Thursday, 1 January 2026

Nieuwjaarsdag /Hoogfeest H. Maria Moeder van God

 In die tijd haastten de herders zich naar Betlehem

en vonden Maria en Jozef
en het pasgeboren kind, dat in de kribbe lag.
Toen ze dit gezien hadden
maakten ze bekend wat hun over dit kind gezegd was.
Allen die het hoorden stonden verwonderd
over hetgeen de herders hun verhaalden.
Maria bewaarde al deze woorden in haar hart
en overwoog ze bij zichzelf.
De herders keerden terug,
terwijl zij God verheerlijkten en loofden
om alles wat zij gehoord en gezien hadden;
het was juist zoals hun gezegd was.
Toen de acht dagen voorbij waren en men het kind moest besnijden,
ontving het de naam Jezus,
zoals het door de engel was genoemd
voordat het in de moederschoot werd ontvangen.
Woord van de Heer.
Wij danken God.

 

Beste vrienden,  

Als we oud en nieuw vieren, dan hoort daar van alles bij. We kijken misschien naar een oudejaarsconference. Of naar gelang waar we wonen schieten we carbid of vuurwerk af, deze keer was dat voor het laatst. 

Er worden kerkklokken geluid. We eten oliebollen met poedersuiker, drinken iets lekkers – bijvoorbeeld een glas champagne, en maken goede voornemens

Al deze rituelen, de énen meer dan de ander, horen bij het afscheid van het oude en het begin van het nieuwe jaar.

In de kerk vieren we het nieuwe jaar op 1 januari met het Hoogfeest van Maria, die zet de toon en om een aantal redenen. Met Kerst begint het nieuwe leven. Jezus is geboren. Alles wat daarna gebeurt in de week na kerst staat daar in het teken van en diept dat geheim verder uit. Het feest van vandaag vertelt ons dat het nieuwe nooit op zichzelf staat: het moet ergens vandaan komen, of uit iemand komen.

Wie Jezus is en wat Jezus wordt is op 1 januari van het jaar 1 nog versluierd. Dat is het mooie aan het nieuwe: je weet niet wat het wordt! Maar het nieuwe komt wel ergens vandaan. Hij is de zoon van Maria. Zij en God zijn wie Hem het leven geven, en zijn opdracht: hij mag, en moet hemel en aarde. God en mens samenbrengen. Het hemelse komt van God, het aardse van Maria:  beiden zijn nodig. Het éne kan niet zonder het andere. God kan (en wil) dit niet tot stand brengen buiten het Jawoord van Maria om, en Maria kan niets zelf bewerken buiten de Heilige Geest om.

Voordat God en Mens zich wezenlijk verenigen in Jezus moeten God en Maria elkaar vinden, zich geestelijk verenigen met elkaar. Maria is en moet volledig op God gericht zijn, mij geschiedde naar uw woord, dat is niet alleen maar een verklaring voor één keer. Het is het motto van haar leven. En dat wordt ook het fundament voor het leven van Jezus. Hij komt niet als halfgod uit de hemel neerdalen, hij komt als kwetsbaar kind, volledig menselijk, volledig het kind van Maria, en als mens dus de ontvanger van de opvoeding die de Heilige Familie Hem geeft: een opvoeding die uitloopt in andere woorden van Maria, als Jezus aan zijn publieke leven begint en zij tegen de dienaren bij het huwelijksfeest te Kana zegt: doe maar wat Hij u zeggen zal. Haar Jawoord mag óns jawoord worden.

Het nieuwe dat Jezus brengt, begint daar in Kana. Zelfs Maria kan dat niet overzien. Ze moet Jezus ook loslaten. Maar ze leeft uit geloof. Haar leven is de aardse hoeksteen voor het werken van Jezus.

Zo heeft élk nieuw begin een fundament nodig. Het nieuwe valt niet uit de hemel, als onbegrijpelijke grootheid. Het groeit op, neemt mee wat het krijgt en maakt er iets anders van.

Ons nieuwe jaar gaan we op dezelfde manier aan. We hebben goede voornemens, we gaan nieuwe dingen doen dit jaar. Er zullen dingen gebeuren die onvoorspelbaar zijn, en dat is wat het leven is.

