Friday, 15 May 2026

Zevende Zondag Paastijd

 

In die tijd

sloeg Jezus zijn ogen ten hemel en zei:
“Vader, het uur is gekomen.
Verheerlijk uw Zoon, opdat de Zoon U verheerlijke.
Gij hebt Hem immers macht gegeven over alle mensen,
om eeuwig leven te geven aan hen die Gij Hem gegeven hebt.
Dit nu is het eeuwige leven,
dat zij U kennen, de enige ware God
en Hem die Gij hebt gezonden: Jezus Christus.
Ik heb U op aarde verheerlijkt
door het werk te volbrengen dat Gij Mij gegeven hebt om te doen.
En nu, Gij, Vader, verheerlijk Mij bij Uzelf
met de heerlijkheid, die Ik bij U had, voordat de wereld er was.
Ik heb uw Naam geopenbaard aan de mensen
die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt.
U behoorden ze toe en Mij hebt Gij ze gegeven
en zij hebben uw woord onderhouden.
Nu weten zij dat al wat Gij Mij gegeven hebt, van U komt.
Want de woorden die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven,
en zij hebben ze aangenomen
en hebben naar waarheid erkend dat Ik van U ben uitgegaan,
en zij hebben geloofd dat Gij Mij hebt gezonden.
Ik bid voor hen, niet voor de wereld bid Ik,
maar voor hen die Gij Mij gegeven hebt, omdat zij U toebehoren.
Al het mijne is van U en het uwe van Mij,
en in hen ben Ik verheerlijkt.
Ik ben niet langer in de wereld,
maar zij zijn in de wereld en Ik kom naar U toe.”

Beste vrienden

In de tussendagen tussen de Hemelvaart en Pinksteren kijken we terug en horen we woorden van Jezus die hij uitsprak vóór dat Hij gearresteerd werd, voordat hij het lijden en de dood inging. We lezen deze zondag maar een stukje ervan, maar de kern van alles waar het Jezus om te doen was staat hier in. Als we de woorden echter zo over ons heen wassen voelen ze vreemd aan. Niet alleen maar omdat het voelt als moeilijke woorden, maar juist omdat ze onze blik omhoog neigen. Het gaat hier niet meer om wat alledaags is en dichtbij, maar om wat van eeuwigheid is.

En dan komt er nog eens bij dat de woorden die er staan ook niet zo makkelijk te begrijpen zijn. Ze verwijzen niet naar dingen om ons heen, maar om concepten. En ze zijn ook nog eens vertaald in woorden die wij kennen, maar de beelden die bij de woorden horen rijmen niet per se op wat er oorspronkelijk stond.

Als we denken aan een woord als “wereld” denken we vanzelf aan van alles wat buiten ons is. Mensen, dieren, steden, bergen en oceanen. Dat alles is 'de wereld'. En als we horen 'kennis', dan denken aan iets dat in een database staat, of in een artikel of een boek. Iets dat wezenlijk buiten ons bestaat, en wat je eventueel verworven hebt of niet.

En erger nog, dan zijn er concepten die wegvertaald zijn, “alle mensen” is zoiets. Daar zou je zo overheen lezen, en dan denk je dat je weet waar het over gaat. Maar het Griekse woord wat daaronder ligt heeft een veel wijdere betekenis, en betekent zoiets als “alles dat leeft”.

En dan zou ik daar ook nog wat over willen zeggen zonder dat het een lezing wordt! Dan zou alles wat Jezus ons te zeggen heeft over ons heen wassen. Misschien zouden we een paar keer knikken tijdens die redevoering. Het lijkt zo onbeleefd om maar verdoofd naar Jezus te staren en te denken "waar heeft hij het over?"

Maar het is niet zo dat als de leerlingen vervolgens gevraagd worden: “wat zei Jezus nou”? Dat ze dan wat begonnen te stamelen en iets zeiden als “professor Jezus... was zó geleerd, en euh. Ja. We moeten er nog even over nadenken. We gaan het er verder over hebben na onze Conferentie. “Tien Jaar Jezus, Een Terugblik” ”.

Nee, ze gingen naar buiten. Ze vertelden er over. Ze wachten geen tien jaar. En wat was het wat ze zeiden?

