Saturday, 19 August 2023

20e zondag door het jaar A

 

 In die tijd trok Jezus zich terug naar de streek van Tyrus en Sidon.
Op een gegeven ogenblik
trad een Kananeese vrouw uit dat gebied naar voren, luid roepend:
“Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David!
Mijn dochter is van een duivel bezeten
en wordt verschrikkelijk gekweld.”
Maar Jezus gaf haar in het geheel geen antwoord. Toen wendden zijn leerlingen zich tot Hem met het verzoek:
“Stuur die vrouw toch weg,
want ze blijft ons achterna roepen.”
Hij antwoordde:
“Ik ben alleen maar tot de verloren schapen
van het huis van Israël gezonden.”
Maar de vrouw kwam naderbij, wierp zich voor zijn voeten neer en zei:
“Heer, help mij!”
Hij gaf haar ten antwoord:
“Het is niet goed
het brood dat voor de kinderen bestemd is,
aan de honden te geven.”
“Toch wel, Heer, – sprak zij –
want de honden eten immers toch ook de kruimels,
die van de tafel van hun meesters vallen.”
Daarop zei Jezus haar:
“Vrouw, ge hebt een groot geloof!
Uw verlangen wordt ingewilligd.”
En van dat ogenblik was haar dochter genezen.

 

Broeders en zusters in Christus

 Samenleven is altijd ingewikkeld, en in het bijzonder als je te maken hebt met mensen die uit veel verschillende landen en culturen komen. 

Elke generatie opnieuw moet het samenleven opnieuw worden uitgevonden. Groepen met werkelijke of betrekkelijke privileges hebben te maken met mensen die zich achtergesteld voelen. Is er dan toch een gemeenschappelijke toekomst ongeacht geloof, huidskleur of achtergrond of lijkt het toch zo te zijn dat verschillende etnische groepen altijd op afstand van elkaar zullen blijven, elkaar nooit echt zullen begrijpen?

U hoeft de krant maar open te slaan en de lastigheid van het samenleven spat van de bladzijden. Vaak gaat samenleven goed, maar er is ook onbegrip en vooroordeel. Het was in de tijd van Jezus niet anders.

De tijd van Jezus was een diverse wereld. In Galilea alleen al woonde van alles door elkaar heen. Er woonden veel Joden in de havensteden van het Romeinse Rijk tussen de heidenen in en hoezeer de Joodse gemeenschap haar kracht vond in zichzelf, en de buitenwereld op afstand hield was er ook geen volledig isolement.

Tegelijkertijd kon er geen sprake van zijn dat Joden met heidenen en Samaritanen kon omgaan als met mensen uit het eigen volk. Dat was ook om religieuze redenen ondenkbaar. De spijswetten en de voorschriften rond rituele reinheid maakten dat onmogelijk.

We moeten onze eigen ideeën en vanzelfsprekendheden dus niet terug projecteren op de wereld uit de tijd van Jezus. En al helemaal niet op Jezus zelf.

Dat gezegd is de lezing van deze zondag best een ingewikkelde. En ook best pijnlijk om te lezen. De pijn en moeite van het omgaan met mensen met héle andere achtergronden is heel zichtbaar. Hoewel het fijn zou zijn als Jezus alleen maar aardige dingen zou zeggen over mensen met een andere achtergrond is dat níet wat hier gebeurt.

Geconfronteerd met de vrouw uit het land van Tyrus en Sidon – heidens gebied waar traditioneel vijandschap heerste tegen de Joden – probeert Jezus haar eerst te negeren en als dat niet lukt zegt Jezus dat zijn missie niet voor de heidenen bedoeld is, maar voor de Joden. 

Dat klinkt logisch, maar daar blijft het niet bij. In zijn keuze van woorden benadrukt Hij juist nog een keer de verschillen. Hij zegt niet: “ik respecteer u zoals u bent maar u bent bij het verkeerde loket, heel jammer allemaal, niks aan te doen, met gevoelens van hoogachting: Jezus”.

Door de heidenen te beschrijven als honden lijkt hij een andere en nare weg in te slaan.