We halen ons een visie voor de geest, wie we willen zijn, hoe we willen leven: dat beeld is als de ster in de hemel die ons leidt, elke keer weer een stapje de goede kant uit, dan komen we dichter bij waar we wezen moeten.

Maar we bouwen op wie we zijn, op waar we vandaan komen, we gaan het jaar 2026 aan op het fundament van al onze voorgaande jaren – of dat er nu meer of minder zijn. Op onze talenten, onze tekortkomingen. We nemen een voorbeeld aan Maria: we voeden de toekomst, door ons leven heen voeden we de toekomst op, en daarna moeten we de toekomst niet alleen maar laten gebeuren, maar ook weer aangaan. En we doen dat dus niet passief, dat aangaan, alsof het een onpersoonlijk lot is, maar we gaan het aan, vanuit geloof, hoop en liefde.

De zekerheid dat, wat er ook gebeurt, wij de toekomst vrijmoedig tegemoet kunnen treden geeft ons vrede. We kunnen altijd iets zinnigs in en met die toekomst doen, ook als we slecht nieuws krijgen, of onze goede voornemens in duigen vallen. Mogen we ons zo gedragen weten door het fundament, hetzelfde fundament als dat van Maria, van begin tot eind, van “Mij geschiedde naar uw woord” tot “Doe maar wat Hij u zeggen zal”.

Amen.

Sunday, 28 December 2025

Heilige Familie A

 

Lezing uit het heilig Evangelie
volgens Matteüs     2, 13-15. 19-23

Toen de wijzen waren vertrokken,
verscheen een engel van de Heer
in een droom aan Jozef
en zei:
“Sta op, neem het Kind en zijn moeder,
vlucht naar Egypte
en blijf daar tot ik het u zeg,
want Herodes zal het Kind gaan zoeken
om het te doden.”
Hij stond op,
nam het Kind en zijn moeder ’s nachts mee,
vertrok naar Egypte
en bleef daar tot de dood van Herodes,
opdat vervuld zou worden
wat de Heer gesproken had door de profeet:
“Uit Egypte heb Ik mijn zoon geroepen.”

Nadat Herodes gestorven was,
verscheen een engel van de Heer
in een droom aan Jozef in Egypte
en zei:
“Sta op, neem het Kind en zijn moeder
en ga naar het land Israël,
want zij die het Kind naar het leven stonden,
zijn gestorven.”
Hij stond op, nam het Kind en zijn moeder
en kwam naar het land Israël.
Maar toen hij hoorde
dat Archelaüs koning was van Judea
in plaats van zijn vader Herodes,
vreesde hij daarheen te gaan;
door een godsspraak gewaarschuwd in een droom,
vertrok hij naar het gebied van Galilea.
Bij aankomst
vestigde hij zich in een stad, Nazaret geheten,
opdat vervuld zou worden
wat door de profeten gezegd was:
“Hij zal een Nazoreeër genoemd worden.”

Woord van de Heer.


Beste vrienden,

Als we het hebben over Jezus hebben we het over een thuisloze. Van af het moment van zijn geboorte is het onduidelijk waar hij thuishoort. Hij wordt geboren in Bethlehem, een prachtige plek – de koningsstad van David. Maar in Bethlehem is geen plek voor hem. Zelfs niet in de herberg.

Hij wordt geboren in een stal. En zelfs daar kan hij niet blijven. Hij moet vluchten voor de troepen van Herodes en net als het Joodse volk zelf ooit deed gaat hij naar Egypte.

Maar ook daar blijven ze niet.

Ze keren terug naar Nazareth. Daar groeit hij op, en voor zo ver hij iets genoemd wordt is het de man van Nazareth.

Maar ook daar is hij niet echt thuis. Wanneer hij terugkomt in zijn openbare leven, kan hij daar geen wonderen doen en zijn dorpsgenoten stoten hem uit.

Zo zwerft hij door stad en land, zelfs door de heidense gebieden wanneer hij niet welkom is in het land van Israël.

