Wednesday, 26 February 2020

Aalmoes, gebed en vasten



In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Denkt er om:
beoefent uw gerechtigheid niet voor het oog van de mensen,
om de aandacht te trekken;
anders hebt gij geen recht op loon
bij uw Vader, die in de hemel is.
Wanneer gij dus een aalmoes geeft,
bazuin het dan niet voor u uit,
zoals de huichelaars doen in de synagoge en op straat,
opdat zij door de mensen geprezen worden.
Voorwaar, Ik zeg u:
Zij hebben hun loon al ontvangen.
Als gij een aalmoes geeft,
laat uw linkerhand dan niet weten wat uw rechter doet,
opdat uw aalmoes in het verborgene blijve;
en uw Vader, die in het verborgene ziet
zal het u vergelden.
Wanneer gij bidt,
gedraagt u dan niet als de schijnheiligen,
die graag in de synagogen
en op de hoeken van de straten staan te bidden
om op te vallen bij de mensen.
Voorwaar, Ik zeg u:
Zij hebben hun loon al ontvangen!
Maar als gij bidt,
ga dan in uw binnenkamer,
sluit de deur achter u
en bid tot uw Vader, die in het verborgene is;
en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.
Wanneer gij vast,
zet dan geen somber gezicht, zoals de schijnheiligen;
zij verstrakken hun gezicht
om de mensen te tonen dat zij aan het vasten zijn.
Voorwaar, Ik zeg u:
Zij hebben hun loon al ontvangen.
Maar als gij vast,
zalf dan uw hoofd en was uw gezicht
om niet aan de mensen te laten zien, dat gij vast,
maar vast voor uw Vader, die in het verborgene is
en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.”

Broeders en zusters in Christus.

Lang geleden, werd Oud en Nieuw niet in de nacht van 31 december op 1 januari gevierd, maar vaak ergens in maart, wanneer de lente begon. Dat is niet zo vreemd bedacht. Juist de lente is het seizoen van het nieuwe begin, het ontluikende leven. 

Best logisch eigenlijk.

Bij een nieuw jaar, of elk nieuw begin, hoort ook een periode van voorbereiding, van “goede voornemens” zoals u wilt waarin we de balans opmaken van het vorig jaar en beslissen hoe we de nieuwe werkelijkheid tot een zegen voor ons allen kunnen maken.

De goede voornemens voor het nieuwe jaar zijn misschien al weer een beetje vergeten. Maar dat was welbeschouwd ook maar het oefenrondje. Nieuwe jaren komen en gaan. Maar de realiteit van Gods nieuwe leven strekt uit tot in de eeuwigheid.

Dat maakt dat we de veertigdagentijd belangrijker is dan de gang van onze goede voornemens. Natuurlijk zijn er overeenkomsten: we maken voornemens, we moeten ons er dan ook aan houden en we hopen op een zeker resultaat, maar er is één groot verschil. Goede voornemens zijn er in de eerste plaats voor ons, onze gezondheid, onze directe leefomgeving – en de Vastentijd is er zodat wij onszelf weer in de juiste verhouding met God en de medemens kunnen plaatsen.

Goede voornemens zijn er voor ons, de Vastentijd betrekt ons bij anderen en bij God. De Vastentijd verbindt ons met anderen en met God
De kabel die ons met anderen en met God verbindt bestaat deze Vastentijd uit drie strengen:  

Vasten, gebed, en solidariteit

Allereerst het vasten. We gaan het met minder doen. We gaan minder eten, minder drinken en “ontspullen”. Minstens op vrijdagen onthouden we ons van vlees en eten slechts één volledige maaltijd (tenminste als u in goede gezondheid bent). Dat maakt ook het hoofd en hart wat lichter en onbevangener om in deze tijd Gods vingerwijzingen te zien.

Het is bijzonder verdienstelijk om in deze periode gedeeltelijk of geheel te stoppen met het drinken van alcohol. Het is een grote zegen te ervaren dat we niet afhankelijk zijn van wat we in ons lichaam stoppen. Het is niet verplicht maar ik wil het u wel meegeven

Ten tweede: het gebed.

