongeboren kind – die Johannes de Doper zal worden- is de eerste die als het ware doorgeeft wat er gebeurt. Wie het kind in de schoot van Maria is. En het kost Elizabeth geen moeite om de boodschap van Johannes in te vullen. Zij herkent een wonder wanneer het zich voordoet.

Het is een bijzondere ontmoeting tussen twee vrouwen en twee ongeboren kinderen. Ongeboren kinderen die er volledig toe doen, zij spelen hier zelfs de hoofdrol. De blijde verwachting waarin wij leven bestaat uit het wachten op hen. Het nieuwe leven dat zoveel te weeg gaat brengen – in hun eigen land en vér daarbuiten.

Op het moment dat Maria en Elizabeth elkaar ontmoeten weten zij niet hoe de toekomst, de tweeduizend jaar die na hen komt er uit zal zien. Maar zij spreken hun geloof en verwachting uit dat elke toekomst die wij hebben in de handen van God ligt. En God doet wonderen in ieders leven.

Heel vaak proberen we een voorschot te nemen op de toekomst. We proberen er greep op te krijgen, sommigen laten zich zelfs in met magische praktijken om de toekomst te kunnen voorspellen. Anderen proberen de toekomst zelfs op te offeren aan het heden, zoals in het geval van abortus . Sommigen proberen zelfs de toekomst tegen te houden, en vanuit een houding van vals conservatisme hun leven te bewaren zoals het nu is. Al deze pogingen zijn tot mislukken gedoemd. Het is wat koning Herodes zal proberen te doen: zijn hachje proberen te redden door de toekomst te vernietigen. Maar ook het leger van koning Herodes houdt de toekomst niet tegen. 

Geconfronteerd met de toekomst staan wij voor een gebied waar ons menselijk plannen, ons menselijk handelen op zal stuklopen. Wij hebben er geen greep op, we kunnen het niet naar onze hand zetten. En misschien is dat maar goed ook.

Gods belofte voor de mensen laat zich niet tegenhouden. Het zet zich altijd door, op de meest onverwachtse plek. Het zet zich door in de schoot van een meisje uit Nazareth – een stad waarvan de mensen zeiden dat er niets goeds vandaan kon komen. 

God laat mensen zelf de keuze of zij zich laten raken door Zijn woorden, door zijn handelen. En als ze 'nee' zeggen gaat het verhaal verder. Zonder hen, dat wel. Maar het gaat altijd door.

Maandagnacht vieren we dat Gods plan, eenmaal aangevangen, altijd zijn weg blijft volgen. We vieren het nieuwe begin, het nieuwe verhaal van God dat in de wereld komt. Een nieuw mens die de breuk tussen Hemel en Aarde opheft. God en Mens met elkaar verzoent.

Enkel als wij plaats maken voor Hem vinden wij ruimte voor die nieuwe toekomst.

Amen.

Sunday, 16 December 2018

Een Blijde Boodschap?


In die tijd stelden de mensen Johannes de vraag:
“Wat moeten wij doen?”
Johannes gaf hun ten antwoord:
“Wie dubbele kleding heeft, laat hij delen
met wie niets heeft,
en wie voedsel heeft, laat hij hetzelfde doen.”
Er kwamen ook tollenaars om gedoopt te worden
en ze vroegen hem:
“Meester, wat moeten wij doen?”
Hij zei hun:
“Niet méér vragen dan voor u is vastgesteld.”
Ook de soldaten vroegen hem
“En wij, wat moeten wij doen?”
Hij antwoordde:
“Niemand uitplunderen, niemand iets afpersen,
maar tevreden zijn met uw soldij.”
Omdat het volk vol verwachting was
en iedereen zich aangaande Johannes de vraag stelde,
of hij niet de Messias zou zijn,
gaf Johannes aan allen het antwoord:
“Ik doop u met water, maar er komt iemand,
die sterker is dan ik;
ik ben niet waardig de riem van zijn sandalen los te maken.
Hij zal u dopen met de heilige Geest en met vuur.
De wan heeft Hij in zijn hand
om zijn dorsvloer grondig te zuiveren
en zijn tarwe te verzamelen in de schuur,
maar het kaf zal Hij verbranden in onblusbaar vuur.”
Zo en met nog vele andere vermaningen
verkondigde Johannes aan het volk de Blijde Boodschap.
Woord van de Heer.
Wij danken God.

De derde zondag van de Advent is een zondag met een licht randje: zondag Gaudete – we worden gevraagd om ons te verheugen in de Heer. Maar het Evangelie van vandaag is nou niet direct een vreugdetekst . De mensen komen naar Johannes de Doper toe – de voorloper van de Heer, de Wegbereider – en hij geeft hen levensadvies. Levensadvies dat hoort bij die taak van voorbereiding, het leven op orde brengen voor de komst van de Heer.