De climax van zijn leven, is de opgang naar Jeruzalem – waar hij wordt verraden, veroordeeld en gedood aan het kruis. Opgehangen, buitengeworpen uit de stad – de vrije ruimte in.

Hij is niet zomaar “dakloos”, hij is niet eens alleen maar “vluchteling”, hoewel voor beide woorden op zekere momenten van zijn leven daar wat van te zien is.

De werkelijkheid gaat dieper dan dat.

Vanaf de kribbe tot de kruis is het eventuele dak boven zijn hoofd onzeker. Zelfs wat er onder zijn hoofd ligt, wordt niet altijd duidelijk. Vogels hebben nesten, en vossen hebben holen, zegt Jezus, maar de mensenzoon heeft geen steen om zijn hoofd op te leggen. En zoals hij het zegt, klinkt het als een verzuchting. Het is niet zoals het moet zijn.

Het Licht kwam in de wereld, maar de duisternis nam het niet aan, dat lazen we op eerste kerstdag. En Hij kwam in het Zijne, en het Zijne nam hem niet aan. En in de tussentijd is hij nu eens hier, en dan weer daar.

Het begint al in de stal, en het wordt vervolgd op weg naar Egypte toe, en de weg naar Nazaret die daarop volgt. Huizen die maar geen thuis willen worden. Onooglijke plekken, doorgangshavens. Ontdaan van alle prestige.

Maar als voor Jezus dat de plekken zijn die er – tijdelijk – toe doen, dan mogen wij ook oog hebben voor de onooglijke plekken die door anderen worden overgeslagen. Te vaak zijn die voor ons een blinde plek. De geleerden uit de tijd van Jezus namen hem niet serieus omdat hij uit Nazareth kwam. Kan daar wat goeds vandaan komen? – zo stoten ze elkaar aan. Zelf weten ze hun antwoord wel. Daar hoeven ze niet over na te denken. Ze zijn totaal niet nieuwsgierig. Als er iemand bijzonder voorbijkomt kijken ze alleen even naar welke burgemeester het paspoort heeft afgestempeld. “Oh, Nazaret, nee, deze kan het niet wezen”. En ze gaan verder tot de orde van de dag.

Beter waren ze nieuwsgierig geweest, en even dieper nagedacht. Doordat je je blindstaart op de as van het wiel, zie je niet meer waar de wagen naar toe rijdt! Beter maak je dan je blik wat wijder.

En dat is tegelijk de uitdaging van het hebben van een blinde vlek. Die zie je niet. Als je zelfvoldaan op je vanzelfsprekende positie zit, heb je geen reden om vragen aan jezelf te stellen. Zonder houding van nieuwsgierigheid is de kans klein dat je een blinde vlek ontdekt!

Dus misschien is dat een goede oefening voor het komend jaar. Dat we leren zien wat niet direct aan de oppervlakte zit. Waar zit er een gat in het verhaal? Welke hond blaft er niet ? Wat missen we omdat we vinden dat we het zo goed getroffen hebben met ons zelf. Waar hebben we onze nieuwsgierigheid het zwijgen opgelegd? Wat merken we misschien wel niet op, door ons vaste menu van informatievoorziening?

Zijn we wel nieuwsgierig genoeg om op te merken dat er misschien wat mist aan ons verhaal?

En zoals nieuwsgierigheid de moed is om toe te geven dat ons wereldbeeld misschien wel onaf is, hebben we dan ook de moed om naar andere mensen en nieuwe zienswijzen te luisteren, of zelfs eens te kijken wat er waar van is? Misschien moeten we zelfs toegeven dat we Jezus niet zo goed kennen als we denken. Een dof gebrek aan nieuwsgierigheid is één manier om het licht in de wereld niet door te laten breken. 

In een onvermoed mens gaat een diepe waarheid schuil. Het woord is vlees geworden, het heeft onder ons gewoond. Wij mogen Hem, en door Hem, alle mensen leren kennen. Laten we dan steeds dieper ingroeien, in dat geheim van de Mens, dat geheim van alle mensen.


Amen.





