Beste kinderen en ouders , beste mensen
We zijn vandaag op weg met de leerlingen die naar Emmaus gaan. En daar is wat mee aan de hand, die zijn namelijk niet zomaar op pad om ergens naar toe te gaan. Als in: we gaan ergens heen want daar is wat te doen, te zien of te bereiken. Ze gaan weg van iets. Ze zijn verdrietig.
Ze waren leerlingen van Jezus en hebben meegemaakt wat er allemaal gebeurd is. Ze waren samen op Palmpasen, toen Jezus werd binnengehaald, en dat zag er zo feestelijk uit. Nu zou het allemaal goedkomen! Maar toen werd Jezus midden in de nacht gearresteerd en ter dood veroordeeld.
De zondag daarop pakken ze hun boeltje en gaan naar Emmaus toe. Niet dat daar wat te doen is verder. Emmaus was een beetje het busstation van de eerste eeuw. Als je weg wilde uit Jeruzalem dan was dat een makkelijke eerste bestemming. Vandaar ging je dan weer ergens anders heen. Waar maakte niet uit, als het maar niet meer Jeruzalem was.
Daar was namelijk voor hen niks meer. Ze wisten nog niet dat het Pasen was. Terwijl ze naar Emmaus gaan loopt er iemand bij hen op. Ze weten niet wie het is. Zo gaat het wel vaker als je erg verdrietig bent, dan zie je de dingen niet meer helder. De vreemdeling vraagt hen waarom ze zo bedroefd zijn. En terwijl ze vertellen over Jezus knikt de man vriendelijk en stelt allemaal nieuwe vragen. Staat er dit niet in de Bijbel? En dat ook niet?
Hij houdt zelf geen groot verhaal, zo van “ik ga het je eens uitleggen waarom jij het helemaal fout hebt.” Hij stelt alleen maar vragen. Maar wel de goede. Langzaam maar zeker wordt die waas van verdriet minder dicht. Als ze bij Emmaus komen doet de man alsof hij wil doorlopen.
Dat is een beetje vreemd, want in het donker rondlopen – dat deed je echt niet in de tijd van Jezus, dat is veel te gevaarlijk! Ze halen hem over om te blijven. Als ze dan aan tafel gaan en de man breekt het brood, zien ze (even!) wie het is. Jezus zelf. En als ze het doorhebben is Hij weer weg.
Dan doen ze gelijk wat ze ander afraadden: midden in de nacht gaan ze terug naar Jeruzalem. Er is geen tijd te verliezen! Jezus is helemaal niet dood en begraven. Hij leeft, en werkt in hun leven!
Als ze terug zijn horen ze van het Lege Graf en staan ze voor een nieuw begin. Hoe zou dat verder aflopen allemaal?
Soms kunnen we verdrietig zijn over wat er met ons gebeurt. Dan zien we alles niet meer zo goed als dat we normaal zouden doen. Dat was zelfs met de leerlingen van Jezus zo. Dan is het goed om te zien wat Jezus doet. Hij gaat geen heel verhaal afsteken, alsof hij een mensenmassa toespreekt, maar hij staat er ongemerkt naast en stelt de goede vragen. “Hoe werkt dit ook al weer?” , en “Kun je me nog eens vertellen over die keer dat … zus en zo gebeurde?”. Niet omdat Jezus het antwoord niet weet, maar om de leerlingen weer een beetje uit hun waas te helpen.
En zoals een goede leraar dat doet, blijft hij niet eindeloos rondhangen als de leerling het antwoord heeft. Als je uitgeleerd bent, dan moet je zelf verantwoordelijkheid nemen voor wat je doet. De Leraar is er nog wel, maar geeft je ook de ruimte om zelf aan het werk te gaan. Dat doen de Emmausgangers dan ook! Niet meer afwachten, maar terug naar Jeruzalem, en daar meewerken aan de toekomst die ze samen gaan bouwen. Spannend!
Ze zullen Jezus echt wel weer opnieuw ontmoeten, maar niet meer als iemand die eindeloos naast hen staat om te kijken of ze het wel goed doen. Uiteindelijk moeten mensen het zelf doen.
Zo is het ook voor ons. We mogen Jezus ontmoeten, soms eventjes, soms iets langer, en dan zien we opeens iets heel scherp. Dat mogen we dan gaan doen en waarmaken. Samen met anderen. Dan kunnen we ook leren van elkaar, om samen op weg te blijven gaan. Zo geven we de opdracht handen en voeten. Elke dag opnieuw.
Amen.