Hij spreekt drie groepen aan, en daar zit een regelmaat in; plat gezegd – het gaat van kwaad tot erger ; we beginnen bij de mensen, die zich willen vrijmaken van het kwaad dat ze hebben gedaan .  Iets eerder in het Evangelie noemt Johannes ze zelfs addergebroed.

Dit zijn mensen die verkeerde keuzes hebben gemaakt in het leven. En dat weten ze, ze kunnen de Messias niet zomaar onder ogen komen – ze moeten zich voorbereiden, bekeren, reinigen.

Dan komen we als tweede uit bij de tollenaars – mensen die collaboreren met de Romeinse bezetter en daar zelf flink aan verdienen. Dat zij verkeerd gedaan hebben staat buiten kijf. Wat ze allemaal mispeuterd hebben kunnen we overal in de Evangelies teruglezen.

Tenslotte komen we uit bij de soldaten. We kunnen er niet eens van uitgaan dat dat joden waren – het zou voor joden uit de tijd van Jezus ondenkbaar geweest zijn om dienst te hebben genomen in het Romeinse leger.  Je moest dan offeren aan standbeelden van de keizer – en ook de Adelaars van de legioenen werden als afgoden aanbeden.

Maar dat is dus bijzonder – die niet-joden, die heidense Romeinen voelen dat er wat zit aan te komen, dat die boodschap van de Messias die komen zal ook hun verhaal is, ook die Messias ook hun leven gaat veranderen. En ook zij komen bij Johannes de Doper in de hoop dat hij hen kan vertellen hoe het verder moet met hun leven.

Dan is het bijzonder wat de raad is van Johannes, want de raadgevingen van Johannes zijn helemaal niet zo spectaculair – zelfs heel alledaags.

De mensen, de grote massa, moet delen van hun overdaad, of dat nu voedsel is of kleren. Als je meer hebt dan je nodig hebt moet je delen met anderen. Alleen op die manier kun je ruimte maken voor God in je leven.

De Tollenaars en soldaten krijgen als advies om tevreden te zijn met wat ze krijgen. Met wat er voor hen is vastgesteld, of met hun soldij. Johannes zegt ze niet dat ze met ophouden met wat ze doen – dat zou onhaalbaar zijn, maar wát ze doen moeten ze zo doen dat er niets op aan te merken is.  Het is een hoopvolle boodschap, zelfs een vreugdevolle boodschap – want dat betekent dat het binnen ons bereik is om goed te doen. Het is binnen ons bereik om ons voor te bereiden op de komst van de Heer, niemand staat buiten die belofte – zelfs de Romeinse soldaten niet – als je je maar gereed wilt maken.

Een optimistische boodschap dus, de komst van de Messias opent voor iedereen deuren, iedereen heeft het in zijn macht om de eerste stap te zetten naar die toekomst toe. Iedereen heeft de mogelijkheid om ruimte te maken zodat we Gods kerstgeschenk aan ons mogen ontvangen.

Amen.


Sunday, 2 December 2018

Wakker blijven!


Preek eerste zondag van de advent 2018
1-2 december ’18

“Wakker blijven!”

“In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Er zullen tekenen zijn aan de zon, maan en sterren
en op de aarde zullen volkeren in angst verkeren,
radeloos door het gebulder van de onstuimige zee.
De mensen zullen het besterven van schrik,
in spanning om wat de wereld gaat overkomen.
Want de hemelse heerscharen zullen in verwarring geraken.
Dan zullen zij de Mensenzoon zien komen op een wolk,
met macht en grote heerlijkheid.
Wanneer zich dit alles begint te voltrekken,
richt u dan op en heft uw hoofden omhoog,
want uw verlossing komt nabij.
Zorg ervoor dat uw geest niet afgestompt raakt
door een roes van dronkenschap en de zorgen van het leven;
laat die dag u niet onverhoeds grijpen als in een strik;
want hij zal komen over alle mensen, waar ook ter wereld.
Weest daarom altijd waakzaam en bidt
dat ge in staat moogt zijn te ontkomen
aan al die dingen, die zich gaan voltrekken,
en dat ge stand moogt houden
voor het aangezicht van de Mensenzoon.”

Broeders en zusters in Christus

Vandaag de eerste zondag van de Advent: het nieuwe kerkelijke jaar is begonnen. We tellen tijdens de vier voorafgaande zondagen af tot het Kerstfeest, de geboorte van Onze Heer Jezus Christus.

