Beste kinderen, ouders, opa's en oma's en beste vrienden
De Koning geeft een feest! Wat leuk! En hij nodigt allerlei mensen er voor uit. Vooral de belangrijkste, zo gaat dat vaak bij koningen. Als je in een paleis komt dan zit daar niet alleen de koning zelf, en de prinsen en prinsessen maar ook allemaal belangrijke mensen daarom heen.
En waarom zijn die mensen allemaal zo belangrijk die daar komen, die daar rondlopen in het paleis? Natuurlijk, ze zullen wel veel geld hebben. Maar dat zijn er meer. Misschien hebben ze wel belangrijke beroepen. Maar ieders beroep is eigenlijk wel belangrijk. De één staat hoger dan de ander, voor het éne moet je veel langer studeren als het andere. Maar stel je eens voor, een wereld waarin er geen onderhoud werd gedaan, of er niemand aan de balie stond. Nee, dat is het niet.
Hoe weten we dan dat ze belangrijk zijn? Ik denk dat ik het weet. Als je dicht bij de koning staat, bij de koning wordt uitgenodigd, dan word je ook een beetje koninklijk , dan hoor je er bij. Zelfs als je niet zo belangrijk was en je wordt uitgenodigd door de Koning, dan word je vanzelf een beetje belangrijk, belangrijker dan je was. En hoe vaker je daar mag zijn des te belangrijker je wordt.
Als je iemand tegenkomt die zegt “ik kom net terug van het paleis!” dan ga je als vanzelf een beetje tegen haar opzien. Zeker als ze terugkomt met een glimmende medaille. Lid kun je zijn, van de Orde van Oranje-Nassau, Ridder. Dan mag je op een paard zitten. En Officier. Dan mag je anderen vertellen wat ze moeten doen.
Maar soms wordt al die belangrijkheid een beetje teveel voor mensen. Ze gaan denken dat ze zichzelf al die medailles hebben gegeven en zijn de Koning vergeten. En als de Koning ze er weer bij wil hebben dan denken ze.. Mèh! En halen de schouders zo`n beetje op van …. “Ja, dan moet ik weer in de houding.” En ik ben al Officier in de Orde van Oranje-Nassau.
Als dat gebeurt dan draaien zij het om! Die denken, ik ben zo belangrijk dat de koning maar blij moet zijn als ik af en toe eens kom, en hij stuurt de dienaren van de koning weg. En nog erger. Want dat gebeurt er als je je zelf zó belangrijk vindt dat je naar niemand meer omkijkt. Dan gebeuren er hele erge dingen.
Maar als je belangrijk bent, maar je komt niet wanneer je bent uitgenodigd door de Koning, dan wordt je vanzelf minder belangrijk. En nog minder belangrijk totdat je een raar poppetje bent met een stoffige medaille. Dat soort mensen herken je eraan dat ze altijd “Zeg! Zeg! Weet jij wel wie ik ben??” zeggen. Dat moeten ze wel vragen, omdat ze zó onbelangrijk zijn geworden dat niemand het nog weet. Ookal loop je nog rond, je bent er niet meer bij in het leven.
Maar weet je wat de Koning doet? Die gaat daar niet in zijn eentje zitten. Dat is saai. Je viert geen feest met maar twee of drie mensen. Hij laat zijn dienaren iedereen naar binnen trekken. Of je nog een baksteen in je hand hebt, of je huiswerk dat misschien niet zo goed gemaakt is omdat je wat was afgeleid, of je kleren van de supermarkt. Iedereen krijgt nieuwe kleren en de één wordt Lid, en de ander Ridder (die op een paard mag zitten) en een derde Officier (die mag de maat aangeven op het feest)
Maar als nou een zijn kleren weer uit doet en rondloopt met zijn oude jasje, en niet mee wil doen met het feest? Dat maakt het feest minder leuk. Niet alleen voor hemzelf, maar voor iedereen. Je kan niet opgaan in een feest als niet iedereen meedoet (Kijk maar bij carnaval, als er mensen niet verkleed zijn gaat er wat mis!)
En dat kan dus niet, dan zegt een Officier (een echte, niet iemand die alleen anderen wil vertellen wat te doen): In Naam van de Koning: jij moet maar wat anders gaan doen. En die laat hem dan buiten. Niet om gemeen te zijn, maar omdat het feest door moet kunnen gaan voor iedereen.
Jezus wil ons iets belangrijks vertellen in dit verhaal.
1: Het gaat niet altijd over hoe mensen er uit zien. De een ziet er belangrijk uit, maar als het er op aan komt zijn ze het niet – omdat ze niet meer bij Koning, dat is bij God willen komen. Als alles om je zelf gaat draaien word je langzaamaan niemand.
2: God wil iedereen belangrijk maken, iedereen mag op het feest komen. En als je naar het feest komt word je superbelangrijk voor God. Wie je ook bent.
Maar, 3: je moet wel meedoen. Je moet anderen niet tegenwerken. Je moet het feest niet van binnen het paleis willen tegenhouden. De eerste belangrijke mensen dachten “ik houd het feest tegen van buiten, want als ik niet kom – dan is er geen feest!, en iemand van binnen kan denken, als ik tegen het feest inga, dan is er geen feest.
Waarom hij dat doet weet ik niet, je hebt van die mensen. Maar je kan het niet laten bestaan. Daarvoor is het feest te belangrijk. Op Carnaval verkleed je je om je anders voor te doen dan je bent, op het feest leer je door je feestkleed, wie je echt bent.
Ik weet het niet van jullie, ik ben er wel benieuwd naar, hoe dat kleed er uit gaat zien. We mogen al een beetje oefenen, elke zondag doen we dat, wanneer we de eucharistie vieren. En soms nog meer, als we gaan dopen. Dan zien we al iets van dat feestkleed dat de Koning ons gegeven heeft.
Mag ik dan de ouders en peetouders van Thomas uitnodigen om naar voren te komen voor het Heilig Doopsel.