Thursday, 11 July 2024

Vijftiende Zondag door het Jaar B

 

Amos 7:12-15 (cursieve tekst valt buiten de selectie in het leesrooster maar binnen de narratieve eenheid)

Toen stuurde Amasja, de priester van Betel, aan Jerobeam, koning van Israël, deze boodschap: 'Binnen uw eigen Israël smeedt Amos een komplot tegen u; het land is tegen al die dreigementen van hem niet bestand.  Want hij, Amos, zegt: 'Jerobeam zal sterven door het zwaard en Israël wordt van zijn eigen grond verbannen.' 

(In die tijd) zei Amasja […] tot Amos:
“Ziener, u moet maken dat u wegkomt!
“Verdwijn naar Juda
en verdien daar uw brood maar met profeteren!
Hier in Betel mag u niet meer profeteren
want dit heiligdom is van de koning
en dit gebouw van het rijk.”
Amos gaf Amasja ten antwoord:
“Ik ben geen profeet of lid van een profetengilde,
ik ben veehoeder en vijgenkweker.
Maar de Heer heeft mij achter mijn beesten weggehaald
en het is de Heer die mij gezegd heeft:
Trek als profeet naar mijn volk Israël
.”

Maar zo spreekt Jahwe: Uw vrouw zal in deze stad ontucht plegen [letterlijk: “zal een hoer zijn”] uw zonen en dochters zullen omkomen door het zwaard, uw eigen grond zal met het meetsnoer verkaveld worden; zelf zult gij op onreine grond moeten sterven en Israël wordt van zijn eigen grond verbannen.' 

 

Mc 6:7-13

In die tijd riep Jezus de twaalf bij zich en begon hun twee aan twee uit te zenden.
Hij gaf hun macht over de onreine geesten
en verbood hun
iets anders mee te nemen voor onderweg dan alleen een stok:
geen voedsel, geen reiszak, geen kopergeld in hun gordel.
“Wel moogt ge sandalen dragen,
maar trekt geen dubbele kleding aan.”
Hij zei verder:
“Als ge ergens een huis binnengaat,
blijft daar tot ge weer afreist.
En is er een plaats waar men u niet ontvangt
en niet naar u luistert,
gaat daar dan weg
en schudt het stof van uw voeten als een getuigenis tegen hen.”
Zij vertrokken om te prediken dat men zich moest bekeren.
Zij dreven veel duivels uit,
zalfden veel zieken met olie en genazen hen.

 

 

Beste vrienden,

We horen vandaag zoals op vele andere zondagen meerdere verhalen. Één uit het Oude Testament en één uit het Evangelie.

Zoals wel vaker is er flink in geknipt. Vandaag in de tekst uit Amos uit het  krijgen we maar een klein hapje van het grotere verhaal. Het voorstuk en eindstuk zijn weggelaten. Het zijn héle pittige oordeelsteksten! Het land van Israël en het huis van koning Jerobeam worden de wacht aangezegd. Als ze niet tot bekering komen, niet willen doen wat God zegt dan loopt het erg verkeerd af. Hoe verkeerd? Laat ik het zo zeggen, zelfs in de vertaling kwebbelt de weggelaten tekst er een beetje omheen. Het Hebreeuws is daarentegen heel direct. Dat zijn wij niet gewend.  

Zoals wel vaker op zondagen volgen de Evangelieverhalen elkaar ook op. Ze horen bij elkaar. Jezus is net in Nazareth geweest, daar hebben we vorige over gehoord, wat voor akelige, disfunctionele plek Nazareth was. Jezus kon daar niks doen, want hij was er niet welkom. Toen ging hij maar naar de andere plekken.

Een profeet is niet welkom in zijn vadersstad. Zo zei Jezus het de laatste keer. Maar de waarheid is zoals wel vaker nog wat scherper. Profeten zijn op véél plekken niet zo welkom.

Vandaag horen we over Amos die naar Betel gaat om te profeteren. Want Betel daar gaat het niet volgens plan. De koning aldaar, het heiligdom. Dat zit op het verkeerde pad. Betel is óók een akelige disfunctionele plek.

