Friday, 4 June 2021

Bloed, Zweet en Tranen

 Broeders en zusters, beste mensen

Deze zondag vieren we Sacramentsdag het Hoogfeest van het Lichaam en Bloed van Christus. We vieren elke keer als we samenkomen dit sacrament, maar het is maar één keer per jaar dat het volledig centraal staat in de kalender van de kerk.

Maar er wordt nog meer gevierd. Er staat van alles te gebeuren in het land. Het EK komt er aan. U heeft in de supermarkt vast allemaal al alle oranje vlaggetjes en juichcapes,  trompetjes en ander gerei al zien liggen. Heel feestelijk allemaal. Na alles wat er het afgelopen jaar is gebeurd is er willen we graag dat er weer iets leuks gebeurt!

En als Nederland wint, dan zijn we allemaal blij. Want zo gaat dat. En u herinnert het zich vast nog wel wanneer het de laatste keer was dat Nederland Europees kampioen werd. 1988 voor de mensen die dat hebben meegemaakt. Want een grote overwinning, daar blijf je aan terugdenken.

En ik weet nu al wat er gaat gebeuren als Nederland kampioen wordt: dan gaan ontzettend veel mensen het beroemde lied van André Hazes zingen.

En dat kan er maar één zijn. Het wordt:

Bloed, zweet en tranen!

Dát gaat men zingen.

Want winnen is pas écht mooi als je er voor hebt moeten vechten. De wedstrijd Ajax tegen De Polderboys is minder spannend dan – zeg – Ajax/AZ. Die zijn toch iets meer aan elkaar gewaagd. Als je wint na inzet en strijd, bloed – zweet en tranen hebt vergoten dan is de overwinning verdiend en is er reden voor feest.

God wil ook feest met ons vieren. Niet alleen later als we samen in de Hemel zijn maar ook – of juist – hier en nu. Elke keer dat we eucharistie vieren samenkomen rond de tafel met brood en wijn vieren we dat de Heer bij ons is. Vieren we zijn overwinning over de dood.

Ook dat feest komt niet zomaar uit de lucht vallen. Het is niet zo dat er op een dag een stem uit de hemel kwam en zei: nu gaan we eucharistie vieren en dat moet je zo en zo doen. En dat er dan een engel met een missaal naar beneden komt of zo. Zo gaat dat niet.

Elke zondag vieren we Gods overwinning over het kwaad en de dood. Maar dat kun je pas vieren als je weet dat dat niet zomaar ging.

Daar geven we iets andere woorden aan dan bloed, zweet en tranen. Maar ze lijken er wel op.

Bloed dat herkennen we. We vieren het lichaam en het bloed van Christus.

Bloed is het teken van offer en van verbond – de belofte dat God ons niet achter laat. Het bloed is teken van het verbond in het Oude Testament omdat juist het bloed in de Bijbel wordt ervaren als de levenskracht van al wat leeft. Wij zouden misschien zeggen dat is je zielskracht, je wezenlijkste  wezen.

En wat is het lichaam? Wat doen wij daarmee? Daarmee geven we ons leven handen en voeten.  Met en door ons lichaam kunnen wij samenleven met andere mensen. Kunnen we dingen doen! Kunnen we ons inzetten. En als we ons hard inzetten zelfs tot dat het pijn doet geeft het lichaam ons – zweet en tranen.

Bloed, zweet en tranen

Jezus Christus – horen we in het Evangelie – viert het Laatste Avondmaal met zijn vrienden. Hij gebruikt de woorden die wij ook horen in de Eucharistie en zegt over het brood dit is mijn lichaam en over de beker met wijn dit is mijn bloed.

Deze tekens van brood en wijn betekent mijn offer, mijn levenskracht, mijn inzet en mijn liefde. Deze tekens van brood en wijn betekenen de strijd, want Jezus heeft ook strijd gehad om mensen maar kennis te laten maken met Gods Liefde

En ze betekenen zijn overwinning. Want wat de tekens betekenen dat zijn ze ook.

Jezus deelt zich volledig aan ons mee, hij houdt niks terug. En daarom krijgt Hij de overwinning van God op Pasen. En wij overwinnen met Hem mee!

Brood en wijn betekenen niet Jezus heeft er hard voor geknokt en we hopen maar dat het goedkomt.

Nee

Brood en wijn betekenen met bloed, zweet en tranen heeft Jezus Christus de overwinning behaald door de kracht van God. En wij mogen dat meevieren. In de eucharistie! Wij kunnen dat niet vergeten te doen, of overslaan of zeggen: we verzinnen iets anders.

