Saturday, 24 October 2020

Liefde is de Wet

 In die tijd kwamen de Farizeeën bijeen, toen zij vernamen
dat Jezus de Sadduceeën de mond gesnoerd had. 

En een van hen, een wetgeleerde,
vroeg Jezus om Hem op de proef te stellen:
“Meester, wat is het voornaamste gebod in de Wet?”
Hij antwoordde hem:
“Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart,
geheel uw ziel en geheel uw verstand.
Dit is het voornaamste en eerste gebod.
Het tweede, daarmee gelijkwaardig:
Gij zult uw naaste beminnen als uzelf.
Aan deze twee geboden hangt heel de Wet en de Profeten.”

 

Broeders en zusters in Christus,

Hoe vaak gebeurt het niet dat we een beslissing moeten maken, een keuze moeten maken tussen twee verschillende opties die allebei goed zijn? Wij moeten bijvoorbeeld op dit moment zo weinig mogelijk afspraken maken omwille van de pandemie, maar tegelijkertijd is ook goed om onze kostbare vriendschappen en familiebanden niet te laten versloffen. Wat is dan wijsheid?

Wat zou het dan mooi zijn als je een boek had, met alle belangrijke regels er in waarin je kan lezen wat je moet doen. Voor de joden uit de tijd van Jezus was dat boek er, het heet de Torah, de Wet (of de Onderwijzing) van Mozes.

Er zit natuurlijk wel aan vast dat je je ook aan die wet moet houden. Aan honderden regels van de Wet van Mozes, meer dan zeshonderd.

Maar als je dat doet kom je er achter dat je probleem helemaal niet zo goed opgelost is. Want zoals dat gaat met regels komt het ook voor dat je je moet afvragen welke regel in een bepaald geval voorgaat. En hoe bepaal je dat?

Als er een conflict is tussen de regels – en die conflicten zijn er altijd – hoe bepaal je dan welke regel het belangrijkste is? Is dat de regel die het eerst genoemd wordt? Of de regel waarvan de meeste geleerden zeggen dat die het belangrijkst is? En hoe kom je daar eigenlijk achter?

U begrijpt het al, als we niet uitkijken wordt zo`n vraag grond voor eindeloze discussies waar je met geen mogelijkheid uitkomt, want elke oplossing die mensen kunnen verzinnen kan ook weer door een ander mens worden tegengesproken.

Dat is de achtergrond die we in gedachten moeten houden als we het het Evangelie van deze zondag lezen. We komen weer een voorbeeld tegen van de tegenstanders van Jezus die Hem proberen te vangen in zijn eigen woorden. Verschillende groepen mensen die Jezus maar lastig of gevaarlijk vinden gaan het strijdgesprek met Hem aan, maar elke keer moeten ze afdruipen, maar elke keer stellen ze wel een strikvraag over een onderwerp dat leefde in de samenleving. Vragen over of je belasting mag betalen aan de keizer, of of mensen nog getrouwd zullen zijn met elkaar als ze in de Hemel bij God zijn, of – zoals nu - hoe je eigenlijk de Wet uit moet leggen.

Elke keer als de tegenstanders proberen Jezus in het nauw te drijven laat Jezus juist zien wat de diepere betekenis is van die vragen, en de diepe betekenis van zijn roeping. Uit het kromme hout van valse vragen slaat Jezus rechte slagen voor de waarheid.

Ook bij deze vraag is dat het geval. Jezus werd er vaak van beschuldigd dat Hij de joodse Wet, de Thora, niet serieus zou nemen, en dit vooral omdat Hij anders naar de Wet kijkt dan de Farizeeën doen. Die hadden voor zichzelf al een beetje het alleenrecht geclaimd dat alleen zij de Wet goed konden uitleggen. Niet dat ze het onderling altijd eens waren, dat niet, ze bleven discussiëren, maar ze vonden wel dat de discussie hoe dan ook op hun manier moest.

