Saturday, 18 March 2017

Derde Zondag in de Veertigdagentijd (Engels)



Brothers and sisters in Christ. 

Today I read about a Dutch comedian, you may not know him. Javier Guzman. I`m not a big fan, but he is interesting because he has been battling his own demons, the demons of alcohol abuse for a number of years now, and has been very open about that, about this unquenchable thirst, so to say, that cannot be stilled by anything man-made. No matter how much he tried to sate himself, with “buckets, no rivers of wine” he always ends up in the same spot. I read this morning that he’s checked into a clinic once again trying to stave off the worst. 

A thirst that cannot be sated by human means, is an image that really fits a lot of existential issues. As fallen human beings we always entertain wants and needs that are greater than the world can provide. And even when our needs are sated for the day, they will return the next day and the next. The water we drink slakes our thirst, but we too have to haul water each and every day, or our thirst will become unbearable.
Today’s Gospel is very long, even the short version is quite long. And there’s a lot that’s going on here. I`ll try to elucidate it for a little bit. 

The setting is Jacobs well, it’s quite a bit out of town in the wilderness and it’s the middle of the day. It’s not the most logical moment to be out there in the heat and performing backbreaking labour, it’s not really the most logical moment to be out anywhere either. 

And yet, there they are. Jesus and the Samaritan Woman. During the hottest part of the day.The Samaritan Woman apparently isn`t too popular in her home town. Apparently, she’s not welcome to join the other women during the cooler hours of the day. And Jesus knows why.And had Jesus been any other man he would have ignored her. Most Jews of his time despised Samaritans, an archaic offshoot of Judaism that fundamentally goes back to the separation of the Davidic Kingdom into a northern and southern realm.  So from the view point of the Jews of Jesus’  time, the woman is so to say, ultra-marginal.


She is a woman, well those didn`t amount to much anyway. She is a Samaritan, an avowed enemy of the Temple in Jerusalem. And… well. She’s a sinner to boot. Even the Samaritans don`t like her. If there’s a bottom of the pile, she’s there!
Just the fact that Jesus adresses her, let alone asks her to draw water for him is already a shock. The mere possibility of human contact between a nobody and Jesus was unthinkable but moments before. But what comes is much more shocking.
Jesus begins to talk about living water, and this living water is a spiritual reality. But of course the woman doesn`t get this, at first. This is something of a common trope in the Gospel of John. Johannean Irony: Jesus tells something important, and all the people who should get it, don`t. 

The disciples most often don`t get it. The teachers of the Law don`t get it. But the Samaritan Woman does, after a while.  It’s an achievement, it’s beyond an achievement. The greatest truths are revealed to the smallest whereas does considered wise are left holding the can. 

And while the disciples are fretting over whether Jesus has been eating properly and wondering why he’s talking to a woman, she’s out there in the town, testifying to all who would hear that the Messiah has come and they have to come see him. She is, in effect, the first apostle, so to speak. It’s the world turned upside down.

This is why we’ve been reading the long version of the gospel. Because the short version leaves out this dichotomy, about the disciples being fairly useless and the Samaritan Woman with the dubious lifestyle choices has become a source of living water, drenching the parched lands of Samaria. 

And to be honest you need only look out the window or step out of this door to see a lot of desert land, a lot of wells that have fallen dry. Other wells seem to be gushing forth lustily, but their water may not be good for us to drink. 

As a country we’re waiting for living water once again. And no matter how important our history we cannot just point at organisations, institutions and buildings that were erected two centuries ago and say “ah, but these wells were dug by our ancestors of blessed memory” . They were. Christ doesn`t dispute the claim the Woman makes about the well. “Our ancestor Jacob dug it”, indeed he did and you Samaritans, as their descendants still drink from it. But the well must point to a greater reality. 

The story of the well isn`t about the well. The story of the well is that someone will come, someone greater than Jacob, who will bring living water, who will heal the wounded and the addicted, who will open the gates to new life with God.
So we have to be on the lookout, for living water. And taking this Gospel into account we should expect the unexpected. The living water will come from unexpect quarters and involve unexpected people. It will be an adventure, a great many people will be upset. This is unavoidable! 

