Sunday, 17 February 2019

Rijkdom en Armoede


In die tijd daalde Jezus samen met de twaalf van de berg af. Hij bleef staan op een vlak terrein. 
Daar bevond zich een talrijke groep van zijn leerlingen en een grote volksmenigte uit heel het Joodse land, uit Jeruzalem en uit het kustland Tyrus en Sidon. Hij sloeg nu zijn ogen op, keek zijn leerlingen aan en sprak: “Zalig gij die arm zijt, want aan u behoort het Rijk Gods. Zalig die nu honger lijdt, want gij zult verzadigd worden. Zalig die nu weent, want gij zult lachen. 
Zalig zijt gij wanneer omwille van de Mensenzoon de mensen u haten, wanneer zij u uitstoten en u beschimpen en uw naam uit de samenleving bannen als iets verfoeilijks. Als die dag komt, springt dan op van blijdschap, want groot is uw loon in de hemel. Op dezelfde manier behandelden hun voorvaders de profeten. 
Maar wee u, rijken, want wat u vertroost hebt ge al ontvangen. Wee u, die nu verzadigd zijt, want ge zult honger lijden. Wee u, die nu lacht, want ge zult klagen en wenen. Wee u, wanneer alle mensen met lof over u spreken, want hun voorvaderen deden hetzelfde met de valse profeten.

Broeders en zusters in Christus ‘

Deze zondag lezen we een variant op de zaligsprekingen. Bij Lucas staat het er allemaal net een beetje anders dan we gewend zijn. In het Evangelie van Mattheus staan er acht zaligsprekingen vermeld, en hier zijn het er vier. Verder worden er naast de vier zaligsprekingen van Lucas ook nog vier Weeroepen toegevoegd. Als er wordt gezegd: “Zalig de mensen die arm zijn” wordt er een Wee uitgeroepen, een waarschuwing gegeven, aan de mensen die rijk zijn, bijvoorbeeld.

Wat betekent dit allemaal? Het is niet helemaal wat we gewend zijn. En de woorden van Jezus zouden ons zelfs wat onrustig kunnen maken. Zeker als we straks weer teruggaan naar ons leuk ingerichte huis en we met onze mooie auto’s nog een uitje gaan maken. Zijn wij niet ook rijk? Wat staat ons dan allemaal wel niet te wachten?

Jezus spreekt hier over onze relatie. Onze relatie met God en onze relaties met de mensen om ons heen. Rijkdom en armoede moet je hier niet letterlijk nemen – het zijn woorden die betrekking hebben over hoe we in relatie tot anderen staan.

Misschien dat het wat makkelijker uit te leggen is aan de hand van een voorbeeld. Afgelopen donderdag was het Valentijnsdag. Heel romantisch is dat. Een dag van de liefde, een dag om vriend of vriendin of man of vrouw in het zonnetje te zetten iets leuks te doen – maar vooral om dankbaar te zijn voor wat je voor elkaar betekent. En je kan pas blij zijn met wat je voor elkaar betekent als je beseft dat liefde niet iets is wat je verdiend hebt – omdat je er zoveel voor betaald hebt bijvoorbeeld – maar omdat je het zomaar krijgt. Van iemand die heel bijzonder is.

Ik denk dat we de woorden van Jezus pas goed kunnen begrijpen als we beseffen dat God liefde is, en liefde niet te koop is. En dat als we denken dat we er recht op hebben we meestal naast het doel schieten.

Wat liefde betreft is het goed te bedenken dat we allemaal arm zijn. We hebben allemaal een gat in ons hart die door iemand anders gevuld moet worden. Door God, door andere mensen om ons heen, die om ons geven. Maar die leegte in onszelf kan alleen door de vrijgegeven liefde van een ander worden opgevuld. We kunnen geen hartvulsel kopen, we kunnen geen voorraadje liefde aanleggen. Hoe rijk je ook bent, als je denkt dat je liefde kan kopen sta je alleen maar vruchteloos met je creditcard te zwaaien.

Jezus heeft het hier dan over de liefde van God voor de mensen. God houdt heel veel van mensen en wil zichzelf met hen delen. Maar dat kan alleen als de mensen beseffen dat ze God nodig hebben en hun hart voor Hem openstellen. Met andere woorden: als ze weten dat ze arm zijn. Dat ze de gaten in hun hart niet zélf kunnen vullen.

Er zijn mensen die denken dat het heel anders zit, dat ze Gods liefde en aandacht kunnen kopen. Door zich erg voor iets in te zetten, of door veel geld te geven aan de Tempel of zo. Maar dat getuigt van de verkeerde houding. Wie denkt dat hij God in zijn binnenzak kan stoppen komt bedrogen uit.

