Thursday, 19 February 2026

Eerste Zondag Vastentijd A


Beste mensen,

Eerder was ik een stukje aan het schrijven over de Vastentijd, en ik zocht daar een plaatje bij. Dat had wel wat voeten in de aarde, want je breekt je voeten over alle goedbedoelde clipart met zachtbruine kruisjes in zachtgele woestijntjes. Als u mij een beetje kent weet u, ik ben daar niet zo van. Dan maar, dacht ik, een schilderij. Maar dat verlegde het probleem alleen maar. De ene na de andere triomfantelijke Jezus die de duivel als een vervelende bromvlieg van zich afslaat. En de duivel heeft natuurlijk ook bokkenpoten en dikke hoorns op zijn hoofd. Anders herken je hem niet.

Dat spreekt me ook niet aan. Het lijkt allemaal te makkelijk. Als het allemaal zo makkelijk was hadden we vandaag een lege pagina gehad in het Evangelie. Er was niks gebeurd om over te vertellen. Ja de duivel kwam even buurten, hij was goed te herkennen hoor. Maar één klets wijwater en een plechtig gebed uit het Rituale Romanum en het was weer gedaan.

Nee, daar gaat de evangelist geen moeite voor nemen om zo`n bagatel op te schrijven.

En toen kwam ik een ander schilderij tegen. Ivan Kramskoy, Christus in de Wildernis, 1872. Het is in de vroege ochtend, het licht is koud. En Jezus zit er een beetje verlaten bij. In de wildernis. En je ziet verder niemand. Ook geen duivel. Want de duivel loopt niet rond in zijn boevenpak hè? De strijd vindt van binnen plaats. Jezus heeft het er maar moeilijk mee. Zijn handen zitten verkrampt inééngestrengeld.

Het is een heftig schilderij. Maar eerlijk. Het vertelt de waarheid.

Want de waarheid is: ieder mens heeft een haakje. Ieder mens kan ergens mee worden verleid. (Of je daar op ingaat of niet is een tweede, maar verleiding voelen kan iedereen.) Iedereen kan zichzelf uit handen geven voor iets wat hij heel graag zou willen. Iets dat niet tot de kern van je leven behoort, iets wat je zelfs afleidt van wat je echt moet doen… Maar waar je je zo toe aangetrokken voelt dat je het moeilijk kan laten liggen.

Ieders verleiding ligt ergens anders. Er is zelfkennis voor nodig om te weten waar zo`n haakje zou kunnen zitten, en wat dat haakje gaat doen als je er ruimte aan geeft. Er zijn hele oppervlakkige verleidingen, net zoals er oppervlakkige mensen zijn. Seks, bijvoorbeeld. Heel oppervlakkig. Erg effectief, bij veel mensen.

Aan de verleidingen ken je de mens. En we mogen nu even in het hoofd van Jezus kijken. Hij geeft zich bloot. We zijn in de vastentijd, Jezus wordt van alles ontdaan, op weg naar het kruis. En het eerste waar hij van ontdaan is de illusie van onkwetsbaarheid. Jezus kan worden verleid, met een aantal hele specifieke dingen. En die vertellen ons iets over wie Hij is. We gaan even kijken.

Drie dingen, die hij zou kunnen doen. Maar die gaan afleiden. Heel slecht uit gaan pakken.

De eerste. Stenen in brood veranderen. Vrij van gebrek zijn. Niks meer tekort komen. Het lijkt niet eens zo gek. Het lijkt niet op overdaad. Er staat niet stenen in juwelen, of stenen in goud, dat je alles kan kopen wat je wil! Nee, stenen … in brood. Gewoon vrij zijn van angst voor gebrek. De zekerheid hebben van dagelijks brood. Zekerheid van leven….

Daar zouden veel mensen wel wat voor over hebben. Hier tekenen op de stippellijn Jezus. Je hoeft maar een klein beetje buiten de lijntjes te kleuren. Niemand hoeft het te zien, niemand hoeft het te weten. Maar hij doet het niet.

Als mensen om hem heen in onzekerheid leven, dan deelt Hij die onzekerheid. Hij staat er niet boven.

Dan pakt de Verleider uit. Hij zet nu groots in. Macht. De koninkrijken van de wereld. In jouw handen. Je kan de keizers voor je laten knielen. En ook weer, ik denk niet dat dat is omdat Jezus Superkeizer wil worden. Kijk: sommige mensen zijn machtswellustelingen. Ze zullen alles en iedereen kapotmaken om maar een greep naar de holle kroon te kunnen doen. Zelfs hun vrienden en bondgenoten vallen ze in de rug aan! Onvoorstelbaar! Maar Jezus is niet één van die mensen.

Maar stel dat je macht zou krijgen om goed te doen. Dat je mensen zou kunnen dwingen zich te gedragen, dat je maar een woord van macht hoeft te spreken – zoals Jezus tegen de boze geesten doet – en zelfs de grootste tiran verwelkt acuut, en trekt zich met zijn legers terug, en laat de mensen gerust. Een Ring van Macht om je vingers. Om goed te doen.

Maar wie In de Ban van de Ring gelezen heeft weet dat je een Ring van Macht niet ongestraft om je vinger kan schuiven. Dat is niet hoe macht werkt. En Jezus is gekomen niet om te heersen over de wereld, maar om alles wat in de wereld speelt te ondergaan.

Macht is dan een afleiding. Nog gevaarlijker dan goochelbrood! Niks daarvan!

Dan komt de derde. Het klinkt raar, van de Tempelpoort afspringen en veilig landen. Wat is dat nou voor verleiding. Het gaat niet om alleen maar onkwetsbaarheid. Het gaat om iets anders. Aandacht. Erkenning.

Dat de mensen zien wie je bent. Je wel moeten erkennen. Want je staat overal boven. Iedereen kan je zien neerzweven. Vervuld van Goddelijke kracht. Niemand gaat je ooit vergeten! Je hebt de zekerheid dat je nooit vergeten wordt, de zekerheid dat iedereen je fantastisch vindt. De waardering waar je recht op hebt. Die kun je krijgen! Even een klein sprongetje. En dan ben je nooit meer alleen.

Nooit meer alleen.

Wat moet Jezus eenzaam geweest in zijn leven. In Nazareth. Maar daarna ook. Want die drie verleidingen gaan van kwaad tot erger, ze gaan recht in Jezus zijn ziel. De duivel pelt Jezus af als een ui.  

Angst voor gebrek, één. Dat is nog maar de buitenkant. De wil om goed te doen, dat is twee. Dat is wat Hem motiveert! De wereld genezen! Maar daar dan nog onder ligt een kern, de angst voor verlatenheid. Het verlangen dat een ander je ziet, erkent, waardeert.

Nooit meer alleen.  

Ja, die komt het meest dichtbij.