Het is een arrogante religieuze hoofdstad waar macht en geloof samenvallen. De koningen van het Noordrijk Israël hebben de religieuze banden met de Tempel in Jeruzalem doorgesneden. Nu bepaalt de Koning wat het échte geloof is en wat niet. God mag zich er niet teveel mee bemoeien. En Amos ook niet, want dat is een buitenlander, althans volgens de priester van Betel.

Betel is een beetje zoals Moskou. Daar bepaalt de dictator wie de Patriarch mag zijn, en de Patriarch preekt over dat je moet vechten voor de dictator. En als je je wilt voleten met dikbelegd kerkenbrood, moet je het lied van de dictator zingen. En wie een ander lied zingt, valt uit een glas-in-lood-raam.

Betel is een boze plek. En kwade wegen inslaan, dat gaat altijd verkeerd. Het kwaad draagt de zaden van de eigen vernietiging in zich. Je kan wel steeds ruimte geven aan wat verkeerd is, maar het loopt altijd verkeerd af. Daarom stuurt God door heel de Bijbel heen profeten. Dat is niet om mensen te pesten, maar om mensen te waarschuwen. Als je dít blijft doen in je eentje, met je groepje, met je dorp of stad of zelfs met je hele land, dan komt dat bij je terug! Het kan niet anders! Je kan de werkelijkheid lang negeren, maar de consequenties van dat negeren komen écht op je bord.

Als je verdeeldheid zaait uit eigenbelang, de zonde van koning Jerobeam, dan krijg je ook niet datgene wat je uit eigenbelang dacht te redden. Je gezin, je familie, je eigendom en zelfs je hele land gaan dan door het putje. Een profeet komt dus niet om je te bestraffen! Hij hoopt juist de slechte uitkomst te voorkomen, voordat het te laat is! Maar dan moet je wel luisteren. Want als je dat niet doet gebeurt het alsnog! Je kan de profeet wel wegsturen, maar de profetie niet!

Een profeet spreekt nu eenmaal niet vanuit zichzelf. Hij schrijft geen column met alleen maar zijn eigen mening erin, waar je dan voor of tegen kan zijn! Hij brengt het woord van iemand anders. En wat zegt dat woord: je kan geen welzijn en welvaart vinden als je blijft volharden op een doodlopende weg. Dan raak je álles kwijt, zelfs je band met God, want in het Oude Testament zit God vast aan het land. Raak je je land kwijt en je gemeenschap kwijt, dan ben je ook God kwijt.

In het Evangelie horen we van Jezus. Hij is zojuist onverrichter zake vertrokken uit Nazareth, daarna de dorpen daaromheen ingegaan en nu breidt hij de missie uit. Maar wat is die missie? Die missie lijkt een beetje op die van de profeten. Ja, hij doet wonderen, maar die doet hij om mensen op te roepen tot bekering!

Ze moeten het kwaad loslaten! Niet zoals bij Amos om hun welzijn, welvaart en land te redden, en via die dingen hun band met God, maar om de nieuwe toekomst met Jezus aan te gaan.

Het OT zegt met zoveel woorden: om het goed te hebben moet je ook goed doen. Het Evangelie zet het wat scherper. Je moet de oude mens afleggen, zonde neerleggen om de nieuwe werkelijkheid van God aan te gaan. Je mag komen zoals je bent, maar je kan niet blijven wie je bent!

Bekeer je: keer je om naar wie je wèl moet zijn door Jezus de Messias, want het nieuwe Koninkrijk komt er aan!

Bij het brengen van die boodschap komt wel wat kijken. De leerlingen worden niet onvoorbereid op pad gestuurd.

Allereerst: ze gaan twee aan twee:

Er wordt wel eens gezegd, met deze tekst in de hand, dat priesters altijd met hun tweeën moeten zijn of bij elkaar in huis moeten wonen. Los van of dat een goed idee is of niet, daar gaat deze tekst helemaal niet over. Dit woord van Jezus gaat aan de kerk vooraf. Het gaat om het uitzenden van leerlingen met één hele specifieke taak: oproepen tot bekering in naam van Jezus de Messias, De leerlingen gaan niet als Paulus of de andere apostelen op reis om gemeenschappen te stichten. Ze zitten in een andere rol.  