Jezus kiest er voor om het anders te doen. Hij gaat niet zeggen: “ik denk dat Artikel 1 het belangrijkst is”, of “de vraag naar de indeling van de regels, dat is terug te lezen in het Wetscommentaar van Rabbijn Hillel”, nee. Hij doet als het ware een stapje terug en vraagt zich af, waar dient die wet, waar dienen al die regels toe?

De Wet is geen doel op zich, maar een weg om een goed leven te kunnen leiden. Leven met jezelf, leven met God en leven met de mensen om je heen. En er is maar één ding dat God, alle mensen en de hele Schepping bij elkaar houdt, en dat is de kracht van de liefde.

Als we ons niet oefenen in de liefde, als we geen respect meer kunnen opbrengen voor onze naaste dichtbij en ver weg, en God op de koop toe nemen – of erger nog, behandelen als een soort almachtige loopjongen die er maar voor moet zorgen dat het altijd goed met ons gaat ongeacht de levenskeuzes die wij maken, dan mis je het punt van de Wet.

Zelfs als je je aan alle regels zou houden – voor zover dat kan – als je dat op een liefdeloze wijze doet dan levert je dat niks op. Als je je zo aan de wet houdt doe je de wet geen recht.

Ook wij hebben veel te maken met regels en wetten. Plichten die we moeten vervullen. Dat zijn er ook honderden, of misschien nog wel meer. En ook die plichten, regels en wetten kunnen met elkaar in de knoop raken. Dan weten we niet meer zeker wat we precies moeten doen.

Als we twijfelen, niet weten welk pad we moeten kiezen, dan moeten we niet per se de wetscommentaren open te slaan, of ons af te vragen waar we mee weg kunnen komen. Dat is haast een beetje werelds denken, dat past ons niet goed. Laten we elke keer als we een keuze moeten maken dat doen uit liefde, liefde niet alleen voor de mensen die dicht bij ons staan, maar juist liefde voor iedereen in de wereld, want alle mensen zijn verbonden met elkaar. We leven niet op een eilandje ver weg!

Laten we ons dan zo oefenen in het leven uit liefde, om zo elke dag opnieuw recht te kunnen doen aan God, onszelf en alle mensen om ons heen.

Amen.

 

 

Saturday, 10 October 2020

Vertrouwd met overvloed en met gebrek

 


In die tijd nam Jezus het woord en sprak opnieuw in gelijkenissen
tot de hogepriesters en de ouderen van het volk.
Hij zei:
“Het Rijk der hemelen gelijkt op een koning,
die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon.
Hij stuurde zijn dienaars uit om allen te roepen,
die hij tot de bruiloft had uitgenodigd,
maar zij wilden niet komen.
Daarop zond hij andere dienaars met de opdracht:
Zegt aan de genodigden:
Zie, ik heb mijn maaltijd klaar,
mijn ossen en mijn gemeste vee zijn geslacht;
alles staat gereed.
Komt dus naar de bruiloft.
Maar zonder er zich om te bekommeren gingen zij weg,
de een naar zijn akker, de ander naar zijn zaken.
De overige grepen zijn dienaars vast,
mishandelden en doodden hen.
Nu ontstak de koning in toorn,
stuurde zijn troepen en liet de moordenaars ombrengen
en hun stad in brand steken.
Toen sprak hij tot zijn dienaars:
Het bruiloftsmaal staat klaar,
maar de genodigden waren het niet waard.
Gaat dus naar de kruispunten der wegen
en nodigt wie ge er maar vindt, tot de bruiloft.
Zijn dienaars gingen naar de wegen
en brachten allen mee, die zij er aantroffen,
slechten zowel als goeden,
en de bruiloftszaal liep vol met gasten.
Toen nu de koning binnen kwam om de aanliggenden te bezoeken,
merkte hij daar iemand op
die niet voor de bruiloft gekleed was.
En hij sprak tot hem:
Vriend, hoe zijt gij hier binnengekomen
zonder bruiloftskleed?
Maar de man bleef het antwoord schuldig.
Toen sprak de koning tot de bedienden:
Bindt hem aan handen en voeten
en werpt hem buiten in de duisternis.
Daar zal geween zijn en tandengeknars.
Velen zijn geroepen maar weinigen uitverkoren.”