Maar hij moet een andere weg gaan. Zijn koningschap ligt niet op tafel. Hij heeft lang in het verborgene moeten leven – terwijl zijn grote verlangen is om gekend te zijn. Te worden begrepen. Leerlingen, apostels om zich heen ja. Maar die begrijpen hem vaker niet dan wel.

Eenzaam, zelfs binnenin je eigen groep.

En uiteindelijk aanvaarden dat je wordt afgewezen. Dat mensen om je heen weglopen, je achterlaten.

En uiteindelijk de diepste verlatenheid, dat Jezus aan het kruis zelfs zijn verbondenheid met God niet meer voelt. “Mijn God mijn God waarom hebt gij mij verlaten… “ En zelfs wanneer hij dat zegt wordt hij nog niet begrepen. De mensen denken dat Eli Eli lama sabachtani betekent dat hij om Elia roept.

En toch haalt hij het ergens vandaan dat hij nee zegt. “Nee. We gaan God niet op de proef stellen”, want zelfs als je slaagt voor de proef, zak je er voor. Dat is niet waar je voor kwam. Maar dat antwoord moet uit zijn tenen gekomen zijn.

Waarom kan Jezus nee zeggen tegen deze drie verlangens, die hem zo ter harte gaan? Waar haalt hij de kracht vandaan om nee te zeggen? Ik dat gewoon een soort infuus van boven? Nee. Het is geen toverij. Jezus kan nee zeggen tegen de verleiding omdat hij zelfkennis heeft.

Hij weet wie hij is. Hij kent zijn relatie met God. Hij voelt waarheen zijn roeping gaat. Nog niet volledig scherp. Maar er zijn genoeg contouren. En hij weet waar zijn eigen zwakheden liggen. Hij kent zijn eigen angst en pijn. Hij doet niet alsof hij onkwetsbaar is. Zonder zonde, ja, maar niet zonder littekens. En enkel als je je littekens kent heb je vrijheid om de haakjes die je kunnen vangen te zien.

Wij bevinden ons nu ook in een woestijn, geen letterlijke natuurlijk, maar wel voor veertig dagen. Wij zijn uitgenodigd om afleidingen terug te brengen tot een minimum. Niet om onszelf te pesten maar zodat we ons beter leren kennen. Zelfkennis kweken in het licht van God. Doen we dat niet, krijgen we onszelf niet helder, dan komt ook onze relatie met God niet uit de verf.

Sterker nog: we kunnen dan makkelijk worden afgeleid door iedereen die een haakje op ons pad gooit. (En vaak hebben we geen duivel nodig, wij zijn zelf wel onze ergste vijand, daarom moeten we ook van onszelf houden!)

We groeien in zelfkennis, niet uit paranoia, maar omdat we weten dat we sukkelaars zijn – kwetsbare mensen. Mensen met gaten in ons hart. En in zo’n gat past altijd iets wat ons niet verder helpt.

Voor de één erkenning, die je nooit gehad hebt. Voor de ander échte intimiteit, warmte met je medemens. Voor de ander de koortsige obsessies met de wereld, die onbeheersbaarder is dan ooit. Dat als we maar steeds langer in die afgrond staren we er wél grip op krijgen. Voor veel mensen: angst voor auto, woning, welvaart. Dat we maar geen stap terug moeten doen! Wat zijn veel mensen daar bang voor. En ik ga er ook niet lacherig over doen. De angst is echt, want het gat in ons hart is echt. We moeten er mee leren omgaan en dat kan niet door te doen alsof die gaten er niet zijn. Of dat we er zomaar “boven staan”.

Als (als!) je er boven staat, dan heb je er eerst lang mee gevochten. Het is nooit zomaar klaar.

Mogen we onszelf zo weer leren kennen in  deze tijd. Opnieuw leren wie wij zijn, gatenkaas en al, vanuit onze relatie met God. Wordt dat helderder, dan zijn we ook vrijer, moediger, en , ja, sterker. Dan kunnen we ook datgene aan wat de wereld ons toewerpt. Want wat het ook is, we staan er nooit alleen voor.

Amen.

Saturday, 14 February 2026

Carnavalszondag

 

Één blik genoeg


Hier zijn wij nu saam'gekomen

Gelovigen en wat minder vromen


Want ieder kan hier samen zijn

Op het carnavalsfestijn


Het thema is één blik genoeg

En wij zien hier een hele ploeg


Prins Thomas II, zijn protocol

die zijn goed voor heel wat lol


Welkom prins, en adjutant

Het carnaval is in goede hand


Jeugdprins Jantje en Gevolg 

Carnaval krijgt een vervolg 


Waar zouden we zonder hofdame wezen?

Prins, heeft u haar goed geprezen?


Meneer de pliessie is aanwezig

Hopelijk raakt hij niet té bezig!


En ook de nar, de ziel van het feest

Brengt ons in de juiste geest


Gevolg, bestuurderen en raad

Zorgen voor het resultaat


En u allen feest'lijk uitgedost

En strakjes naar weer buiten host.


Het feest van carnaval, vieren we samen

Wat gaan we deze keer uitkramen?


Een boodschap uit een oud verhaal

U hoorde het, 't is heel speciaal


God die de mensen heeft gemaakt

Heeft zijn eigen taken nooit verzaakt.


Mensen doen soms gekke dingen

Soms zo gek, dat ze weggingen


In `t paradijs was alles goed

Er was maar één ding wat niet moest


Snoepen van de grote boom

Maar samen hadden ze geen schroom


Adam en Eva deden dat toch

, samen, wat niet mocht.


Maar ook al was dat echt niet goed

Ze gingen het samen tegemoet.


Ze moesten weg uit `t paradijs

Maar gingen samen dan op reis


Een nieuwe plek, dat was erg zwaar

Maar ze waren er samen, als paar


Wat telde, ze keken elkaar aan!

Zo kun je samen blijven staan


Heb je aan een blik genoeg

Dan sta je sterk in al `t gezwoeg


Het geldt voor ons, maar ook voor God

Hij kijkt je aan, dat trekt je vlot


In het leven sta je nooit alleen

Je hebt mensen, engelen, en God om je heen


Soms moet je dat wel leren

want wat anderen soms wel beweren?


Dat je alleen op jezelf kan bouwen!

Dat je niemand kan vertrouwen!


Soms klopt dat deels, het zit soms tegen

Je zit niet in de drup, wel in de regen


Misschien heb je verkeerd gedaan

Zien anderen je niet meer staan


Zo als Zacheus de tollenaar

een kleine, nare, ambtenaar


Hij maakt de mensen geld afhandig

maar geeft niks terug. Da's best vijandig!


Dan gebeurt er wat, er is een toeloop!

De mensen hoopten, dat hij afdroop


Maar Jezus is niet zomaar iemand

Hij is voor mensen aan de zijkant


Zacheus wil dat toch graag zien

Dus klimt hij, een beetje clandestien


In een boom die daar maar staat

Omdat niemand hem er bij laat


Hoe hij ook stond te springen en te doen

hopend op een visioen


Want als je iemand echt leert zien

stap je uit't dagelijks stramien


krijg ook jij een nieuwe blik op dingen

gaat er een streep door rekeningen!


