Saturday, 10 April 2021

Beloken Pasen 2021

 

Verkondiging 11 april 2021 – zondag Goddelijke Barmhartigheid

 

In de avond van de eerste dag van de week,
toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen
gesloten waren uit vrees voor de Joden,
kwam Jezus binnen,
ging in hun midden staan en zei:
“Vrede zij u”.
Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde.
De leerlingen waren vervuld toen zij de Heer zagen.
Nogmaals zei Jezus tot hen:
“Vrede zij u.
Zoals de Vader Mij gezonden heeft,
zo zend Ik u.”
Na deze woorden blies Hij over hen en zei:
“Ontvangt de heilige Geest.
Wier zonden gij vergeeft,
hun zijn ze vergeven,
en wier zonden gij niet vergeeft,
hun zijn ze niet vergeven.”
Tomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd,
was echter niet bij hen toen Jezus kwam.
De andere leerlingen vertelden hem:
“Wij hebben de Heer gezien.”
Maar hij antwoordde:
“Als ik niet in zijn handen het teken van de nagelen zie,
en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken,
en mijn hand in zijn zijde leggen,
zal ik het niet geloven.”
Acht dagen later waren zijn leerlingen weer in het huis bijeen,
en nu was Tomas er bij.
Hoewel de deuren gesloten waren kwam Jezus binnen,
ging in hun midden staan en zei:
“Vrede zij u.”
Vervolgens zei Hij tot Tomas:
“Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen.
Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde
en wees niet langer ongelovig, maar gelovig.”
Toen riep Tomas uit:
“Mijn Heer en mijn God!”
Toen zei Jezus tot hem:
“Omdat ge Mij gezien hebt gelooft ge?
Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben.”
In het bijzijn van zijn leerlingen
heeft Jezus nog vele andere tekenen gedaan
welke niet in dit boek zijn opgetekend,
maar deze hier zijn opgetekend, opdat gij moogt geloven,
dat Jezus de Christus is,
de Zoon van God,
en opdat gij door te geloven
leven moogt in zijn Naam.

Broeders en zusters,

Als we iets ongelofelijks horen dan hebben we vast wel eens gezegd of gedacht: “dat kan niet waar zijn, voordat ik het geloof moet ik het eerst met eigen ogen hebben gezien!”. Sommige verhalen lijken zó onwaarschijnlijk dat we éxtra bewijs nodig hebben voor dat we het kunnen geloven!

Zo is het ook met de apostel Thomas in ons evangelie van vandaag. Jezus is gedood op Goede Vrijdag maar hij is nog niet begraven of de wildste verhalen steken de kop op! En de vrouwen zijn natuurlijk weer de eersten die met die verhalen aankomen, dat het graf leeg zou zijn, dat ze engelen hebben gezien op weggerolde stenen. En Maria Magdalena maakte het helemaal bont. Die viel een arme tuinman lastig en dacht dat hij Jezus was en begon erover dat we snel onze koffers moesten pakken om de bus naar Galilea te pakken. Daar zouden we Hem weer zien! En die andere leerlingen beginnen ook al van die verwarde praatjes te hebben, over dat Jezus over hen ademde en dingen zei!

Nee, dat kan natuurlijk niet. Als dat verhaal waar is  – dan moet ik het met eigen ogen zien! Als Jezus leeft dan moet ik daar niet alleen wat over verteld worden, nee, ik moet het met eigen ogen zien, met mijn eigen oren moet ik zijn stem horen, met mijn eigen handen moet ik Hem kunnen aanraken. Dan pas kan ik het geloven.

In de traditie zijn we Thomas ongelovige Thomas gaan noemen. Maar ik vind dat een beetje oneerlijk. Want dat is maar de helft van het verhaal. Want als Thomas Jezus dan met eigen ogen ziet en met eigen oren hoort en met zijn eigen handen kan aanraken, dan zegt hij niet alleen maar “oh, nu geloof ik het verhaal van Maria Magdalena wel”. Hij gaat er nog bovenuit en noemt Jezus “mijn Heer en God”. Zo wankelmoedig als Thomas eerst leek, zo sterk en zelfverzekerd is zijn geloof nu geworden. Als de hele mens, lichaam en ziel, aangesproken wordt dán komt het geloof los.