Jezus Christus heeft God op Aarde bekendgemaakt. Niet door er theorieën of verhalen over te vertellen, maar door God te laten zien. In zijn leven, in zijn voorbeeld, in wat hij zei door wat hij deed en door wat hij liet maakte Hij Hem aanwezig.

Hij leefde eerst in het verborgene? Zo is God!

Hij ging achter mensen aan die niemand wilde zien? Dat is God!

Hij genas de ongeneeslijken, bevrijdde de bezetenen en bracht de doden tot leven? Dat is Gods werk!

Hij sprak woorden van bevrijding, die je laten zien waar het écht om gaat? Dat zijn de woorden van God!

Hij liet zich niet in met spelletjes over wie er onderkoning moet wezen, en wiens neef de komende twee jaar assistent-Hogepriester mag zijn? Dat interesseert God weinig!

Jezus wil zich zo verenigen met alle pijn en lijden van de mensen dat Hij zelfs door de dood heen gaat, door de dood aan het kruis? Hoe onvoorstelbaar ook, dat is wat God doet!

En door de dood heengegaan laat Hij zien dat Hij de Levende is, bron en toekomst van al het levende? Hij is God!

En zelfs wanneer Hij teruggaat naar de Vader, dan zendt hij de Geest, zodat je kan weten dat God voor je blijft zorgen, je blijft behouden. Zo is God, niet ver weg. Maar altijd dichtbij.

De wereld – dat wil zeggen – iedereen die denkt dat ze er beter van gaan worden door een ander te vertrappen mag Hem niet? Dat blijkt. Ook dat is kennis, niet van God, maar van de wereld.

Zij mogen God ook niet, echt niet.

Ze verzetten zich tegen Hem.

En ze hebben geen ongelijk dat ze Hem als een gevaar zien. Een gevaar voor hun plannetjes dan toch. 

De wereld, dat is in deze passage niet zozeer een plek, maar ten diepste een macht. De macht die je vertelt dat je jezelf redden kan door een verschrikking te zijn. Dat je zo je dorp kan redden, of je land, of je volk, of erger nog: de kerk, of het geloof. Dat waar je voor staat zo goed is dat je slecht mag zijn, zelfs slecht moet zijn. De wereld noemt dat zelfs 'een offer'. En als we dat horen weten we: de wereld draait (-) alles (-) om.

Dat is niet wie God is. De wereld brengt de dood!

Zo (-) is (-) God (-) niet.

Dat alles, wie hij wèl is, wij hij níet is, is de kennis van God die Jezus brengt.

De kennis van God, staat niet in een boek. Begrijp me niet verkeerd. Boeken zijn heel zinvol. Studeren is goed. Iedereen moet zijn of haar vak bijhouden, daar ben ik sterk van overtuigd. Maar de waarheid over God is geen kwestie van wie het best heel abstract na kan denken. Kennis van God is intiem, een zaak van het hart.

Het is een kwestie van beseffen [DRIESLAG] wie God voor ons is. Wat Hij voor ons doet, wat dat van ons vraagt.

Wie is God voor ons? Dat weten we. Wie Jezus ziet, ziet de Vader!

Wat doet Hij voor ons? Het evangelie van vandaag zegt: wij behoren Hem toe. De rest van het Hogepriesterlijk Gebed dat wij deze zondag helaas niet lezen gaat daar verder op in. Maar dat wil niet zeggen dat er niks gebeurt! Er staat kort gezegd: omdat wij Hem behoren behoudt Hij ons.

Dat wil niet zeggen dat ons niks kan overkomen. Dat betekent niet dat we geen tegenwind krijgen. Het betekent zeker niet dat onze verlangens altijd uit gaan komen. Gods koninkrijk is geen Kokanje, waar de gebraden haan zo je mond in vliegt.

Het betekent wél dat als je trouw blijft aan wat God je geeft en daar met geloof op antwoordt de wereld jou niet kan overwinnen!

Niemand kan jou dwingen om een verschrikking te worden! Niemand kan jou dwingen om het kwade goed te noemen, en het goede kwaad! Dát is de vrijheid van het geloof. Dát is de waarheid die je vrij maakt!