De woorden van Jezus nodigen ons deze zondag uit om ons eens bezig te houden met onze relatie met God. Zoals we Valentijnsdag hebben voor de man of vrouw van wie we houden, zo hebben we ook ze zondag om die samen met God door te brengen, van zijn liefde en aanwezigheid te genieten en tegelijkertijd ook om de zoveel tijd kritisch naar onszelf te kijken.
Ben ik nog dankbaar dat God in mijn leven is? Neem ik Hem niet te makkelijk aan. Of voel ik misschien zelfs dat ik recht op Hem heb. Dat Hij er altijd maar moet zijn wanneer het mij uitkomt?

Als we ons die vragen blijven stellen dan blijven we ons altijd een beetje arm voelen. Goed arm. Dan blijven we voelen dat we God nodig blijven hebben in ons leven, dat niet alles altijd maar om ons eigen ego, ons eigen ikje draait.

Als we dat beseffen, dan ligt de weg naar de vrede, de vreugde, het leven bij God wijd voor ons open.

Amen 

Sunday, 10 February 2019

Ontzettend Mooi


De lezingen van deze zondag kunt u hier teruglezen. 

Broeders en zusters in Christus

Misschien heeft u ook wel eens een ontmoeting gehad met iemand, met een ander persoon, waardoor alles anders werd. Iemand die eenvoudigweg zo bijzonder inspirerend was dat die ontmoeting ons op een ander, beter pad gezet heeft.  Een ontmoeting die ons bewust maakt dat we met andere ogen naar onszelf en andere mensen moeten kijken.  Een ontmoeting die misschien ook wel een beetje confronterend was. Een ontmoeting waardoor we beseften dat we de dingen anders moeten gaan doen.

Dat zijn geen ontmoetingen van alledag, maar als je er een paar van in je leven hebt, dan ben je een rijk mens.

De drie lezingen van vandaag gaan over zulk soort ontmoetingen. En het zijn alle drie ontmoetingen met God, en in het Evangelie een ontmoeting met Jezus Christus, de Zoon van God. Het mooie is dat al die ontmoetingen hetzelfde patroon doorlopen.  Als er een ontmoeting met God plaatsvindt, zo zeggen de lezingen, dan ontstaat er een drieslag aan reacties:

Ontzetting. Bemoediging. Zending.

Waar je ook kijkt in de Bijbel, als mensen God ontmoeten als God zich aan hen openbaart krijg je die drieslag er gratis bij. Als je God ontmoet gebeuren er dingen, dan blijft niks bij het oude.  Ook de Mensenzoon is niet alleen maar mens onder de mensen. Ook de ontmoeting met Jezus Christus leidt ergens toe, maakt mensen wakker. Zet ze op een nieuw pad.
Laten we even iets dichter op die ontmoetingen zitten. 

De eerste reactie: Ontzetting. God ontmoeten gebeurt niet gratis en voor niks. Het is confronterend. Het is alsof iemand de kamer binnen komt lopen terwijl we bezig zijn met iets wat niet door de beugel kan. We kunnen ons heel betrapt voelen. Doorzien. En dat klopt. We zijn doorzien. God doet dat altijd, dat is hoe hij is. Hij is ons té nabij om iets anders te kunnen doen. Hij is té nabij om te doen alsof Hij ons eigenlijk niet kent. Maar als Hij ons ontmoet worden wij ons daar ook van bewust. God ontmoeten is ook de realisatie dat God ons ziet, God ons doorziet, en dat wij ook opeens onszelf zien zoals we zijn.

Broeders en zusters, dat is wel degelijk een openbaring, maar niet altijd feest. Wij schieten namelijk altijd tekort. En naast God gezet worden we ons daar pijnlijk van bewust. We voelen dan ontzetting, en misschien wel vluchtgedrag. Het komt te dichtbij. Ik verdraag het niet. En we worden misschien ook wel bang, voor een oordeel – want we oordelen zelf al zo makkelijk. En als we onszelf opeens zien voor wie we zijn en de oordeelmachine in ons hoofd zich nu eens niet naar buiten maar naar binnen richt.. O God! Wat nu! Jesaja riep uit van angst, Paulus – die terugdenkt aan zijn verleden – kan alleen maar zeggen dat hij een misgeboorte was – en Petrus vraagt zelfs aan Jezus om van hem weg te gaan. Het komt té dichtbij.

Maar God blijft niet hangen in die verschrikkelijke ontzetting. Hij wil die wegnemen. En zo komen we op het tweede deel van de drieslag. God bemoedigt.

De angst die wij voelden, wat als de maat die wij gebruiken om anderen te oordelen over anderen op onszelf slaat? Beantwoordt God met zijn ontferming en liefde. Met genade, met vergeving, met de oproep om geen angst meer te hebben. Bij God is meer genade dan er kwaad in ons is.  Bij God is meer liefde dan er zonde in ons is. Bij God is meer vergeving, dan wij verkeerd kunnen doen.  God neemt ook onze eigen veroordelingen weg die wij over onszelf uitspreken.