Ze worden verder met hun tweeën gestuurd omdat ze getuigen zijn. In het Joodse recht geldt het getuigenis van twee getuigen. Ze getuigen van Jezus, hun getuigenis wordt met kracht onderstreept door wonderen en zij kunnen getuigen of er wel of geen bekering in de gemeenschap plaatsvindt.

Ze reizen met zo min mogelijk ballast, zonder zaken die je kunnen afleiden. We moeten hier geen oproep tot bezitsloosheid in teruglezen. Daar gaat het niet in de eerste plaats om. Maar je moet ook niet kromgebogen gaan onder de welvaart. Dat geeft het verkeerde voorbeeld en is verder onpraktisch: profeten liggen onder een vergrootglas, en niet geheel ten onrechte. Amos wordt er al (vals) van beschuldigd door de profiteur Amasja dat dat hij (ook!) goed verdient aan zijn prediking.

En er waren ook in de tijd van Jezus nogal wat rondreizende predikers en wonderdoeners die een renderend handeltje hadden! Maar dan ben je ook een rijke buit voor rovers! Beter is het  om weinig mee te hebben en te leven van gastvrijheid. Dat was heel normaal voor reizigers in die tijd.

Zelfs dan nog mochten ze een stok mee, om je mee te kunnen verdedigen. Je moet wel goed zijn, maar niet gek! Uit alles spreekt dat ze haast hebben. Ze mogen geen onnodige tijd verliezen. Ook niet op het politiebureau, of in het ziekenhuis.

Ze mogen óók geen tijd verliezen op plekken waar niks te halen valt! Ook dat is anders dan wat de kerk later zal (en moet) doen. De kerk kan, wil en moet lang blijven op plekken waar zo op het oog weinig te halen valt. Eeuwenlang als het moet, als er maar twee of drie bijeen komen in Zijn naam is het goed. Maar deze leerlingen moeten het op dit moment anders doen. Blijven plakken tussen de verharde harten doet niets goeds. Beter dan om verder te gaan.  

Maar de leerlingen laten weggaan is niet zonder gevolgen. Want de leerlingen niet opvangen betekent maar één ding: dat je verhard bent in het kwaad. Dan moeten de leerlingen ook het stof van hun schoenen schudden, als getuigenis tegen hen. Weer een getuigenis, ze zijn met hun tweeën!

Het stof van je schoenen schudden deed je in de Bijbelse tijd als je op onreine plekken was geweest, of bij de ongelovigen – die waren ook onrein. Als iemand het stof van zijn schoenen schud nadat die bij jou in de buurt geweest is, dan is dat geen fijne boodschap. Dat is een hard oordeel dat over je uitgesproken wordt! Dat betekent dat je jezelf buiten het Verbond geplaatst hebt, onrein geworden bent! Dat je je rol als Verbondskind niet waarmaakte! En het Verbond gaat wel verder, maar als je niet uitkijkt zonder jou. Als je in het kwaad blijft hangen kom je niet bij Jezus uit. God vergeeft, zijn deur staat open. Maar jij moet wel door die deur heen! Vergeving, als liefde, kan niet afgedwongen worden. Er moet iets van twee kanten komen. En elke stap heeft consequenties.

Gelukkig lezen we ook aan het einde dat ze veel zieken genezen, dat betekent dus dat ze veel geloof vinden. Ze hebben dus hopelijk niet teveel moeten stofkloppen!

Hoe het ook gaat: als we worden aangesproken moeten we ook veranderen. Niet alles kan hetzelfde blijven. En het harde feit is dat we niet eindeloos veel tijd hebben om het anders te doen, om het beter te doen. Daar praten we niet altijd graag over in de Kerk, zelfs in de manier waarop we onze Bijbel vertalen en ons Leesrooster samenstellen voel je die ongemakkelijkheid. De boodschap van de samenleving is al gauw “ik ben ok, jij bent ok”. Maar wij zijn niet per se ok. Waren wij altijd ok, hadden we de Bijbel niet nodig, hadden we Jezus ook niet nodig. Wij zijn niet ok. Maar het kan anders! We hoeven niet te blijven wie we zijn! Met God kan er veel veranderen!