Het woord “hond” is namelijk geen onschuldige metafoor is, maar moet ook begrepen worden als een zeer beledigende aanduiding voor niet-joden in de tijd van Jezus. De hond in de tijd van Jezus is een onrein dier, en niet het vriendelijke huisdier waar wij aan denken.

Tegenwoordig, als je lelijke woorden gebruikt tegen mensen van een andere afkomst kun je worden “gecancelled”: dan mag je niet meer meepraten en verdwijnt je boek opeens uit de handel.

Misschien moeten we Jezus dan “cancellen”, en zeggen: “zie je wel, hij is zo`n geprivilegieerde man, die er op uit is om buitenlandse vrouwen te beledigen, daar moeten we niks mee te maken hebben. Het beste blokkeren we hem maar op Twitter en Facebook en als we genoeg boze brieven naar de uitgeverijen sturen dan verdwijnt de Bijbel uit de winkels. Of we steken ze gewoon in brand! Opgeruimd staat netjes!”

Maar misschien is dat te kort door de bocht. Laten we maar kijken wat er verder gebeurt.

De vrouw uit Tyrus en Sidon is echter niet voor één gat te vangen: ze gebruikt Jezus woorden tegen Hemzelf en zegt plompverloren: het zal zijn, maar zelfs honden hebben recht op wat te eten, dus Jezus, kom maar op!

Het is díe vrijmoedigheid en het geloof wat daaraan ten grondslag legt dat Jezus ertoe brengt haar dochter te genezen, vrij te maken van het kwaad dat haar bedrukt. Jezus roemt nu haar geloof. Hij gebruikt zelfs bijzondere woorden. De Tyreense vrouw is de enige persoon in het Evangelie van Mattheus waarvan Jezus zegt dat ze een groot geloof heeft (vorige week lazen we nog over Petrus, die bijna kopje onder ging in het Meer van Galileia omdat hij een klein geloof had!)

De vrouw is geen buitenlandse hond, maar een voorbeeld van geloof, en zelfs een voorbeeld voor de leerlingen. Niks is wat het leek te zijn.

Onze les voor vandaag is dan dat het niet om de buitenkant gaat maar om de binnenkant. In de relatie met God gaat het niet om wie je bent en waar je vandaan komt, en of je in de ogen van de wereld wel de juiste afkomst hebt. Of je nu een achterneef van de Hogepriester bent of een Tyreense vrouw, de weg naar het heil ligt voor je open.

Jezus sluit de deuren niet , Hij maakt ze open. Dat doet hij op een beetje aparte manier, maar Hij doet het wel.  Het is een eerste stap naar de vorming van het Volk van God dat de Kerk is, waar joden en niet-joden samen een gemeenschap opbouwen die niet is gebouwd op afkomst en cultuur, maar op geloof, op een relatie met God door Jezus Christus.

En het geloof maakt de gemeenschap steeds nieuw. Laat haar nooit verkalken of reduceren tot tradities en gewoontes – hoe belangrijk die ook zijn – en geeft haar telkens nieuw leven. Voor de hele wereld. Door de kracht van de Heilige Geest.

Amen.

Friday, 11 August 2023

19e zondag door het jaar A

 

Na de broodvermenigvuldiging
dwong Jezus zijn leerlingen in de boot te gaan
en alvast naar de overkant te varen,
terwijl Hij het volk naar huis zou zenden.
Toen Hij het volk had weggezonden,
ging Hij de berg op om in afzondering te bidden.
De avond viel en Hij was daar alleen.
De boot was reeds een heel eind uit de kust verwijderd
en werd geteisterd door de golven,
want zij hadden tegenwind.
Tegen de morgen kwam Jezus te voet over het meer naar hen toe.
Maar toen de leerlingen Hem zo over het meer zagen gaan,
raakten zij van streek,
omdat zij een spook meenden te zien
en zij begonnen van angst te schreeuwen.
Maar Jezus zei onmiddellijk tot hen:
“Weest gerust, Ik ben het.
Vreest niet.”
“Heer,” antwoordde Petrus, “als Gij het zijt,
zeg mij dan, dat ik over het water naar U toe moet komen.”
Waarop Jezus sprak:
“Kom!”
Petrus stapte uit de boot
en liep over het water naar Jezus toe.
Maar toen hij merkte hoe hevig de wind was,
werd hij bang;
hij begon te zinken en schreeuwde:
“Heer, red mij!”
Terstond stak Jezus zijn hand uit en greep hem vast,
terwijl Hij tot hem zei:
“Kleingelovige, waarom hebt ge getwijfeld?”
Nadat zij in de boot gestapt waren,
ging de wind liggen.
De inzittenden wierpen zich voor Hem neer en zeiden:
“Waarlijk, Gij zijt de Zoon van God.”