Dit is ons feest, er is geen ander!

En we vieren het elke keer opnieuw, en elke keer is het uniek maar vandaag is het extra bijzonder.

Of we op 11 juli na de finale voetbalkampioen worden, dat weet ik niet. Maar er is één kampioensfeest waarbij we ons allemaal mogen aansluiten, waar alle mensen bij mogen horen waar niemand hoeft te verliezen en dat niet voorbij hoeft te gaan.

Laten we dat feest vieren, hier op aarde om straks te delen in de overwinning.

Bij God, in eeuwigheid.

Amen.

Saturday, 22 May 2021

Pinksteren 2021

Toen de dag van Pinksteren aanbrak,
waren allen bijeen op dezelfde plaats.
Plotseling kwam uit de hemel
een gedruis alsof er een hevige wind opstak
en heel het huis waar zij gezeten waren, was er vol van.
Er verscheen hun iets dat op vuur geleek
en dat zich, in tongen verdeeld,
op ieder van hen neerzette.
Zij werden allen vervuld van de Heilige Geest
en begonnen in vreemde talen te spreken,
naargelang de Geest hun te vertolken gaf.
Nu woonden er in Jeruzalem Joden, vrome mannen,
die afkomstig waren uit alle volkeren onder de hemel.
Toen dat geluid ontstond, liep het volk te hoop
en tot zijn verbazing
hoorde iedereen hen spreken in zijn eigen taal.
Zij waren buiten zichzelf en zeiden vol verwondering:
“Maar zijn al die daar spreken dan geen Galileeërs?
Hoe komt het dan dat ieder van ons hen hoort spreken
in zijn eigen moedertaal?
Parten, Meden en Elamieten,
bewoners van Mesopotamië, van Judea en Kappadocië,
van Pontus en Asia,
van Frygië en Pamfylië,
Egypte en het gebied van Libië bij Cyrene,
de Romeinen die hier verblijven,
Joden zowel als proselieten, Kretenzen en Arabieren,
wij horen hen in onze eigen taal spreken
van Gods grote daden.”

 

Broeders en zusters

 

Er zijn weinig omstandigheden neteliger als wanneer u iets belangrijks wilt zeggen, of dringend informatie nodig hebt van iemand, maar dat je elkaar niet verstaat.

We zijn het misschien al weer bijna vergeten, maar vroeger gebeurde dat nog wel eens. In Frankrijk bijvoorbeeld in dat leuke dorpje. Misschien gaan we het deze zomer weer meemaken, een feest van herkenning!

Maar als we ons herinneren hoe we moesten stamelen en gebaren om überhaupt maar een stokbrood mee te krijgen, en dan nog moeten wapperen met onze handen voor nog een stukje kaas erbij – dan moet je eens bedenken hoeveel moeite het kost om een nog belangrijkere boodschap over te brengen.

In de tijd van Jezus had men daar wat op bedacht. Iedereen sprak zijn of haar eigen taal, en dat waren er een heleboel! En daarnaast spraken de meeste mensen ook nog een mondje Grieks. Dat was een beetje het Engels van die tijd.

De Evangeliën zijn in het Grieks geschreven. Niet in het Aramees – de taal die Jezus sprak – maar in het Grieks, zodat zoveel mogelijk mensen het konden lezen. Dat helpt al een berg. Maar het is nog altijd niet genoeg.

Want zelfs als u een andere taal geleerd hebt op school zult u merken. Hoe goed u het ook geleerd heb, er achten en negens voor gehaald heb. Misschien zelfs een keer een tien op een dictee. Het blijft toch een vreemde taal.

Als je van hart tot hart wil spreken moet je mensen in hun eigen taal kunnen bereiken. De taal waar ze mee vergroeid zijn. Niet een internationale taal, niet een soort Esperanto, maar de taal die je van huis uit mee hebt gekregen.