Verhalen over Nazareth, over Bethel, over de profeet Amos en de priester Amasja. Het verhaal over de leerlingen die twee aan twee worden uitgezonden, willen ons iets belangrijks vertellen. Al die mensen en al die plekken, zijn geen mensen en plekken van ver weg. Het zijn ook geestelijke realiteiten. Nazareth en Betel bestaan ook in ons. Het dorp waar twee leerlingen van Jezus tegenkomen bestaat ook in ons. Wij zijn dat dorp. Wij moeten antwoord geven.  

Er zal altijd iets in ons zijn dat de deur dicht wil houden. Dat nee wil zeggen …  Nee… niet daar het licht op werpen. Dat komt te dichtbij. Iets in ons wil wel van de Bijbel horen of een opwekkende boodschap krijgen.  Maar we zetten soms ook te makkelijk de schaar er in zet als het confronterend dreigt te worden.  

Mijn docent exegese, Dr. Gouw, waarschuwde daar ook altijd voor. "Kijk uit", zei hij, "dat je altijd preekt uit de Bijbel, en dat je niet preekt uit de vertaling" (want wie zegt dat die altijd klopt) "of uit het leesrooster" (die altijd selecties maakt, dingen weglaat soms), "of  uit het commentaar" (wat ook altijd maar een interpretatie is). Je moet niet preken uit die dingen, je moet preken uit de Bijbel. En in die Bijbel zit zuur en zoet. We kunnen niet zeggen: ik eet het zoet lekker op en het zuur laat ik liggen.

Het één kan echt niet zonder het ander. We mogen naar heel veel uitzien: genade, vergeving, een nieuwe toekomst bij God – niet alleen later maar ook nu al. Maar dat vraagt ook dingen. Oude zekerheden achterlaten als ze geen doel meer dienen, en zeker als ze zelfs uitgesproken slecht voor je zijn. Elke dag dat we optrekken met God moet, nee, zál het ons wat veranderen, zál er iets van ons afgeschaafd worden, hoe onmerkbaar klein het ook is.

Willen we ons laten raken, willen we het anders doen, laten we dan vooral de deur van ons hart gastvrij openstellen voor God. Hij heeft geen haast. Hij loopt niet voorbij. Hij wil alle tijd voor ons nemen. Hou die deur dan open.

Amen.

Saturday, 6 July 2024

Veertiende Zondag door het Jaar B

In die tijd ging Jezus vandaar weg om zich naar zijn vaderstad te begeven
en zijn leerlingen gingen met Hem mee.
Toen het sabbat was begon Hij te onderrichten in de synagoge.
De talrijke toehoorders vroegen verbaasd:
“Waar heeft Hij dat vandaan?
En wat is dat voor een wijsheid die Hem geschonken is?
En wat zijn dat voor wonderen die zijn handen verrichten?
Is dat niet de timmerman, de zoon van Maria
en de broeder van Jakobus en Jozef en Judas en Simon?
En wonen zijn zusters niet hier bij ons?”
En zij namen er aanstoot aan.
Maar Jezus sprak tot hen:
“Een profeet wordt overal geëerd
behalve in zijn eigen stad,
bij zijn verwanten en in zijn eigen kring.”
Hij kon geen enkel wonder doen,
behalve dat Hij een klein aantal zieken genas
die Hij de handen oplegde.
Hij stond verwonderd over hun ongeloof.
Jezus ging rond door de dorpen in de omtrek,
waar Hij onderricht gaf.

 

Beste vrienden,

Misschien bent u in uw leven wel eens op een plek geweest, een nieuwe plaats waar u naar toe verhuisde of een nieuwe organisatie waar u voor ging werken en dat u er na een paar maanden tot uw schrik achterkwam dat je er niks voor elkaar kreeg. Alsof er een soort dempende energie om die werk- of woonplek hangt die álles opzuigt.

En je kan niet wijzen naar één persoon, of één situatie die dat zo maakt. Dan zou het makkelijk zijn. Als het probleem bij één persoon of één groepje in de gemeenschap ligt. Of één leidinggevende in het bedrijf, dan zou je er wat aan kunnen doen. Iets aanhangig maken, mensen coachen om het beter te doen. Of in een bedrijf toch maar een leidinggevende naar een “functie elders” leiden, voordat hij nóg meer ongelukken veroorzaakt… Dat alles is te verwerkelijken.