De vastentijd is geen dieetperiode. Het is geen ‘detoxing’ of ‘ontslakkingskuur’. De Vastentijd is gericht op God en de naaste. Het is relationeel, niet individueel. Juist in deze periode mogen we bijzonder onze dagen in het teken van God stellen en zijn bijstand vragen, door geestelijke lezing en de H.Schrift komen we dichter bij Gods wil voor ons leven.

Ik zou u concreet willen aanraden een mooi geestelijk boek te lezen in deze veertigdagentijd. Als u niks in de kast hebt staan moet u maar even een uitje maken naar de Abdij van Egmond en iets moois uitzoeken in de kloosterwinkel. U vindt vast iets van uw gading.

Ten derde: de solidariteit.

Christen zijn doe je nooit in je eentje. Het evangelie roept ons op ons leven in teken te stellen van de dienst aan anderen. En er is zoveel nood in de wereld. U hoeft de krant maar open te slaan. 
Nu is niemand gehouden tot het onmogelijke, maar het zou toch mooi zijn als we in deze veertigdagentijd ons érgens voor in zouden zetten. We mogen hierbij vooral denken aan doelen zoals de Voedselbank. Teveel mensen zijn tot een soberheid veroordeeld waar ze nooit om gevraagd hebben. Moge onze inzet hun leven wat vreugdevoller maken.

Als we deze drie strengen van de Vastentijd: vasten, gebed en solidariteit ferm in onze hand houden blijven wij ook verbonden met God: de God die ons zowel vreugdevolle dagen zendt als deze heilzame vastentijd. Mogen wij zo – vast in Zijn handen – opgaan uit de tijd naar de eeuwigheid.

Amen.





Friday, 21 February 2020

De Weg van Kwetsbaarheid


In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Gij hebt gehoord dat er gezegd is:
Oog om oog, tand om tand.
Maar Ik zeg u geen weerstand te bieden aan het onrecht,
maar als iemand u op de rechterwang slaat,
keer hem dan ook de andere toe.
Als iemand u voor het gerecht wil dagen
en uw onderkleed afnemen,
laat hem dan ook het bovenkleed.
Als iemand u vordert één mijl met hem te gaan,
ga er twee met hem.
Geef aan wie u vraagt,
en wendt u niet af als iemand van u lenen wil.
Gij hebt gehoord dat er gezegd is:
Gij zult uw naaste beminnen en uw vijand haten.
Maar Ik zeg u:
Bemint uw vijanden en bidt voor wie u vervolgen,
opdat gij kinderen moogt worden van uw Vader in de hemel,
die immers de zon laat opgaan over slechten en goeden
en het laat regenen
over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.
Want als gij bemint die u beminnen,
wat voor recht op loon hebt gij dan?
Doen de tollenaars niet hetzelfde?
En als gij alleen uw broeders groet,
wat voor buitengewoons doet gij dan?
Doen de heidenen dat ook niet?
Weest dus volmaakt,
zoals uw Vader in de hemel volmaakt is.”

Broeders en zusters,

Het is u ongetwijfeld wel een keer overkomen dat u in een situatie terechtkwam waarin u voelde dat u een grens moest stellen. In een relatie met een familielid, kennis of een vriend, misschien op uw werk. Misschien bent u geconfronteerd met onacceptabel gedrag en heeft u laten merken dat daar hele duidelijke consequenties aan verbonden zijn. 

Dat is nooit plezierig om te doen, en het is vaak zo dat áls u duidelijk maakt dat bv onethisch gedrag leidt tot consequenties dat helaas niet altijd leidt tot oplossingen. Het ingrijpen kan zelfs een averechts effect hebben en de situatie verergeren! Dan stappen we met zijn allen in een conflictcirkel die met elke slag en tegenslag harder en harder gaat draaien.

