Sunday, 8 February 2026

Vijfde Zondag in Gewone Tijd A 8 februari 2026

 In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:

“Gij zijt het zout der aarde.
Maar als het zout zijn kracht verliest,
waarmee zal men dan zouten?
Het deugt nergens meer voor dan om weggeworpen
en door de mensen vertrapt te worden.
Gij zijt het licht der wereld.
Een stad kan niet verborgen blijven
als ze boven op een berg ligt!
Men steekt toch ook niet een lamp aan
om ze onder de korenmaat te zetten,
maar men plaats ze op de standaard,
zodat ze licht geeft voor allen, die in huis zijn.
Zo moet ook uw licht stralen voor het oog van de mensen,
opdat zij uw goede werken zien
en uw Vader verheerlijken, die in de hemel is.”

 

Beste vrienden

 

De Nederlandse keuken staat niet bekend om haar intensieve gebruik van kruiden en andere smaakmakers. Voor buitenlandse mensen die kennismaken met de Nederlandse cuisine is dat soms nogal een schok om mee te maken. Als je gewend bent je eten goed te kruiden is het duidelijk dat er nogal wat ontbreekt als die relatief kleine toevoegingen er niet meer zijn. Voor de smaakorganen valt er dan een hele dimensie weg. Over die dimensie wil ik het graag hebben.

Zout doet een aantal dingen, in het bijzonder in de context van het joodse land in de eerste eeuw, de tijd van Jezus. En daar gaan we het straks over hebben. Maar ik wil beginnen met een interpretatie die vaak gehoord wordt maar waar denk ik weinig van klopt.

Ik heb vaak gehoord en gelezen (en zelfs wel eens gezegd) dat mensen zeiden: als christenen zout der Aarde moeten zijn dan betekent dat in de eerste plaats smaakmaker. Dat Christenen een kleine minderheid zijn is dan dus niet erg. Immers: geen enkel gerecht immers bestaat grotendeels uit zout!  Dat idee is denk ik verzonnen om ons te troosten omdat de kerk vooralsnog steeds kleiner wordt. Een beetje als het idee wat je ook wel eens gezegd wordt dat naarmate de ontkerkelijking toeneemt de besten gaan overblijven.

Die gedachten zijn begrijpelijk, maar ze zijn geen Evangelie. Toch zijn ze informatief omdat ze ons laten zien hoe en waarom wij het Evangelie kunnen begrijpen.

Deze passage die we deze zondag lezen staat niet op zichzelf. Het maakt deel uit van de grote Bergrede van Jezus. De passage volgt direct op de Zaligsprekingen die we vorige zondag lezen en direct hierna begint Jezus aan zijn uitleg van de Wet – waarin hij vertelt dat de gerechtigheid van zijn volgelingen die van de Schriftgeleerden en Farizeeën moet overtreffen en uitlegt hoe dat er uit ziet.

Als we dat niet beseffen en niet bij de lezing van deze passage steeds kijken naar wat er in de rest van de Bergrede en het Mattheusevangelie staat kunnen wij niet begrijpen wat Jezus bedoelt.

Het risico wat er kan gebeuren als je lange Bijbelverhalen en redevoeringen van Jezus in stukjes knipt – en dat is wat we doen in de Katholieke Kerk - dan kun je ze wel eens losstaand van de rest van de Bijbeltekst gaan lezen, en dat is niet de bedoeling!  Het is onvermijdelijk dat dit opknippen gebeurt, want zo verdelen we de Bijbelteksten over het hele liturgische jaar, maar er zitten echt nadelen aan.

De passage “in die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen” is een standaard aanhef die gebruikt wordt om de passage in te luiden, maar die passage is niet zelf deel van het Evangelie. Om te beginnen zou je kunnen denken dat Jezus al reizend door het Joodse land met zijn leerlingen dit op een los moment tegen hen zei. Dat is niet zo.

Want de Bergrede beantwoordt eenduidig de vraag wie het Zout der Aarde is. Dat is niet een selecte groep leerlingen, maar de menigte (Mt.5:1). De leerlingen komen wel bij Hem bij het onderricht. Maar hij onderricht de grote groep, niet een klein groepje intimi.

Zout: dat is iedereen die Jezus volgen wil. Die is zout.