Wat er echter van ons gevraagd wordt, is meer dan dat. Dit hele avontuur, al deze woorden die ons worden gegeven hebben niet tot doel om zogezegd: de bodem te vermijden, voorkomen dat we verschrikkingen worden. Stel je voor dat dat het hoogtepunt was van onze christelijke ambities! Niet: “reik naar de grootste hoogten waartoe wij geroepen zijn!” maar “Kijk uit hoor, val niet in de afgrond!”.

Wat een anticlimax zou dat zijn, wat een sof!

Nee, wat van ons gevraagd wordt, waartoe we worden uitgenodigd is veel meer dan dat. Verder op in vers 19 staat “dat zij [d.w.z. wij allen]  aan U toegewijd mogen zijn”, beter staat daar. “Dat zij heilig mogen worden”.

Toegewijd” dat is me wat te voorzichtig. Toegewijd is diegene die apart is gezet voor de dienst aan God. Dat is mooi hoor. En goed. Toegewijd zijn, dat mag wat met je doen.

Maar heilig zijn, dat is nog eens een ambitie. Geen persoonlijke ambitie, alsof dat kan hè, alsof je op Linkedin schrijft over de targets die je wil halen. Nee hè, nee. Dat werkt niet. Maar het is de ambitie van de Geest die ons gegeven is. Zoals Jezus en God één zijn, en we God dus kunnen kennen door Jezus, zo zijn wij ook tot eenheid geroepen, eenheid met Christus, eenheid met elkaar.

En stel je voor, hoe het zou zijn om mensen tegen te komen waarvan je zeggen kan. Deze vrouw, deze man, hoe die in het leven staat – zo leerde ik wat van God kennen. Dié zette mij op een pad.

We kunnen denken aan welke gaven zo iemand zou hebben. Iemand met wijsheid, die veel doorleefd heeft, maar ook raad – die weet hoe je moet omgaan met moeilijke situaties. Die weet dat het leven kan tegenzitten, maar toch altijd kracht weet te vinden om door te gaan wanneer het tegenzit of iemand je tegenwerkt. Iemand die kennis zoekt, moeilijke vragen niet uit de weg gaat. Die liefde heeft voor God en de naasten, en daardoor eerbied hebben voor God, en dus voor alles wat kostbaar en kwetsbaar is.

In het kort: de mensen die de gaven van de Geest hebben ontvangen, hebben verinnerlijkt en uit die gaven leven.

Die mensen zijn als een lont in de strooibaal, die brengen vuur op de Aarde! Die brengen God en mens nabij!

Wat zou er gebeuren als we met het Pinksterfeest volgende week om die gaven vragen, dat we die blijven ontvangen, die gaven in ons laten groeien, en zo licht brengen waar het duister is?

Dan verandert orakeltaal in klare woorden, verandert de schemering in licht. En de verschrikkingen van de nacht verdwijnen in het niets.

Kom, Heilige Geest, vervul de harten van uw gelovigen en ontsteek in hen het vuur van uw liefde. Zend uw Geest uit en alles zal herschapen worden. Amen.

Thursday, 14 May 2026

Hemelvaart 2026

Beste vrienden

Er is veel te doen in de kranten over wat het christendom nu echt betekent in de samenleving. Ben je als christelijke kerk één groep onder anderen, die moet denken aan zijn eigenbelang en positie, of ben je juist geroepen om geheel wat anders te zijn? Iets anders uit te beelden?

Hemelvaart is dan juist zo`n mooi feest omdat het duidelijk maakt waar het in de kerk om te doen is. Wát de opdracht is die tot de kern behoort van wat het is om kerk te zijn. Jezus gaat op naar de Hemel. Om te beginnen moeten we overwegen wat dat betekent. Wat ís de hemel?

Misschien dat sommigen onder u nog beelden meegekregen hebben over zachte wolkjes, waar je op zitten kan. Die voelen nu erg kunstmatig en ver weg. Maar dat soort beelden komen uit een tijd dat mensen het arm hadden, en hard moesten werken voor weinig. Dan is het zinnig om te denken aan een plaats van rust, voorbij alle moeite die je afslijt en stukmaakt.