 

Broeders en zusters in Christus

Stelt u zich voor dat u uw verjaardag gaat vieren, u maakt er een groot feest van, met prachtige uitnodigingen met gekalligrafeerde letters en alles er op en er aan – maar als de dag van het feest daar is krijgt u de ene na de andere afmelding in de groepsapp.

En niet om een goede reden. Zoals omdat iemand ziek is of de auto een lekke band heeft, of  omdat de treinen niet rijden vanwege een wisselstoring. Nee, om slechte redenen.

“Ja, nee, ja, ik moet nog boodschappen doen” zegt de één. En de ander gaat toch liever een testrit maken met de nieuwste Tesla. En zo meer van dat.

En daar zit je dan, met een mand vol afzeggingen en allemaal lege plaatsen aan tafel.

Terwijl die tafel juist volstaat met allemaal lekkere dingen waar u en zoveel mensen hun best voor gedaan hebben.

Wat een rotgevoel moet dat zijn. Tussen al die overvloed ben je dan toch alleen.

Dan kun je bij de pakken neerzetten of denken; dan niet – ik zorg er voor dat het hoe dan ook feest wordt, feest voor ándere mensen. Voor degenen die nooit uitgenodigd worden. Want feest zal er zijn! Het Feest zal hoe dan ook doorgaan!

De Bijbel spreekt daat veel over, over hoe degenen die het altijd goed hebben gehad, en in hun trots de uitnodiging overslaan behoeftig worden. De mensen “van de hoek van de straat”, de behoeftige mensen waar niemand naar omkijkt -  de mensen die nooit worden uitgenodigd -  díe zitten opeens aan tafel bij de Koning.

We hebben vaker verhalen gehoord waarin de eersten de laatsten zullen zijn en de laatsten de eersten. En dit is er ook zo een.

Maar wat betekent dit verhaal nu voor ons in deze tijd?

Bij het voorbereiden van de preek viel mijn oog op het Epistel, de tekst van Paulus. Onze tweede lezing van vandaag en daar stonden woorden die mij erg raakten.

Broeders en zusters, zegt Paulus
ik weet wat armoede is, ik weet wat overvloed is.
Ik ben volledig ingewijd;
ik kan volop eten en ik kan honger lijden,
ik ben vertrouwd met overvloed en met gebrek.
Alles vermag ik in Hem die mij kracht geeft.
Toch hebt Gij er goed aangedaan
mij te helpen in mijn moeilijkheden.
Mijn God zal met goddelijke rijkdom
in al uw noden voorzien
door u de heerlijkheid te schenken in Christus Jezus
.

Paulus schrijft hier aan de christenen van Filippi dat armoede en overvloed gekend heeft, en dat zegt hij – niet enkel maar omdat dat zijn levensverhaal is.

Omdat dat een interessant weetje is van vroeger, toen er nog armoede was. Weet je nog?. Iets waar je aan kan terugdenken, aan die tijd van vroeger toen het arm was, er nergens geld voor, maar hoe we het na verloop van tijd beter kregen. Er welvaart kwam. Loon naar werken, hoe onze kinderen wèl konden gaan studeren en wij nu genieten van een goed pensioen.

Zo`n verhaal is dat dus niet van Paulus. Hij doet wat anders.

Hij zegt iets bijzonders: hij zegt: ik ben volledig ingewijd

Ingewijd waarin?

Ingewijd in de kennis dat  - zegt Paulus – Ik alles vermag ik in Hem die mij kracht geeft. En God met goddelijke rijkdom in al onze noden zal voorzien.