En voor wie is dat zout bedoeld? Voor de Aarde. Ook dat is belangrijk. Aarde wil zeggen: de hele wereld. Net zoals zout, kruiden of elke specerij betekenis heeft, dan is dat niet omdat er maar weinig van is, of weinig van nodig is, maar liever omdat het betrekking heeft op het geheel. Er staat: Gij zijt het zout der Aarde. Niet: Gij zijt het zout van het land van Israël of een andere lokale omgeving. Nee, de christelijke opdracht is er voor heel de wereld, over alle grenzen heen. Je hebt per gerecht misschien maar een klein beetje zout nodig. Maar we zijn niet geroepen om alleen een bord spaghetti te zouten, we zijn geroepen om de wereld te zouten. Dat is een berg zout. Maar een béétje zout hebben is dus echt niet iets om trots op te zijn.

Tenslotte: hoe doet dat zout dat? Zout heeft traditioneel een aantal kenmerken. Die hebben ook een sterke symbolische betekenis. Daar gaan we even naar kijken. Zout conserveert en zuivert.

Allereerst: het  conserveert. Misschien had uw vader of moeder, of als je jonger bent oma of opa een Keulse pot in de kelder staan. Gezouten voedsel blijft lang goed!

Christenen moeten wat er voor hen kwam niet rücksichtslos om ver werpen en denken dat het nieuwe van Jezus alles wat er voor hen kwam afbreekt. Nee, Jezus zegt een paar verzen verder: denk niet dat ik gekomen ben om de Wet en Profeten af te schaffen. Hij conserveert de Wet en de Profeten. De menigte die het zout der Aarde is wordt een paar verzen later opgeroepen om wat voor hen kwam te eren en te bewaren.

Dit betekent niet: slaafse navolging, of een pietluttige obsessie met rituelen en vanzelfsprekendheden van lang geleden. De beleving van de Wet en de Profeten, wat er voor Jezus kwam moet ook gezouten wordenDat wil in dit geval zeggen gezuiverd.

Zout is niet alleen een conserveringsmiddel, maar het maakt ook rein. Dit zien we nog in een paar rituelen terug, bijvoorbeeld in de Paasnacht. Zout maakt puur. Wat overgeleverd is moet naar een nieuwe dimensie worden getild om zo werkelijk tot zijn recht te komen. Zoals zout het gerecht naar een nieuw niveau tilt, zo tillen de volgelingen van Jezus de hele wereld naar een nieuw niveau, brengen het in contact met een nieuwe, geestelijke, dimensie.

Dit lezen we ook een paar verzen verderop, als Jezus zegt een paar verzen verderop: dat “hun  gerechtigheid die van de Schriftgeleerden en Farizeeën ver moet overtreffen”. Hun gerechtigheid moet die van de Schriftgeleerden overtreffen: níet in de zin dat ze nog preciezer, rigider en hardwerkender moeten zijn, alsof er een soort religieuze wapenwedloop moet plaatsvinden! Integendeel: het moet die van hen overtreffen in de zin dat er werkelijk een dimensie bijkomt. De letter van de Wet moet vervuld worden, bewogen worden door de Geest van de Wet. Lukt je dat, dan overtreft je gerechtigheid die van Farizeeën.

Als u wilt weten wat dat dan met zich meebrengt, dan moet u komende zondag weer komen, want dan lezen we de hieropvolgende verzen. We eindigen dus een beetje met een cliffhanger. Spannend! Hoe zou het aflopen?

Wij gaan straks weer de wereld in, om zout te zijn voor de hele wereld. Niet alleen de mensen om ons heen maar alle mensen die we kunnen raken met ons voorbeeld en ons gedrag. Wij mogen vasthouden wat ons overgeleverd is en al het goede bewaren en die op hun beurt gezuiverd, Geestvervuld, doorgeven. Een hele opdracht, maar we staan er niet alleen voor.

Mogen we ons altijd bemoedigd voelen in deze opdracht, verbonden met de hele Kerk en vervuld van onze missie de hele Aarde mee te nemen in dit avontuur.

Amen.

Saturday, 31 January 2026

Vierde Zondag in Gewone Tijd A: 'Toean Belanda' aan de Paraná?

 Toen Jezus de menigte zag, ging Hij de berg op

en, nadat Hij zich had neergezet, kwamen zijn leerlingen bij Hem.
Hij nam het woord en onderrichtte hen aldus:

“Zalig zijn de armen van geest,
want aan hen behoort het Rijk der hemelen.
Zalig de treurenden,
want zij zullen getroost worden.