Maar is de Hemel niet welbeschouwd niet zomaar een plaats? Plaatsen zijn begrensd. Ze hebben muren, en poorten. Een binnen en een buiten. Natuurlijk gebruikt de Bijbel zulke beelden wel, want wij zijn ruimtelijke wezens. Wij kunnen goed denken in drie dimensies, dat is onze beeldentaal. Maar als het gaat over de Hemel moeten wij daar … Niet zozeer er buiten stappen, maar er overheen. Of er dieper in. Dat is hetzelfde, maar dan anders.

Als de Hemel betekent: bij God zijn, wat houdt dat dan in? Kunnen we ons voorstellen dat Jezus op een zwevend, zijdezacht wolkje zit? Ergens ver weg? Nee. Die beelden komen niet bij elkaar. Het is dezelfde Jezus, dezelfde Heer, maar op een andere manier, verenigd met God.

Het domein van God is dat van het oneindige, het universele: hetgene dat voorbij alle tijden en alle plaatsen is. Het is geen plaats op een kaart, geen heilige berg waar je naar wijzen kan. Geen Olympus of de berg Kailash in de Himalaya. Het is een plaats van oneindige en universele betekenis.

Jezus komt van God, Jezus keert terug naar God, en door zijn terugkeer laat Hij zien dat wie hij is en wat hij deed niet zomaar bijzonder was, maar van universele betekenis voor iedereen. En omdat het universeel is, werkt het door. Altijd, op alle plaatsen, in alle tijden.

Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde , hoorden we in de woorden van het Evangelie. En juist omdat Jezus universeel betekenisvol is, moeten de leerlingen uitgaan onder alle volkeren.

Jezus zegt niet: jullie zijn één volk onder anderen en moeten anderen veroveren, anderen net zo laten praten, kleden en gedragen zoals jij. Zij moeten tot jouw volk gaan behoren. Dat staat er niet. Als christen worden betekent dat je Amerikaan moet worden, of net doen alsof je eigenlijk terug moet naar het West-Europa van 1958, dan kijk je niet vooruit, maar opzij. Of erger nog: achterom.

Nee, als kerk, als leerlingen, ga je uit onder alle volkeren, en zij mogen zijn wie ze zijn. In hun eigenheid, in hun eigen tijd, op hun eigen plaats. En zoals ze zijn, mogen ze opgenomen worden in dat universele verhaal, krijgt hun eigenheid universele betekenis.

Zouden we het omdraaien, gingen we over de kerk praten als waren we een etnische groep, of werd spreken over God en Christus en de kerk juist een manier om je af te zonderen van alle volkeren, of dat iedereen door jou opgezogen moet worden, geassimileerd tot wie jij bent.

Of als je God-taal gebruikt om jezelf een schouderklop te geven, of zelfs te denken dat jij door geboorte of afkomst meer rechten hebt dan een ander. … Nee. Dan hebben we de les van Hemelvaart nog niet geleerd.

De kracht van de Heilige Geest waar de eerste lezing over sprak, het begin van het Boek Handelingen, is dan ook gericht op ons. Op onze eigen manier mogen wij uitgaan over de hele wereld. Vroeger betekende dat letterlijk op reis gaan, tegenwoordig hoeven we alleen maar onszelf open te stellen voor ieder mens van goede wil die zich hier in ons land bevindt.

Ik hoor wel eens: vroeger was het beter, het makkelijker om christen te zijn. Maar als we denken in termen van Hemelvaart is het misschien eerder omgekeerd. Het wordt het ons tegenwoordig makkelijker gemaakt om de wereld te ontmoeten. Makkelijker dan ooit te voren.

Laten we zo vervuld van de Heilige Geest, uitgaan. Om de vreugde, en betekenis te delen van wat in ons is”nieuwe mensen zijn in een nieuwe wereld. Amen.