Tien dagen geleden was het Hemelvaart. Jezus vertrekt naar zijn Vader in de Hemel. Na een laatste keer zijn leerlingen te hebben toegesproken. In hun eigen taal, naar ik aanneem. Als Hij gaat zegt Hij (ik vat het een beetje samen)

Nu is het aan jullie! Wat ik jullie gezegd heb, wat ik jullie voorgedaan heb. Dat mogen jullie nu doen. Niet alleen voor elkaar maar voor de hele wereld. Maar maak je geen zorgen dat je denkt: dat kan ik niet of “ik haalde vroeger nooit goede cijfers voor Grieks en ik raak in de war van de naamvallen, laat staan dat ik Arabisch kan spreken, en Jezus navolgen – oef – dat kan ik ook niet uit mezelf” want je krijgt kracht van boven om alles te kunnen zijn voor alle mensen. De Geest gaat waaien en je zal zelf zien wat Hij doet.

En zo gebeurt het, op de dag van Pinksteren, gaat het waaien en het is niet alleen maar lege wind. Er komt kracht van boven zodat de Boodschap opnieuw uitgedragen mag worden – niet alleen voor alle mensen in het Joodse land maar ver daarbuiten. Tot op de dag van vandaag.

Pinksteren leert ons veel lessen. We halen er drie tussenuit.

Ten eerste: God is er voor iedereen. Dat weten we wel, maar we realiseren ons niet altijd wat dat betekent. God heeft geen favorieten. Vanaf Pinksteren is de tijd gekomen dat de hele mensheid mee mag doen. Elke dag opnieuw mogen we die les opnieuw leren. Niet onszelf steeds op de eerste plek zetten maar denken: hoe is wat wij doen de wereld tot nut?

Ten tweede: Gods boodschap is er voor iedereen, niet alleen voor de mensen van toen, uit de tijd van Jezus en zijn leerlingen. Gods boodschap moet steeds worden vertaald. Soms letterlijk: ook bijbelvertalingen zijn immers niet voor de eeuwigheid. God is eeuwig, maar onze samenleving en onze taal verandert steeds. Elke keer opnieuw moeten we op zoek naar nieuwe woorden om de waarheid die zelf nooit verandert opnieuw te kunnen laten zien.  

Tenslotte:

Begrijpelijk dat u denkt: dat is een beetje veel voor ons. Dat kunnen wij allemaal niet. Altijd denken aan iedereen en elke dag opnieuw kijken hoe het ook anders kan. En dat is niet onterecht. Dat kunnen wij inderdaad niet uit onszelf. Net zo min als de leerlingen van Jezus dat konden. Anders was de Heilige Geest niet nodig geweest en hadden we vandaag ook geen Pinksteren gevierd! Gelukkig maar dat het feest is, dat betekent dat we niet alles zelf moeten uitvogelen.

Laten we dan ook elke keer opnieuw, vandaag en andere dagen, vragen dat die Geest mag blijven komen.

De Geest die ons bezielt, de Geest die ons laat zien wat er toe doet, de Geest die ons de kracht geeft om door te geven wat van waarde blijft.

Amen.

 

Saturday, 8 May 2021

Leren Liefhebben

 

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Zoals de Vader Mij heeft liefgehad,
zo heb ook Ik u liefgehad.
Blijft in mijn liefde.
Als gij mijn geboden onderhoudt,
zult gij in mijn liefde blijven,
gelijk Ik, die de geboden van mijn Vader heb onderhouden,
in zijn liefde blijf.
Dit zeg Ik u,
opdat mijn vreugde in u moge zijn
en uw vreugde volkomen moge worden.
Dit is mijn gebod,
dat gij elkaar liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad.
Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze,
dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden.
Gij zijt mijn vrienden als gij doet wat Ik u gebied.
Ik noem u geen dienaars meer,
want de dienaar weet niet wat zijn heer doet,
maar u heb Ik vrienden genoemd,
want Ik heb u alles meegedeeld wat Ik van de Vader heb gehoord.
Niet gij hebt Mij uitgekozen maar Ik u,
en Ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan
en vruchten voort te brengen, die blijvend mogen zijn.
Dan zal de Vader u geven
al wat gij Hem in mijn Naam vraagt.
Dit is mijn gebod,
dat gij elkaar liefhebt.”
  

Broeders en zusters,

 

Het is dit weekend Moederdag, wat een mooi moment om even stil te staan bij alles wat onze moeders voor ons betekent hebben – en welke lessen God ons wil leren door hun voorbeeld!

We kunnen ons voorstellen dat op Moederdag er gezellig ontbeten wordt, de kinderen hebben daar goed hun best opgedaan. De eieren zijn bijna zo zacht of zo hard als gewenst – plus of min een paar minuten – en ze maken een mooie tekening. Dat is erg feestelijk.