Zo is het ook in de Kerk: er wordt wel eens gesproken over geloof als iets wat enkel maar in je hoofd zit, alsof het uitsluitend om een bepaald soort gedachten gaat. En in de Kerk maken we woorden van die gedachten. Maar wij zijn niet alleen een brein op pootjes, we hebben ogen, en oren, handen en voeten en we kunnen zelfs ruiken! En alles wat we hebben moet mee op geloofstocht.

Daarom vieren we niet alleen met woorden maar ook met sacramenten – zoals de eucharistie die we in de communie ontvangen. God maakt zichzelf elke dag werkelijk aanwezig in de handen van de priester zodat deze op zijn beurt God doorgeven kan, niet alleen onder woorden brengen maar ook de communie aanreiken aan de mensen zodat het geloof tastbaar gevoed kan worden.

Vandaag is dan ook nog een bijzonder moment met het uitreiken van een eerste communie  – ook op deze manier laten we zien dat wat voor ons gewoon is, nooit iets alledaags wordt. Het geloof wordt tastbaar doorgegeven, en u mag dat zien.

Het is ook de reden dat we de Kerk ook mooi maken op zondag – en zo kom ik dan toch ook even op de rol van de koster in de Mis. We vieren geen woorden, we vieren een realiteit die zich zichtbaar en tastbaar maakt. En daarom moet de Kerk worden aangekleed, moet het er mooi uit zien. Want zonder schoonheid die we kunnen zien en aanraken wordt ons geloof niet gevoed. Zonder de tastbare objecten van de liturgie, het vaatwerk, de gewaden, de wierook begint ons geloof te stagneren.  Het woord dat vlees geworden is zou als we niet uitkijken weer tot woord verdampen en als een ochtendnevel verdwijnen.

We hebben alle zintuigen nodig om ons geloof op te bouwen, te versterken en door te geven. In de apostel Thomas zien wij iemand die dat begreep, dat onder woorden bracht zodat wij op onze beurt mogen groeien in dat geloof dat hij met hand, hoofd en hart heeft beleden.

Amen.  

 

 

Saturday, 3 April 2021

Pasen 2021

 In deze Goede Week leefde heel Nederland mee met twee indrukwekkende verhalen. Het eerste verhaal ging over valse getuigen, hoop, verraad, en de strijd om de waarheid  – het andere verhaal was dat van Pasen. 

Op TV was er een nek-aan-nek-race gaande tussen de Passion en de debatten in de Tweede Kamer. Één journalist schreef: “het leek wel alsof twee werkelijkheden in elkaar over liepen”.

Inderdaad, er liepen twee werelden door elkaar heen. Het leek alsof het oude paasverhaal gespiegeld werd in de wijde wereld. Natuurlijk moeten we de vergelijking ook weer niet te ver doordrijven. Geen enkele politicus, geen enkele partij is hier te vergelijken met Jezus Christus. Het koningschap van Jezus Christus is niet van deze wereld. Wij mogen Hem niet vereenzelvigen met welk ander mens dan ook, hoe zeer we ook denken dat hij of zij het bij het rechte eind heeft.

 Maar toch, we horen de echo’s van 2000 jaar geleden nog steeds weerklinken als hier iets gebeurt. Zo bijzonder was het wat er toen heeft plaatsgevonden.

Als u met de verhalen van Palmpasen, Witte Donderdag en Goede Vrijdag hebt meegeleefd, of misschien ook deze dagen de vieringen hebt meegemaakt in de kerk of misschien met de vieringen hebt  meegekeken via de stream, dan weet u hoe Jezus als koning wordt binnengehaald maar wordt verraden door iemand die hem nabij staat, door boze machinaties van invloedrijke mensen wordt uitgeschakeld.