It gets even better when you become a source of living water, and draw more people in in this ever widening circle of truth, goodness, beauty. And the new life it engenders will prove to be contagious and  uncontainable and what was wilderness will come to bloom once more. 

Amen.











Sunday, 12 March 2017

Tweede zondag in de Vasten, jaar A



Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met zich mee en bracht hen boven op een hoge berg, waar zij alleen waren.
Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd: zijn gelaat begon te stralen als de zon en zijn kleed werd glanzend als het licht.
Opeens verschenen hun Mozes en Elia, die zich met Hem onderhielden.
Petrus nam het woord en zei tot Jezus: 'Heer, het is goed dat wij hier zijn. Als Gij wilt zal ik hier drie tenten opslaan, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.'
Nog had hij niet uitge­sproken of een lichtende wolk overschaduwde hen en uit die wolk klonk een stem: 'Dit is mijn Zoon, de Welbemin­de, in wie Ik mijn behagen heb gesteld; luistert naar Hem.'
Op het horen daarvan wierpen de leerlingen zich ter aarde neer, aange­grepen door een hevige vrees.
Maar Jezus kwam naar hen toe, raakte hen aan en zei: 'Staat op en weest niet bang.'
Toen zij hun ogen opsloegen zagen zij niemand meer dan alleen Jezus.
Onder het afdalen van de berg gelastte Jezus hun: 'Spreekt met niemand over wat ge hebt aanschouwd, voordat de Mensen­zoon uit de doden is opgestaan.'

Broeders en zusters in Christus,

Misschien heeft u wel eens gedacht terwijl u ergens op vakantie was - op een fijne plek, het weer is heerlijk, u bent lekker aan het eten, misschien met een glaasje wijn erbij met mensen waar u graag mee samen bent - dat u denkt: konden we hier maar blijven, kon dit moment maar altijd duren. 

Dat kan natuurlijk niet, maar het is niet zo vreemd als u dat voelde. Petrus, in deze lezing dacht er ongeveer hetzelfde over. Jezus laat zien wie hij werkelijk is, een gelukzalig moment, en Petrus wil het vasthouden. In de andere evangelies staat er dan bij: “Petrus wist niet zo goed wat hij zei”. Dit evangelie is iets beleefder.

Het evangelie van vandaag, het evangelie van de gedaanteverandering is een rijke maar moeilijke tekst. Het is een tekst die als het ware zich in drie dimensies uitbreidt. We zouden er door kunnen worden overdonderd net zoals de leerlingen.
We zien Christus gemanifesteerd in zijn Glorie, terwijl hij op weg is naar Jeruzalem om het lijden te ondergaan.

We zien een openbaring van wie hij ten diepste is. Het beeld van de Vader, Hij die van eeuwigheid was – en tegelijkertijd moeten de leerlingen die boodschap geheimhouden.
We zien zowel het verleden – door Mozes en Elia – als de toekomst – Jezus in zijn Heerlijkheid en een raadselachtige opdracht voor het heden.

En op één of andere manier wordt dit allemaal in evenwicht gehouden. Bovenop de berg Tabor in Israël.

Afgelopen week heb ik een boek herlezen uit mijn kindertijd. Misschien kent u het wel want er is ook een bekende film van gemaakt: Het Oneindige Verhaal. De held van het verhaal is Bastiaan. Bastiaan heeft geen fijne thuissituatie, hij is heel eenzaam en wordt gepest op school. Dan komt hij terecht in een alternatieve werkelijkheid: het land Fantasia.

Alles wat hij zich daar uitdenkt al zijn diepste wensen worden daar werkelijkheid. Hij kan zijn wie hij wil, hij kan alles maken wat hij wil maken en alle avonturen beleven die hij beleven wil. Het lijkt een beetje op de hemel. Hij zou er altijd wel willen blijven. Maar u raadt het al, zelfs in Fantasia, het land waar alles mogelijk is, kun je niet voor altijd blijven.