Zalig de zachtmoedigen,
want zij zullen het land bezitten.
Zalig die hongeren en dorsten naar gerechtigheid,
want zij zullen verzadigd worden.
Zalig de barmhartigen,
want zij zullen barmhartigheid ondervinden.
Zalig de zuiveren van hart,
want zij zullen God zien.
Zalig die vrede brengen,
want zij zullen kinderen van God genoemd worden.

Zalig die vervolgd worden om de gerechtigheid,
want hen behoort het Rijk der hemelen.
Zalig zijt gij, wanneer men u beschimpt, vervolgt
en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnentwil.
Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel.”

Beste vrienden, 

Ik ben van de week gaan zitten voor de nieuwe serie van de VPRO waarin ze mensen volgen die naar Paraguay zijn verhuisd. Een soort "Ik Vertrek", zeg maar. Wakker in Paraguay heette dat. 

Nu kijk ik heel graag naar Ik Vertrek omdat ik, ik zal eerlijk zijn, ik ben wel een beetje van leedvermaak. En mensen die naar een ander land vertrekken zonder vergunningen, bedrijfsplan of enige kennis van de vreemde taal: dat is  heerlijke televisie. Daar kun je me altijd voor wakker maken.  

Maar dit was anders. Deze mensen wilden niet zomaar wat anders in het leven, ze wilden weg - zo zeiden ze - van alles wat hun bond aan Nederland. Want in Nederland kon je niet meer vrij zijn. Zo noemden ze dat. 
De belastingen zijn hier te hoog. Je hebt leerplicht. Je moet je houden aan bestemmingsplannen enzovoort. En als er een pandemie is, moet je je aan de regels houden die er voor iedereen gelden. Terwijl jíj bijzonder bent, en je niet aan regels zou moeten houden. Dat is het idee. 

En zo vertrek je dan met je Nederlandse geld naar het arme Paraguay, waar je het land van andere mensen op kan kopen om daar zélf ruimte in te gaan nemen. Zonder dat je nog iets met iemand te maken hebt. Niks met Nederland, maar ook niet écht met Paraguay. Want ik geloof er niks van dat deze mensen echt willen opgaan in die samenleving, daar willen integreren, of uiteindelijk hun Nederlandse paspoort gaan inruilen tegen een Paraguyaans exemplaar. (Want als het mis gaat moet je natuurlijk wel weer worden ontzet door diezelfde Nederlandse overheid waar je niks meer mee te maken wou hebben) 

Dat ruimte innemen. Dat viel me nog het meest op: de vanzelfsprekendheid waarmee die mensen dachten de ruimte van anderen in te nemen. Anderen voor hen te laten werken, terwijl ze zelf de hele dag bezig waren te praten over complottheorieën, of hoe slecht ze behandeld waren, terwijl ze op niks concreets meer waren betrokken. En zo wordt het minder Wakker in Paraguay en meer Toean Belanda aan de Paraná, het uitleven van een koloniale fantasie waar men denkt vrij te zijn door anderen, arme mensen en hun arme land, in jouw hebberige handen te krijgen. 

En dan horen we deze zondag de woorden van de Zaligsprekingen. Woorden over o.a. arm zijn, troost krijgen, land beërven, barmhartigheid ondervinden en God zien. Woorden over verlangen naar gerechtigheid, en ook over vervolging. (Maar dat is denk ik iets anders dan dat je een boete krijgt omdat je schimmige zaken doet.)

En het contrast beste vrienden, dat lijkt me nogal groot. Nu zijn de Zaligsprekingen, de woorden die Jezus op de berg spreekt voor mensen overal vandaan niet zomaar iets alledaags. Ze zijn geen nieuwe grondwet voor het land, geen Burgerlijk Wetboek. 

Jezus verkondigt een nieuwe houding waarmee je in het leven kan staan. Waar je ook woont. Daar hoef je niet voor naar een ander land. Dat mag hier en nu. En het hier en nu voor de mensen die daarbij waren, toen Jezus de Zaligsprekingen uitsprak, hadden het niet goed. Die leefden onder bezetting, of in armoede, of - zelfs als ze het iets beter hadden - in onzekerheid. De Zaligsprekingen zijn geen woorden voor in de hangmat. Het is bemoediging voor als het leven moeilijk wordt. 

En Jezus zegt dan niet: pak je boeltje en ga - met achterlating van al je verantwoordelijkheden - neem daar dan andermans plek in, en doe vervolgens waar je zin in hebt.

