Saturday, 9 May 2026

Zesde Zondag Paastijd

 In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:

“Als gij Mij liefhebt, zult ge mijn geboden onderhouden.
En Ik zal de Vader vragen
en Hij zal u een andere Helper geven
om voor altijd met u te zijn:
de Geest van de waarheid,
die de wereld niet kan aanvaarden,
omdat zij Hem niet ziet en niet kent.
Gij kent Hem,
want Hij blijft bij u en zal in u zijn.
Ik zal u niet achterlaten als wezen:
Ik kom naar u toe.
Nog een korte tijd en de wereld zal Mij niet meer aanschouwen;
maar gij zult Mij aanschouwen,
want Ik leef en gij zult leven.
Op die dag zult gij erkennen,
dat Ik in mijn Vader ben
en gij in Mij en Ik in u.
Wie mijn geboden heeft en deze onderhoudt,
hij is het die Mij liefheeft.
En wie Mij liefheeft, zal door mijn Vader worden bemind;
ook Ik zal hem liefhebben
en Ik zal Mijzelf aan hem openbaren.”

Beste vrienden,

De leerlingen zijn met Jezus samen, maar Jezus gaat niet lang meer blijven. Voor de tweede keer gaan ze naar een soort afscheid toe. Dat maakt ze onrustig. Net zoals wanneer een vriend op een verre reis gaat en je weet niet precies wanneer hij terugkomt. Hij zegt wel dat Hij terugkomt, maar je weet niet op welke dag. Het kan wel even duren.

Met Jezus is het natuurlijk een beetje anders. We staan kort voor Hemelvaart, volgende week. Jezus neemt niet het vliegtuig naar een ver land, om daar een nieuw bestaan op te bouwen, maar gaat terug naar de plek waar hij vandaan komt. Bij de Vader in de Hemel.

Toch proef je nog even geen vrolijkheid over dat vooruitzicht bij de leerlingen. Want ook al hoort hij daar, hij hoort even goed hier. En totdat Hemel en aarde weer bij elkaar komen missen we Hem. Nu Hij hier op de wereld geweest is, ontbreekt er wat in ons leven.

De leerlingen zijn daar vooral mee bezig, het hier en nu. Hoe moet het nu met ons verder, zie je ze vragen. Blijven wij nu alleen achter? We hebben even aan alle mooie dingen mogen ruiken en nu opeens zijn ze weg? Hun wereld moet nog wat groter worden. Dat is de betekenis van de Paastijd: kennis maken met de verrezen Jezus en de grotere, wijde wereld waar je deel van uitmaakt.

In de Paastijd lezen we de Evangelieverhalen over de Verrezen Jezus die met de leerlingen omgaat , en we lezen uit het boek Handelingen, over hoe de leerlingen na Pinksteren uit hun omgeving stappen en de wereld in, opgaan naar vreemde plaatsen, omgaan met vreemde mensen. Dat is de geest van Pasen, leren over je eigen schaduw heen te stappen, je niet vastklampen aan het veilige verleden en de veilige omgeving.

Natuurlijk houden we daarvan, in onze eigen omgeving blijven. Niet teveel verandering. Vertrouwde mensen, vertrouwende plekken. De dingen doen zoals we die altijd gedaan hebben. Maar onze opdracht is zoveel groter dan dat. Het is natuurlijk om te houden van je eigen naaste omgeving, maar die plek is maar een oefenplaats waar je de hele wereld leert liefhebben. Het is makkelijk om van je naaste te houden als die op je lijkt, maar wat als je leren moet dat iedereen je naaste kan zijn?

Dat kunnen we niet één, twee drie. Daar hebben we wat hulp bij nodig. In dit geval letterlijk: de Helper moet komen, de Heilige Geest die ons moet leren dat de liefde niet gerantsoeneerd moet worden, dat er eens te weinig zou zijn voor wie er toe doet. De liefde is geen belastinggeld dat opraakt, of een lening die je met moeite moet terugbetalen. Of een klein pensioen waar de inflatie elk jaar wat van af knabbelt, waar je zuinig mee moet omgaan.

Als je er zo over zou denken dan doe je jezelf te kort. De Geest is rijker dan dat, want Hij verbindt ons met God door Jezus. En alles wat van God komt heeft meer in zich dan aan de buitenkant lijkt.

