Beste vrienden,
We hebben een hele mooie lezing op deze dag. Het is de opening van de meimaand, waarin we Maria centraal stellen. Dan is het de eerste mei , de feestdag van St. Jozef de Arbeider en de lezing van de dag gaat over Jezus zelf die de leerlingen vertelt dat hij voor hen een plaats gaat bereiden in het huis van de Vader, een huis met veel kamers.
Maria, Jozef en Jezus hebben ons alle drie iets te zeggen op deze dag. We beginnen met Maria, want bij Maria is waar ons verhaal begint. Jezus vindt zijn oorsprong zowel in Gods gesproken Woord, als in het antwoord dat Maria daarop geeft. Zij beeldt uit wat ons geloof is. God spreekt, wij geven antwoord. Is ons geloof volmaakt, dan zeggen wij – net als Maria – mij geschiedde naar uw woord – is dat wat minder volmaakt dan zeggen en doen wij wat minder – maar als er maar een mosterdzaadje is blijven we op dat pad dat Maria ons voorgaat, en kan God grote dingen met ons doen.
Maria staat er niet alleen voor, zij is samen met Jozef haar man. Jozef de Timmerman. Jozef de Arbeider. Je kan het Griekse woord voor het beroep van Jozef zelfs – als je zou willen – vertalen met bouwmeester. Iemand die ruimtes maakt, in orde brengt. Zorgt dat mensen kunnen wonen en leven.
Jozef de Arbeider leert ons de les dat het in het geloof, het antwoord dat wij op Gods Woord geven niet alleen draait om woorden en meningen. We moeten er letterlijk mee aan de slag. Soms zien we dit ook om ons heen. Als mensen te weinig om handen hebben, raken ze de weg kwijt in zichzelf. Arbeid is niet alleen nuttig, iets om geld mee te verdienen, maar geeft ook ons leven vorm. Als we geluk hebben kan het zelfs deel zijn van je identiteit – wie je bent als mens. Identiteiten zijn niet zozeer de dingen waar je eindeloos over praat, maar eerder datgene wat je bent, wat je doet. Jozef stond niet bekend als een grote prater, maar in alles wat hij deed leerde men hem kennen.
Zo gezien is de manier waarop je je werk doet ook een manier waarop je je geloof beleeft. Niet altijd met grote (of kleine) woorden, maar in hoe je van dag tot dag doet wat je moet doen, en hopelijk zo iets bijdraagt aan de wereld.
Maar het werk op Aarde heeft niet het laatste woord. Gelukkig maar. Want wie onder ons kan altijd zeker zijn van de vruchten van je arbeid. Zelfs als je altijd je best gedaan hebt kun je niet altijd rekenen op succes en waardering,. Vaak is wat mensen zien wat je doet, enkel het topje van de ijsberg – alles wat daaronder ligt, en éven echt is, wordt voor kennisgeving aangenomen.
Zelfs de meest succesvolle mens op aarde maakt geen dingen voor de eeuwigheid. Hoe belangrijk ons werk ook is, het is maar een voorbereiding op wat komen moet. Alles wat we doen, is gericht op het verbonden blijven met Jezus, Hem ontmoeten, leerling zijn. Ons doen is stukwerk, maar de navolging leidt ons naar een ladder die nooit wiebelt of wankelt. Een zeker pad.
Maken wij ruimte voor de mensen om ons heen, dan mogen we ook geloven dat er ruimte voor ons zal zijn. Ruimte om te leven. Nu al. En later nog meer. In overvloed. Dan mogen we werkelijk thuiskomen, in een woning voorbij alle werk, voorbij alle moeite. En ja, zelfs voorbij ons geloof, omdat alles waar we op hoopten dan werkelijkheid geworden is.
Door Maria, met Jozef, tot Christus.
Amen.