De Zaligsprekingen leggen een andere levenswijze op tafel. Ze beginnen met de dingen waar we op mogen hopen als we zien dat het niet goed gaat in de wereld om ons heen, en niet goed gaat met onszelf. Dan worden we uitgenodigd om een houding aan te nemen die ons bekwaamt om God te zien werken in alle omstandigheden. 

De Zaligsprekingen beginnen met twee situaties die voor ons niet wenselijk klinken. Zalig degenen die arm zijn van geest en die treuren. Ik denk dat als je een zelfhulpboek leest de boodschap juist een andere is. Hoe leer je zo sterk mogelijk worden, en hoe verwerk je treurnis zo snel mogelijk, zodat het voorbij is, en leer je weer in jezelf geloven. Dat is meer de boodschap van nu. 

Maar in de wereld van de Bijbel zul je eerst de harde werkelijkheid moeten aannemen en doorleven. De waarheid over hoeveel verdriet er in de wereld is, en in onszelf, en hoe groot onze onmacht is om daar wat aan te doen. En hoe elke poging om daarvoor weg te vluchten - al was het naar Paraguay - dat probleem alleen maar groter maakt. 

Arm zijn van geest betekent hier: we kunnen maar deels van onszelf aan: we zijn geen meesters van ons eigen bestaan. Het voelt zo vaak alsof ons leven geleefd wordt. De droom van vrijheid stuit op de grenzen van de werkelijkheid. En dat is niet de schuld van een complot of van een schimmige parasiet die het weer en de banken beheerst. Dat is wat het betekent om mens te zijn in een gevallen wereld. Onze eindeloze dromen lopen altijd vast in de blubber van de werkelijkheid. 

En als dat nog geen reden genoeg was om te treuren dan helpt die werkelijkheid ons daar ook nog wel bij. Machtige mensen die straffeloos boze dingen mogen doen. Oneerlijkheid. Oorlog, geweld en dat sluipende gevoel dat het niet ver weg blijft maar het kwaad elk jaar wat dichterbij kruipt. Daar kun je met ontzetting naar kijken. De wereld is uit het lood. Dat maakt treurig. Maar de wereld is altijd uit het lood, en treurnis is dus ook onvermijdelijk. We vinden hier geen blijvend geluk en als we geen treurnis daarover zouden voelen, dan was er serieus wat mis met ons. 

Maar dan vertellen de Zaligsprekingen ons dat dat inzicht, arm van geest zijn - weten dat je geen meester van jezelf bent -, treurig zijn, weten dat het niet uit zichzelf goed komt met de wereld, juist de toegang is naar het geluk!

Weten dat het niet allemaal uit jezelf moet komen, maar dat we God nodig hebben is geen brevet van armoede, maar een Gouden Ticket. Zonder de kennis dat we onszelf niet scheppen en niet redden is er geen toekomst voor ons. 

De volgende Zaligsprekingen komen dan te spreken over de houdingen die we mogen hebben om vruchtbaar in het leven te staan. Niet om "onszelf te redden", niet om ons angstig aan vast te klampen, al waren ze een soort  Paraguyaanse verblijfsvergunning onder in de lade, voor als er oorlog komt. Maar om ons leven hier, met alle goede en kwade zaken, zin en betekenis te geven. 

Die zijn: Zachtmoedig zijn, hongeren en dorsten naar gerechtigheid, barmhartig zijn, en zuiver van hart, en proberen vrede te brengen

Zachtmoedig moeten we even bij stilstaan, want het klinkt alsof God je vraagt een soort vaatdoek of voetveeg te worden. Maar dat is niet wat het betekent. De kracht die je hebt laat je spreken, maar zonder dat je ego telkens in de weg loopt. Het is assertief kunnen zijn zonder in agressie te belanden, en die assertiviteit moet gegrond zijn in God zelf. Je wordt niet moe om het goede te doen wat je kan doen, omdat het hetgeen is wat God je voorhoudt te doen. 
Dat is dus iets anders dan schreeuwend met je vuist op tafel slaan omdat je je zin niet krijgt. 