Dat is waardevolle kennis. Dat God ons kracht geeft en in al onze noden zal voorzien en zo is het ook echt. Maar er moet wel wat gebeuren voordat je die kennis hebt, voordat je daar in ingewijd bent.

Dan moet je weten wat overvloed is, dat lukt ons wel. Maar ook wat armoede is. Dat moet je op één of andere manier ondervinden.

En het gaat hier natuurlijk niet alleen om geld, en of we biefstuk eten of een snee oud brood met een restje pindakaas. Het gaat ook om geestelijke zaken, het gaat ook om ons, hier, in de kerk.  

Om de kracht van God te leren kennen moeten we weten wat armoede is, en wat overvloed is.

Als je alleen maar overvloed kent, dan stel je niks meer op prijs. Dan word je als de mensen die weglopen voor de uitnodiging van het feest.

Maar als je alleen armoede zou kennen, dan leid je geen menswaardig leven. Dan word je misschien wel hard en cynisch en kun je ook niks meer op waarde schatten. Dan word je als de man aan het einde van het Evangelie die buiten gezet wordt omdat ook hij het feest niet kan waarderen.

Broeders en zusters: laten we nu eens naar onszelf kijken en denken: waar hebben we overvloed meegemaakt, en waar armoede?

We beginnen met het makkelijkste, de overvloed. Want hebben we toch overvloedig gehad in onze kerk. Sommigen van u hebben het Rijke Roomse Leven nog meegemaakt. Maar ook in recentere tijden kunnen we nog zeggen dat we het goed hadden. Een kerk op bijna elke plek, met bijna overal wekelijks een eucharistieviering. Zoveel vrijwilligers en koren. Dingen die georganiseerd worden. Het is misschien niet wat het twintig jaar geleden was, maar toch! Wat zijn we rijk geweest.

Maar nu dreigt armoede. Broeders en zusters. We hebben op 13 maart onze kerken moeten sluiten, en ze zijn dicht geweest tot in juni. En toen waren ook veel beperkingen. Activiteiten, koorzang, het is er allemaal niet meer. Niemand weet wanneer het weer wordt zoals het was.

En naar het er nu naar uitziet mogen we vanaf volgende zondag weer terug naar dertig kerkgangers. De komende dagen en weken zal duidelijk worden hoe het verder gaat. Maar als het virus ons als land ongehinderd in de verdediging blijft dringen ziet het er ook voor het kerkelijke leven slecht uit.

Ik zeg u dit alles niet om u te ontmoedigen. We kunnen pas doen wat juist is, als we weten wat de waarheid is.

We hebben rijkdom gekend. Wat hebben we van die rijkdom geleerd, broeders en zusters?

En hebben we die rijkdom altijd goed gebruikt? Hebben we die ervaren als een gave van boven, geleende tijd die het mogelijk maakte om ons geestelijk leven en dat van anderen krachtiger te maken? Of hebben we ons erop beroepen? Alsof het ons toekwam? Omdat we dat verdiend hebben met al onze inzet....

Dat zijn vragen die we ons moeten stellen. Eerlijk in de spiegel kijken.

Sommige mensen leren die andere les. Overvloed leert hen dat ze trots mogen zijn, geloven dat de wereld hen ten dienste moet staan en als het minder wordt zien ze geen uitweg meer en verliezen de moed. Of ze gaan met allerlei twijfelachtige kunstgrepen nog doen alsof het nog ergens op lijkt.  Laten we dat maar niet doen.

Laten we dankbaar voor het goeds dat we gekregen hebben, maar er ons niet aan vastklampen zoals een gillend kind aan een stuk speelgoed. Laten we leven in het besef dat het niet onmogelijk is om een goed en rijk kerkelijk leven te leiden, en dat we daar naar blijven streven – ook als onze mogelijkheden beperkt zijn.