En zo kijkt Jezus hem dan aan

Alsof hij nooit iets anders had gedaan


Hij begroet hem als een oude vriend

Alsof Zacheus dat verdient!


De mensen zijn wel wat ontstemd

Vinden Jezus ongeremd


Weet hij wel niet wat Zacheus deed?

Hoe hij ons in de vingers sneed!?


En al dat geld, ons afgepakt?

Nou zij hebben hem uitgekakt!


Maar Jezus kijkt, met nieuwe blik

en tussen hen ontstaat een klik


een nieuwe wereld kan beginnen

Er is ontzettend veel te winnen


Als je afstand doet van het kwaad

En wat je verdiende met het onraad


misdaad, bedrog en slechte plannen?

Niks daarvan ga je vermannen!


En zo maakte Zacheus alles goed

En komt hij Jezus tegemoet


Jezus hoeft het hem niet te zeggen

Om zijn winst zo neer te leggen


Eén blik maakt alles klip en klaar

Geen praatjes meer, of commentaar.


Zacheus maakt een nieuw begin

En kan nu ook anderen weer aanzien



Nu zijn wie hier vandaag bijeen

Deze zondag, en niet alleen


We hoeven niet in een boom te klimmen

Om ons leven bij te trimmen


Een beetje aandacht voor wie wij niet zien

Dat zorgt al gauw voor pret voor tien


Carnaval is't als ieder meedoet

En elkaar op straat ontmoet


Gaat straks uiteen in polonaise

Dan vergeten wij malaise


Vergeet niet elkaar vast te houden

Weg van wat ons zou benauwen


Vier veilig en kom ook weer terug

In de vastentijd, dat is al vlug


en voor je het weet, dan is het Pasen

Een nog groter feest, `t zal je verbazen!


Gods zegen over jullie samen hier

Dat `t smaken mag, één of twee glaasjes bier

Ik wens u allen , een goede zwier


Hierna volgt dan de collecte 

Gerinkel tussen alle gekte 


Draagt u allen ook wat bij 

Zijn wij ook in de Vasten blij.


Amen.


















Sunday, 8 February 2026

Vijfde Zondag in Gewone Tijd A 8 februari 2026

 In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:

“Gij zijt het zout der aarde.
Maar als het zout zijn kracht verliest,
waarmee zal men dan zouten?
Het deugt nergens meer voor dan om weggeworpen
en door de mensen vertrapt te worden.
Gij zijt het licht der wereld.
Een stad kan niet verborgen blijven
als ze boven op een berg ligt!
Men steekt toch ook niet een lamp aan
om ze onder de korenmaat te zetten,
maar men plaats ze op de standaard,
zodat ze licht geeft voor allen, die in huis zijn.
Zo moet ook uw licht stralen voor het oog van de mensen,
opdat zij uw goede werken zien
en uw Vader verheerlijken, die in de hemel is.”

 

Beste vrienden

 

De Nederlandse keuken staat niet bekend om haar intensieve gebruik van kruiden en andere smaakmakers. Voor buitenlandse mensen die kennismaken met de Nederlandse cuisine is dat soms nogal een schok om mee te maken. Als je gewend bent je eten goed te kruiden is het duidelijk dat er nogal wat ontbreekt als die relatief kleine toevoegingen er niet meer zijn. Voor de smaakorganen valt er dan een hele dimensie weg. Over die dimensie wil ik het graag hebben.

Zout doet een aantal dingen, in het bijzonder in de context van het joodse land in de eerste eeuw, de tijd van Jezus. En daar gaan we het straks over hebben. Maar ik wil beginnen met een interpretatie die vaak gehoord wordt maar waar denk ik weinig van klopt.

Ik heb vaak gehoord en gelezen (en zelfs wel eens gezegd) dat mensen zeiden: als christenen zout der Aarde moeten zijn dan betekent dat in de eerste plaats smaakmaker. Dat Christenen een kleine minderheid zijn is dan dus niet erg. Immers: geen enkel gerecht immers bestaat grotendeels uit zout!  Dat idee is denk ik verzonnen om ons te troosten omdat de kerk vooralsnog steeds kleiner wordt. Een beetje als het idee wat je ook wel eens gezegd wordt dat naarmate de ontkerkelijking toeneemt de besten gaan overblijven.

Die gedachten zijn begrijpelijk, maar ze zijn geen Evangelie. Toch zijn ze informatief omdat ze ons laten zien hoe en waarom wij het Evangelie kunnen begrijpen.

Deze passage die we deze zondag lezen staat niet op zichzelf. Het maakt deel uit van de grote Bergrede van Jezus. De passage volgt direct op de Zaligsprekingen die we vorige zondag lezen en direct hierna begint Jezus aan zijn uitleg van de Wet – waarin hij vertelt dat de gerechtigheid van zijn volgelingen die van de Schriftgeleerden en Farizeeën moet overtreffen en uitlegt hoe dat er uit ziet.

Als we dat niet beseffen en niet bij de lezing van deze passage steeds kijken naar wat er in de rest van de Bergrede en het Mattheusevangelie staat kunnen wij niet begrijpen wat Jezus bedoelt.

Het risico wat er kan gebeuren als je lange Bijbelverhalen en redevoeringen van Jezus in stukjes knipt – en dat is wat we doen in de Katholieke Kerk - dan kun je ze wel eens losstaand van de rest van de Bijbeltekst gaan lezen, en dat is niet de bedoeling!  Het is onvermijdelijk dat dit opknippen gebeurt, want zo verdelen we de Bijbelteksten over het hele liturgische jaar, maar er zitten echt nadelen aan.

De passage “in die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen” is een standaard aanhef die gebruikt wordt om de passage in te luiden, maar die passage is niet zelf deel van het Evangelie. Om te beginnen zou je kunnen denken dat Jezus al reizend door het Joodse land met zijn leerlingen dit op een los moment tegen hen zei. Dat is niet zo.

Want de Bergrede beantwoordt eenduidig de vraag wie het Zout der Aarde is. Dat is niet een selecte groep leerlingen, maar de menigte (Mt.5:1). De leerlingen komen wel bij Hem bij het onderricht. Maar hij onderricht de grote groep, niet een klein groepje intimi.

Zout: dat is iedereen die Jezus volgen wil. Die is zout.

En voor wie is dat zout bedoeld? Voor de Aarde. Ook dat is belangrijk. Aarde wil zeggen: de hele wereld. Net zoals zout, kruiden of elke specerij betekenis heeft, dan is dat niet omdat er maar weinig van is, of weinig van nodig is, maar liever omdat het betrekking heeft op het geheel. Er staat: Gij zijt het zout der Aarde. Niet: Gij zijt het zout van het land van Israël of een andere lokale omgeving. Nee, de christelijke opdracht is er voor heel de wereld, over alle grenzen heen. Je hebt per gerecht misschien maar een klein beetje zout nodig. Maar we zijn niet geroepen om alleen een bord spaghetti te zouten, we zijn geroepen om de wereld te zouten. Dat is een berg zout. Maar een béétje zout hebben is dus echt niet iets om trots op te zijn.