We mogen het avontuur dus aangaan. Niet omdat opeens alles goed zal komen, of het leven opeens een loterij zonder nieten wordt, maar omdat de belofte zichzelf vervult op een manier die wij niet van te voren kunnen voorzien.

In deze meimaand denken we dan vooral aan Maria. Zij is de voorbeeld van het geloof. Als zij op de Engel antwoordt met mij geschiedde naar uw woord. Weet zij ook niet wat zij losmaakt. Maar het mag gebeuren. Wij vertrouwen daarop. Laten wij ook op onze beurt, dat avontuur aangaan.


Amen.


Friday, 1 May 2026

Jozef Arbeider

 

Beste vrienden,

We hebben een hele mooie lezing op deze dag. Het is de opening van de meimaand, waarin we Maria centraal stellen. Dan is het de eerste mei , de feestdag van St. Jozef de Arbeider en de lezing van de dag gaat over Jezus zelf die de leerlingen vertelt dat hij voor hen een plaats gaat bereiden in het huis van de Vader, een huis met veel kamers.

Maria, Jozef en Jezus hebben ons alle drie iets te zeggen op deze dag. We beginnen met Maria, want bij Maria is waar ons verhaal begint. Jezus vindt zijn oorsprong zowel in Gods gesproken Woord, als in het antwoord dat Maria daarop geeft. Zij beeldt uit wat ons geloof is. God spreekt, wij geven antwoord. Is ons geloof volmaakt, dan zeggen wij – net als Maria – mij geschiedde naar uw woord – is dat wat minder volmaakt dan zeggen en doen wij wat minder – maar als er maar een mosterdzaadje is blijven we op dat pad dat Maria ons voorgaat, en kan God grote dingen met ons doen.

Maria staat er niet alleen voor, zij is samen met Jozef haar man. Jozef de Timmerman. Jozef de Arbeider. Je kan het Griekse woord voor het beroep van Jozef zelfs – als je zou willen – vertalen met bouwmeester. Iemand die ruimtes maakt, in orde brengt. Zorgt dat mensen kunnen wonen en leven.

Jozef de Arbeider leert ons de les dat het in het geloof, het antwoord dat wij op Gods Woord geven niet alleen draait om woorden en meningen. We moeten er letterlijk mee aan de slag. Soms zien we dit ook om ons heen. Als mensen te weinig om handen hebben, raken ze de weg kwijt in zichzelf. Arbeid is niet alleen nuttig, iets om geld mee te verdienen, maar geeft ook ons leven vorm. Als we geluk hebben kan het zelfs deel zijn van je identiteit – wie je bent als mens. Identiteiten zijn niet zozeer de dingen waar je eindeloos over praat, maar eerder datgene wat je bent, wat je doet. Jozef stond niet bekend als een grote prater, maar in alles wat hij deed leerde men hem kennen.

Zo gezien is de manier waarop je je werk doet ook een manier waarop je je geloof beleeft. Niet altijd met grote (of kleine) woorden, maar in hoe je van dag tot dag doet wat je moet doen, en hopelijk zo iets bijdraagt aan de wereld.

Maar het werk op Aarde heeft niet het laatste woord. Gelukkig maar. Want wie onder ons kan altijd zeker zijn van de vruchten van je arbeid. Zelfs als je altijd je best gedaan hebt kun je niet altijd rekenen op succes en waardering,. Vaak is wat mensen zien wat je doet, enkel het topje van de ijsberg – alles wat daaronder ligt, en éven echt is, wordt voor kennisgeving aangenomen.

Zelfs de meest succesvolle mens op aarde maakt geen dingen voor de eeuwigheid. Hoe belangrijk ons werk ook is, het is maar een voorbereiding op wat komen moet. Alles wat we doen, is gericht op het verbonden blijven met Jezus, Hem ontmoeten, leerling zijn. Ons doen is stukwerk, maar de navolging leidt ons naar een ladder die nooit wiebelt of wankelt. Een zeker pad.

Maken wij ruimte voor de mensen om ons heen, dan mogen we ook geloven dat er ruimte voor ons zal zijn. Ruimte om te leven. Nu al. En later nog meer. In overvloed. Dan mogen we werkelijk thuiskomen, in een woning voorbij alle werk, voorbij alle moeite. En ja, zelfs voorbij ons geloof, omdat alles waar we op hoopten dan werkelijkheid geworden is.

Door Maria, met Jozef, tot Christus.

Amen.