We gaan armoede kennen. Broeders en zusters daar zullen we ergens in ons leven in worden ingewijd. In de armoede. En misschien wel op korte termijn.

Wat gaan wij leren uit die armoede?

Worden we hard en cynisch? Gaan we er bitter over ons gemis praten, en ons naar die bitterheid gedragen – met alle stekels uit zodat niemand ons nog nabij kan komen? Dat elke herinnering aan voorbije overvloed als een gloeiend mes voelt dat in ons hart gestoken wordt?

Zo toch niet. Zo toch ook niet. Broeders en zusters.

In de Bijbel worden de meeste gelovige mensen, de mensen die een voorbeeld zijn voor anderen in hun Godsvertrouwen, die worden de armen van God genoemd. Ze weten dat hun heil niet op hun bankrekening staat, maar rechtstreeks van boven komt, ze leven van en uit genade.

Arme van God wordt je niet zomaar, daar is een lange inwijding voor nodig. In de tussentijd mogen we verdriet hebben. Verdriet is natuurlijk. Verdriet om wat we missen. De Bijbel staat er vol mee, met verdriet. Er is een heel Bijbelboek dat alleen maar over verdriet gaat. Het Boek Klaagliederen. De titel geeft het al weg.

Dat boek is geschreven na de verwoesting van de Tempel in Jeruzalem, de verwoesting van de kostbaarste plek op Aarde. Dán heb je verdriet. Maar uiteindelijk geen bitterheid, want verdriet laat nog ruimte voor hoop. Bitterheid is verdriet en het uitsluiten van hoop, het uitsluiten dat er een toekomst is, uitsluiten dat God ons weer adem, ruimte, kracht zal geven in Zijn tijd.

Nee, de lessen van rijkdom en armoede, de inwijding in rijkdom en armoede beoogt een ander doel. Dat beoogt geen trots. Dat beoogt geen bitterheid en afgunst.

De les is dat wij alles vermogen in Hem die ons kracht geeft. En God met goddelijke rijkdom in al onze noden zal voorzien.

 De Kerk is van God, was dat niet zo, was alles hier maar mensenwerk dan was zij al lang ingestort en vergeten – maar elke keer dat men denkt “nu is het klaar, dit is de nekslag, nu staat zij niet meer op” dan toont God ons een nieuw pad door de woestijn.

Rijkdom is genade en het is de nood die ons leert dat wij niet alles naar onze hand kunnen zetten. Maar ook in de nood zijn we niet alleen. Net zoals we in overvloed niet alleen waren.

God is altijd aan het werk, zijn heilsplan voor alles mensen ontvouwt zich, blijft zich ontvouwen ongeacht hoe deze dag, of morgen of overmorgen er uit ziet. Hij blijft mensen uitnodigen, Hij vraagt ze te komen naar zijn Feest. 

Alle overvloed komt uit de hand van God, hij is almachtig en zijn heilsplan onfeilbaar. Ook als onze deuren toe moeten staan Gods deuren open. Hij roept ons, de tafel staat gereed. Een overvloed voor allen die uitgenodigd willen zijn, allen die leven uit hoop.

Amen.

 

 

Saturday, 3 October 2020

Een stap te ver...

 