Dat we het niet altijd goed doen is een gezonde overtuiging. Dat we ons tekort voelen schieten is zelfs gezond. Als we zouden denken altijd alleen maar goed te doen en geen genade nodig te hebben, daar zouden we letterlijk genade-loze mensen van worden.

Als we God ontmoeten hoort daar naast de eerste schok ook bemoediging bij. God zet ons weer recht op onze plaats. Hij maakt ons door zijn genade tot wie wij zijn. Hij sterkt ons, Hij troost ons. Hij laat ons niet in de put die wij voor onszelf gegraven hebben.

Als we dan tenslotte uit die put getakeld zijn door Gods liefdevolle ontferming, dan krijgen we tenslotte, dat is de derde fase,  onze zending. Wij krijgen onze taak toebedeeld. God toont zich niet aan ons zodat alles maar hetzelfde blijft – zoals het “altijd was”. En God doet ook niet aan bezigheidstherapie. God zendt ons. Hij zendt ons allemaal. Op onze eigen manier.

Hij zendt ons om Goed Nieuws te brengen aan de mensen om ons heen, door ons leven, door ons voorbeeld, door ons getuigenis van wie Jezus Christus voor ons is. Om andere mensen te vertellen over ons geloof.

Hij zendt ons om goede werken te doen, mensen te helpen voor wie het leven moeilijk is, om de werken van barmhartigheid te doen

Hij zendt ons zodat iedereen Hem kan leren kennen, dat iedereen God mag komen ontmoeten. Zodat de rest van de wereld niet blijft steken in de duisternis maar vergeving en genade mag leren kennen.

Daartoe zendt Hij ons.

Nu kan het zijn dat u denkt. Dat is allemaal een tijdje geleden voor mij dat ik zo`n ontmoeting had. Zo’n ervaring van God. Dat vuur brandt niet meer zo hard in mij. Het dagelijks leven is al ingewikkeld genoeg. Zo`n ontmoeting met God, dat schudt de zaken wel heel erg op. Moet dat nou?
Ik zou dan zeggen, niks moet. Maar je weet niet wat je mist. De laatste ontmoeting is misschien al lang geleden. Misschien zelfs iets te lang. We kunnen ontmoetingen niet afdwingen, maar we kunnen er wel om vragen, ons er open voor stellen.

We kunnen aan God vragen: 

God, laat Uzelf weer aan ons zien, kom naast ons staan, ook als het weer even schrikken is. Heer: bemoedig ons. Spreek ons vrij van alles wat er nog aan ons kleeft, al onze pijn, onze onhebbelijkheden, onze tekortkomingen.
Heer: maak ons dan tot uw instrument. Mensen die Uw woorden spreken, mensen die voor U op tocht gaan, en die andere Mensen laten zien wie U bent, wat U voor ons betekent.

Dat vragen wij U door Christus onze Heer.

Amen.

Sunday, 3 February 2019

Hij ging midden tussen hen door...

In die tijd begon Jezus in de Synagoge te spreken: “Het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt is thans in vervulling gegaan.” 

Allen betuigden Hem hun instemming en verbaasden zich, dat woorden, zo vol genade uit zijn mond vloeiden. Ze zeiden: “Is dat dan niet de zoon van Jozef?” 

Hij zei hun: “Natuurlijk zult ge Mij dit spreekwoord voorhouden: Geneesheer, genees uzelf: doe al wat, naar wij vernamen, in Kafarnaüm gebeurd is, nu ook hier in uw vaderstad.” Maar Hij gaf er dit antwoord op: “Voorwaar, Ik zeg u: geen profeet wordt aanvaard in zijn eigen vaderstad. En het is waar wat Ik u zeg: in de tijd van Elia immers, toen de hemel drie jaar en zes maanden gesloten bleef en een grote hongersnood uitbrak over het hele land, waren er veel weduwen in Israël; toch werd Elia tot niemand van haar gezonden dan tot een weduwe te Sarepta, in het gebied van Sidon. En in de tijd van de profeet Elisa waren er vele melaatsen in Israël; toch werd niemand van hen gereinigd, behalve de Syriër Naäman.” 

Toen ze dit hoorden werden allen die in de synagoge waren woedend. Ze sprongen overeind, joegen Hem de stad uit en dreven Hem voort tot aan de steile rand van de berg waarop hun stad gebouwd was, om Hem daar in de afgrond te storten. Maar Hij ging midden tussen hen door en vertrok.