 

Beste vrienden,

Drie weken geleden stond er een artikel in de krant over de aangekondigde kerksluitingen in één van de samenwerkingsverbanden in West-Friesland. Van de tien kerken in dat verband gaan er binnen nu en tien jaar negen sluiten. Er moet één locatie overblijven, dat is het idee. Daar is natuurlijk veel discussie over. Dat kan niet anders. En naast discussie is er boosheid en verdriet. Tegelijkertijd: de pastoor aldaar legde uit waarom het niet anders kon. En ik denk dat hij gelijk heeft.

De realiteit van de kerk in Nederland op dit moment is ontluisterend. Het is niet op alle plekken even erg. Er zijn parochies waar het redelijk goed gaat, of de situatie minstens stabiel is. Maar op veel plekken vallen parochies om als oude bomen in een zomerstorm.

Tegelijkertijd: die realiteit is niks nieuws. Het voelt alleen maar nieuw omdat we in Nederland zo lang ons leven in vrijheid en stabiliteit hebben kunnen leven. Sinds de katholieke emancipatie in het midden van de negentiende eeuw is het ons voor het grootste deel goed gegaan. Zelfs een voortdurende afkalving in de laatste tientallen jaren, met incidentele kerksluitingen, dat was allemaal te managen.

Totdat het opeens niet meer te managen is en het water ons aan de lippen staat. Opeens voelen we niet zomaar nood, maar existentiële nood. Ons voortbestaan is niet (meer) vanzelfsprekend.

De kerk is geen elektrische fiets, waar je maar op de juiste knop moet drukken om altijd wind mee te krijgen – eerder is het zoals het in het Evangelie staat: 

de kerk is een scheepje in de nacht, geteisterd door tegenwind en golven.  Op zichzelf genomen kán het niet eens blijven voortbestaan, tenzij iemand ánders zich er om bekommert. Jezus Christus zelf.

Ik wil een paar punten uitlichten.

Het eerste wat opvalt is dat Jezus de leerlingen op afstand zet, hij dwingt ze in de boot, terwijl hij de afzondering opzoekt. Het leest niet heel erg aardig. De leerlingen hadden het waarschijnlijk fijner gevonden om in Jezus’ aanwezigheid te blijven. Tegelijkertijd kun je Jezus niet op eigen voorwaarden vastpakken en hém op zijn beurt dwingen je problemen op te lossen. Geloof in Jezus betekent ook de mogelijkheid aanvaarden dat wanneer Jezus komt, Hij dat in zijn eigen tijd doet. Jezus is Heer is aan de éne kant een prachtige boodschap – maar aan de andere kant kan het net zo goed angstwekkend zijn: Jezus is Heer betekent ook dat de Heer niet altijd op afroep beschikbaar is. Hij kan ons de boot in dwingen, waar we aan onszelf en onze naasten overgeleverd zijn. En het is niet gauw voorbij: het duurt de hele nacht.

Vervolgens, als we Jezus ontmoeten is dat ook nog eens een schrikwekkende gebeurtenis. We kunnen zo opgesloten zijn in ons hier en nu, in onze nood in onze nacht dat als Jezus er bij komt staan we hem niet van een spook kunnen onderscheiden. Een werkelijke ontmoeting met het heilige, met de goddelijke realiteit is altijd ontzagwekkend, adembenemend en er zit iets verschrikkelijks in: als mens kun je daar niet naast bestaan. En dit is een ontmoeting met God in Jezus: de symboliek maakt dat duidelijk: het ochtendlicht, het lopen over het water; alles wijst er op Jezus is groter dan de dood. De enige die groter is dan de dood is God zelf.