In die tijd sprak Jezus tot de hogepriesters en de oudsten van het volk: “Luistert naar deze gelijkenis:
Er was eens een landeigenaar, die een wijngaard aanlegde;
hij zette er een heining omheen,
hakte een wijnpers erin uit en bouwde een wachttoren.
Daarop verpachtte hij hem aan wijnbouwers
en vertrok naar den vreemde.
Toen de tijd van de oogst gekomen was,
zond hij zijn dienaren naar de wijnbouwers
om de opbrengst in ontvangst te nemen.
Maar de wijnbouwers grepen zijn dienaren vast.
Zij mishandelden de een, doodden de ander
en stenigden een derde.
Daarop zond hij andere dienaren, talrijker dan de eersten;
maar zij behandelden hen op dezelfde manier.
Ten slotte stuurde hij zijn zoon naar hen toe,
in de veronderstelling dat zij zijn zoon wel zouden ontzien.
Maar toen de wijnbouwers de zoon zagen,
zeiden ze onder elkaar:
Dat is de erfgenaam;
vooruit, laten we hem vermoorden
en ons zijn erfenis toeëigenen.
Ze grepen hem vast,
wierpen hem de wijngaard uit en doodden hem.
Wanneer nu de eigenaar van de wijngaard komt,
wat zal hij dan wel met die wijnbouwers doen?”
Ze antwoordden Hem:
“Hij zal die misdadigers een ellendige dood doen sterven
en zijn wijngaard
zal hij aan andere wijnbouwers verpachten,
die hem de opbrengst
op de vastgestelde tijd zullen afdragen.”
Toen sprak Jezus tot hen:
“Hebt gij nooit in de Schrift gelezen:
De steen die de bouwlieden hebben afgekeurd,
is juist de hoeksteen geworden.
Op last van de Heer is dat gebeurd
en het is wonderbaar in onze ogen.
Daarom zeg Ik u:
Het Rijk Gods zal u ontnomen worden
en gegeven aan een volk
dat wel de vruchten daarvan opbrengt.”

 

Afgelopen dagen volgde ik een discussie op sociale media over hoe je beslissingen moet nemen in tijden van crisis. En broeders en zusters dat het crisis is hoef ik u niet uit te leggen. Het kwam er op neer dat er twee dingen zijn die je kan doen. Je wacht tot alle bewijsmateriaal binnen is en gaat dán pas beslissen, of je zegt “daar is geen tijd voor, we gaan dingen uitproberen, maar wat je ook uitprobeert – doe geen dingen, of probeer die dingen te voorkomen, die onherstelbare schade opleveren”. Ik was overtuigd door de tweede positie: als er geen tijd is voor uitvoerig onderzoek, handel dan maar vermijd onherstelbare schade.

Nu krijgen we deze zondag een stevige gelijkenis voor onze voeten geworpen. Een gelijkenis over de wijngaard van de Heer, een symbool voor het volk van Israël, die gemanaged wordt door wijnbouwers die hun deel niet willen afstaan aan de Heer. En dat gaat heel lang goed. Totdat het fout gaat.

De Heer zendt zijn dienaars uit naar de wijnbouwers om de opbrengst in ontvangst te nemen, daarin herkennen we de profeten uit het Oude Testament, en uiteindelijk zendt hij zelfs zijn eigen Zoon. In de hoop zo orde op zaken te kunnen stellen. De wijnbouwers, de beheerders van het land, de leiders van het volk krijgen kans op kans om hun fouten goed te maken. Dat ze moeten betalen wat ze verschuldigd zijn.

Maar in plaats van dat ze hun kansen pakken gaat het van kwaad tot erger, uit hebzucht mishandelen en doden ze de boodschappers van de Heer en later zelfs zijn zoon. En in plaats van een goed leven te leiden waarin ze in tevredenheid zouden kunnen bestaan maken ze uiteindelijk alles om zich heen kapot. Ze zullen alles kwijtraken. Ze zijn een beetje als de mensen die zeggen dat je alleen moet denken aan wat je al aan bewijs hebt, dat ze denken: “we hebben al heel veel dienaren weggestuurd, en zelfs gedood, en daar zijn we altijd mee weggekomen, dus als we de zoon doodmaken dan komen we daar ook wel mee weg “ , terwijl misschien iemand had moeten denken: wat als we hiermee onherstelbare schade aanrichten? Wat als dit de brug te ver zal zijn, en we alles kwijtraken?