Sunday, 26 April 2026

Vierde Zondag Paastijd A

  

In die tijd zei Jezus:
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:
wie niet door de deur,
maar langs een andere weg de schaapskooi binnengaat,
hij is een dief en een rover.
Maar wie door de deur binnengaat,
is de herder van de schapen.
Hem doet de deurwachter open.
De schapen luisteren naar zijn stem;
hij roept zijn schapen bij hun naam en leidt ze naar buiten.
En als hij al zijn schapen naar buiten heeft gebracht,
trekt hij voor hen uit,
terwijl zij hem volgen, omdat zij zijn stem kennen.
Een vreemde echter zullen zij niet volgen;
integendeel, zij zullen van hem wegvluchten,
omdat ze de stem van vreemden niet kennen.”
Deze gelijkenis vertelde Jezus hun,
maar zij begrepen niet wat Hij hun wilde zeggen.
Een andere keer zei Jezus tot hen:
“Voorwaar, voorwaar Ik zeg u:
Ik ben de deur van de schapen.
Allen die vóór Mij zijn gekomen, zijn dieven en rovers,
maar de schapen hebben niet naar hen geluisterd.
Ik ben de deur.
Als iemand door Mij binnengaat, zal hij worden gered;
hij zal in- en uitgaan en weide vinden.
De dief komt alleen maar om te stelen,
te slachten en te vernietigen.
Ik ben gekomen, opdat zij leven zouden bezitten,
en wel in overvloed.”

 

Op het internet, waar ik wel eens kom, laat zich van alles vinden. Eén account in het bijzonder volg ik erg graag. Dat is een kennis van mij en die volgt allerlei charlatans, pillendraaiers, toverkollen, Vinex-sjamanen en sterrenwichelaars die op internet hun diensten aanbieden aan goedgelovige mensen. Dat doen ze niet om niet. Integendeel: daar verdienen ze heel veel geld mee. Die kennis van mij laat dan zien welke goochelarij en andere doortrapte psychologische trucs ze gebruiken om mensen geld af te troggelen voor een ingestraalde wondersteen of een dubieus “coachingstraject”. Hij ontmaskert ze op een erg grappige manier en dat is leuk om te lezen. Toch moet ik ook wel eens zeggen als ik weer een aflevering van hem lees: we lachen om niet te moeten huilen, want eigenlijk is het verschrikkelijk dat mensen opgelicht worden met valse beloftes over heil, persoonlijke vervulling, of genezing van lichaam of geest.

Daar moest ik aan denken toen ik het evangelie van vandaag was. Een rijke tekst met veel beelden die echter ook de mogelijkheid van een groot conflict uitdrukken. We horen over de herder en de schaapsstal, de deur waardoor moet worden binnengegaan en die deur is Jezus zelf. Maar we horen ook over sluikwegen, inbrekers. Over dieven die hun hand uitstrekken naar de schapen. We zien zowel licht als duister voor ons afgebeeld.

Dit chiaroscuro - dit spel van licht en schaduw - hoort bij het evangelie dat we lezen. Dit hoort bij Johannes. Naar mate Jezus zichzelf meer en meer openbaart, steeds zichtbaarder wordt wie Hij is, worden ook de contouren van de duisternis van de gevallen wereld, de wereld die het Evangelie bestrijdt,  steeds duidelijker. We kunnen dus ook niet enkel maar over het licht spreken. Het zou mooi zijn als we enkel hoefden te spreken over de mooie dingen maar er zijn dit leven en in het christelijke leven niet alleen maar mooie dingen. We moeten licht én duister samen overwegen. Alleen sámen vormen zij een beeld waarvan wij de volheid van de boodschap kunnen vatten.

Jezus gebruikt levendige Bijbelse beelden die ook bij ons veel herkenning oproepen. Het beeld van de herder, de schapen en de schaapstal.  De herder en zijn schapen, dát is het beeld bij uitstek van de relatie tussen het Volk van God en God zelf. Zoals we nu zouden zeggen: God en de kerk of zelfs God en alle mensen. Want ieder mens staat in een relatie tot God.  

God werkt echter nooit alleen, hij roept mensen om zijn kudde te weiden. Mensen die zorg moeten dragen voor anderen. Deze moeten – zo is de Bijbelse verwachting - échte herders zijn naar het beeld van Jezus Christus. Mede door hun boodschap en hun voorbeeld brengen ze de schapen naar de volheid van het leven. Maar er zijn ook kapers op de kust. Dat is óók een Bijbelse en historische realiteit. We mogen niet doen alsof dat iets is wat eigenlijk niet gebeurt. Dan vervalsen we de boodschap en laten de luiken wijd open staan opdat er van alles binnen kan komen.