Maar dát is het niet. Het probleem lijkt collectief te zijn. Het gaat ook al eindeloos terug, lijkt het wel. Als je gaat graven hoor je steeds dezelfde gefrustreerde verhalen, over vijf jaar terug, tien jaar terug, twintig jaar terug, zestig jaar terug – en telkens hetzelfde verhaal, hooguit zijn de bordjes en de namen van de hoofdrolspelers verwisseld, maar altijd hetzelfde liedje.

Je gaat haast denken, een beetje kinderlijk haast, er rust een vloek op deze plek. Er is hier iets mis.

Het is een beetje als de Truman Show, hoe meer iedereen doet alsof er niets aan de hand is, hoe meer je er van overtuigd raakt dat de werkelijkheid niet is wat het lijkt. Er zit een werkelijkheid onder de werkelijkheid en hoe meer men doet alsof alles normaal is, des te abnormaler het blijkt.

Mocht u denken, in zo`n situatie, ik voel me machteloos ik kan hier niet tegenop. Dan heb ik woorden van troost. Jezus raakte er ook niet doorheen. Hij wandelt ook zo`n plek binnen. Nazareth.

En nu staat daar heel beleefd zijn vadersstad maar het historische Nazareth van tweeduizend jaar heen, zo moet u zich voorstellen, dat was echt een gat in de grond. Nazareth was een dorpje. En zo te horen was het geen idyllische plek waar mensen Langs het Tuinpad van mijn Vader neuriën terwijl ze de blinkende schoven binnenhalen. Integendeel.

Er hangt een energie rond Nazareth die álles opzuigt, álle initiatief, álle nieuwsgierigheid, alle inzet om iets anders te doen, álles wordt weggezogen. Alsof er een zwart gat onder Nazareth ligt. En die negatieve energie is zo krachtig dat zelfs Jezus er niks mee kan. Het lukt hem niet om grote wonderen te doen. En dat komt niet omdat er wat scheelt aan Jezus.

En het probleem is ook niet een vloek die ooit over Nazareth is uitgesproken, of dat er een boze geest rondzweeft, of dat Nazareth gebouwd is op een indianenbegraafplaats. Neen. Nazareth dat zijn de mensen, Nazareth dat is die gemeenschap, al tien jaar, twintig jaar, zestig jaar exact hetzelfde. Van generatie op generatie, negativiteit, alleen maar op elkaar letten, dat niemand uit de rij danst. En als iemand uit de rij danst, dan is dát het Zwarte Schaap. Een soort negatieve sociale controle. Een soort kringverjaardag in de Hel, dat is Nazareth.

En dat alles natuurlijk met een religieus sausje. Want hoe klein Nazareth ook is, ze hebben wél een synagoge. Daar stoppen ze veel energie in. Ze laten zich er denk ik ook op voorstaan, op die synagoge. Dat zou wel in het plaatje passen.

Maar Jezus, hoorde er niet bij. Hij is verhuisd naar de grote stad. En nu hij terug is, motten ze Hem niet. Is dat niet de timmerman, de zoon van Maria? Sommige commentatoren willen daar wat vrooms in lezen. Maar het zijn geen positieve woorden. Het is een gecalculeerde belediging. In het Palestina van de eerste eeuw een man met de naam van zijn moeder aanspreken had maar één bedoeling. Benadrukken dat dat huwelijk met Jozef, daar was wat mee. Misschien is Jezus wel een onecht kind.

In Nazareth heeft men lange, genadeloze geheugens. Ze missen niks! Of althans, ze missen niks wat je negatief kan uitleggen. Elke roddel van dertig jaar geleden wordt gekoesterd. En aan de tapkast van café het Kruispunt gaat het er elke zaterdagavond nog over, hoe de achteroudoom van Pietersen ooit eens een schaap heeft genaast van de overgrootvader van Jansen. Althans. Volgens Jansen, die het nooit zal loslaten, die koestert die zogenaamde diefstal in zijn hart. Heerlijk verongelijkt zijn. De ganse dag door. Ze missen niks negatiefs. Maar alle dingen die er wel toe doen. Die zien ze niet.