De lezingen van vandaag leiden ons binnen in deze Sterke Tijd , zoals dat heet in kerkelijke taal, dit seizoen van de Advent. Als we het Evangelie voor deze zondag lezen zien we gelijk dat het een vervolg is op de lezingen van Christus Koning. Waar we bij Christus Koning hebben gelezen over de voleinding der tijden, het einde van alle dingen. 

Zo spreekt het evangelie van de eerste zondag van de Advent ook over de komst van de Koning, maar dan de komst van de Koning aan het einde der tijden – en hoe wij daar niet bang voor hoeven te zijn – maar werkelijk mogen uitzien naar redding.

De advent is van oudsher een tijd van vasten en bidden, dat zien we nog terug in de kerkelijke kleur – paars – dezelfde kleur als in de Veertigdagentijd, en in de liturgie - die is wat soberder dan normaal. 

Dat vasten en bidden is er misschien een beetje uitgegaan. De hele maand december is feestmaand geworden. Dat is ongetwijfeld heel gezellig – maar niet helemáál de bedoeling.  Om te zien wat er aan de hand is moet je een heldere geest hebben, en goed opletten.

Ik ben op dit moment een dagboek aan het lezen van een Duitse schrijver – Walter Kempowski – en het deel waar ik nu ben is het jaar  1989 – het jaar waarin de Muur viel en de vreedzame revoluties in Oost-Europa een einde maakten aan het communisme. Kempowski had in zijn jonge jaren om politieke redenen 8 jaar in een Oost-Duitse gevangenis gezeten voor hij naar West-Duitsland kon vertrekken – en wat het meest opvalt als je zijn dagboek leest is dat terwijl de eerste signalen al in de zomer van 1989 duidelijk waren de meeste mensen in het Westen niets opviel.  Ze waren zo druk bezig met hun eigen leven, en hun eigen afleidingen dat ze één van de grootste bewegingen van de twintigste eeuw op geen enkele manier hadden zien aankomen.

Zien wat er gebeurt is niet vanzelfsprekend. Je moet er ontvankelijk voor zijn. Als je vol zit met het een of het ander dan mis je misschien de ontwikkelingen die er toe doen. En dat zijn dan nog maar de dingen van de wereld. 

Zo is het ook met de advent. Die is voorbereidingstijd er voor bedoeld dat wij leren kijken, leren opletten, leren wachten op datgene wat komen gaat – zodat we de échte betekenis ervan niet missen.

De advent is oorspronkelijk een tijd van soberheid, ook vanuit de wetenschap dat je pas echt feest kan vieren als de tijd van het feest afgebakend is, en voorbereid wordt. Des te groter het feest – des te langer de voorbereiding. Pasen is het belangrijkste feest en krijgt een lange voorbereidingstijd van veertig dagen. Kerst is ook bijzonder en belangrijk – en krijgt een kleine vier weken, min of meer.  

Vier weken om ons geestelijk voor te bereiden op Hij die in de wereld komt om ons te redden van de duisternis , om ons nieuwe hoop te geven, om ons leven richting te geven naar God. Hij die komt om ons te leren om te zien naar wie klein is, naar mensen voor wie geen plaats is, voor de verborgen verhalen die in alle onopvallendheid de hele wereld richting geven.

Om te kunnen zien wat alle eeuwen verborgen is gebleven moeten we helder uit onze ogen kunnen kijken , niet afgestompt zijn – in de woorden van het evangelie. Onszelf niet geestelijk of lichamelijk bedwelmen met obsessies, bezigheden, drank of drugs.

Ons daar zelfs van los proberen te maken in deze tijd zodat we leren zien, leren ontvangen , leren geven.

Leren zien, want waar het echt om gaat is niet iedereen duidelijk. We zijn als mensen makkelijk afgeleid, de dagelijkse stroom van nieuwtjes, de vloed van informatie informeert ons niet werkelijk meer als je door die vloed de essentie mist.

Leren ontvangen, de grote gebeurtenissen in dit leven spelen zich niet zomaar ergens anders af – ze veranderen ook onszelf. We moeten leren dergelijke veranderingen, dergelijke ontdekkingen, in ons hart te laten leven, werkelijk te ontvangen.

Tenslotte: leren geven. Als wij ontdekt hebben wat de kerk, wat de diepste betekenis is van wat we met Kerst mogen ontvangen mogen wij dit ook weer doorgeven aan anderen. Als ons leven veranderd wordt door de ontmoeting met het Koningskind, dan kan ook de wereld om ons heen niet hetzelfde blijven , dan zijn wij geroepen van Hem te getuigen en Hem na te volgen in wat Hij doet en is.

Amen.