En als we eenmaal in die cirkel gevangen zitten, lijkt het zo te zijn dat hoe meer we proberen op te komen voor wat goed is, of wat ons goed recht is, des te meer de zaken uit het lood lopen. We begonnen met goede intenties en we eindigen in een situatie waar – in het ergste geval - niemand greep op heeft. En naarmate de communicatie meer geharnast wordt, des te moeilijker wordt het om tot toenadering te komen.

Uiteindelijk gaat het niet meer om het gedrag van mensen, waar je iemand op aan zou willen spreken. Maar word je afkerig van die mensen zèlf. Als dit lang genoeg voortduurt blijft alleen de wederzijdse weerzin bestaan, en weet niemand nog waarom het ging.

En omgekeerd misschien ook. Als een conflict vordert wordt de ander groter en groter gemaakt, krijgt steeds demonischere proporties – hij of zij is niet meer in staat tot enig goed. Dan gaat het er niet meer om wie welke norm overtreden heeft: dan gaan we collectief de fout in. Vaak kunnen mensen daar dan zelf niet meer uitkomen, zoveel macht heeft het conflict dan over ons.

Het evangelie van deze zondag probeert ons op een radicale manier er toe te brengen om deze situaties te voorkomen. Voorkomen is ook hier namelijk makkelijker dan genezen!

Hoe kunnen we dit soort onmenselijke conflicten voorkomen?

Het evangelie neemt ons weer mee naar de tijd van Jezus, een tijd die in veel opzichten erg op de onze leek. Er was veel onrechtvaardigheid in de wereld. Er zijn een paar supermachten die hun  onderworpenen tarten en vernederen. Er was een enorm verschil tussen arm en rijk, en voor de arme die in de handen van zijn schuldeisers valt is geen genade. Weduwen en wezen worden aan hun lot overgelaten. En wat door moet gaan voor recht wordt vaker dan niet naar de hand van de rijke gezet.

In zo`n Darwinistische wereld klinkt het dan vanzelfsprekend dat je hoe dan ook je rechten moet verdedigen, dat je geen millimeter toe kan geven, gepantserd door het leven moet – anders word je door de ander verzwolgen!

Maar in een cultuur van wantrouwen kan geen echte communicatie tussen mensen zijn, kunnen mensen elkaar niet werkelijk ontmoeten. Een echte ontmoeting tussen mensen impliceert dat ze zich enigszins vrij kunnen voelen. Je kan je niet vrij voelen als je geharnast door het leven moet.

Een echte ontmoeting tussen mensen vereist kwetsbaarheid. Wie onkwetsbaar probeert te zijn kan niet werkelijk een ander ontmoeten van aangezicht tot aangezicht. Wie onkwetsbaar wil zijn zal elke echte of vermeende aantasting van zijn rechten hard moeten aanpakken. Voor je het weet, zijn je zwaard en harnas afgepakt en waar ben je dan!

Maar een echte ontmoeting van mens tot mens vereist kwetsbaarheid. Dat voelt vreemd, want in de wereld is “kwetsbaar” geen positief begrip. In tegendeel. We spreken over computersystemen of sociale voorzieningen die kwetsbaar zijn. Dat wil zeggen: kunnen onder de voet gelopen worden door hackers en zijn over een paar jaar misschien niet meer in stand te houden. 
“Kwetsbaarheid” klinkt als een lelijk woord.

Die associatie moeten we afleren.  

Kwetsbaarheid, kwetsbaar leren zijn, is moeilijk. Je moet illusies over jezelf en anderen opgeven. Illusies over je eigen macht, maar ook illusies over je eigen machteloosheid. Ook echt of vermeend slachtofferschap kan op zijn beurt weer een harnas worden waarin je je verschuilt. Ressentiment is voor de ziel niet minder gevaarlijk dan machtsmisbruik, want het is even zeer een poging om de wereld, de ander naar je hand te zetten. Evenzeer een poging om de ander niet te ontmoeten.