En het probleem is niet Jansen, niet Pietersen, maar iedereen. Heel Nazareth is het probleem. De gemeenschap is het probleem. En een éénling kan daar weinig tegen. En niet elk probleem heeft een oplossing. Of liever jij bent niet de oplossing voor elk probleem. Zelfs Jezus is niet de oplossing voor Nazareth, althans niet in de zin dat Hij iets kan doorbreken.

Want een ontmoeting met iemand die meer blijkt te zijn dan waar je hem voor hield is heel ontregelend. Ronduit bedreigend! Dat confronteert je namelijk met jezelf! Dat is niet leuk. Moet jij zelf niet veranderen? Is mijn leventje wel zo vanzelfsprekend? Was het wel zo leuk om Jezus als kind ondersteboven in de prullenbak te kieperen? Ja. Dan is het makkelijkste om je te verschuilen achter gemok, ressentiment, achter hij denkt zeker dat die meer is als een ander.

En als mensen zich collectief geestelijk afsluiten voor iemand, nee, dan kan zelfs Jezus niks. En waarom niet? Omdat Hij dat enkel had kunnen doen met zoveel goddelijke kracht dat het gewelddadig was geweest. Hij had een legioen engelen kunnen oppiepen en voor de duidelijkheid even het dorpshuis tot de grond toe platbranden. Pour encourager les autres.

Maar wat lost dat op? Ja, de mensen buigen zich in angst voor je neer. Maar wil jij dat mensen zich in angst voor je neerbuigen, omdat ze niet anders kunnen? Ja, tirannen willen dat. En daar heb je een eindeloze stoet van, groot en klein.En heb je met de één afgerekend duikt de volgende alweer op. Daar komt geen einde aan.

Het is zó makkelijk ook om mensen te laten buigen. Het is ook heel makkelijk om mensen te manipuleren, als je eenmaal weet hoe. Als je maar in een positie bent om iets van ze af te pakken. Een baantje, een huisje, een beetje status. Kun je dat van iemand wegnemen, of datgene gewoon kapotmaken, dan is het van jou. En die persoon is ook van jou. Knielen jij. En braaf smeken!

 Maar Jezus is geen tiran. Dit verhaal zegt dus heel veel. Het gaat voor een stukje over Nazareth. En we kunnen zulke plekken tegenkomen in ons leven. Ze leren ons dat niet elk probleem opgelost kan worden, dat je soms echt ergens wég moet gaan om niet opgezogen te worden door de toxische slurrie.

Maar belangrijker nog: het zegt ons iets over Jezus. Wie Hij is. Hij komt niet naar Nazareth om zijn recht op te eisen. Hij eist geen erehagen, geen slingers en ballonnen. Hij deelt geen cadeautjes uit, dat je bij Hem in de schuld komt, Hij eist geen genoegdoening. Hij maakt geen rekeningen op die nog vereffend moeten worden (Voor alle keren dat Jezus gepest is op het speelplein van de School met de Bijbel, en later op de Timmervakschool).

Hij brengt zichzelf, Hij brengt zijn Woord. Hij ís dat Woord. En dat Woord brengt een grotere vrijheid dan je bedenken kan. Je mág je er door laten raken. Het is gratis. Maar Hij dwingt zich niet op. Geloof is altijd geloof in vrijheid. Afgedwongen geloof is betekenisloos. Hij dwingt zich niet op. Hij kan het niet, en hij kán het niet omdat Hij dat niet wíl. 

Het is net als met God, je kan Gods Almacht niet losmaken van Gods Goedheid én niet losmaken van de grondstructuur van het menselijke bestaan: dat mensen vrije wil hebben. Je kan mensen net zo min dwingen een levend geloof te hebben als dat je een vierkante cirkel kan maken. 

Volg je dat Woord dat Jezus brengt, dan is dat gratis. Het kost geen geld. Maar het is niet goedkoop. Jezus volgen kan ook betekenen. Wég uit Nazareth. Weg uit plekken waar je niets goed kan doen, een ánder pad inslaan. Nieuwe dingen leren, een nieuw leven op je nemen. Zodat ook wij op onze beurt die  boodschap van bevrijding kunnen doorgeven.

Amen.