Lezing uit het Boek Jesaja
Zo spreekt de Heer tot Sebna, de overste van de tempel:
“Ik
zal u van uw post verjagen en u stoten uit uw ambt.
Het zal
gebeuren op die dag:
Ik zal mijn dienaar roepen, Éljakim, de zoon
van Chilkía,
en hem bekleden met uw gewaad, hem uw gordel
omdoen
en Ik zal uw macht in zijn handen geven.
Hij zal een
vader zijn voor de bewoners van Jeruzalem
en voor het huis van
Juda.
Ik zal de sleutel van Davids huis op zijn schouder
leggen,
en als hij opendoet, zal niemand sluiten,
en als hij
sluit, zal niemand opendoen.
Ik zal hem vastslaan als een spijker
op een stevige plek,
en hij wordt een erezetel voor het huis van
zijn vader.”
Beste vrienden,
We vieren vandaag een bijzondere dag, het eeuwfeest van het Heilig Hartbeeld dat voor onze kerk staat. Met open hart en armen wijd uitgespreid staat toegewend naar de gemeenschap.
We horen vandaag een paar lezingen die weinig met het Heilig Hart te maken lijken te hebben, maar schijn bedriegt.
We horen in het Evangelie over Petrus, die de sleutels van het Koninkrijk krijgt. Dát is hét symbool van het pausschap. De sleutels. Wat hij opent, blijft geopend. Wat hij sluit, blijft gesloten. We gaan zo zien wat het is wat hij opent.
Het beeld ontstaat nog wel eens dat Petrus daarmee een rol krijgt die ver voorbij ons voorstellingsvermogen gaat. Een mens die de poort van het hemelrijk kan openen en sluiten, die bepaalt wie er binnen mag en wie niet? Wat is dat voor grootheidswaan?
Maar we moeten goed begrijpen dat die sleutels een Bijbels beeld zijn, uit het Oude Testament. We lezen er over terug in de eerste lezing bij Jesaja. Éljakim, zo lezen we krijgt de sleutels van Davids huis. Daarmee wordt hij niet een soort tweede koning, of iemand die de plaats van de koning overneemt. Hij is de eerste dienaar. De sleutels zijn niet van hem, ze zijn hem opgedragen voor het welzijn van iedereen.
Zo is dat ook met Petrus, en het Petrusambt, het pausschap. Een titel van de paus is plaatsvervanger van Christus, maar als we dat zo horen zonder verdere uitleg lijkt het wel alsof de paus en Christus op gelijke voet staan. Alsof de één de ander weg zou kunnen duwen. Het woord plaatsvervanger heeft in het Nederlands niet meer die duidelijke klank van waar de verhoudingen liggen.
De sleutels blijven van Christus zelf, ze worden in vertrouwen gegeven aan de Grootsleutelbewaarder. En dat is Petrus. Dat is zijn rol. Hij neemt niks over wat hem niet toekomt. Hij opent de deuren om mensen dichter bij het huis van David, het koninkrijk van God te kunnen brengen. Het zegt minder over zijn persoon, en meer over de functie die hij bekleedt. En dat is maar goed ook, want we zien dat Petrus het wel vaker moeilijk heeft met wat hij moet doen, en hij maakt ook de nodige fouten. En toch is dat ook hoopvol want dat betekent dat hij een mens is, net als de pausen mens zijn.
Hoe komen we bij het Heilig Hart dan? Het Heilig Hart is hét symbool van de poort die open staat. Jezus is er voor alle mensen. Met armen en hart wijd open gaat Hij de wereld in, wil Hij de wereld verwelkomen in een nieuw leven. Jezus maakt de poort open, hij is de poort die open staat. De rol van Petrus is om aan de menselijke kant van die poort geen onnodige obstakels neer te leggen. Want daar zijn mensen helaas goed in.
Om de zoveel tijd verschijnt een beweging, een leer of een theorie dat de poort alleen voor een uniek groepje uitverkorenen open staat. Of alleen als je perfect denkt of precies de goede gedachten hebt. Mensen maken zichzelf graag tot poortwachter om zelf te besluiten of de ander rein of onrein is. Heel veel mensen zouden zichzelf maar wat graag tot paus kronen, of liever: ze willen wel de pauselijke sleutelmacht, maar niet de verantwoordelijkheid of de onderhorigheid.
In de zeventiende eeuw had je zo de Jansenisten. Vrome mensen, zeker. Moreel hoogstaand. Intelligent. Absoluut. Net als de farizeeën. En ze legden latten, stokken en stenen om die poort van het koninkrijk. Als gewone, onreine mensen daar zouden komen, dan zou het Koninkrijk van God zelf verontreinigd kunnen worden. Daar waren ze erg bang voor, want de eer van het Koninkrijk, dat stond voor hen voorop. Het was toen dat de pausen zeiden: zo kan dat niet. De sleutelmacht is er in de eerste plaats om te openen. Om mensen toegang te geven. Dat is ook de tijd dat de devotie tot het heilig hart, tot de open poort, werkelijk van de grond kwam. De kerk heeft die devotie sterk willen ondersteunen. De Jansenisten vonden het maar bijgeloof en waren er fel, fel op tegen. Als zij het hadden gewonnen had het Heilig Hart beeld niet bij ons op de markt gestaan, dus.
Later werd het heilig hart het symbool voor de kerk die naar de wereld gaat. Open en kwetsbaar. Het Heilig Hart verkondigt een koning die niet komt om arrogant te heersen maar om de wereld te vernieuwen. De paus, als sleutelbewaarder, houdt ons die waarheid voor.
Als we het Heilig Hart vieren, vieren we niet onze triomf, onze eigen grootsheid. We doen niet aan nostalgie. We vieren dat wij het volk zijn dat genodigd is om door poorten en deuren te gaan. Het koninkrijk van God te bemiddelen bij de de mensen. Leven uit openheid.
Mogen wij door die poorten gaan, mogen wij wat gesloten en beperkt is openmaken, lucht en licht brengen waar dat nodig is, en nooit moe worden met open armen en een open hart toegewend te zijn en te blijven naar de wereld.
Amen.