Tenslotte: hoe doet dat zout dat? Zout heeft traditioneel een aantal kenmerken. Die hebben ook een sterke symbolische betekenis. Daar gaan we even naar kijken. Zout conserveert en zuivert.

Allereerst: het  conserveert. Misschien had uw vader of moeder, of als je jonger bent oma of opa een Keulse pot in de kelder staan. Gezouten voedsel blijft lang goed!

Christenen moeten wat er voor hen kwam niet rücksichtslos om ver werpen en denken dat het nieuwe van Jezus alles wat er voor hen kwam afbreekt. Nee, Jezus zegt een paar verzen verder: denk niet dat ik gekomen ben om de Wet en Profeten af te schaffen. Hij conserveert de Wet en de Profeten. De menigte die het zout der Aarde is wordt een paar verzen later opgeroepen om wat voor hen kwam te eren en te bewaren.

Dit betekent niet: slaafse navolging, of een pietluttige obsessie met rituelen en vanzelfsprekendheden van lang geleden. De beleving van de Wet en de Profeten, wat er voor Jezus kwam moet ook gezouten wordenDat wil in dit geval zeggen gezuiverd.

Zout is niet alleen een conserveringsmiddel, maar het maakt ook rein. Dit zien we nog in een paar rituelen terug, bijvoorbeeld in de Paasnacht. Zout maakt puur. Wat overgeleverd is moet naar een nieuwe dimensie worden getild om zo werkelijk tot zijn recht te komen. Zoals zout het gerecht naar een nieuw niveau tilt, zo tillen de volgelingen van Jezus de hele wereld naar een nieuw niveau, brengen het in contact met een nieuwe, geestelijke, dimensie.

Dit lezen we ook een paar verzen verderop, als Jezus zegt een paar verzen verderop: dat “hun  gerechtigheid die van de Schriftgeleerden en Farizeeën ver moet overtreffen”. Hun gerechtigheid moet die van de Schriftgeleerden overtreffen: níet in de zin dat ze nog preciezer, rigider en hardwerkender moeten zijn, alsof er een soort religieuze wapenwedloop moet plaatsvinden! Integendeel: het moet die van hen overtreffen in de zin dat er werkelijk een dimensie bijkomt. De letter van de Wet moet vervuld worden, bewogen worden door de Geest van de Wet. Lukt je dat, dan overtreft je gerechtigheid die van Farizeeën.

Als u wilt weten wat dat dan met zich meebrengt, dan moet u komende zondag weer komen, want dan lezen we de hieropvolgende verzen. We eindigen dus een beetje met een cliffhanger. Spannend! Hoe zou het aflopen?

Wij gaan straks weer de wereld in, om zout te zijn voor de hele wereld. Niet alleen de mensen om ons heen maar alle mensen die we kunnen raken met ons voorbeeld en ons gedrag. Wij mogen vasthouden wat ons overgeleverd is en al het goede bewaren en die op hun beurt gezuiverd, Geestvervuld, doorgeven. Een hele opdracht, maar we staan er niet alleen voor.

Mogen we ons altijd bemoedigd voelen in deze opdracht, verbonden met de hele Kerk en vervuld van onze missie de hele Aarde mee te nemen in dit avontuur.

Amen.

Saturday, 31 January 2026

Vierde Zondag in Gewone Tijd A: 'Toean Belanda' aan de Paraná?

 Toen Jezus de menigte zag, ging Hij de berg op

en, nadat Hij zich had neergezet, kwamen zijn leerlingen bij Hem.
Hij nam het woord en onderrichtte hen aldus:

“Zalig zijn de armen van geest,
want aan hen behoort het Rijk der hemelen.
Zalig de treurenden,
want zij zullen getroost worden.

Zalig de zachtmoedigen,
want zij zullen het land bezitten.
Zalig die hongeren en dorsten naar gerechtigheid,
want zij zullen verzadigd worden.
Zalig de barmhartigen,
want zij zullen barmhartigheid ondervinden.
Zalig de zuiveren van hart,
want zij zullen God zien.
Zalig die vrede brengen,
want zij zullen kinderen van God genoemd worden.

Zalig die vervolgd worden om de gerechtigheid,
want hen behoort het Rijk der hemelen.
Zalig zijt gij, wanneer men u beschimpt, vervolgt
en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnentwil.
Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel.”

Beste vrienden, 

Ik ben van de week gaan zitten voor de nieuwe serie van de VPRO waarin ze mensen volgen die naar Paraguay zijn verhuisd. Een soort "Ik Vertrek", zeg maar. Wakker in Paraguay heette dat. 

Nu kijk ik heel graag naar Ik Vertrek omdat ik, ik zal eerlijk zijn, ik ben wel een beetje van leedvermaak. En mensen die naar een ander land vertrekken zonder vergunningen, bedrijfsplan of enige kennis van de vreemde taal: dat is  heerlijke televisie. Daar kun je me altijd voor wakker maken.  

Maar dit was anders. Deze mensen wilden niet zomaar wat anders in het leven, ze wilden weg - zo zeiden ze - van alles wat hun bond aan Nederland. Want in Nederland kon je niet meer vrij zijn. Zo noemden ze dat. 
De belastingen zijn hier te hoog. Je hebt leerplicht. Je moet je houden aan bestemmingsplannen enzovoort. En als er een pandemie is, moet je je aan de regels houden die er voor iedereen gelden. Terwijl jíj bijzonder bent, en je niet aan regels zou moeten houden. Dat is het idee. 

En zo vertrek je dan met je Nederlandse geld naar het arme Paraguay, waar je het land van andere mensen op kan kopen om daar zélf ruimte in te gaan nemen. Zonder dat je nog iets met iemand te maken hebt. Niks met Nederland, maar ook niet écht met Paraguay. Want ik geloof er niks van dat deze mensen echt willen opgaan in die samenleving, daar willen integreren, of uiteindelijk hun Nederlandse paspoort gaan inruilen tegen een Paraguyaans exemplaar. (Want als het mis gaat moet je natuurlijk wel weer worden ontzet door diezelfde Nederlandse overheid waar je niks meer mee te maken wou hebben) 

Dat ruimte innemen. Dat viel me nog het meest op: de vanzelfsprekendheid waarmee die mensen dachten de ruimte van anderen in te nemen. Anderen voor hen te laten werken, terwijl ze zelf de hele dag bezig waren te praten over complottheorieën, of hoe slecht ze behandeld waren, terwijl ze op niks concreets meer waren betrokken. En zo wordt het minder Wakker in Paraguay en meer Toean Belanda aan de Paraná, het uitleven van een koloniale fantasie waar men denkt vrij te zijn door anderen, arme mensen en hun arme land, in jouw hebberige handen te krijgen. 