Elke stap naar kwetsbaarheid is een overwinning, een overwinning op onszelf, op onze gebroken natuur die zich bewapenen wil, die deel wil nemen aan de wapenwedloop van het leven.

Elke stap naar kwetsbaarheid is ook een waagstuk. Het kán misgaan. Er is geen garantie op succes, maar succesgaranties zijn in dit leven sowieso zeldzaam. En met harnas en zwaard op de ander afrennen heeft door de geschiedenis heen ook niet altijd successen teweeg gebracht!

Elke stap naar kwetsbaarheid is ook een opening. Een opening naar nieuw leven, nieuwe ontmoetingen, nieuw begrip voor een ander. En misschien dat wij zelf dan ook begrepen worden.

Tenslotte: elke stap naar kwetsbaarheid is ook een stap van navolging. Als we willen weten hoe we Jezus Christus moeten navolgen moeten we beginnen met die stap: kwetsbaar worden. Het leven van Jezus was één grote oefening in kwetsbaarheid. ´Kenose’ noemt men dat in de theologie: Jezus Christus ontledigt zich, ontdoet zich van alle macht die Hem als Zoon van God en Koning van Israël toekomt, om zo voor de hele wereld de weg naar God vrij te kunnen maken.

Enkel als we kwetsbaar willen zijn, niet de hele dag hameren op ons recht, of ingebeelde recht, kunnen we ons ook opmaken voor die grote ontmoeting met God. Want het koninkrijk van God is een rijk van liefde – waarin alles vrij gegeven wordt, geen rijk van rechten waar we wat kunnen winnen of verliezen.

Mogen wij nu, in deze wereld, al kennis maken met die liefde, en daaruit leven.

Amen.

Friday, 14 February 2020

Hart, hoofd en handen


In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Denk niet dat ik gekomen ben
om Wet of Profeten op te heffen.
Ik ben niet gekomen om op te heffen,
maar om de vervulling te brengen.
Want voorwaar, Ik zeg u:
Eerder nog zullen hemel en aarde vergaan,
dan dat één jota of haaltje vergaat uit de Wet,
voordat alles geschied is.
Wie dus een van die voorschriften,
zelfs het geringste,
opheft en zo de mensen leert,
zal de geringste geacht worden in het Rijk der hemelen,
maar wie ze onderhoudt en leert
zal groot geacht worden in het Rijk der hemelen.
Ik zeg u: Als uw gerechtigheid
die van de schriftgeleerden en Farizeeën niet ver overtreft,
zult gij zeker niet binnengaan in het Rijk der hemelen.
Gij hebt gehoord dat tot onze voorouders is gezegd:
Gij zult niet doden.
Wie doodt zal strafbaar zijn voor het gerecht.
Maar Ik zeg u:
Alwie vertoornd is op zijn broeder,
zal strafbaar zijn voor het gerecht.
En wie tot zijn broeder zegt: raka,
zal strafbaar zijn voor het Sanhedrin;
en wie zegt: dwaas,
zal strafbaar zijn met het vuur van de hel.
Als gij uw gave komt brengen naar het altaar
en daar schiet u te binnen,
dat uw broeder iets tegen u heeft,
laat dan uw gave voor het altaar achter,
ga u eerst met uw broeder verzoenen
en kom dan terug om uw gave aan te bieden.
Haast u het eens te worden met uw tegenpartij,
zolang ge nog met hem onderweg zijt;
anders zou uw tegenpartij
u weleens aan de rechter kunnen overleveren,
en de rechter u aan de gerechtsdienaar,
en zoudt gij in de gevangenis worden geworpen.
Voorwaar, Ik zeg u:
Ge zult daar niet uitkomen,
voordat ge tot de laatste penning hebt betaald.
Gij hebt gehoord dat er gezegd is:
Gij zult geen echtbreuk plegen.
Maar Ik zeg u:
Alwie naar een vrouw kijkt om haar te begeren,
heeft in zijn hart al echtbreuk met haar gepleegd.
Indien uw rechteroog u tot zonde dreigt te brengen,
ruk het uit en werp het van u weg;
want het is beter voor u,
dat één van uw lichaamsdelen verloren gaat
dan dat heel uw lichaam in de hel wordt geworpen.
En als uw rechterhand u tot zonde dreigt te brengen,
hak ze dan af en werp ze van u weg;
want het is beter voor u,
dat één van uw lichaamsdelen verloren gaat
dan dat heel uw lichaam in de hel terecht komt.
Ook is er gezegd:
Wie zijn vrouw verstoot,
moet haar een scheidingsbrief geven.
Maar Ik zeg u:
Wie zijn vrouw verstoot,
behalve in geval van ontucht,
brengt haar ertoe echtbreekster te worden;
en wie een verstoten vrouw huwt,
begaat echtbreuk.
Eveneens hebt gij gehoord,
dat tot onze voorouders gezegd is:
Gij zult geen valse eed doen,
maar gij zult voor de Heer uw eden houden.
Maar Ik zeg u in het geheel niet te zweren;
noch bij de hemel, want dat is de troon van God;
noch bij de aarde, want dat is zijn voetbank;
noch bij Jeruzalem, want dat is de stad van de grote Koning.
Ook bij uw hoofd moet gij niet zweren,
want gij kunt niet een haar wit of zwart maken.
Maar uw ja moet ja zijn en uw neen, neen;
en wat daar nog bij komt is uit den boze.”