Er zijn ook mensen die niet willen voldoen aan dat beeld. Die wél genieten van de kudde, maar hun rol niet willen innemen naar het voorbeeld van Jezus Christus. Om het even scherp te stellen, geen enkele herder zal hieraan kunnen voldoen. Die lat ligt altijd te hoog. Jezus waarschuwt ons niet tegen het niet-kunnen – want niemand kan dat uit zichzelf - maar tegen het niet-willen. Tegen het werkelijk iets volledig ánders doen dan wat de Heer ons heeft voorgezegd en voorgedaan.

In het evangelie is een scherpe scheiding, er is de Herder, die ook de Deur is, Jezus Christus, en er zijn dieven en rovers. Uit de andere Bijbelse teksten kennen we ook nog de categorie van de huurlingen. Die werken wel, maar niet uit liefde. En als het spannend wordt zijn ze weg.

Wie toegang tot de kudde probeert te krijgen door een andere deur dan die van Jezus Christus, die is in het in het beste geval huurling, maar er zijn ook échte dieven. En in de geschiedenis van de kerk hebben we genoeg met dieven te maken gehad. Priesters, bisschoppen maar ook andere raadgevers en allerhande kerkelijke ambtenaren die zich door de eeuwen heen tegoed hebben gedaan aan de wereldlijke vruchten van de kerk. Dieven en huurlingen zullen altijd bij ons zijn, dus moet je als kerk ook altijd waakzaam zijn.

Bij het aantreden van paus Franciscus zg sprak hij zijn hoop uit dat de kerk een arme kerk kon zijn, voor arme mensen. Bijzondere woorden. Hij gebruikt ze niet voor niets. Dat zei hij niet om armoede te verheerlijken of uit een vreemde romantische overtuiging dat het intrinsiek beter is om weinig te hebben. Armoede bij mensen is een gesel, armoede verwringt de menselijke ziel als je overal tekort aan hebt. 

Maar een kerk of welke religieuze gemeenschap dan ook die eindeloos vermogen opstapelt loopt groot gevaar haar roeping te verliezen. Dat is een langzaam, sluipend proces. Je merkt er van dag tot dag niks van maar uiteindelijk sta je op een heel ander pad. 

Maar het kan nog erger. Er zijn naast huurlingen nóg ernstigere gevallen: er zijn ook degenen die actief jacht maken op de schapen. Die hen oplichten, uitzuigen of misbruiken. We kennen de afgelopen vijftien jaar voorbeelden genoeg, want alles wat in de duisternis verricht is zal aan het licht komen. Je kan zelfs aan de buitenkant arm zijn, als gemeenschap, klooster, of beweging, en van binnen opgeblazen zijn van trots, eigendunk, mateloosheid en lust. 

Dus nee, je ziet het niet aan de buitenkant. Slechts aan de vruchten zie je dat. 

Als we die vruchten proeven schokt het ons omdat wij het zó graag anders zouden willen zien, maar we hoeven ons niet geschokt te blijven voelen. 

Dit is namelijk niet iets van de laatste jaren en ook niet iets van de voorbije geschiedenis. Jezus waarschuwt er ons al tegen. In deze wereld, in de kerk op aarde is er geen licht zonder duisternis. We vinden het bij elkaar en pas op de jongste dag wordt de oogst van het onkruid gescheiden.

Wij moeten hier ons dus niet door laten verontrusten. In de schaapsstal zijn wij beschermd als wij luisteren naar Jezus’ stem en altijd blijven opletten dat wie er ook naar ons toekomt Zíjn woorden spreekt, in Zijn naam optreedt. Jezus Christus ís de Deur, er is geen andere deur. Verleidelijk sprekende mensen die het op ons en evt. onze portemonnee voorzien hebben met nieuwe, vreemde boodschappen of doortrapte plannen kunnen ons éven op het verkeerde been zetten, dat is waar, maar zij kunnen ons niet weghouden van die deur. Zij kunnen hun medemens beschadigen, soms ernstig, maar de dief is niet groter dan de Herder.

