In die tijd
sloeg
Jezus zijn ogen ten hemel en zei:
“Vader, het uur is
gekomen.
Verheerlijk uw Zoon, opdat de Zoon U verheerlijke.
Gij
hebt Hem immers macht gegeven over alle mensen,
om eeuwig leven te
geven aan hen die Gij Hem gegeven hebt.
Dit nu is het eeuwige
leven,
dat zij U kennen, de enige ware God
en Hem die Gij hebt
gezonden: Jezus Christus.
Ik heb U op aarde verheerlijkt
door
het werk te volbrengen dat Gij Mij gegeven hebt om te doen.
En nu,
Gij, Vader, verheerlijk Mij bij Uzelf
met de heerlijkheid, die Ik
bij U had, voordat de wereld er was.
Ik heb uw Naam geopenbaard
aan de mensen
die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt.
U
behoorden ze toe en Mij hebt Gij ze gegeven
en zij hebben uw woord
onderhouden.
Nu weten zij dat al wat Gij Mij gegeven hebt, van U
komt.
Want de woorden die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun
gegeven,
en zij hebben ze aangenomen
en hebben naar waarheid
erkend dat Ik van U ben uitgegaan,
en zij hebben geloofd dat Gij
Mij hebt gezonden.
Ik bid voor hen, niet voor de wereld bid
Ik,
maar voor hen die Gij Mij gegeven hebt, omdat zij U
toebehoren.
Al het mijne is van U en het uwe van Mij,
en in hen
ben Ik verheerlijkt.
Ik ben niet langer in de wereld,
maar zij
zijn in de wereld en Ik kom naar U toe.”
Beste vrienden
In de tussendagen tussen de Hemelvaart en Pinksteren kijken we terug en horen we woorden van Jezus die hij uitsprak vóór dat Hij gearresteerd werd, voordat hij het lijden en de dood inging. We lezen deze zondag maar een stukje ervan, maar de kern van alles waar het Jezus om te doen was staat hier in. Als we de woorden echter zo over ons heen wassen voelen ze vreemd aan. Niet alleen maar omdat het voelt als moeilijke woorden, maar juist omdat ze onze blik omhoog neigen. Het gaat hier niet meer om wat alledaags is en dichtbij, maar om wat van eeuwigheid is.
En dan komt er nog eens bij dat de woorden die er staan ook niet zo makkelijk te begrijpen zijn. Ze verwijzen niet naar dingen om ons heen, maar om concepten. En ze zijn ook nog eens vertaald in woorden die wij kennen, maar de beelden die bij de woorden horen rijmen niet per se op wat er oorspronkelijk stond.
Als we denken aan een woord als “wereld” denken we vanzelf aan van alles wat buiten ons is. Mensen, dieren, steden, bergen en oceanen. Dat alles is 'de wereld'. En als we horen 'kennis', dan denken aan iets dat in een database staat, of in een artikel of een boek. Iets dat wezenlijk buiten ons bestaat, en wat je eventueel verworven hebt of niet.
En erger nog, dan zijn er concepten die wegvertaald zijn, “alle mensen” is zoiets. Daar zou je zo overheen lezen, en dan denk je dat je weet waar het over gaat. Maar het Griekse woord wat daaronder ligt heeft een veel wijdere betekenis, en betekent zoiets als “alles dat leeft”.
En dan zou ik daar ook nog wat over willen zeggen zonder dat het een lezing wordt! Dan zou alles wat Jezus ons te zeggen heeft over ons heen wassen. Misschien zouden we een paar keer knikken tijdens die redevoering. Het lijkt zo onbeleefd om maar verdoofd naar Jezus te staren en te denken "waar heeft hij het over?"
Maar het is niet zo dat als de leerlingen vervolgens gevraagd worden: “wat zei Jezus nou”? Dat ze dan wat begonnen te stamelen en iets zeiden als “professor Jezus... was zó geleerd, en euh. Ja. We moeten er nog even over nadenken. We gaan het er verder over hebben na onze Conferentie. “Tien Jaar Jezus, Een Terugblik” ”.
Nee, ze gingen naar buiten. Ze vertelden er over. Ze wachten geen tien jaar. En wat was het wat ze zeiden?
Jezus Christus heeft God op Aarde bekendgemaakt. Niet door er theorieën of verhalen over te vertellen, maar door God te laten zien. In zijn leven, in zijn voorbeeld, in wat hij zei door wat hij deed en door wat hij liet maakte Hij Hem aanwezig.
Hij leefde eerst in het verborgene? Zo is God!
Hij ging achter mensen aan die niemand wilde zien? Dat is God!
Hij genas de ongeneeslijken, bevrijdde de bezetenen en bracht de doden tot leven? Dat is Gods werk!
Hij sprak woorden van bevrijding, die je laten zien waar het écht om gaat? Dat zijn de woorden van God!
Hij liet zich niet in met spelletjes over wie er onderkoning moet wezen, en wiens neef de komende twee jaar assistent-Hogepriester mag zijn? Dat interesseert God weinig!
Jezus wil zich zo verenigen met alle pijn en lijden van de mensen dat Hij zelfs door de dood heen gaat, door de dood aan het kruis? Hoe onvoorstelbaar ook, dat is wat God doet!
En door de dood heengegaan laat Hij zien dat Hij de Levende is, bron en toekomst van al het levende? Hij is God!
En zelfs wanneer Hij teruggaat naar de Vader, dan zendt hij de Geest, zodat je kan weten dat God voor je blijft zorgen, je blijft behouden. Zo is God, niet ver weg. Maar altijd dichtbij.