Thursday, 25 December 2025

Eerste Kerstdag 2025

  

In het begin was het Woord
en het Woord was bij God
en het Woord was God.
Dit was in het begin bij God.
Alles is door Hem geworden
en zonder Hem is niets geworden
van wat geworden is.
In Hem was leven
en dat leven was het licht der mensen.
En het licht schijnt in de duisternis,
maar de duisternis nam het niet aan.
Er trad een mens op, een gezondene van God;
zijn naam was Johannes.
Deze kwam tot getuigenis,
om te getuigen van het Licht,
opdat allen door hem tot geloof zouden komen.
Niet hij was het Licht,
maar hij moest getuigen van het Licht.
Het ware Licht,
dat iedere mens verlicht
kwam in de wereld.
Hij was in de wereld;
de wereld was door Hem geworden
en toch erkende de wereld Hem niet.
Hij kwam in het zijne,
maar de zijnen aanvaardden Hem niet.
Aan allen echter, die Hem wel aanvaardden,
aan hen, die in zijn Naam geloven,
gaf Hij het vermogen
kinderen van God te worden.
Zij zijn niet uit bloed,
noch uit begeerte van het vlees
of de wil van een man,
maar uit God geboren.
Het Woord is vlees geworden
en heeft onder ons gewoond.
Wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd,
zulk een heerlijkheid
als de Eniggeborene van de Vader ontvangt,
vol genade en waarheid.
Wij hebben Johannes’ getuigenis over Hem toen hij uitriep:
“Deze was het van wie ik zei:
Hij die achter mij komt is vóór mij,
want Hij was eerder dan ik.”
Van zijn volheid hebben wij allen ontvangen;
genade op genade.
Werd de wet door Mozes gegeven,
de genade en de waarheid kwamen door Jezus Christus.
Niemand heeft ooit God gezien;
de Eniggeboren God,
die in de schoot des Vaders is,
Hij heeft Hem doen kennen.

 

Beste vrienden

Deze kerstochtend zijn we samen en vieren we dat we God mogen ontmoeten in de gedaante van een kind. Je zou bijna zeggen: woorden schieten te kort om het daarover te hebben – maar dan zou ik wel erg snel uitgepraat zijn. Dus laten we het omdraaien. Juist op Kerstmis leren we wat het betekent dat we over God kunnen spreken.

Als we denken, spreken over God dan beginnen we bij een onmogelijkheid. Als we de woorden horen uit het Johannesevangelie, over het Woord dat van alle eeuwigheid bij God was en God is, dan duizelt het ons.

Dat Woord klinkt eindeloos ver weg van ons. Zelfs onbereikbaar. God is ten diepste voorbij alle plaats en tijd en dat is voor ons niet goed voor te stellen. We hebben alleen maar woorden over God omdat Hij daar niet blijft, veilig in het onbenaderbare licht, maar zich integendeel tot ons wendt.

Door de Schepping, allereerst. Zonder het Woord “is niets geworden van wat geworden is”. Je kan jezelf pas meedelen als er iemand is die het Woord ontvangen kan!

En dan door de eeuwen heen spreekt God tegen de mensen. Eerst is dat allemaal onduidelijk hoe dat werkt, maar het plan van God komt steeds dichterbij. Hij spreekt door profeten die mensen de weg wijzen. God geeft zijn belofte aan het Volk van God dat er een redder gaat komen die de mensen bevrijden zal.

Langzaam maar zeker komt de tijd om het Eeuwige Woord definitief uit te spreken. Dat Woord is Gods Zoon Jezus Christus. En het is met Kerstmis dat dit Woord zichtbaar gemaakt wordt, als een klein kind in een stal van Bethlehem. God heeft veel gezegd, maar nu heeft Hij zijn enige Woord gesproken. Hij heeft geen ander Woord. Hij trekt zijn Woord niet terug, Hij gaat niet meer iets anders verzinnen.

Wie God is, is voortaan te zien in het leven van Jezus Christus en dat leven is al ten volste zichtbaar in het hier en nu van Kerst: in de stal, tussen de dieren, in de kribbe.

Het eenmaal uitgesproken woord gaat weerloos de wereld in. God plaatst zich in de handen van mensen. Kwetsbaar en afhankelijk vraagt Hij aan mensen om mee te werken aan zijn Koninkrijk.