En dan horen we deze zondag de woorden van de Zaligsprekingen. Woorden over o.a. arm zijn, troost krijgen, land beërven, barmhartigheid ondervinden en God zien. Woorden over verlangen naar gerechtigheid, en ook over vervolging. (Maar dat is denk ik iets anders dan dat je een boete krijgt omdat je schimmige zaken doet.)

En het contrast beste vrienden, dat lijkt me nogal groot. Nu zijn de Zaligsprekingen, de woorden die Jezus op de berg spreekt voor mensen overal vandaan niet zomaar iets alledaags. Ze zijn geen nieuwe grondwet voor het land, geen Burgerlijk Wetboek. 

Jezus verkondigt een nieuwe houding waarmee je in het leven kan staan. Waar je ook woont. Daar hoef je niet voor naar een ander land. Dat mag hier en nu. En het hier en nu voor de mensen die daarbij waren, toen Jezus de Zaligsprekingen uitsprak, hadden het niet goed. Die leefden onder bezetting, of in armoede, of - zelfs als ze het iets beter hadden - in onzekerheid. De Zaligsprekingen zijn geen woorden voor in de hangmat. Het is bemoediging voor als het leven moeilijk wordt. 

En Jezus zegt dan niet: pak je boeltje en ga - met achterlating van al je verantwoordelijkheden - neem daar dan andermans plek in, en doe vervolgens waar je zin in hebt.

De Zaligsprekingen leggen een andere levenswijze op tafel. Ze beginnen met de dingen waar we op mogen hopen als we zien dat het niet goed gaat in de wereld om ons heen, en niet goed gaat met onszelf. Dan worden we uitgenodigd om een houding aan te nemen die ons bekwaamt om God te zien werken in alle omstandigheden. 

De Zaligsprekingen beginnen met twee situaties die voor ons niet wenselijk klinken. Zalig degenen die arm zijn van geest en die treuren. Ik denk dat als je een zelfhulpboek leest de boodschap juist een andere is. Hoe leer je zo sterk mogelijk worden, en hoe verwerk je treurnis zo snel mogelijk, zodat het voorbij is, en leer je weer in jezelf geloven. Dat is meer de boodschap van nu. 

Maar in de wereld van de Bijbel zul je eerst de harde werkelijkheid moeten aannemen en doorleven. De waarheid over hoeveel verdriet er in de wereld is, en in onszelf, en hoe groot onze onmacht is om daar wat aan te doen. En hoe elke poging om daarvoor weg te vluchten - al was het naar Paraguay - dat probleem alleen maar groter maakt. 

Arm zijn van geest betekent hier: we kunnen maar deels van onszelf aan: we zijn geen meesters van ons eigen bestaan. Het voelt zo vaak alsof ons leven geleefd wordt. De droom van vrijheid stuit op de grenzen van de werkelijkheid. En dat is niet de schuld van een complot of van een schimmige parasiet die het weer en de banken beheerst. Dat is wat het betekent om mens te zijn in een gevallen wereld. Onze eindeloze dromen lopen altijd vast in de blubber van de werkelijkheid. 

En als dat nog geen reden genoeg was om te treuren dan helpt die werkelijkheid ons daar ook nog wel bij. Machtige mensen die straffeloos boze dingen mogen doen. Oneerlijkheid. Oorlog, geweld en dat sluipende gevoel dat het niet ver weg blijft maar het kwaad elk jaar wat dichterbij kruipt. Daar kun je met ontzetting naar kijken. De wereld is uit het lood. Dat maakt treurig. Maar de wereld is altijd uit het lood, en treurnis is dus ook onvermijdelijk. We vinden hier geen blijvend geluk en als we geen treurnis daarover zouden voelen, dan was er serieus wat mis met ons. 

Maar dan vertellen de Zaligsprekingen ons dat dat inzicht, arm van geest zijn - weten dat je geen meester van jezelf bent -, treurig zijn, weten dat het niet uit zichzelf goed komt met de wereld, juist de toegang is naar het geluk!

Weten dat het niet allemaal uit jezelf moet komen, maar dat we God nodig hebben is geen brevet van armoede, maar een Gouden Ticket. Zonder de kennis dat we onszelf niet scheppen en niet redden is er geen toekomst voor ons. 

De volgende Zaligsprekingen komen dan te spreken over de houdingen die we mogen hebben om vruchtbaar in het leven te staan. Niet om "onszelf te redden", niet om ons angstig aan vast te klampen, al waren ze een soort  Paraguyaanse verblijfsvergunning onder in de lade, voor als er oorlog komt. Maar om ons leven hier, met alle goede en kwade zaken, zin en betekenis te geven. 

Die zijn: Zachtmoedig zijn, hongeren en dorsten naar gerechtigheid, barmhartig zijn, en zuiver van hart, en proberen vrede te brengen

Zachtmoedig moeten we even bij stilstaan, want het klinkt alsof God je vraagt een soort vaatdoek of voetveeg te worden. Maar dat is niet wat het betekent. De kracht die je hebt laat je spreken, maar zonder dat je ego telkens in de weg loopt. Het is assertief kunnen zijn zonder in agressie te belanden, en die assertiviteit moet gegrond zijn in God zelf. Je wordt niet moe om het goede te doen wat je kan doen, omdat het hetgeen is wat God je voorhoudt te doen. 
Dat is dus iets anders dan schreeuwend met je vuist op tafel slaan omdat je je zin niet krijgt. 

Hongeren en dorsten naar gerechtigheid is hier een vervolg op. Wij kunnen de wereld niet altijd veranderen. We kunnen onszelf altijd inzetten voor een betere wereld, maar wij kunnen haar niet zomaar beter maken. Maar als we de motivatie om recht te zien gebeuren verliezen, dan verliezen we ook onze eigen menselijkheid. Als je cynisch wordt, gaat denken dat onrecht er gewoon bij hoort, en de enige remedie is om jezelf in veiligheid te brengen, dan verlies je iets van je eigen menselijkheid. Jij vlucht wel weg, maar je eigen kwetsuren reizen met je mee. Je moet verbonden blijven met de wereld, wie zich opsluit in zichzelf? Die leidt een steriel bestaan. 

Barmhartig zijn, is een diep Bijbels begrip. We horen het terug in alle verhalen over mensen die door God vergeven worden, en die vergeving beantwoorden door zelf vergevend te zijn. En ieder mens kan vergeven worden, en wij zijn al van zoveel vergeven! Dus wat wil jij kleinzielig hopen dat elk onrechtje jou aangedaan zevenenzeventig maal gewroken wordt op de ander! Gedraag je liever als de bevrijde mens die je bent, door anderen ook die bevrijding, die heelheid te gunnen. Anderen te behandelen als wie ze zijn - doel in zichzelf - niet als dienaren, niet als marionetten in jouw poppenspel. 