Saturday, 9 May 2026

Zesde Zondag Paastijd

 In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:

“Als gij Mij liefhebt, zult ge mijn geboden onderhouden.
En Ik zal de Vader vragen
en Hij zal u een andere Helper geven
om voor altijd met u te zijn:
de Geest van de waarheid,
die de wereld niet kan aanvaarden,
omdat zij Hem niet ziet en niet kent.
Gij kent Hem,
want Hij blijft bij u en zal in u zijn.
Ik zal u niet achterlaten als wezen:
Ik kom naar u toe.
Nog een korte tijd en de wereld zal Mij niet meer aanschouwen;
maar gij zult Mij aanschouwen,
want Ik leef en gij zult leven.
Op die dag zult gij erkennen,
dat Ik in mijn Vader ben
en gij in Mij en Ik in u.
Wie mijn geboden heeft en deze onderhoudt,
hij is het die Mij liefheeft.
En wie Mij liefheeft, zal door mijn Vader worden bemind;
ook Ik zal hem liefhebben
en Ik zal Mijzelf aan hem openbaren.”

Beste vrienden,

De leerlingen zijn met Jezus samen, maar Jezus gaat niet lang meer blijven. Voor de tweede keer gaan ze naar een soort afscheid toe. Dat maakt ze onrustig. Net zoals wanneer een vriend op een verre reis gaat en je weet niet precies wanneer hij terugkomt. Hij zegt wel dat Hij terugkomt, maar je weet niet op welke dag. Het kan wel even duren.

Met Jezus is het natuurlijk een beetje anders. We staan kort voor Hemelvaart, volgende week. Jezus neemt niet het vliegtuig naar een ver land, om daar een nieuw bestaan op te bouwen, maar gaat terug naar de plek waar hij vandaan komt. Bij de Vader in de Hemel.

Toch proef je nog even geen vrolijkheid over dat vooruitzicht bij de leerlingen. Want ook al hoort hij daar, hij hoort even goed hier. En totdat Hemel en aarde weer bij elkaar komen missen we Hem. Nu Hij hier op de wereld geweest is, ontbreekt er wat in ons leven.

De leerlingen zijn daar vooral mee bezig, het hier en nu. Hoe moet het nu met ons verder, zie je ze vragen. Blijven wij nu alleen achter? We hebben even aan alle mooie dingen mogen ruiken en nu opeens zijn ze weg? Hun wereld moet nog wat groter worden. Dat is de betekenis van de Paastijd: kennis maken met de verrezen Jezus en de grotere, wijde wereld waar je deel van uitmaakt.

In de Paastijd lezen we de Evangelieverhalen over de Verrezen Jezus die met de leerlingen omgaat , en we lezen uit het boek Handelingen, over hoe de leerlingen na Pinksteren uit hun omgeving stappen en de wereld in, opgaan naar vreemde plaatsen, omgaan met vreemde mensen. Dat is de geest van Pasen, leren over je eigen schaduw heen te stappen, je niet vastklampen aan het veilige verleden en de veilige omgeving.

Natuurlijk houden we daarvan, in onze eigen omgeving blijven. Niet teveel verandering. Vertrouwde mensen, vertrouwende plekken. De dingen doen zoals we die altijd gedaan hebben. Maar onze opdracht is zoveel groter dan dat. Het is natuurlijk om te houden van je eigen naaste omgeving, maar die plek is maar een oefenplaats waar je de hele wereld leert liefhebben. Het is makkelijk om van je naaste te houden als die op je lijkt, maar wat als je leren moet dat iedereen je naaste kan zijn?

Dat kunnen we niet één, twee drie. Daar hebben we wat hulp bij nodig. In dit geval letterlijk: de Helper moet komen, de Heilige Geest die ons moet leren dat de liefde niet gerantsoeneerd moet worden, dat er eens te weinig zou zijn voor wie er toe doet. De liefde is geen belastinggeld dat opraakt, of een lening die je met moeite moet terugbetalen. Of een klein pensioen waar de inflatie elk jaar wat van af knabbelt, waar je zuinig mee moet omgaan.

Als je er zo over zou denken dan doe je jezelf te kort. De Geest is rijker dan dat, want Hij verbindt ons met God door Jezus. En alles wat van God komt heeft meer in zich dan aan de buitenkant lijkt.

We mogen het avontuur dus aangaan. Niet omdat opeens alles goed zal komen, of het leven opeens een loterij zonder nieten wordt, maar omdat de belofte zichzelf vervult op een manier die wij niet van te voren kunnen voorzien.

