Saturday, 17 October 2026

Credoviering

 


In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Ik zeg u:
ieder die Mij bij de mensen belijdt,
hem zal de Mensenzoon als de zijne erkennen bij Gods engelen.
Maar wie Mij tegenover de mensen verloochend heeft,
zal verloochend worden tegenover Gods engelen.
Aan ieder, die zich zal kanten tegen de Mensenzoon,
zal het vergeven worden;
maar hem die de heilige Geest heeft gelasterd,
zal het niet vergeven worden.
Wanneer men u brengt voor synagogen,
overheden en machthebbers,
maakt u dan niet bezorgd
over het hoe of wat van uw antwoord ter verdediging:
op dat ogenblik zal de heilige Geest u leren wat gij moet zeggen.”


Beste vrienden,


We vieren vandaag de feestdag van de Heilige Ignatius van Antiochië, één van de oudste heiligen van de kerk. Hij is van de generatie net na de apostelen, en volgens een vrome traditie was hij een leerling van Johannes de Evangelist.

In zijn geschriften lezen we al over de drievoudige ambten in de kerk: van diaken, van priester en van bisschop. Die zijn allemaal niet in de middeleeuwen verzonnen, ze horen bij het DNA van de kerk.

Zonder de gewijde ambten, geen eucharistie. De eucharistie die wij samen willen vieren en waar wij over willen leren in de catecheses.


Ignatius was bovenal martelaar, bloedgetuige. Hij werd omgebracht door de Romeinse autoriteiten. Als je in God gelooft kun je immers niet offeren aan mensen die zich voor God uitgeven. Niet alleen omdat dat afgoderij is. Eer en aandacht zijn geen onuitputtelijke grootheden. Als we aan een mens geven wat God toebehoort, raken we meer kwijt dan we willen. Toch moeten we meer doen dan alleen het kwaad vermijden. Enkel het kwaad vermijden is te klein.


Wij zijn geroepen tot een groter offer. Niet een offer van mensen die een groter mens de Hemel in proberen te prijzen. Maar het offer van Christus zelf, de Zoon van God die zowel priester, offerlam als altaar is.

Ignatius zegt: ik verlang naar het brood dat het vlees van Christus is, [en naar] zijn Bloed dat de onbederfelijke liefde is. (Romeinen 7.3)


Door te offeren toon je je liefde. Wat je offert en tot wie je offert leggen ons je liefde uit. “Uit liefde geeft de Vader zijn Zoon, en uit liefde geeft de Zoon zichzelf, volledig, voor ons.” Dat stelt elke wereldse overheid die ons opofferen wil in de schaduw. En de mensen die wij martelaar noemen, kunnen dat offer ook niet uit eigen wilskracht brengen. Ze worden, zoals we lezen in het Evangelie, gesterkt door de Geest, die hen woorden geeft als ze worden uitgedaagd, en die hen kracht geeft als ze worden weggevoerd door machthebbers en overheden.


Die hen de vervulling van hun liefde geeft als het einde dreigt.


Dat verlangen en die liefde, die moeten we leren. Dat kunnen we niet uit onszelf.


We mogen leren uit de Schrift, en leren van de heiligen, leren van Ignatius. De levens van de Heiligen zijn catechesen in zichzelf. Het is niet genoeg om de Bijbel te lezen, je moet het ook geleefd zien worden. Hier en nu, om ons heen, in de gemeenschap, maar ook terugkijkend naar het verleden. In de levens van de heiligen. Zij houden ons een beter, hoger leven voor. De levens van de heiligen zijn één wijze waarop het woord vlees blijft worden. Toegepast op ons leven.


En we mogen ook blijven leren van de sacramenten zelf. Natuurlijk moeten we ze kennen, weten wat de gebeden en rituelen betekenen, maar meer dan dat moeten we ze beleven. Door de gave van brood en wijn, en de werking van de Geest kunnen wij tenslotte, zoals Ignatius het voordeed, zelf weer levend brood zijn voor anderen, anderen op weg helpen op hun geloofsreis.


Geven we zo het brood door, als levend voedsel voor onderweg.

Amen.