Hongeren en dorsten naar gerechtigheid is hier een vervolg op. Wij kunnen de wereld niet altijd veranderen. We kunnen onszelf altijd inzetten voor een betere wereld, maar wij kunnen haar niet zomaar beter maken. Maar als we de motivatie om recht te zien gebeuren verliezen, dan verliezen we ook onze eigen menselijkheid. Als je cynisch wordt, gaat denken dat onrecht er gewoon bij hoort, en de enige remedie is om jezelf in veiligheid te brengen, dan verlies je iets van je eigen menselijkheid. Jij vlucht wel weg, maar je eigen kwetsuren reizen met je mee. Je moet verbonden blijven met de wereld, wie zich opsluit in zichzelf? Die leidt een steriel bestaan. 

Barmhartig zijn, is een diep Bijbels begrip. We horen het terug in alle verhalen over mensen die door God vergeven worden, en die vergeving beantwoorden door zelf vergevend te zijn. En ieder mens kan vergeven worden, en wij zijn al van zoveel vergeven! Dus wat wil jij kleinzielig hopen dat elk onrechtje jou aangedaan zevenenzeventig maal gewroken wordt op de ander! Gedraag je liever als de bevrijde mens die je bent, door anderen ook die bevrijding, die heelheid te gunnen. Anderen te behandelen als wie ze zijn - doel in zichzelf - niet als dienaren, niet als marionetten in jouw poppenspel. 

Dat is dan ook wat Zuiverheid van Hart betekent. Je verlangens moeten op orde zijn. Het is niet genoeg dat je een ander niet reduceert tot iets minderwaardigs: je moet er niet naar willen verlangen. Andere mensen zijn er niet om jouw probleem op te lossen. Het is dus niet genoeg om een ander niet te verdrukken: zelfs het verlangen om een ander minderwaardig te maken zou ver van je af moeten staan. Als je dat verlangen in je voelt wordt het tijd om aan jezelf te werken. 

Zo wil je dan vrede brengen. Vrede is in de Bijbel niet zozeer het ontbreken van oorlog maar een positieve vorm van samen-leven. Er kan geen vrede zijn zonder respect, zonder recht, zonder zuiverheid van hart. De monsterlijke, eindeloze honger naar meer, duwt die vrede al omver - al lang voordat het eerste schot gelost wordt. 

Doe je dit alles, dan denk je - dan zit het wel snor. Dan heb ik een gelukkig leven. Helaas is dit niet zomaar het geval. Als je goed doet, moet je niet verwachten dat dit altijd beloond wordt. Integendeel, als je alleen maar het goede zou doen omdat het beloond wordt, wat voor goeds doe je dan. De toetssteen van het goede is of je het blijft doen ook als het in het hier en nu afgestraft wordt. De wereld is gebroken, je mag niet altijd verwachten dat wie goed doet, goed ontmoet. 

Zo eindigen dus de Zaligsprekingen, zalig degenen die vervolgd worden om Mijnentwil. Je mag het goede blijven doen, ook als het je nu, of misschien wel nooit beloond wordt in dit leven. Het leven dat je mag leiden vindt zijn grond in de belofte van God, en niet in beloftes van welvaart of macht. 

Zo zijn we dan vrij, om in het hier en nu te leven. Ons niet over te geven aan steriele ontsnappingsfantasieën - al dan niet over onderdanige bruine mensen die de pijn en moeite van ons bestaan van ons af gaan nemen - maar werkelijk het leven in te gaan. Met alle vreugde en pijn die daar bij hoort. Met andere woorden: te leven, en zo het Leven in te gaan. 

Amen. 

















Thursday, 1 January 2026

Nieuwjaarsdag /Hoogfeest H. Maria Moeder van God

 In die tijd haastten de herders zich naar Betlehem

en vonden Maria en Jozef
en het pasgeboren kind, dat in de kribbe lag.
Toen ze dit gezien hadden
maakten ze bekend wat hun over dit kind gezegd was.
Allen die het hoorden stonden verwonderd
over hetgeen de herders hun verhaalden.
Maria bewaarde al deze woorden in haar hart
en overwoog ze bij zichzelf.
De herders keerden terug,
terwijl zij God verheerlijkten en loofden
om alles wat zij gehoord en gezien hadden;
het was juist zoals hun gezegd was.
Toen de acht dagen voorbij waren en men het kind moest besnijden,
ontving het de naam Jezus,
zoals het door de engel was genoemd
voordat het in de moederschoot werd ontvangen.
Woord van de Heer.
Wij danken God.

 

Beste vrienden,  

Als we oud en nieuw vieren, dan hoort daar van alles bij. We kijken misschien naar een oudejaarsconference. Of naar gelang waar we wonen schieten we carbid of vuurwerk af, deze keer was dat voor het laatst. 