Misschien heeft u het wel eens meegemaakt dat u aan een nieuwe taak begon, een nieuwe baan missschien, en dat uw reputatie u al vooruitsnelde. De verwachtingen die de mensen in uw nieuwe omgeving hebben zijn dan levensgroot. Uw eerdere professionele successen worden groter en groter gemaakt, er wordt misschien nog wat bijverzonnen – want zo gaat dat als er druk over mensen gepraat wordt… En voor u het weet wordt u binnengehaald als de redder van de onderneming. Die euforie duurt dan tot de eerste moeilijke beslissingen moeten worden genomen en de verwachtingen stuk slaan op de harde realiteit.

Heel vaak zien we dan dat mensen boos worden. Niet op zichzelf, omdat ze de verkeerde verwachtingen koesterden en daar hardnekkig aan vast bleven houden, maar op degene waar ze zoveel van verwachtten. Dat die hij niet degene is die zij gehoopt hadden. Hij is een slappeling! Hij heeft gefaald!

Zoiets gebeurt er vandaag in de synagoge van Nazareth. Het is het vervolg op de lezing van vorige week, maar die eindigde in vreugde. Nu willen mensen Jezus van de rots gooien. Laten we even teruggaan naar vorige week. Jezus is terug in het dorp waar hij is opgegroeid. Dat is waar de mensen hem kennen, de zoon van Josef de Timmerman. Ze kennen zijn familie. Jezus is naar de grote stad gegaan en daar gebeuren allemaal bijzondere dingen. Wonderen. Genezingen. Het kwaad wordt weggestuurd en uitgebannen.

En dan komt hij terug naar Nazareth. U begrijpt wel, de spanning stijgt ten top. En als Hij dan ook nog zegt dat hij komt om de beloften van God te vervullen schiet het dak bijna van de synagoge. Als Hij al die grote dingen heeft gedaan in de grote stad Kapernaum, wat gaat hij hier dan wel niet doen?

Jezus echter ziet het hart van de mensen. Hij voelt hoe ze als het ware achterover gaan zitten om al die prachtige dingen mee te gaan maken. Maar Jezus is niet op zoek naar zelfverzekerde verwachting, maar op geloof. En dát vindt Hij niet.

Hij vindt mensen die denken dat ze recht hebben op wonderen . Dat is het tegendeel van geloof. Wonderen zijn net als Vergeving en de Genade van God zaken waar je per definitie geen recht op hebt. Je mag er op hopen, je mag er om vragen. Maar je kan niet zeggen. Ik heb er recht op.

Dat kan ook voor ons wel eens moeilijk te accepteren zijn, want we leven in een samenleving waarin de magische bezwering “Ik heb recht op” te pas en te onpas van stal wordt gehaald. Mensen geloven dat ze op bijzonder veel recht hebben. En dan vooral recht hebben om hun zin te doen.

Als Jezus vertelt over de profeten uit de Bijbel, die naar de weduwe in Sarefta ging, en die de Syriër Naäman genas, dan zegt hij: “ik kijk net als de profeten niet naar wie er het meeste “recht” op iets denkt te hebben. Ik kijk naar de mensen zelf, en waar hun hart ligt.” De weduwe en de Syriër waren in de wereld van de Bijbel bij uitstek mensen die nergens recht op hadden, absolute buitenstaanders waar je eigenlijk niet eens mee om mag gaan.
God gooit alle verwachtingen van de mensen omver.

En dan zegt Jezus met zoveel woorden: ik ga verder aan deze plaats voorbij want jullie begrijpen niet waar het echt om gaat. Ik ben niet van jullie omdat ik hier vandaan kom.

Dán worden ze boos, en als ze hem niet kunnen grijpen om Jezus voor hén te laten werken dan proberen ze hem te grijpen om hem van de hoogte van het dorp af te gooien. Wat ze niet voor zichzelf kunnen inpikken, proberen ze dan maar kapot te maken. Het dorp Nazareth werd inderdaad niet bewogen door liefde en geloof, en verwachting op de komst van de Heer, maar door rancune en jaloezie, en de giftige, bittere angst om iets tekort te komen.

Maar Jezus ging midden tussen hen door. We kunnen Jezus niet voor ons karretje spannen, hem dwingen te gaan waar Hij niet moet zijn, dan gaat Hij langs ons heen.  En weer op weg , door het Joodse land en daarbuiten. Op zoek naar mensen die willen openstaan voor Hem. Voor wie Hij echt is.

We kunnen God niet voor ons karretje spannen. We kunnen hem niet grijpen en hem ónze wil te laten doen. Wij kunnen ons slechts laten vinden. Dát is ónze taak. Niet krampachtig vasthouden waar je denkt op recht te hebben maar open staan voor alle goede dingen die de mensen en God zelf ons willen geven.

Amen.