Er zit een waarschuwing in deze gelijkenis broeders en zusters. Maar waarschuwingen zijn er niet om ons pijn te doen, of om ons te pesten. God geeft als goede vader een waarschuwing zoals een vader of een moeder het kind leert fietsen en dan ook waarschuwt voor snel rijdende auto’s en andere plekken waar je beter niet op je fietsje kan komen. We willen juist voorkomen dat er onherstelbare schade ontstaat aan het leven of de gezondheid van het kind.

Zo is het ook met God in deze gelijkenis. Hij waarschuwt de mensen in deze lezing. De wijngaard is traditioneel het beeld dat gebruikt wordt voor het volk van God, en de wijnbouwers zijn de machthebbers. Of beter: iedereen die iets te zeggen heeft. Voor zover we iets te zeggen hebben, en in Nederland mag iedereen meepraten, moeten we ons ook aangesproken voelen.

De gelijkenis wil ons een les leren over beseffen wat van jou is, en niet van jou is. En dat als je over die grenzen heen stapt er erg vervelende dingen kunnen gebeuren.  Dan krijg je bijvoorbeeld niet alleen datgene wat je wilde hebben niet, maar je raakt ook alles kwijt wat je wel had. Je denkt een klein voordeeltje te halen maar de uitkomst blijkt catastrofaal.

Ik moet zeggen, de afgelopen maanden lijken dergelijke waarschuwingen ook belangrijk voor alles wat met het milieu en onze leefomgeving te maken heeft. En onze gezondheid.

Als wij met z`n allen, en mede door de machthebbers die wij democratisch mogen aanwijzen steeds maar over onze natuurlijke grenzen heen gaan, ver buiten de spankracht van wat onze planeet en onze gezondheid aankan: dan gaat het mis.

Het kan een hele tijd goed gaan, daar wijzen mensen dan op: “kijk eens, in 2019 deden we nog dit, en was dát wel gewoon”, maar daar leven we niet meer. En resultaten uit het verleden zeggen steeds minder over de toekomst.

Als we vanuit een honger naar meer onze verre naaste uit het globale zuiden geen recht kunnen verschaffen, terwijl juist dáár de rekeningen landen van vervuiling en klimaatverandering dan gaat het mis.

Als we in deze moeilijke tijd waarin het coronavirus ons weer in de verdediging drukt vooral staan op onze eigen rechten en roepen dat zieke en oude mensen maar weg moeten uit de samenleving zodat ons grenzeloze leven maar door kan gaan… Dan gaat het mis.

Daar worden we tegen gewaarschuwd, dan wordt gezegd je gedrag komt bij je terug ten goede en ten kwade. Wees niet hebzuchtig, niet alleen hebzuchtig in spullen maar ook hebzuchtig in ervaringen, in reizen, in mogelijkheden. Dat men woedend is als die of die nèt een klein voordeel lijkt te hebben of als die ander nét iets meer mensen binnen mag laten. Dan gaat het mis.

Als we onze hebzucht de vrije loop laten, ons steeds te kort gedaan voelen, dan gaat het mis.

Dan krijg je niet alleen datgene waar je naar streefde niet, maar je raakt zelfs datgene kwijt wat je had. Dan heb je in je razernij en je ressentiment ook je eigen toekomst stukgeslagen.

Maar we moeten ons ook niet gek laten maken door alle onrust en angst in de samenleving, dan zouden we vergeten dat wij in Gods hand zijn in goede én in kwade dagen,

Het leven kan echt anders. We kunnen leven zonder dat we anderen en onszelf onherstelbaar beschadigen, door dat we die risico’s vermijden. 

Laten we dan dapper zijn, en die stappen zetten. Stappen ten gunste van iedereen. In ons eigen leven, in onze relaties met andere mensen. Onze relatie met God. Maar vandaag, de dag van de Heilige  Franciscus, ook aan onze wereldwijde mensengemeenschap en de Schepping om ons heen, die net als wij wacht op vrede en verlossing.

 

Amen.