Er worden kerkklokken geluid. We eten oliebollen met poedersuiker, drinken iets lekkers – bijvoorbeeld een glas champagne, en maken goede voornemens

Al deze rituelen, de énen meer dan de ander, horen bij het afscheid van het oude en het begin van het nieuwe jaar.

In de kerk vieren we het nieuwe jaar op 1 januari met het Hoogfeest van Maria, die zet de toon en om een aantal redenen. Met Kerst begint het nieuwe leven. Jezus is geboren. Alles wat daarna gebeurt in de week na kerst staat daar in het teken van en diept dat geheim verder uit. Het feest van vandaag vertelt ons dat het nieuwe nooit op zichzelf staat: het moet ergens vandaan komen, of uit iemand komen.

Wie Jezus is en wat Jezus wordt is op 1 januari van het jaar 1 nog versluierd. Dat is het mooie aan het nieuwe: je weet niet wat het wordt! Maar het nieuwe komt wel ergens vandaan. Hij is de zoon van Maria. Zij en God zijn wie Hem het leven geven, en zijn opdracht: hij mag, en moet hemel en aarde. God en mens samenbrengen. Het hemelse komt van God, het aardse van Maria:  beiden zijn nodig. Het éne kan niet zonder het andere. God kan (en wil) dit niet tot stand brengen buiten het Jawoord van Maria om, en Maria kan niets zelf bewerken buiten de Heilige Geest om.

Voordat God en Mens zich wezenlijk verenigen in Jezus moeten God en Maria elkaar vinden, zich geestelijk verenigen met elkaar. Maria is en moet volledig op God gericht zijn, mij geschiedde naar uw woord, dat is niet alleen maar een verklaring voor één keer. Het is het motto van haar leven. En dat wordt ook het fundament voor het leven van Jezus. Hij komt niet als halfgod uit de hemel neerdalen, hij komt als kwetsbaar kind, volledig menselijk, volledig het kind van Maria, en als mens dus de ontvanger van de opvoeding die de Heilige Familie Hem geeft: een opvoeding die uitloopt in andere woorden van Maria, als Jezus aan zijn publieke leven begint en zij tegen de dienaren bij het huwelijksfeest te Kana zegt: doe maar wat Hij u zeggen zal. Haar Jawoord mag óns jawoord worden.

Het nieuwe dat Jezus brengt, begint daar in Kana. Zelfs Maria kan dat niet overzien. Ze moet Jezus ook loslaten. Maar ze leeft uit geloof. Haar leven is de aardse hoeksteen voor het werken van Jezus.

Zo heeft élk nieuw begin een fundament nodig. Het nieuwe valt niet uit de hemel, als onbegrijpelijke grootheid. Het groeit op, neemt mee wat het krijgt en maakt er iets anders van.

Ons nieuwe jaar gaan we op dezelfde manier aan. We hebben goede voornemens, we gaan nieuwe dingen doen dit jaar. Er zullen dingen gebeuren die onvoorspelbaar zijn, en dat is wat het leven is.

We halen ons een visie voor de geest, wie we willen zijn, hoe we willen leven: dat beeld is als de ster in de hemel die ons leidt, elke keer weer een stapje de goede kant uit, dan komen we dichter bij waar we wezen moeten.

Maar we bouwen op wie we zijn, op waar we vandaan komen, we gaan het jaar 2026 aan op het fundament van al onze voorgaande jaren – of dat er nu meer of minder zijn. Op onze talenten, onze tekortkomingen. We nemen een voorbeeld aan Maria: we voeden de toekomst, door ons leven heen voeden we de toekomst op, en daarna moeten we de toekomst niet alleen maar laten gebeuren, maar ook weer aangaan. En we doen dat dus niet passief, dat aangaan, alsof het een onpersoonlijk lot is, maar we gaan het aan, vanuit geloof, hoop en liefde.

De zekerheid dat, wat er ook gebeurt, wij de toekomst vrijmoedig tegemoet kunnen treden geeft ons vrede. We kunnen altijd iets zinnigs in en met die toekomst doen, ook als we slecht nieuws krijgen, of onze goede voornemens in duigen vallen. Mogen we ons zo gedragen weten door het fundament, hetzelfde fundament als dat van Maria, van begin tot eind, van “Mij geschiedde naar uw woord” tot “Doe maar wat Hij u zeggen zal”.

Amen.