Wie het ook is die kwaad wil, hij kan ons niet uit zichzelf weghalen uit de schaapsstal. Zij kunnen ons niet op een ander pad brengen dan datgene waar wij door Jezus Christus, vanuit Gods genade, verlicht door het Evangelie en door het geloof bevestigd op geplaatst zijn. Dat stáát.  

Laat ons hart dus nooit verontrust worden als we horen over dieven en huurlingen. Zij behoren tot de dingen die voorbijgaan. Verbinden wij ons liever met de Levende die heerst in de eeuwen der eeuwen. Want bij Hem is leven in overvloed.  

Amen.

 

 

Saturday, 18 April 2026

Derde Zondag Paastijd - Familieviering

 

Beste kinderen en ouders , beste mensen

We zijn vandaag op weg met de leerlingen die naar Emmaus gaan. En daar is wat mee aan de hand, die zijn namelijk niet zomaar op pad om ergens naar toe te gaan. Als in: we gaan ergens heen want daar is wat te doen, te zien of te bereiken. Ze gaan weg van iets. Ze zijn verdrietig.

Ze waren leerlingen van Jezus en hebben meegemaakt wat er allemaal gebeurd is. Ze waren samen op Palmpasen, toen Jezus werd binnengehaald, en dat zag er zo feestelijk uit. Nu zou het allemaal goedkomen! Maar toen werd Jezus midden in de nacht gearresteerd en ter dood veroordeeld.

De zondag daarop pakken ze hun boeltje en gaan naar Emmaus toe. Niet dat daar wat te doen is verder. Emmaus was een beetje het busstation van de eerste eeuw. Als je weg wilde uit Jeruzalem dan was dat een makkelijke eerste bestemming. Vandaar ging je dan weer ergens anders heen. Waar maakte niet uit, als het maar niet meer Jeruzalem was.

Daar was namelijk voor hen niks meer. Ze wisten nog niet dat het Pasen was. Terwijl ze naar Emmaus gaan loopt er iemand bij hen op. Ze weten niet wie het is. Zo gaat het wel vaker als je erg verdrietig bent, dan zie je de dingen niet meer helder. De vreemdeling vraagt hen waarom ze zo bedroefd zijn. En terwijl ze vertellen over Jezus knikt de man vriendelijk en stelt allemaal nieuwe vragen. Staat er dit niet in de Bijbel? En dat ook niet?

Hij houdt zelf geen groot verhaal, zo van “ik ga het je eens uitleggen waarom jij het helemaal fout hebt.” Hij stelt alleen maar vragen. Maar wel de goede. Langzaam maar zeker wordt die waas van verdriet minder dicht. Als ze bij Emmaus komen doet de man alsof hij wil doorlopen.

Dat is een beetje vreemd, want in het donker rondlopen – dat deed je echt niet in de tijd van Jezus, dat is veel te gevaarlijk! Ze halen hem over om te blijven. Als ze dan aan tafel gaan en de man breekt het brood, zien ze (even!) wie het is. Jezus zelf. En als ze het doorhebben is Hij weer weg.

Dan doen ze gelijk wat ze ander afraadden: midden in de nacht gaan ze terug naar Jeruzalem. Er is geen tijd te verliezen! Jezus is helemaal niet dood en begraven. Hij leeft, en werkt in hun leven!

Als ze terug zijn horen ze van het Lege Graf en staan ze voor een nieuw begin. Hoe zou dat verder aflopen allemaal?

Soms kunnen we verdrietig zijn over wat er met ons gebeurt. Dan zien we alles niet meer zo goed als dat we normaal zouden doen. Dat was zelfs met de leerlingen van Jezus zo. Dan is het goed om te zien wat Jezus doet. Hij gaat geen heel verhaal afsteken, alsof hij een mensenmassa toespreekt, maar hij staat er ongemerkt naast en stelt de goede vragen. “Hoe werkt dit ook al weer?” , en “Kun je me nog eens vertellen over die keer dat … zus en zo gebeurde?”. Niet omdat Jezus het antwoord niet weet, maar om de leerlingen weer een beetje uit hun waas te helpen.

En zoals een goede leraar dat doet, blijft hij niet eindeloos rondhangen als de leerling het antwoord heeft. Als je uitgeleerd bent, dan moet je zelf verantwoordelijkheid nemen voor wat je doet. De Leraar is er nog wel, maar geeft je ook de ruimte om zelf aan het werk te gaan. Dat doen de Emmausgangers dan ook! Niet meer afwachten, maar terug naar Jeruzalem, en daar meewerken aan de toekomst die ze samen gaan bouwen. Spannend!