Op een gegeven moment moet je terug naar huis. De reis door Fantasia is uiteindelijk voor Bastiaan een reis naar zichzelf. Hij moet in Fantasia ontdekken wie hij zelf is.
Ook de leerlingen moeten zichzelf ontdekken terwijl ze op reis zijn met Jezus. Wij reizen even mee.  Ze maken een vermoeiende tocht naar de top van de berg Tabor. En de leerlingen voelen zich al bedrukt. Jezus heeft al aangekondigd dat hij het lijden moet ondergaan, ze gaan een onzekere toekomst tegemoet. En als bovenop de berg Jezus zich toont wie hij is denkt Petrus natuurlijk: als we dit moment nu vasthouden, dan is ons moeilijke leven voorbij, dan kunnen we hier altijd zijn. 

Niet alleen met Jezus maar ook met Mozes en Elia, de helden uit hun jeugd waar ze alle verhalen over gehoord hebben. Die paar momenten van goddelijke heerlijkheid zijn zo grandioos dat ze zich er met man en macht aan willen vastklampen. Ze willen op de berg blijven en genieten van al die mooie dingen. Maar het kan niet. Ze moeten ook weer van die berg af weer op weg gaan naar Jeruzalem. Ze zijn op die berg Tabor om iets te leren over henzelf. Om te ontdekken wie zij zijn en wie Jezus is.
Wat is het, dat zij hebben kunnen leren?

De eerste les, denk ik, is dat er geen toekomst is zonder een verleden. Dit geldt voor alles, dit geldt voor ons, en het geldt voor het geloof. Je komt nooit verder als je je verleden zomaar afwijst als je vergeet wie je bent heb je geen toekomst. Het is geen toeval dat als Jezus zich toont in zijn glorie, laat zien wie hij van eeuwigheid is en zijn zal , dat Mozes en Elia bij hem verschijnen. Mozes symboliseert de Wet, en Elia de Profeten. Samen zijn Mozes en Elia het joodse geloof van alle voorbije eeuwen. Christus is de toekomst, maar hij is niet de toekomst die het verleden afwijst. Hij is de toekomst die het verleden omarmt en meeneemt naar nieuwe grote hoogten. 

De tweede les, is dat we niet in het verleden of in de toekomst kunnen wonen. Welke mooie herinneringen we ook hebben of welke spannende vergezichten we ook te zien krijgen, we kunnen ze niet vasthouden, we kunnen ze niet tot het “nu” maken, want het nu is altijd een opening in de tijd, een moment van vrijheid waarin we - bijgelicht door het verleden en de toekomst – ons leven vorm kunnen geven. 

En we kunnen ook niet vooruitlopen op de toekomst. Alles moet op zijn eigen tijd gebeuren. Daarom moeten de leerlingen geheim houden wat ze allemaal gezien hebben. Het is hun taak om dit alles in hun hart te bewaren tot de tijd gereed is om de waarheid over Jezus te verkondigen. Die tijd is straks, die is nog niet nu. 

De derde les is hoe we in het heden moeten staan, hoe we dat “nu” moeten beleven. God zelf vertelt ons dat op het moment dat Petrus en de leerlingen worden geconfronteerd met het feit dat ze niet op de berg kunnen blijven: “Dit is mijn Zoon, de welbeminde, luistert naar Hem”. Elke dag opnieuw mogen wij op zoek naar wat Jezus ons te zeggen heeft. Elke dag opnieuw mogen we op zoek naar zijn wil voor ons leven en kunnen we mogelijkheden vinden om zijn opdracht in ons leven waar te maken. We hoeven niet steeds terug te bladeren hoe het vroeger alweer ging, en we moeten zeker niet al gretig uitkijken naar het slot van het verhaal. Elke dag heeft zijn eigen diepe betekenis. 

De reis door ons leven wordt dan óók een reis naar de kern van ons leven, we leren langzamerhand wat belangrijk is, en wat niet.  Wat doodlopende wegen, en waar de onverwachte openingen zijn. 