We lazen in de afgelopen dagen ook uit Lucas 1, het verhaal van de aankondiging. God laat de engel de Menswording van Christus bekend maken. Maar God doet dat niet zonder Maria’s medewerking. God zal zijn Woord niet uitspreken voordat Maria zich er volledig voor openstelt.

En het eenmaal geopenbaarde Woord is nu een kwetsbaar kind – het heeft ouders nodig en mensen om hem heen.  Ook later zal Jezus aan andere mensen vragen om hem te vergezellen. Zijn openbare leven wordt voorbereid door Johannes de Doper. Als het eenmaal begonnen is zoekt Hij leerlingen om Hem heen. Hij zweeft niet als een verheven Halfgod door het joodse land maar zoekt mensen op en leerlingen uit.

God is één van ons geworden: mens onder de mensen.  Dat betekent ook dat het ook aan ons mensen is om de boodschap van Jezus Christus – de boodschap van Kerstmis – mee te verkondigen.

De bekende Spaanse mystica Teresa van Avila bracht het eens zo toen ze zei: “God heeft geen andere handen en voeten meer dan de jouwe”. Het verhaal van de Godmens mag door mensen worden voortgezet. Ook dat is een uiting van Gods liefde voor de mensen. 

Wie van een ander houdt neemt hem of haar niet alles uit handen. Integendeel, je laat hem of haar vanuit de verdieping van de liefdesrelatie groeien in nieuwe verantwoordelijkheid. Soms gaat dat mis maar dat hoort er bij. God laat ons die ruimte.

Misschien is dat wat de kribbe ten diepste is: de plek die God inneemt om ons de ruimte te geven om te geloven. De ruimte om God en de naaste lief te hebben en het goede te doen. Vanuit de kribbe spreekt God geen machtswoord uit. Zijn aantrekkingskracht is die van een pasgeboren kind dat we willen liefhebben en beschermen.

Rond die kribbe, rond die stal, mogen we allemaal leren onze plaats in te nemen. Leren wat het betekent om leerling van Jezus te zijn. Onze verantwoordelijkheid nemen om als volwassenen Gods boodschap – Gods Woord – verder te geven. Niet als een moeilijk erfstuk maar als een levende realiteit.

Moge de ontmoeting met het kind Jezus in de stal ons bemoedigen en ons gereedmaken om ook komend jaar onze roeping waar te maken.

Amen, Zalig Kerstfeest.

Tuesday, 23 December 2025

Kerstnacht 2025

 In die dagen kwam er een besluit van keizer Augustus,

dat er een volkstelling moest gehouden worden in heel zijn rijk.
Deze volkstelling vond plaats
eer Quirinius landvoogd van Syrië was.
Allen gingen op reis,
ieder naar zijn eigen stad, om zich te laten inschrijven.
Ook Jozef trok op
en omdat hij behoorde tot het huis en geslacht van David,
ging hij van Galilea, uit de stad Nazaret,
naar Judea: naar de stad van David, Betlehem geheten,
om zich te laten inschrijven,
samen met Maria zijn verloofde, die zwanger was.
Terwijl zij daar verbleven,
brak het uur aan waarop zij moeder zou worden;
zij bracht een Zoon ter wereld, haar eerstgeborene.
Zij wikkelde Hem in doeken en legde Hem neer in een kribbe,
omdat er voor hen geen plaats was in de herberg.
In de omgeving bevonden zich herders,
die in het open veld gedurende de nacht hun kudde bewaakten.
Plotseling stond een engel des Heren voor hen
en zij werden omstraald door de glorie des Heren,
zodat zij door grote vrees werden bevangen.
Maar de engel sprak tot hen:
“Vreest niet, want zie,
ik verkondig u een vreugdevolle boodschap,
die bestemd is voor heel het volk.
Heden is u een Redder geboren,
Christus, de Heer,
in de stad van David.
En dit zal voor u een teken zijn:
gij zult het pasgeboren kind vinden
in doeken gewikkeld en liggend in een kribbe.”
Opeens voegde zich bij de engel een hemelse heerschare;
zij verheerlijkten God met de woorden:
“Eer aan God in den hoge
en op aarde vrede onder de mensen
in wie Hij welbehagen heeft.”