Dat is dan ook wat Zuiverheid van Hart betekent. Je verlangens moeten op orde zijn. Het is niet genoeg dat je een ander niet reduceert tot iets minderwaardigs: je moet er niet naar willen verlangen. Andere mensen zijn er niet om jouw probleem op te lossen. Het is dus niet genoeg om een ander niet te verdrukken: zelfs het verlangen om een ander minderwaardig te maken zou ver van je af moeten staan. Als je dat verlangen in je voelt wordt het tijd om aan jezelf te werken. 

Zo wil je dan vrede brengen. Vrede is in de Bijbel niet zozeer het ontbreken van oorlog maar een positieve vorm van samen-leven. Er kan geen vrede zijn zonder respect, zonder recht, zonder zuiverheid van hart. De monsterlijke, eindeloze honger naar meer, duwt die vrede al omver - al lang voordat het eerste schot gelost wordt. 

Doe je dit alles, dan denk je - dan zit het wel snor. Dan heb ik een gelukkig leven. Helaas is dit niet zomaar het geval. Als je goed doet, moet je niet verwachten dat dit altijd beloond wordt. Integendeel, als je alleen maar het goede zou doen omdat het beloond wordt, wat voor goeds doe je dan. De toetssteen van het goede is of je het blijft doen ook als het in het hier en nu afgestraft wordt. De wereld is gebroken, je mag niet altijd verwachten dat wie goed doet, goed ontmoet. 

Zo eindigen dus de Zaligsprekingen, zalig degenen die vervolgd worden om Mijnentwil. Je mag het goede blijven doen, ook als het je nu, of misschien wel nooit beloond wordt in dit leven. Het leven dat je mag leiden vindt zijn grond in de belofte van God, en niet in beloftes van welvaart of macht. 

Zo zijn we dan vrij, om in het hier en nu te leven. Ons niet over te geven aan steriele ontsnappingsfantasieën - al dan niet over onderdanige bruine mensen die de pijn en moeite van ons bestaan van ons af gaan nemen - maar werkelijk het leven in te gaan. Met alle vreugde en pijn die daar bij hoort. Met andere woorden: te leven, en zo het Leven in te gaan. 

Amen. 

















Thursday, 1 January 2026

Nieuwjaarsdag /Hoogfeest H. Maria Moeder van God

 In die tijd haastten de herders zich naar Betlehem

en vonden Maria en Jozef
en het pasgeboren kind, dat in de kribbe lag.
Toen ze dit gezien hadden
maakten ze bekend wat hun over dit kind gezegd was.
Allen die het hoorden stonden verwonderd
over hetgeen de herders hun verhaalden.
Maria bewaarde al deze woorden in haar hart
en overwoog ze bij zichzelf.
De herders keerden terug,
terwijl zij God verheerlijkten en loofden
om alles wat zij gehoord en gezien hadden;
het was juist zoals hun gezegd was.
Toen de acht dagen voorbij waren en men het kind moest besnijden,
ontving het de naam Jezus,
zoals het door de engel was genoemd
voordat het in de moederschoot werd ontvangen.
Woord van de Heer.
Wij danken God.

 

Beste vrienden,  

Als we oud en nieuw vieren, dan hoort daar van alles bij. We kijken misschien naar een oudejaarsconference. Of naar gelang waar we wonen schieten we carbid of vuurwerk af, deze keer was dat voor het laatst. 

Er worden kerkklokken geluid. We eten oliebollen met poedersuiker, drinken iets lekkers – bijvoorbeeld een glas champagne, en maken goede voornemens

Al deze rituelen, de énen meer dan de ander, horen bij het afscheid van het oude en het begin van het nieuwe jaar.

In de kerk vieren we het nieuwe jaar op 1 januari met het Hoogfeest van Maria, die zet de toon en om een aantal redenen. Met Kerst begint het nieuwe leven. Jezus is geboren. Alles wat daarna gebeurt in de week na kerst staat daar in het teken van en diept dat geheim verder uit. Het feest van vandaag vertelt ons dat het nieuwe nooit op zichzelf staat: het moet ergens vandaan komen, of uit iemand komen.

Wie Jezus is en wat Jezus wordt is op 1 januari van het jaar 1 nog versluierd. Dat is het mooie aan het nieuwe: je weet niet wat het wordt! Maar het nieuwe komt wel ergens vandaan. Hij is de zoon van Maria. Zij en God zijn wie Hem het leven geven, en zijn opdracht: hij mag, en moet hemel en aarde. God en mens samenbrengen. Het hemelse komt van God, het aardse van Maria:  beiden zijn nodig. Het éne kan niet zonder het andere. God kan (en wil) dit niet tot stand brengen buiten het Jawoord van Maria om, en Maria kan niets zelf bewerken buiten de Heilige Geest om.

Voordat God en Mens zich wezenlijk verenigen in Jezus moeten God en Maria elkaar vinden, zich geestelijk verenigen met elkaar. Maria is en moet volledig op God gericht zijn, mij geschiedde naar uw woord, dat is niet alleen maar een verklaring voor één keer. Het is het motto van haar leven. En dat wordt ook het fundament voor het leven van Jezus. Hij komt niet als halfgod uit de hemel neerdalen, hij komt als kwetsbaar kind, volledig menselijk, volledig het kind van Maria, en als mens dus de ontvanger van de opvoeding die de Heilige Familie Hem geeft: een opvoeding die uitloopt in andere woorden van Maria, als Jezus aan zijn publieke leven begint en zij tegen de dienaren bij het huwelijksfeest te Kana zegt: doe maar wat Hij u zeggen zal. Haar Jawoord mag óns jawoord worden.

Het nieuwe dat Jezus brengt, begint daar in Kana. Zelfs Maria kan dat niet overzien. Ze moet Jezus ook loslaten. Maar ze leeft uit geloof. Haar leven is de aardse hoeksteen voor het werken van Jezus.

Zo heeft élk nieuw begin een fundament nodig. Het nieuwe valt niet uit de hemel, als onbegrijpelijke grootheid. Het groeit op, neemt mee wat het krijgt en maakt er iets anders van.

Ons nieuwe jaar gaan we op dezelfde manier aan. We hebben goede voornemens, we gaan nieuwe dingen doen dit jaar. Er zullen dingen gebeuren die onvoorspelbaar zijn, en dat is wat het leven is.

We halen ons een visie voor de geest, wie we willen zijn, hoe we willen leven: dat beeld is als de ster in de hemel die ons leidt, elke keer weer een stapje de goede kant uit, dan komen we dichter bij waar we wezen moeten.

Maar we bouwen op wie we zijn, op waar we vandaan komen, we gaan het jaar 2026 aan op het fundament van al onze voorgaande jaren – of dat er nu meer of minder zijn. Op onze talenten, onze tekortkomingen. We nemen een voorbeeld aan Maria: we voeden de toekomst, door ons leven heen voeden we de toekomst op, en daarna moeten we de toekomst niet alleen maar laten gebeuren, maar ook weer aangaan. En we doen dat dus niet passief, dat aangaan, alsof het een onpersoonlijk lot is, maar we gaan het aan, vanuit geloof, hoop en liefde.