In deze meimaand denken we dan vooral aan Maria. Zij is de voorbeeld van het geloof. Als zij op de Engel antwoordt met mij geschiedde naar uw woord. Weet zij ook niet wat zij losmaakt. Maar het mag gebeuren. Wij vertrouwen daarop. Laten wij ook op onze beurt, dat avontuur aangaan.


Amen.


Friday, 1 May 2026

Jozef Arbeider

 

Beste vrienden,

We hebben een hele mooie lezing op deze dag. Het is de opening van de meimaand, waarin we Maria centraal stellen. Dan is het de eerste mei , de feestdag van St. Jozef de Arbeider en de lezing van de dag gaat over Jezus zelf die de leerlingen vertelt dat hij voor hen een plaats gaat bereiden in het huis van de Vader, een huis met veel kamers.

Maria, Jozef en Jezus hebben ons alle drie iets te zeggen op deze dag. We beginnen met Maria, want bij Maria is waar ons verhaal begint. Jezus vindt zijn oorsprong zowel in Gods gesproken Woord, als in het antwoord dat Maria daarop geeft. Zij beeldt uit wat ons geloof is. God spreekt, wij geven antwoord. Is ons geloof volmaakt, dan zeggen wij – net als Maria – mij geschiedde naar uw woord – is dat wat minder volmaakt dan zeggen en doen wij wat minder – maar als er maar een mosterdzaadje is blijven we op dat pad dat Maria ons voorgaat, en kan God grote dingen met ons doen.

Maria staat er niet alleen voor, zij is samen met Jozef haar man. Jozef de Timmerman. Jozef de Arbeider. Je kan het Griekse woord voor het beroep van Jozef zelfs – als je zou willen – vertalen met bouwmeester. Iemand die ruimtes maakt, in orde brengt. Zorgt dat mensen kunnen wonen en leven.

Jozef de Arbeider leert ons de les dat het in het geloof, het antwoord dat wij op Gods Woord geven niet alleen draait om woorden en meningen. We moeten er letterlijk mee aan de slag. Soms zien we dit ook om ons heen. Als mensen te weinig om handen hebben, raken ze de weg kwijt in zichzelf. Arbeid is niet alleen nuttig, iets om geld mee te verdienen, maar geeft ook ons leven vorm. Als we geluk hebben kan het zelfs deel zijn van je identiteit – wie je bent als mens. Identiteiten zijn niet zozeer de dingen waar je eindeloos over praat, maar eerder datgene wat je bent, wat je doet. Jozef stond niet bekend als een grote prater, maar in alles wat hij deed leerde men hem kennen.

Zo gezien is de manier waarop je je werk doet ook een manier waarop je je geloof beleeft. Niet altijd met grote (of kleine) woorden, maar in hoe je van dag tot dag doet wat je moet doen, en hopelijk zo iets bijdraagt aan de wereld.

Maar het werk op Aarde heeft niet het laatste woord. Gelukkig maar. Want wie onder ons kan altijd zeker zijn van de vruchten van je arbeid. Zelfs als je altijd je best gedaan hebt kun je niet altijd rekenen op succes en waardering,. Vaak is wat mensen zien wat je doet, enkel het topje van de ijsberg – alles wat daaronder ligt, en éven echt is, wordt voor kennisgeving aangenomen.

Zelfs de meest succesvolle mens op aarde maakt geen dingen voor de eeuwigheid. Hoe belangrijk ons werk ook is, het is maar een voorbereiding op wat komen moet. Alles wat we doen, is gericht op het verbonden blijven met Jezus, Hem ontmoeten, leerling zijn. Ons doen is stukwerk, maar de navolging leidt ons naar een ladder die nooit wiebelt of wankelt. Een zeker pad.

Maken wij ruimte voor de mensen om ons heen, dan mogen we ook geloven dat er ruimte voor ons zal zijn. Ruimte om te leven. Nu al. En later nog meer. In overvloed. Dan mogen we werkelijk thuiskomen, in een woning voorbij alle werk, voorbij alle moeite. En ja, zelfs voorbij ons geloof, omdat alles waar we op hoopten dan werkelijkheid geworden is.

Door Maria, met Jozef, tot Christus.

Amen.