Einde verhaal denk je dan, want deze verhalen kennen we.  Dat éne bekende verhaal van goede mensen die het onderspit delven tegen hen die sterker en machtiger zijn. Het lot van veel mensen die hun principes belangrijker vinden dan hun eigenbelang, of het verhaal van mensen die niet eens de kans kregen om principieel te zijn, maar gewoon pech hadden en vermorzeld werden omdat ze op het verkeerde moment op de verkeerde plek waren.

Een tijd geleden schreef een Amerikaanse rabbijn, Harold Kushner, een boekje met de titel: “Waarom het Kwaad Goede Mensen Treft”. Als we nu cynische mensen zouden zijn zouden we zeggen: dat is een zinloze vraag – het kwaad treft  juist de goede mensen– want – in de woorden van de Bijbel - de kinderen van het licht zijn niet eens half zo uitgekookt als de kinderen van de duisternis.  

Als we leven in een wereld waarin het goede krachteloos is en machtigen kunnen doen wat ze willen is de vraag waarom het kwaad goede mensen treft betekenisloos. We kunnen ons die vraag alleen stellen als we weten of vermoeden dat het goede een sterker fundament heeft, diepere wortels heeft dan het kwade. En hoezeer het goede in de diepste diepten geworpen wordt, zelfs tot in de afgrond van de dood, het komt toch sterker terug. Het goede steunt op God, God zelf wil het fundament zijn van leven, waarheid en liefde.

En Hij doet dit, niet door gekonkel, niet door rechtszaken achter gesloten deuren, niet door politieke berekening. Maar door de macht die in de liefde zelf besloten ligt. Een heel ander soort macht. Een stille kracht. Een kracht zonder grote woorden. Een kracht die niet afstoot, niet bang maakt en niet intimideert. Een kracht die in de stilte van het graf alles nieuw maakt, en ons vandaag blijft vernieuwen. Een kracht die zich toont – niet met grote geweldige tekens, niet met vuurwerk, sirenes en trompetten, maar door tekens van eenvoud.

Een weggerolde steen, een opgevouwen doek, een vriendelijke tuinman, een jongen in een wit gewaad.Een vrouw die het verder gaat vertellen.

En dat teken wordt doorgegeven als een lopend vuur, door verhalen van vrouwen en mannen, door de eeuwen heen. Tot aan vandaag, tot hier en nu. Nu wij dit geloof op onze beurt weer door gaan geven.

Zo mag het zijn tot wij Hem zien, van aangezicht tot aangezicht.

Jezus, de Verrezene, onze Heer.

Amen.

 

 

Thursday, 1 April 2021

Witte Donderdag 2021

 Het paasfeest was op handen.
Jezus,
die wist dat zijn uur gekomen was
om uit deze wereld over te gaan naar de Vader,
en die de zijnen in de wereld bemind had,
gaf hun een bewijs van zijn liefde tot het uiterste toe.
Onder de maaltijd,
toen de duivel reeds
aan Judas Iskariot, de zoon van Simon,
het plan had ingegeven om Hem over te leveren,
stond Jezus van tafel op.
In het bewustzijn
dat de Vader Hem alles in handen had gegeven
en dat Hij van God was uitgegaan
en naar God terugkeerde,
legde Hij zijn bovenkleren af,
nam een linnen doek en omgordde zich daarmee.
Daarop goot Hij water in het wasbekken
en begon de voeten van de leerlingen te wassen
en ze met de doek waarmee Hij omgord was af te drogen.
Zo kwam Hij bij Simon Petrus,
die echter tot Hem zei:
“Heer, wilt Gij mij de voeten wassen?”
Jezus gaf hem ten antwoord:
“Wat Ik doe, begrijpt ge nu nog niet,
maar later zult gij het inzien.”
Toen zei Petrus tot Hem:
“Nooit in der eeuwigheid zult Gij mij de voeten wassen!”
Jezus antwoordde Hem:
“Als gij u niet door Mij laat wassen,
kunt gij mijn deelgenoot niet zijn.”
Daarop zei Simon Petrus tot Hem:
“Heer, dan niet alleen mijn voeten,
maar ook mijn handen en hoofd.”
Maar Jezus antwoordde:
“Wie een bad heeft genomen, behoeft zich niet meer te wassen,
tenzij de voeten,
hij is immers helemaal rein.
Ook gij zijt rein,
ofschoon niet allen.”
Hij wist immers wie Hem zou overleveren.
Daarom zei Hij:
“Niet allen zijt gij rein.”
Toen Hij dan hun voeten had gewassen,
zijn bovenkleren had aangetrokken
en weer aan tafel was gegaan
sprak Hij tot hen:
“Begrijpt gij wat Ik u gedaan heb?
Gij spreekt Mij aan als Leraar en Heer,
en dat doet gij terecht, want dat ben Ik.
Maar als Ik,
de Heer en Leraar, uw voeten heb gewassen,
dan behoort ook gij elkaar de voeten te wassen.
Ik heb u een voorbeeld gegeven,
opdat gij zoudt doen zoals Ik u gedaan heb.”