Ze zullen Jezus echt wel weer opnieuw ontmoeten, maar niet meer als iemand die eindeloos naast hen staat om te kijken of ze het wel goed doen. Uiteindelijk moeten mensen het zelf doen.

Zo is het ook voor ons. We mogen Jezus ontmoeten, soms eventjes, soms iets langer, en dan zien we opeens iets heel scherp. Dat mogen we dan gaan doen en waarmaken. Samen met anderen. Dan kunnen we ook leren van elkaar, om samen op weg te blijven gaan. Zo geven we de opdracht handen en voeten. Elke dag opnieuw.

Amen.




Saturday, 4 April 2026

Paaszondag 2026

 De leerlingen hebben heel wat meegemaakt met Jezus. Ze zijn drie jaar met hem opgetrokken, vanaf het begin bij het meer van Galilea, door dorpen en steden binnen en buiten de grenzen van het Joodse land. Ze hebben gezien en gehoord wat Jezus verkondigde. En het bleef niet bij woorden, er waren ook tekens die wat hij zei kracht bijzette.

Niet iedereen ziet evenveel, en wie het wel ziet snapt het niet altijd. En wie het wel snapt mag er soms niks over zeggen. Als ze op weg zijn naar Jeruzalem, waar alles moet gebeuren beklimt Jezus met de drie naaste leerlingen de berg Tabor. Daar laat hij zichzelf zien in goddelijk licht. Dat is een grote openbaring. Maar die is niet voor iedereen op dit moment. Dat komt pas later.

Het lijkt wel dat hoe groter het wonder is des te minder mensen er bij mogen zijn. Dat zien we door het Evangelie heen. Tabor, zoals we gezegd hebben, enkel de drie hoofdleerlingen. De opwekking van het dochtertje van Jaïrus zijn ook alleen die drie er bij: Petrus, Johannes Jacobus.

En zo is het ook in de tuin van olijven, kort voor dat Jezus zijn lijden in moet gaan: alleen die drie zijn er bij. Maar alleen lichamelijk. Ze zijn in slaap gevallen terwijl Jezus bidt. Hier, op de grens, lukte het niet meer om er bij te blijven. Er gebeurt iets dat boven-menselijks is, zelfs niet meer vatbaar is voor de meest gecommiteerde leerling.

Na door het lijden en de dood heen te zijn gegaan – waar van de leerlingen enkel nog Johannes onder het kruis stond wordt het leeg en stil. Als Jezus in het graf is gelegd is er zelfs geen leerling meer te vinden. Ze hebben zich verstopt. Willen zich niet meer laten zien.

In de nacht, wanneer er niemand meer is, op het absolute nulpunt vindt de Verrijzenis plaats. Er zijn geen getuigen van de Opstanding zelf. Niemand was daarbij.

Als het inderdaad zo is dat hoe groter het wonder, des te minder mensen er bij zijn, dan weten we dus zeker. Met de Verrijzenis wordt alles anders.  Er is nu een nieuwe realiteit. Het oude heeft een zin en betekenis gekregen die het zelf nog niet vat. Het enige wat de eerste getuigen zien is het lege graf, en het getuigenis van de engelen. En er is geen leerling in zicht.

De eersten die het zien zijn de vrouwen. Dat is belangrijk, want volgens de Joodse Wet kon een vrouw geen getuige zijn. Enkel de verklaring van een man was betrouwbaar. Wat de leerlingen betreft is dat verhaal van het lege graf dus een absoluut nulpunt, een leeg verhaal over niks.

Dat moet ons niet verbazen, dit is niet alleen maar een verhaal over vooroordelen. Het past volledig in het Bijbelse patroon. De eerste wordt de laatste, de kleinste wordt de grootste en hoe belangrijker de boodschap is, des te beperkter is – in eerste instantie – het publiek. In kwantiteit en – naar menselijke maatstaven – kwaliteit.

Als alle leerlingen in een grote cirkel om het graf hadden gestaan, stopwatch erbij, met confettikanonnen en gastoeters, en het feest was losgebarsten als ze de steen omver zien vallen en Jezus als Johan Cruyff juichend, als na de Onmogelijke Goal tegen Atlético naar buiten komt….  

Dan had dat niet geklopt. 