Maar stelt u zich voor dat er een moeder is die, als haar kind een tekening voor haar maakt het teruggeeft en zegt: “Dit is niet goed genoeg. Het perspectief klopt niet, de kleuren passen niet bij elkaar, de mensen zien er uit als draadpoppetjes en de gebruikte materialen zijn niet goed genoeg. Mijn liefde voor jou is zo groot dat ik alleen een tekening verdien die in het Rijksmuseum zou passen, of toch minstens het Gemeentelijk. Maar dít? Dit voldoet niet. En de eieren waren ook niet lekker. Voortaan iets uit Ottolenghi graag.”

Als we zoiets zouden horen broeders en zusters dan zouden we ons misschien wel een beetje zorgen maken over die moeder. Of het wel helemaal goed met haar gaat.  Of misschien zouden we wat medelijden kunnen krijgen met haar kind. De les dat wat je ook doet het toch nooit genoeg is, is een gevaarlijke. Dat is een les die mensen beschadigen kan.

Leren liefhebben, leren leven in een liefdevolle relatie vraagt oefening. We leren het in ons gezin waarin we opgroeien, in onze familie, met onze vrienden. Met onze echtgenoot of echtgenote. Maar ook in de bredere wereld. Ook daar toont de liefde voor de medemens zich – natuurlijk op een andere manier. Maar ook in je werk moet je geven om je collega’s, om de mensen voor wie je werkt. Ook dat is een vorm van liefde.

Met vallen en opstaan – want zo is het leven - komen wij er achter hoe wij lief kunnen hebben en antwoord kunnen geven op liefde.

Dat moeten wij leren in de wereld maar ook in de Kerk. We zijn geroepen elkaar lief te hebben omdat God als eerste van ons hield en Zijn liefde komt ons heel nabij.

Op het beroemde schilderij van de Verloren Zoon van Rembrandt omarmt de barmhartige vader de weggelopen zoon. Als je goed oplet zie je dat de armen van de vader heel verschillend zijn. Één is een sterke mannenarm, de ander de zorgzame arm die er eerder vrouwelijk uitziet. Rembrandt drukt daar een waarheid mee uit.    

Want hoe terecht het ook is dat we God Vader noemen, Hij is natuurlijk ook Moeder. Gods liefde voor ons is ook een moederlijke liefde. Maar als het over God gaat hebben we vaak het gevoel dat een min of meer zachtgekookt ei en tekening die nog niet helemaal perfect is niet voldoet.

Gods liefde voor ons is absoluut en onvoorwaardelijk, daar denken we vandaag in Alkmaar bijzonder aan omdat we ook het Bloedwonder vieren. Het eucharistische wonder van Alkmaar waarin de wijn in de kelk werkelijke bloedvlekken achterliet om een slechte priester te waarschuwen dat hij Gods liefde moest accepteren en laten weerklinken in zijn eigen bestaan.

Gods liefde voor ons is een oproep. Een oproep om onze ogen te openen, in die liefde te leven en ze te beantwoorden in ons bestaan. Maar daar moeten we uitkijken. Want als wij dat antwoord alleen maar zoeken in onszelf dan maken wij God tot de moeder uit ons verhaaltje. We willen steeds meer doen, maar we weten dat het nooit genoeg zal zijn en werken ons uit onzekerheid uit de naad. En gaan anderen veroordelen omdat ze genoegen lijken te nemen met hun tekortschietende werk.

Er is een reden dat Jezus zo fel is tegen de Farizeeën. Want ten diepste geloofden die niet in de liefde. Liefde betekent dat je er gewoon mag zijn, zoals je bent. Ook al schiet je tekort. God houdt niet minder van je. Sterker nog: iedereen schiet te kort. Dat lijkt heel erg, maar het is misschien wel eerder geruststellend. Als je in de liefde blijft, vriend van de mensen en vriend van God wilt zijn dan kunnen dingen ook wel eens minder goed lukken. Soms kan het zelfs misgaan. Ook dat kan. Als je daarna maar niet opgeeft.

God is Vader en ook Moeder. Hij geeft ons niet op als zaken niet perfect gaan. Hij stuurt onze gaven niet onverricht terug. Ons leven met God is niet één grote ronde van examens die moeilijker en moeilijker worden totdat wij door de mand vallen en schaamtevol worden teruggezet.

Ons leven met God is intiem, huiselijk. We mogen er zijn voor elkaar en voor Hem.

Mogen wij met die gedachte deze zondag, deze Moederdag vieren.

 

Amen.