 

Broeders en zusters

 

Met de viering van Witte Donderdag op deze avond beginnen wij het Heilig Triduum, de viering van de eenheid van Witte Donderdag – de instelling van de eucharistie en het gebod van naastenliefde - , Goede Vrijdag en de Paaswake. Wij vieren samen het Pasen van de Heer.

Het Pasen van de Heer begint met het Pasen bij de Heer. Het Paasmaal in de bovenzaal, samen met zijn leerlingen. Dat is nog het joodse Paasfeest waarover we hoorden in de eerste lezing. Een feest van leven, van bevrijding uit de dood, van uitzien naar het einde van de ballingschap in Egypte.

In dat oude feest ligt het nieuwe al besloten. We horen over het Paaslam dat geslacht wordt, en het bloed dat een wonderlijke bescherming geeft tegen de rondwarende dood. De kerkvaders hebben altijd gezegd dat in het Oude Testament het Nieuwe al doorschijnt, en zo is het ook nu.

Het is Jezus Christus zelf die zich deze nacht als Paaslam opgeeft aan de mensen die Hem kwaad willen doen, vóór alle mensen die bevrijd moeten worden. Het Paasfeest is geen feest van mensen lang geleden en ver weg, het wordt het feest van hier en nu – een feest voor alle tijden. Voor alle mensen die de weg van Jezus willen gaan.

In het vieren van Pasen deelt Jezus brood en wijn, en in die brood en wijn vinden we Jezus zelf. Hij deelt zichzelf. Hij houdt niets achter. En elke keer als wij samenkomen om eucharistie te vieren verkondigen wij deze waarheid, delen wij in Hem die de waarheid is.

Jezus houdt ons tenslotte in het Evangelie de les voor wat dat betekent. Jezus wast onder de maaltijd de voeten van de leerlingen. Petrus is ontsteld – want voeten wassen was het laagste werk wat er is. Men deed in de tijd van Jezus nog niet aan stevig schoeisel en goede wegen. Maar toch moet het gebeuren zodat de leerlingen leren wat er gebeurt.

Jezus geeft zichzelf volledig en houdt niets terug, Hij wil zijn leven geven ten bate van iedereen, want niet iedereen is rein, en tenslotte wil Hij ons een voorbeeld voorhouden. Doen, zoals Hij gedaan heeft.

Juist op deze dag, nog midden in de crisis, kunnen wij de woorden van Jezus niet liturgisch navolgen. De traditionele voetwassing in de viering vervalt. Maar we moeten begrijpen dat de voetwassing in de eerste plaats een symbool is, een teken dat ons onderwijst en werkelijkheid kan worden als wij de Heer willen volgen.

De Eucharistie, de maaltijd van de Heer mag steeds werkelijker voor ons worden als wij eucharistisch in het leven staan. Geraakt door de genade, de vrije gave van Boven, zelf leren steeds gevender te worden. Zorgen voor onze naasten, voor de mensen om ons heen, en zo ook steeds meer leren wie de Heer voor ons is.

Niet alleen vandaag, niet alleen met Pasen, maar elke dag opnieuw. Totdat wij wegtrekken uit de Ballingschap en mogen gaan tot het Beloofde Land.

Amen.