De wereld – dat wil zeggen – iedereen die denkt dat ze er beter van gaan worden door een ander te vertrappen mag Hem niet? Dat blijkt. Ook dat is kennis, niet van God, maar van de wereld.
Zij mogen God ook niet, echt niet.
Ze verzetten zich tegen Hem.
En ze hebben geen ongelijk dat ze Hem als een gevaar zien. Een gevaar voor hun plannetjes dan toch.
De wereld, dat is in deze passage niet zozeer een plek, maar ten diepste een macht. De macht die je vertelt dat je jezelf redden kan door een verschrikking te zijn. Dat je zo je dorp kan redden, of je land, of je volk, of erger nog: de kerk, of het geloof. Dat waar je voor staat zo goed is dat je slecht mag zijn, zelfs slecht moet zijn. De wereld noemt dat zelfs 'een offer'. En als we dat horen weten we: de wereld draait (-) alles (-) om.
Dat is niet wie God is. De wereld brengt de dood!
Zo (-) is (-) God (-) niet.
Dat alles, wie hij wèl is, wij hij níet is, is de kennis van God die Jezus brengt.
De kennis van God, staat niet in een boek. Begrijp me niet verkeerd. Boeken zijn heel zinvol. Studeren is goed. Iedereen moet zijn of haar vak bijhouden, daar ben ik sterk van overtuigd. Maar de waarheid over God is geen kwestie van wie het best heel abstract na kan denken. Kennis van God is intiem, een zaak van het hart.
Het is een kwestie van beseffen [DRIESLAG] wie God voor ons is. Wat Hij voor ons doet, wat dat van ons vraagt.
Wie is God voor ons? Dat weten we. Wie Jezus ziet, ziet de Vader!
Wat doet Hij voor ons? Het evangelie van vandaag zegt: wij behoren Hem toe. De rest van het Hogepriesterlijk Gebed dat wij deze zondag helaas niet lezen gaat daar verder op in. Maar dat wil niet zeggen dat er niks gebeurt! Er staat kort gezegd: omdat wij Hem behoren behoudt Hij ons.
Dat wil niet zeggen dat ons niks kan overkomen. Dat betekent niet dat we geen tegenwind krijgen. Het betekent zeker niet dat onze verlangens altijd uit gaan komen. Gods koninkrijk is geen Kokanje, waar de gebraden haan zo je mond in vliegt.
Het betekent wél dat als je trouw blijft aan wat God je geeft en daar met geloof op antwoordt de wereld jou niet kan overwinnen!
Niemand kan jou dwingen om een verschrikking te worden! Niemand kan jou dwingen om het kwade goed te noemen, en het goede kwaad! Dát is de vrijheid van het geloof. Dát is de waarheid die je vrij maakt!
Wat er echter van ons gevraagd wordt, is meer dan dat. Dit hele avontuur, al deze woorden die ons worden gegeven hebben niet tot doel om zogezegd: de bodem te vermijden, voorkomen dat we verschrikkingen worden. Stel je voor dat dat het hoogtepunt was van onze christelijke ambities! Niet: “reik naar de grootste hoogten waartoe wij geroepen zijn!” maar “Kijk uit hoor, val niet in de afgrond!”.
Wat een anticlimax zou dat zijn, wat een sof!
Nee, wat van ons gevraagd wordt, waartoe we worden uitgenodigd is veel meer dan dat. Verder op in vers 19 staat “dat zij [d.w.z. wij allen] aan U toegewijd mogen zijn”, beter staat daar. “Dat zij heilig mogen worden”.
“Toegewijd” dat is me wat te voorzichtig. Toegewijd is diegene die apart is gezet voor de dienst aan God. Dat is mooi hoor. En goed. Toegewijd zijn, dat mag wat met je doen.
Maar heilig zijn, dat is nog eens een ambitie. Geen persoonlijke ambitie, alsof dat kan hè, alsof je op Linkedin schrijft over de targets die je wil halen. Nee hè, nee. Dat werkt niet. Maar het is de ambitie van de Geest die ons gegeven is. Zoals Jezus en God één zijn, en we God dus kunnen kennen door Jezus, zo zijn wij ook tot eenheid geroepen, eenheid met Christus, eenheid met elkaar.
En stel je voor, hoe het zou zijn om mensen tegen te komen waarvan je zeggen kan. Deze vrouw, deze man, hoe die in het leven staat – zo leerde ik wat van God kennen. Dié zette mij op een pad.
We kunnen denken aan welke gaven zo iemand zou hebben. Iemand met wijsheid, die veel doorleefd heeft, maar ook raad – die weet hoe je moet omgaan met moeilijke situaties. Die weet dat het leven kan tegenzitten, maar toch altijd kracht weet te vinden om door te gaan wanneer het tegenzit of iemand je tegenwerkt. Iemand die kennis zoekt, moeilijke vragen niet uit de weg gaat. Die liefde heeft voor God en de naasten, en daardoor eerbied hebben voor God, en dus voor alles wat kostbaar en kwetsbaar is.
In het kort: de mensen die de gaven van de Geest hebben ontvangen, hebben verinnerlijkt en uit die gaven leven.
Die mensen zijn als een lont in de strooibaal, die brengen vuur op de Aarde! Die brengen God en mens nabij!
Wat zou er gebeuren als we met het Pinksterfeest volgende week om die gaven vragen, dat we die blijven ontvangen, die gaven in ons laten groeien, en zo licht brengen waar het duister is?
Dan verandert orakeltaal in klare woorden, verandert de schemering in licht. En de verschrikkingen van de nacht verdwijnen in het niets.
Kom, Heilige Geest, vervul de harten van uw gelovigen en ontsteek in hen het vuur van uw liefde. Zend uw Geest uit en alles zal herschapen worden. Amen.