De zekerheid dat, wat er ook gebeurt, wij de toekomst vrijmoedig tegemoet kunnen treden geeft ons vrede. We kunnen altijd iets zinnigs in en met die toekomst doen, ook als we slecht nieuws krijgen, of onze goede voornemens in duigen vallen. Mogen we ons zo gedragen weten door het fundament, hetzelfde fundament als dat van Maria, van begin tot eind, van “Mij geschiedde naar uw woord” tot “Doe maar wat Hij u zeggen zal”.

Amen.

Sunday, 28 December 2025

Heilige Familie A

 

Lezing uit het heilig Evangelie
volgens Matteüs     2, 13-15. 19-23

Toen de wijzen waren vertrokken,
verscheen een engel van de Heer
in een droom aan Jozef
en zei:
“Sta op, neem het Kind en zijn moeder,
vlucht naar Egypte
en blijf daar tot ik het u zeg,
want Herodes zal het Kind gaan zoeken
om het te doden.”
Hij stond op,
nam het Kind en zijn moeder ’s nachts mee,
vertrok naar Egypte
en bleef daar tot de dood van Herodes,
opdat vervuld zou worden
wat de Heer gesproken had door de profeet:
“Uit Egypte heb Ik mijn zoon geroepen.”

Nadat Herodes gestorven was,
verscheen een engel van de Heer
in een droom aan Jozef in Egypte
en zei:
“Sta op, neem het Kind en zijn moeder
en ga naar het land Israël,
want zij die het Kind naar het leven stonden,
zijn gestorven.”
Hij stond op, nam het Kind en zijn moeder
en kwam naar het land Israël.
Maar toen hij hoorde
dat Archelaüs koning was van Judea
in plaats van zijn vader Herodes,
vreesde hij daarheen te gaan;
door een godsspraak gewaarschuwd in een droom,
vertrok hij naar het gebied van Galilea.
Bij aankomst
vestigde hij zich in een stad, Nazaret geheten,
opdat vervuld zou worden
wat door de profeten gezegd was:
“Hij zal een Nazoreeër genoemd worden.”

Woord van de Heer.


Beste vrienden,

Als we het hebben over Jezus hebben we het over een thuisloze. Van af het moment van zijn geboorte is het onduidelijk waar hij thuishoort. Hij wordt geboren in Bethlehem, een prachtige plek – de koningsstad van David. Maar in Bethlehem is geen plek voor hem. Zelfs niet in de herberg.

Hij wordt geboren in een stal. En zelfs daar kan hij niet blijven. Hij moet vluchten voor de troepen van Herodes en net als het Joodse volk zelf ooit deed gaat hij naar Egypte.

Maar ook daar blijven ze niet.

Ze keren terug naar Nazareth. Daar groeit hij op, en voor zo ver hij iets genoemd wordt is het de man van Nazareth.

Maar ook daar is hij niet echt thuis. Wanneer hij terugkomt in zijn openbare leven, kan hij daar geen wonderen doen en zijn dorpsgenoten stoten hem uit.

Zo zwerft hij door stad en land, zelfs door de heidense gebieden wanneer hij niet welkom is in het land van Israël.

De climax van zijn leven, is de opgang naar Jeruzalem – waar hij wordt verraden, veroordeeld en gedood aan het kruis. Opgehangen, buitengeworpen uit de stad – de vrije ruimte in.

Hij is niet zomaar “dakloos”, hij is niet eens alleen maar “vluchteling”, hoewel voor beide woorden op zekere momenten van zijn leven daar wat van te zien is.

De werkelijkheid gaat dieper dan dat.

Vanaf de kribbe tot de kruis is het eventuele dak boven zijn hoofd onzeker. Zelfs wat er onder zijn hoofd ligt, wordt niet altijd duidelijk. Vogels hebben nesten, en vossen hebben holen, zegt Jezus, maar de mensenzoon heeft geen steen om zijn hoofd op te leggen. En zoals hij het zegt, klinkt het als een verzuchting. Het is niet zoals het moet zijn.

Het Licht kwam in de wereld, maar de duisternis nam het niet aan, dat lazen we op eerste kerstdag. En Hij kwam in het Zijne, en het Zijne nam hem niet aan. En in de tussentijd is hij nu eens hier, en dan weer daar.

Het begint al in de stal, en het wordt vervolgd op weg naar Egypte toe, en de weg naar Nazaret die daarop volgt. Huizen die maar geen thuis willen worden. Onooglijke plekken, doorgangshavens. Ontdaan van alle prestige.

Maar als voor Jezus dat de plekken zijn die er – tijdelijk – toe doen, dan mogen wij ook oog hebben voor de onooglijke plekken die door anderen worden overgeslagen. Te vaak zijn die voor ons een blinde plek. De geleerden uit de tijd van Jezus namen hem niet serieus omdat hij uit Nazareth kwam. Kan daar wat goeds vandaan komen? – zo stoten ze elkaar aan. Zelf weten ze hun antwoord wel. Daar hoeven ze niet over na te denken. Ze zijn totaal niet nieuwsgierig. Als er iemand bijzonder voorbijkomt kijken ze alleen even naar welke burgemeester het paspoort heeft afgestempeld. “Oh, Nazaret, nee, deze kan het niet wezen”. En ze gaan verder tot de orde van de dag.

Beter waren ze nieuwsgierig geweest, en even dieper nagedacht. Doordat je je blindstaart op de as van het wiel, zie je niet meer waar de wagen naar toe rijdt! Beter maak je dan je blik wat wijder.

En dat is tegelijk de uitdaging van het hebben van een blinde vlek. Die zie je niet. Als je zelfvoldaan op je vanzelfsprekende positie zit, heb je geen reden om vragen aan jezelf te stellen. Zonder houding van nieuwsgierigheid is de kans klein dat je een blinde vlek ontdekt!

Dus misschien is dat een goede oefening voor het komend jaar. Dat we leren zien wat niet direct aan de oppervlakte zit. Waar zit er een gat in het verhaal? Welke hond blaft er niet ? Wat missen we omdat we vinden dat we het zo goed getroffen hebben met ons zelf. Waar hebben we onze nieuwsgierigheid het zwijgen opgelegd? Wat merken we misschien wel niet op, door ons vaste menu van informatievoorziening?

Zijn we wel nieuwsgierig genoeg om op te merken dat er misschien wat mist aan ons verhaal?

En zoals nieuwsgierigheid de moed is om toe te geven dat ons wereldbeeld misschien wel onaf is, hebben we dan ook de moed om naar andere mensen en nieuwe zienswijzen te luisteren, of zelfs eens te kijken wat er waar van is? Misschien moeten we zelfs toegeven dat we Jezus niet zo goed kennen als we denken. Een dof gebrek aan nieuwsgierigheid is één manier om het licht in de wereld niet door te laten breken. 