Het is soms een onzekere tocht. We weten niet altijd of we de goede kant opgaan. Maar we mogen wel geloven altijd op deze toch te worden geleid door Christus zelf.

Dan verdwalen we niet, maar leren steeds opnieuw dat al onze avonturen uiteindelijk deel uit gaan maken van het Oneindige Verhaal van Christus en zijn Kerk. Een verhaal dat begonnen is in het verborgen hart van God en tot voltooiing zal komen in de eeuwen der eeuwen, Amen.  

Sunday, 5 March 2017

Eerste zondag van de Veertigdagentijd, jaar A

Eerste zondag van de Veertigdagentijd, jaar A 



Broeders en zusters in Christus

Ik had laatst een nachtmerrie over dat ik mijn eindexamen opnieuw moest doen. Waarom dat moest, dat is me niet duidelijk geworden. Maar ik werd zwetend wakker terwijl ik in gedachten nog boven de vergeelde velletjes zat van het eindexamen VWO uit 1996. Met allemaal vragen uit lang vergeten boeken en lessen. Afgrijselijk.
Toen werd ik wakker. Het was kwart over twee. Toen ik weer in slaap viel moest ik opnieuw afrijden. Die nacht bleef mij niet veel bespaard. 

Op de proef gesteld worden is nooit prettig, maar soms wel nodig. Pas als we een proef hebben doorstaan kunnen we door naar het volgende niveau. Hebben we kunnen laten zien dat we genoeg geleerd en ervaren hebben om over te kunnen gaan, aan de volgende fase van ons leven te kunnen beginnen: in het klein, als we over gaan naar de volgende groep, of de volgende klas. En in het groot als we ons rijbewijs halen, of afstuderen en dan het werkzame leven in kunnen gaan.  

En omgekeerd: je wil wel weten wat voor vlees je in de kuip hebt, je wil weten of je mensen geen taken geeft die ze niet aankunnen. Daarom is het belangrijk dat er proefwerken zijn. Ook al voelen die soms als beproevingen voor de mensen die ze moeten afleggen. 

De Bijbel heeft het over twee soorten beproevingen die we in het leven tegen kunnen komen.Beproevingen die van God komen, en beproevingen die van de boze komen. Beproevingen die van God komen, daar kunnen we over zeggen dat die ons helpen ons te confronteren met onze eigen tekortkomingen, óf om ons te laten zien dat we meer in onze mars hebben dan we zelf dachten. 

Als God tegen Mozes zegt dat hij terug moet gaan naar Egypte en daar het Joodse volk moet gaan bevrijden dan is dat voor Mozes een grote beproeving. “Maar God” zegt hij, “ik weet helemaal niet hoe dat moet, ik heb geen managementcursus gedaan en ik ben ook niet zo`n spreker”. Maar God stuurt hem er toch op uit. En het gaat goed. Mozes blijkt dingen te kunnen waarvan hij zelf niet wist dat hij ze in zich had. God’s beproeving maakt het beste in Mozes los. Hij wordt er een nieuw mens van, een mens die in staat is om grote dingen te doen. 

Maar er zijn ook andere beproevingen. Dan worden we werkelijk op de proef gesteld, of uitgeprobeerd , dan is het alle hens aan dek om maar overeind te blijven. Want die proef is niet bedoeld om het beste uit ons te halen. Integendeel die beproeving is bedoeld om ons diep in de problemen te werken. 

We zien in zowel de eerste lezing als in het evangelie een voorbeeld van dergelijke beproevingen. Eva wordt op de proef gesteld door de sluwe slang. De slang is er niet op uit om haar te helpen, of om haar te sterken. Integendeel. De slang wil Eva pootje lichten En zijn plannetje lukt. Eva – en Adam – zakken als een baksteen en moeten daarna op de blaren zitten. De slang komt er trouwens ook niet best vanaf, een les dat het geen zin heeft om beter te worden door kwade plannetjes te smeden!