Broeders en zusters,

Misschien heeft u wel eens meegemaakt op uw werk of elders in de samenleving dat er een verkeerd besluit wordt genomen. Een besluit dat heel erg onrechtvaardig is. Iemand wordt bijvoorbeeld onterecht ontslagen, maar het bedrijf zo`n slimme jurist aan boord heeft dat ze er toch mee wegkomen.
Of iemand krijgt niet de zorg die ze nodig hebben, en elke keer verzint de instantie weer een nieuwe uitvlucht om maar niet te hoeven helpen. 

Ongeacht hoe erg de situatie is.  

Stelt u zich voor dat als u zich beklaagt over dit onrecht er dan wordt gezegd: “het is keurig volgens de procedures gegaan, alle regels zijn perfect gevolgd”, zegt de communicatiemedewerker dan.

Ik denk dat u daar een onbevredigend gevoel bij zou krijgen. De procedures zullen inderdaad gevolgd zijn, in zekere zin, maar is er recht gedaan? Dat kunnen we toch niet zeggen als we het onrecht zo duidelijk voor onze ogen zien?

Er kan een groot verschil zijn tussen wat de regels zijn en wat rechtvaardig is. Dat is het onderwerp waar Jezus deze zondag over spreekt.  

In de afgelopen weken hebben we in het Evangelie veel gehoord over discussies die Jezus had met de religieuze machthebbers van zijn tijd. Schriftgeleerden en farizeeën. De schriftgeleerden uit de tijd van Jezus waren vaak heel goed in het volgen van de wet, maar op een manier die alleen betrokken is op de buitenkant. Soms maakten de schriftgeleerden een hele show van hoe precies ze de wet volgen terwijl we ondanks al die drukdoenerij heel duidelijk kunnen zien dat hun hart een andere kant op gaat. Je kan zelfs zien dat ze de wet gebruiken, misbruiken, om mensen te beschadigen, of in de hoek te zetten.

Daar moet Jezus niets van weten.

Jezus is zelf zó kritisch op de schriftgeleerden van zijn tijd dat ze hem er van beschuldigen dat hij een soort nihilist is, dat de Wet – die toch van God komt - er voor Hem helemaal niet toe doet. En dat volgens Jezus iedereen maar moet doen waar hij of zij zin in heeft. Het tegendeel is waar.
Jezus vertelt dat Hij de wet komt “vervullen” dat betekent zoveel als dat Jezus de diepste betekenis van de Wet zichtbaar maakt. De Wet is geen doel op zich, geen onnavolgbare opdracht uit langvergeten tijden die blind moet worden nagevolgd – hoe onduidelijk het oorspronkelijke doel ook voor ons geworden mag zijn.