In een onvermoed mens gaat een diepe waarheid schuil. Het woord is vlees geworden, het heeft onder ons gewoond. Wij mogen Hem, en door Hem, alle mensen leren kennen. Laten we dan steeds dieper ingroeien, in dat geheim van de Mens, dat geheim van alle mensen.


Amen.





Thursday, 25 December 2025

Eerste Kerstdag 2025

  

In het begin was het Woord
en het Woord was bij God
en het Woord was God.
Dit was in het begin bij God.
Alles is door Hem geworden
en zonder Hem is niets geworden
van wat geworden is.
In Hem was leven
en dat leven was het licht der mensen.
En het licht schijnt in de duisternis,
maar de duisternis nam het niet aan.
Er trad een mens op, een gezondene van God;
zijn naam was Johannes.
Deze kwam tot getuigenis,
om te getuigen van het Licht,
opdat allen door hem tot geloof zouden komen.
Niet hij was het Licht,
maar hij moest getuigen van het Licht.
Het ware Licht,
dat iedere mens verlicht
kwam in de wereld.
Hij was in de wereld;
de wereld was door Hem geworden
en toch erkende de wereld Hem niet.
Hij kwam in het zijne,
maar de zijnen aanvaardden Hem niet.
Aan allen echter, die Hem wel aanvaardden,
aan hen, die in zijn Naam geloven,
gaf Hij het vermogen
kinderen van God te worden.
Zij zijn niet uit bloed,
noch uit begeerte van het vlees
of de wil van een man,
maar uit God geboren.
Het Woord is vlees geworden
en heeft onder ons gewoond.
Wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd,
zulk een heerlijkheid
als de Eniggeborene van de Vader ontvangt,
vol genade en waarheid.
Wij hebben Johannes’ getuigenis over Hem toen hij uitriep:
“Deze was het van wie ik zei:
Hij die achter mij komt is vóór mij,
want Hij was eerder dan ik.”
Van zijn volheid hebben wij allen ontvangen;
genade op genade.
Werd de wet door Mozes gegeven,
de genade en de waarheid kwamen door Jezus Christus.
Niemand heeft ooit God gezien;
de Eniggeboren God,
die in de schoot des Vaders is,
Hij heeft Hem doen kennen.

 

Beste vrienden

Deze kerstochtend zijn we samen en vieren we dat we God mogen ontmoeten in de gedaante van een kind. Je zou bijna zeggen: woorden schieten te kort om het daarover te hebben – maar dan zou ik wel erg snel uitgepraat zijn. Dus laten we het omdraaien. Juist op Kerstmis leren we wat het betekent dat we over God kunnen spreken.

Als we denken, spreken over God dan beginnen we bij een onmogelijkheid. Als we de woorden horen uit het Johannesevangelie, over het Woord dat van alle eeuwigheid bij God was en God is, dan duizelt het ons.

Dat Woord klinkt eindeloos ver weg van ons. Zelfs onbereikbaar. God is ten diepste voorbij alle plaats en tijd en dat is voor ons niet goed voor te stellen. We hebben alleen maar woorden over God omdat Hij daar niet blijft, veilig in het onbenaderbare licht, maar zich integendeel tot ons wendt.

Door de Schepping, allereerst. Zonder het Woord “is niets geworden van wat geworden is”. Je kan jezelf pas meedelen als er iemand is die het Woord ontvangen kan!

En dan door de eeuwen heen spreekt God tegen de mensen. Eerst is dat allemaal onduidelijk hoe dat werkt, maar het plan van God komt steeds dichterbij. Hij spreekt door profeten die mensen de weg wijzen. God geeft zijn belofte aan het Volk van God dat er een redder gaat komen die de mensen bevrijden zal.

Langzaam maar zeker komt de tijd om het Eeuwige Woord definitief uit te spreken. Dat Woord is Gods Zoon Jezus Christus. En het is met Kerstmis dat dit Woord zichtbaar gemaakt wordt, als een klein kind in een stal van Bethlehem. God heeft veel gezegd, maar nu heeft Hij zijn enige Woord gesproken. Hij heeft geen ander Woord. Hij trekt zijn Woord niet terug, Hij gaat niet meer iets anders verzinnen.

Wie God is, is voortaan te zien in het leven van Jezus Christus en dat leven is al ten volste zichtbaar in het hier en nu van Kerst: in de stal, tussen de dieren, in de kribbe.

Het eenmaal uitgesproken woord gaat weerloos de wereld in. God plaatst zich in de handen van mensen. Kwetsbaar en afhankelijk vraagt Hij aan mensen om mee te werken aan zijn Koninkrijk.

We lazen in de afgelopen dagen ook uit Lucas 1, het verhaal van de aankondiging. God laat de engel de Menswording van Christus bekend maken. Maar God doet dat niet zonder Maria’s medewerking. God zal zijn Woord niet uitspreken voordat Maria zich er volledig voor openstelt.

En het eenmaal geopenbaarde Woord is nu een kwetsbaar kind – het heeft ouders nodig en mensen om hem heen.  Ook later zal Jezus aan andere mensen vragen om hem te vergezellen. Zijn openbare leven wordt voorbereid door Johannes de Doper. Als het eenmaal begonnen is zoekt Hij leerlingen om Hem heen. Hij zweeft niet als een verheven Halfgod door het joodse land maar zoekt mensen op en leerlingen uit.

God is één van ons geworden: mens onder de mensen.  Dat betekent ook dat het ook aan ons mensen is om de boodschap van Jezus Christus – de boodschap van Kerstmis – mee te verkondigen.

De bekende Spaanse mystica Teresa van Avila bracht het eens zo toen ze zei: “God heeft geen andere handen en voeten meer dan de jouwe”. Het verhaal van de Godmens mag door mensen worden voortgezet. Ook dat is een uiting van Gods liefde voor de mensen. 

Wie van een ander houdt neemt hem of haar niet alles uit handen. Integendeel, je laat hem of haar vanuit de verdieping van de liefdesrelatie groeien in nieuwe verantwoordelijkheid. Soms gaat dat mis maar dat hoort er bij. God laat ons die ruimte.

Misschien is dat wat de kribbe ten diepste is: de plek die God inneemt om ons de ruimte te geven om te geloven. De ruimte om God en de naaste lief te hebben en het goede te doen. Vanuit de kribbe spreekt God geen machtswoord uit. Zijn aantrekkingskracht is die van een pasgeboren kind dat we willen liefhebben en beschermen.

Rond die kribbe, rond die stal, mogen we allemaal leren onze plaats in te nemen. Leren wat het betekent om leerling van Jezus te zijn. Onze verantwoordelijkheid nemen om als volwassenen Gods boodschap – Gods Woord – verder te geven. Niet als een moeilijk erfstuk maar als een levende realiteit.

Moge de ontmoeting met het kind Jezus in de stal ons bemoedigen en ons gereedmaken om ook komend jaar onze roeping waar te maken.

Amen, Zalig Kerstfeest.