Dat voelt verkeerd. 

Dat is niet hoe God te werk gaat.

God werkt het meest op de plek waar niemand op let, of waar de mensen rondlopen die er niet toe lijken te  doen. Zo beredeneerd kan de Verrijzenis enkel in stilte plaatsvinden, in het holst van de nacht, zonder iemand er bij. De wachters zijn weggevlucht of in slaap gevallen. En daar gebeurt het.

Wat blijft er over voor de getuigen? Een leeg graf, zwachtels, de zweetdoek netjes opgevouwen. En zo groeien de vragen, zo groeit de openheid voor dat het einde misschien wel niet het einde is. Er zal nog tijd overheen moeten. Paasvolk ben je niet van de één op de andere dag. Je moet als het volk in de woestijn langzaam het oude afleren om ruimte te maken voor het nieuwe.

God werkt altijd aan iets nieuws. Wat verloren lijkt kan zomaar weer een nieuw begin krijgen. Maar één ding weten we zeker. Dat nieuwe begint op een plek waar wij niet op letten. Dat nieuwe bevindt zich in onze blinde vlek, onze dode hoek en bij mensen die we niet goed zien. De eerste die er ons over vertelt is waarschijnlijk iemand die we niet willen geloven. Omdat we dat zo geleerd hebben, of we dat zo verwachten.

Wij leven hier en nu ook in een tijd waarin veel ophoudt, oude zekerheden verkruimelen. Misschien gaan een aantal dingen waar we zo vast in geloofden en ons aan vastklampten ook écht voorbij. Net zoals het koninkrijk van Herodes voorbijging, of de tempel voorbijging, of het Romeinse Rijk. Als de  tijd van leven voorbij is, dan is dat onvermijdelijk. Vastklamperij zal dan ook het verschil niet maken. Maar er komt ook weer iets nieuws. Of, datgene wat voorbij ging, krijgt een nieuw en onvermoed leven. Waarschijnlijk moet je daar dan wel voor eerst door lijden heen, of door een tijd van sterven en afsterven. Het nieuwe is een geschenk. Het is gratis maar niet vrijblijvend. De nieuwe toekomst vinden, volgen en bevestigen zal veel vragen. Maar dat ligt in de toekomst.

Voor nu is er vreugde, die mag groeien. De leerlingen mogen de verrezen Jezus opnieuw leren kennen. Hij gaat hen voor naar Galilea. Ze reizen weer door die oude streek, maar dan op een nieuwe manier. Zo gaan ze nieuwe mensen leren zijn. Wij mogen nu (vannacht/ in deze ochtend) delen in die vreugde. Vreugde dat God iets nieuws maakt, daar nooit mee ophoudt. De God van Leven maakt dat de dood niet het laatste woord heeft. Laten we onze ogen en oren dan open houden, voor dat eerste gerucht, uit onvermoede plek, dat er wat nieuws gebeuren gaat.

Paasnacht 2026

Beste vrienden

Vannacht vieren we de Paasnacht, dat doen we elk jaar. Maar dít jaar is het anders dan andere jaren. Voor het eerst in lange tijd wordt ook bij ons de oude, traditionele band tussen de Paasnacht en de doop hersteld.

Door de geschiedenis van de Kerk heen doopte de Kerk de doopleerlingen bij uitstek in de nacht van Pasen. En als we naar de symbolen, de lezingen en rituelen kijken, snappen we waarom. De rituelen verwijzen er allemaal naar. Álles draait om licht, water en woorden van bevrijding. We horen het verhaal over het Joodse volk dat door de Rode Zee trekt en in het Evangelie vinden we het lege graf.

Dát is wat de doop is, we gaan door het water heen – een teken van de dood – om verlicht en bevrijd te worden. Het oude laten we achter, dat gaat dood. Het nieuwe leven, daar bekleden we ons mee.

De doop staat zo centraal in de Paaswake dat je je zelfs een beetje moet afvragen waar al die rituelen heengaan, waar ze naar verwijzen, als er niet in die nacht zèlf gedoopt wordt. Het is een beetje alsof je één voor één alle verkeersborden voorbij ziet komen, maar de bestemming staat je niet zo voor ogen. En het hernemen van de doopbeloften is mooi, maar toch nèt wat anders.