De Wet van God is niet los te zien van de opdracht om rechtvaardig in het leven te staan. Als je de Wet daar los van maakt doe je de Wet geweld aan. Dan maakt het niet meer uit hoe goed je de Wet uit je hoofd kent of hoe zeer je die in alle details toepast. De Wet is niet los verkrijgbaar. Je kán de Wet niet goed volgen als je hart tot aan de nok toe volzit met emoties of dagdromen die niks met recht of liefde te maken hebben.

Jezus noemt drie voorbeelden van situaties waarin je je aan de wet kan houden terwijl je hart toch ver van God kan zijn. Jezus noemt moord, overspel en het zweren en legt ons uit dat het niet echt lovenswaardig is ja je aan de wet te houden terwijl je aan het dagdromen bent over dingen die allesbehalve rechtvaardig zijn

De meeste mensen zullen nooit iemand doden. Gelukkig maar. Maar de drempel om in het hart ruimte te laten om andere mensen te minachten en te belasteren is een stuk minder hoog. Als je die gevoelens vrij baan laat sta je ander als het ware naar het leven. Je kan het leven van de ander dan niet meer op waarde schatten.

En als je geconfronteerd zou worden met de minachting die je voor een ander voelt kun je je moeilijk beroepen op het feit dat je niemand vermoord hebt.

Hetzelfde geldt voor overspel. Het ondermijnen van je relatie die je beloofd hebt in trouw naar elkaar te beleven. Als je gedachten elke keer opnieuw weer afdwalen naar een andere man of een andere vrouw zijn we niet meer in gedachten aanwezig bij degene van wie we houden. Dat is ongezond en je kan je niet laten voorstaan op dat je niet echt overspelig bent geweest.

Tenslotte het zweren. Het is op zich niet zondig om een plechtig moment te bezegelen met een eed. Als we een publiek of kerkelijk ambt aanvaarden, of als we als getuige in een rechtszaak onder ede een verklaring moeten afleggen. Een eed moet een zeldzaamheid zijn, een moment waar enige huiver van uit gaat. Bij het afleggen van een eed brengen we onze taak of ons spreken in een bijzondere relatie tot God die de Waarheid is. Door alle eeuwen heen is het breken van een plechtige eed gezien als een vergrijp dat afschuw opwekt. Je vraagt God immers om de waarheid van je woorden en de trouw aan je belofte te borgen!

Als we dan te pas en onpas met eden strooien maken we ons woord goedkoop en maken we ook God goedkoop, we gaan leven in de fantasie, de dagdroom, dat we God altijd voor ons karretje kunnen spannen. Dat God ons doen en laten altijd zal ondersteunen. Ook dat is een kwalijke dagdroom.

En dat is wat Jezus nu doet, ons waarschuwen tegen dagdromen over dat wij God steeds aan onze kant hebben terwijl wij wegdromen

Als we een ander minachten of haten dagdromen we over een wereld waarin die lastige personen er niet meer zijn.

Als we ons overgeven aan begeerte dagdromen we over een wereld waarin we straffeloos ontrouw kunnen zijn

We kunnen ons nooit verschuilen achter keurig gevolgde regels als ons hart een andere kant op gaat. De Wet van God, samengevat: de tien geboden, zijn er namelijk voor de wereld, maar als we kwalijk dagdromen verhuizen we ins ons hoofd naar een ándere wereld, een pseudowereld waarin we alles naar ons hand kunnen zetten. Een pseudowereld waarin we niet meer goed hoeven te zijn, geen moeite meer hoeven te doen om ons leven op de rails te houden.

We moeten rechtvaardig zijn, dat betekent, we moeten méér zijn dan ‘mensen die regels volgen’. Hart, hoofd en handen moeten samen een eenheid zijn, zodat we consistent in het leven kunnen staan, op weg naar het Koninkrijk waar ons hart uiteindelijk de rust mag vinden die het zoekt.