Maar áls we de Heer dan ontmoeten, hem herkennen, dan willen we ook het bovenmenselijke verrichten. En we willen het niet ééns, we gaan het ook doen! Petrus gaat óók over het water lopen. Zo kunnen we ook terugkijken op de levens van mensen die volledig door God gegrepen zijn en dingen van de grond kregen waar we alleen maar verbijsterd naar kunnen kijken. Toch moeten we niet denken dat deze mensen een soort halfgoden zijn, integendeel. Zelfs het geloof van Petrus: geloof waarmee hij over het water kan lopen is maar een klein geloof – en zo gauw hij dat realiseert, haalt hij een nat pak.

Het verhaal van de grote overwinningen van de kerk is ook het verhaal van de grote nederlagen van de kerk. We worden gedreven het onmogelijke te doen – we gáán het onmogelijke ook doen – maar kunnen ons dit nooit toe-eigenen. Wíj schieten immers altijd te kort, natte pakken zijn onvermijdelijk. En ook hier is weer een les: als je dan tóch moet mislukken, misluk dan op een grandioze wijze.

Om af te ronden: Door alle triomfen en nederlagen heen schijnt één waarheid. Jezus grijpt vast, redt, wie in gevaar is. Jezus laat de storm liggen. Het scheepje van de kerk behoort aan Christus toe. Christus redt, ook als je in de tussentijd veel kwijtraakt wat je dierbaar was.

De kerk zélf kan niemand redden, de kerk moet – integendeel – zélf steeds gered worden. Wat zij doet of laat heeft enkel waarde vanuit haar band met Christus. Die band zien we steeds terug, elke zondag – in de lezing en de verkondiging van het Woord, in het vieren van de sacramenten. Als het daar niet meer om gaat verliest ze de reden van haar voortbestaan.

Zonder Christus geen kerk. Als de kerk dit realiseert kan ze het onmogelijke wagen en doen. Dan zal je nog steeds een nat pak halen en magistraal mislukken in wat je doet, maar tijdens je mislukking wordt je wel beetgepakt, gered, terug in de boot gezet en vangt men een nieuwe tocht aan. Samen met de Heer.

Amen.

 

 

 

 

 

Saturday, 5 August 2023

Gedaanteverandering A

 

Soms blijken mensen niet te zijn wie je dacht dat ze waren. Je denkt: “dit is iemand die een goede eerste indruk gemaakt heeft: iemand op wie ik kan bouwen”, en na verloop van tijd blijkt dat dat vriendelijke gezicht toch een masker was. En als dat masker afglijdt kan dat een pijnlijk schouwspel zijn.

Zulke dingen gebeuren overal, tot in de hoogste kringen toe. 

Gelukkig kan het omgekeerde zich ook voordoen: mensen waarvan je niet zoveel verwachtingen had kunnen opeens onvermoede kanten e hebben, blijken mensen te zijn waar je op kan steunen als de nood aan de man is. Ook dat kan zomaar gebeuren, en wat een zegen is dat als we die mensen tegenkomen!

Het hart van de mensen is geen open boek. Wat er in dat hart zit moet zich tonen: in ontmoetingen, in het dagelijks leven. Door jaren van vriendschap heen. En ook als je elkaar jaren kent zijn er toch nog onvermoede kanten, dat is het avontuur van vriendschap: Naar mate het wederzijdse vertrouwen en genegenheid groeit kan er steeds meer ontdekt worden!

Er is maar één persoon die zich volledig in zijn hart laat kijken, en zelfs Hij doet dat maar op een enkel moment, maar op dat éne moment laat Hij ook volledig zien wie hij is. Jezus Christus is niet zomaar iemand, hij is de Zoon van God, hij hoort vanuit de eeuwigheid thuis bij God en is op aarde gekomen om de vriendschap tussen God en mens te herstellen. Dat is wíe hij wérkelijk is.

Maar laten zien wie je werkelijk bent, dat kan alleen samen met anderen. Je bent nooit puur jezelf als je in je eentje bent. De joodse denker Emmanuel Levinas heeft veel geschreven over de ‘ethiek van het gelaat van de ander’.

Pas als je jezelf toont aan iemand anders, word je werkelijk jezelf. Dit is voor iedereen waar, zelfs voor een kluizenaar, want een kluizenaar is dan wel niet onder de mensen, maar zijn leven is één grote oefening in zich blootgeven aan God. 