Door de geschiedenis van de Kerk heen is door vele omstandigheden de Paaswake in onbruik geraakt. De band met het doopsel werd ook vergeten. Meestal werd de Paaswake al gevierd op zaterdagochtend, en er was bijna niemand bij! Pas in de jaren vijftig heeft Paus Pius XII gezegd: “de Wake moet terugkomen!” Dat was de eerste grote verandering die leidde tot de vernieuwing van de liturgie bij en na het Concilie.

In een samenleving waar nog bijna iedereen als kind gedoopt was, werden er natuurlijk sowieso maar weinig volwassenen gedoopt. Dopen kan maar één keer! De Paaswake en de doop op de Paasnacht herstellen is één ding, daadwerkelijk zien dat iemand eens gedoopt werd, een ander. Daar gaat veel tijd overheen.

In kathedralen en grote stadskerken gebeurde het wel, maar lokaal was het ieder voor zich, op een zondag die zo eens uitkwam. Er was nog geen gebruik om het te doen, mensen zagen er tegenop. (“Het duurt al zo lang! :'( " )

Onze bisschop heeft nu gezegd: toetreders zijn geen los fenomeen meer, geen enkelingen die zo incidenteel eens binnenlopen. Het is nu een vaste, terugkerende groep, elk jaar weer. We hebben kunnen horen en lezen in de media dat het aantal dopelingen al een aantal jaren stijgt.

Het is geen losse bevlieging meer. Er ontstaat een structuur.

De doop van volwassenen is vanaf nu dus in principe in de Paasnacht.

In Nederland zijn er vannacht bijna zeshonderd volwassen dopelingen. In ons kleine bisdom dertig, waarvan maar liefst acht in onze regio (Etten-Leur, Zevenbergen, Oudenbosch en Zundert) waarvan drie volwassenen in onze parochie met één kind erbij. Die worden vanavond gedoopt. We mogen dankbaar voor de gave die God aan de Kerk geeft. Hopelijk gaan we dit vaker zien in de komende Paasnachten! Voor het gevoel duurt het dan misschien ook wat minder lang. ( ;) )

Beste dopelingen, zo kom ik tot jullie! Ik vraag jullie zo naar voren. Jullie hebben je samen voorbereid in de catechesegroep in de afgelopen maanden. We hebben veel geleerd, maar de belangrijkste les is: de doop is niet het einde van het proces, maar een begin. Na de nodige kilometers te hebben afgelegd start nu een reis die je leven mag vervullen: opgenomen worden in nieuw leven mogen we het oude achter ons laten.

Wij allen wensen jullie veel zegen toe in de reis die jullie aangaan. Met blijdschap zien we dat de Heer jullie bij ons opneemt.

Amen.









Friday, 3 April 2026

Goede Vrijdag 2026

 

Aan het kruis, eindigen alle opties in het leven.

Je kan niet omhoog of omlaag.

Je kan niet meer vooruit.

Je kan niet meer achteruit.

Je kan niet naar links of rechts.


Het kruis wijst alle kanten op.

Maar zelf behoor je geen richting meer toe.

Je maakt nergens deel van uit.


Je bent tussen hemel en aarde – tussen de richtingen van de wind. 

maar gaat zélf nergens heen.

Pas als je er niet meer bent, word je er van af gehaald.

Jij maakt dat niet meer mee.


Je zweeft tussen dood en leven. 

Geen van beiden claimt je nu.


Alle plannen zijn stukgelopen.

Of ze van jou waren of van anderen.


De toekomst waar je op hoopte, is voorbijgegaan.

Wonderen, profetieën, woorden van koningschap.


Wat je bouwde, valt om.

Wat je wilde, wat je bedoelde.

Jij maakt het niet meer waar.

Niet meer hier, niet meer nu.


Je staat op het laatste kruispunt,

en alle wegen gaan naar de dood.


Jouw wil, je ego, je verlangens en plannen.

Hebben geen toekomst meer.

Er is geen geitenpad, geen luikje, geen tunnel.

Waarlangs je wegglippen kan.


Er komt niks meer uit jezelf.

Jouw weg is ten einde.


Maar als je niks meer kan.

Kun je alles verwachten.

Van God die hier nu niet is.


Je handen zijn nog nooit zo leeg geweest.

Ze houden niets meer vast.

Ze zijn zó leeg dat er alle ruimte is voor wie je nu niet ziet.


Je weet niet of Hij komt.

Niet hier en niet nu.

Je moet de leegte in


Het donker van de nacht.