Een modern voorbeeld zou zijn, bijvoorbeeld in de filmserie “Back tot he Future” waar de held Marty McFly zichzelf altijd in de nesten werkt: niet omdat hij daarvoor kiest maar omdat anderen hem provoceren en beproeven. Vrienden van Marty stellen voor iets slechts te doen en Marty denkt eerst na en zegt nee, het is beter dat ik dat niet doe.
En dan zegt de vriend of niet-zo-vriend “Wat is er mis McFly, ben jij soms een lafaard?” En Marty wordt woedend en zegt “Ik ben geen lafaard” en gaat mee in het dolle plan wat natuurlijk nooit goed afloopt. Voor de kijker is het heel vermakelijk - geen leuker vermaak dan leedvermaak! - maar Marty had het beter gelaten. Hij wordt op de proef gesteld, zijn zwakke plek wordt gevonden – zijn angst om lafaard te worden genoemd – en daardoor zakt hij door het ijs en haalt een nat pak. Keer op keer. Dát is wat een beproeving is. 

De traditie van de Kerk houdt ons voor dat als engelen (zowel goede als kwade) eenmaal hun keuze hebben gemaakt zij nooit meer terugkomen op die keuze. Een goede engel blijft goed en wordt steeds beter, maar een boze engel zal dezelfde slechte keuze blijven maken. Zo is het ook met de boze, want de slang is een beeld van de boze. Hij blijft altijd dezelfde keuze maken: namelijk om mensen in de nesten te werken door ze te verleiden tot het maken van slechte keuzes. 

En hoe ver de tijd ook uit zal strekken, keer op keer zal de boze terug blijven gaan tot zijn oorspronkelijke keuze. Dat maakt hem ook heel voorspelbaar.
En zo zien we diezelfde boze, ook in het Evangelie terug en hij probeert hetzelfde te doen met Jezus, hij probeert hem te beproeven. Op de proef te stellen. Kijken waar de zwakke plekken zitten in de verdediging kijken of je hem zo ver kan krijgen dat hij de handdoek in de ring gooit. 

Jezus wordt verleid zijn goddelijke kracht te gebruiken voor zijn eigenbelang, om zichzelf zichtbaar te maken als zoon van God, en tenslotte, om alle macht op Aarde te krijgen. Om ontrouw te worden aan zijn roeping, om niet de lijdende dienaar te worden maar een grote koning die zó machtig is dat niemand hem nog kan raken. En hij zou zoveel goeds kunnen doen: in plaats van het Romeinse Rijk een wereldmacht, geleid door Keizer Jezus. Dan zouden we vandaag niet hoeven bidden en geld inzamelen voor El Salvador! Dan zou alles op aarde al goed lopen! 

Maar Jezus moet geen machtige koning op Aarde worden. Koningen zijn te groot en machtig om de weg te kunnen vinden naar kleine en verdwaalde mensen. Koning zijn: dat zou een overwinning lijken maar zou eigenlijk een grote nederlaag hebben betekend! Ook dat is een beproeving, je zo blind staren op wat de wereld “succes” noemt dat je het échte werk waartoe je geroepen bent niet meer kan zien. 

Maar Jezus houdt zijn hoofd koel en doorstaat de confrontatie met de boze, pas dan is hij klaar om zijn openbare leven te beginnen. Tot die tijd leefde hij in het verborgene, nu is hij klaar voor zijn grote taak. 

Beproevingen die op ons pad komen, kunnen van God komen, of van de boze. Ze kunnen ons tot heil zijn of ze kunnen ons ernstig in de problemen werken. Als we in het Onze Vader bidden, ‘breng ons niet in beproeving’ dan betekent dat dus zoveel als, laat ons niet bezwijken onder een beproeving die wij niet kunnen dragen. Laten we integendeel hopen dat we door zijn genade altijd wijs en sterk genoeg zijn dat we voor onze proeven mogen slagen. En als we dat doen, dan kunnen we "over": naar het huis van de Vader, waar we nooit meer op de proef zullen worden gesteld. Amen 

Amen.