Zó laat Jezus Christus ook zichzelf zien, niet als een almachtig individueel fenomeen dat alles om zich heen in het niets laat verdwijnen, maar als de Zoon van God die leeft vanuit de verbondenheid

Hij is eerst verbonden met God, Hij bestaat niet zonder Hem, dat is wat dat Taborlicht betekent, ik ben van eeuwigheid in en met God. In mijn Gelaat zie je Hem terug. Wie Mij ziet, ziet de Vader. 

Hij is ten tweede verbonden met het verleden:

Als je het verhaal van jezelf vertelt begin je te vertellen waar je vandaan komt, dat determineert je niet: je bent zelf veel meer dan je afkomst. Maar zónder je afkomst ben je óók niks. Daarom is het zo belangrijk dat Jezus zich toont met Mozes en Elia, met de vertegenwoordig van de Wet, en de vertegenwoordiger van de Profeten. En ze onderhouden zich met elkaar, ze zijn met elkaar verbonden. 

Daarmee zegt Jezus: ik ben geen breuk met het verleden. Ik bouw op wat jullie eerder gegeven is. God is geen politicus of president die net zo makkelijk van mening als van pak verandert en A zegt maar B doet! Nee. Hij is trouw aan wat Hij gezegd heeft, alles wat Hij aangekondigd heeft maakt hij waar. 

Hij laat zich dus niet in zijn eentje zien, alsof het alléén maar om Hem gaat nu en de Wet en de Profeten vergeten zijn, nergens meer toe dienen.

Hij is ten derde verbonden met de toekomst. En het is dan ook interessant aan wie Hij zich laat zien. Hij openbaart zich, in goddelijke majesteit, omringt door een licht dat naar de Eeuwigheid verwijst, maar dat doet Hij niet midden in Kafarnaum, waar hij thuis is, of op het plein van de Tempel in Jeruzalem, of in een Samaritaans dorp, of onder de heidenen van de Decapolis, nee. 

Hij laat zich zien, bovenop een berg met alleen Petrus, Jakobus en Johannes erbij, het petit comité van zijn leerlingen. De meest naaste vertrouwelingen. Zij zijn niet zomaar drie poppetjes, Jantje, Pietje en Japie, nee. Zij zijn de meest centrale leerlingen, ze vertegenwoordigen de Kerk. Zij moeten vanuit de verbondenheid met Jezus zijn verhaal doorgeven aan alle andere mensen.


En zelfs díe leerlingen zijn volledig overdonderd en vallen op de grond van schrik. En als ze daar klaar mee zijn dan weten ze hoe uitverkoren ze zijn. Het is als iemand die zijn meest dierbare, het mooiste geheim met je wil delen. En ze zouden dat moment willen vasthouden. Petrus heeft het al over het bouwen van hutten. Een soort Hemel op Aarde zou dat zijn! Ze willen de toekomst niet in, ze willen in het nu blijven. 

Maar een Hemel op Aarde, een moment vasthouden, dat gaat niet. Als we de waarheid over Jezus leren kennen dan mogen we die niet voor onszelf houden. Daar moeten we wat mee doen, daar moeten we voor aan de slag. Die verbondenheid van Jezus, dat is geen éénrichtingsverkeer. Als Jezus zich toont voor wie Hij is, dan moeten Johannes, Jakobus en Petrus daar mee aan de slag, dan moet heel de Kerk daarmee aan de slag.

Want dat Jezus als Zoon van God verbonden is met de toekomst, dan is hij niet alleen verbonden met de apostelen, maar met iedereen die daarna komt. Met de hele Kerk door de eeuwen heen. Met ons, maar ook de mensen die weer na ons zullen komen. Net als de leerlingen mogen wij Gods goede nieuws niet voor onszelf houden. 

We moeten die blijven delen, of we nu jong zijn of oud, gezond of minder gezond. Zo lang we nog ademen kunnen we iets zichtbaar maken van wie God is. 

Als we dat doen, dan geven we iets van dat Taborlicht, zo`n sprankje uit de eeuwigheid, door. Dan geven we mensen wat licht in de duisternis cadeau. Een vonkje licht waarmee ook zij op tocht kunnen gaan om God te vinden.

Amen.