Beste vrienden,

“In elk kind begint een nieuwe wereld”, die uitspraak van Augustinus vertelt ons iets over wat er vanavond gebeurt. Jezus wordt geboren in een stal te Bethlehem zodat een nieuwe wereld van start kan gaan.

En die nieuwe wereld waar Jezus de spil van is wordt verkondigd door de engel aan de herders.

Heden is u een Redder geboren,
Christus, de Heer,
in de stad van David.
En dit zal voor u een teken zijn:
gij zult het pasgeboren kind vinden
in doeken gewikkeld en liggend in een kribbe

In die wereld is er redding voor het volk, door Jezus, en Hij is te vinden in de gedaante van een kind dat in een voerbak is gelegd. En als de engel klaar, is er fijne muziek van het leger. Er komt een “hemelse heerschaar”, een mooi woord voor een heel legioen aan engelen, en zijn verkondigen Gods glorie en macht. Zij houden een feestelijke parade van Gods macht. Net zoals een president op de Nationale Feestdag duizenden soldaten en matrozen langs volle tribunes laat marcheren zo houden nu Gods soldaten een taptoe voor een kluitje herders.

Maar dan gebeurt er iets bijzonders! De engelen verdwijnen weer. En als de herders in Bethlehem komen vinden ze daar een heel gewoon jongetje, in een voerbak van de Boerenbond. Er staat geen engel bij met een groot zwaard, zelfs geen groepje opvallend onopvallende engelen met oortjes in hun oren om toe te zien dat niemand een hand naar de Koning uitsteekt. Niks daarvan. Jezus ligt er kwetsbaar bij. Verontrustend kwetsbaar.

De nieuwe wereld van Jezus is een kwetsbare wereld. En vanaf het moment dat het Gloria gezongen is schittert het engelenleger door afwezigheid. Hooguit op de achtergrond zie je nog wel eens een klein vleugeltje. Als Jezus getroost moet worden bijvoorbeeld. Maar geen machtig engelenleger meer, in heel zijn leven niet. Geen stoottroep die voor hem uit gaat, geen lijfwachten om hem heen. Jezus is kwetsbaar.   

In het evangelie wordt er nog twee keer naar verwezen. Op het moment dat de duivel hem probeert te verleiden in de woestijn en later in de Olijftuin. Misschien herinnert u het zich nog, de derde verleiding. De duivel zet Jezus neer bovenop de tempel en nodigt hem uit om er van af te springen en zich te laten redden door het Engelenleger. Dat is handig, dan weet iedereen meteen hoe machtig Jezus eigenlijk is en dat scheelt vast een hoop gedoe. Dan was het Evangelie ook een stuk korter geweest. (Of gewoon niet bestaan)

De duivel weet echt wel dat Jezus een koning is met een gigantisch engelenleger tot zijn beschikking. Als Jezus de duivel terugwijst en Zijn macht hier niet voor inzet, dan begrijpt de duivel daar niks van. Zo`n groot leger tot je beschikking hebben en het niet inzetten. Als de duivel zo`n groot leger had zou hij het wel weten! De nieuwe wereld van Jezus is voor de duivel in ieder geval één groot raadsel. Hij gaat dat nooit begrijpen.

Later, als Jezus gearresteerd wordt in de Tuin van Olijven benoemt hij het nog een keer. Jezus en zijn leerlingen omsingeld. Petrus wil terugvechten met een zwaard dat hij verstopt had. En Jezus zegt. “denk je dat ik niet mijn Vader kan aanroepen en hij dan géén twaalf legioenen engelen tot mijn beschikking stelt?”

Ze zijn er wel, maar ze zijn er niet. Dat klinkt heel raar.

Maar het is allebei waar.

Jezus is de Grote Koning, de Redder van de Wereld… die er voor kiest om kwetsbaar te zijn. Het is allebei waar.

Jezus doet heel goed zijn best om kwetsbaar te zijn. Het is geen machteloosheid. Dat is iets anders. Machteloos zijn betekent dat er straffeloos met je gesold kan worden omdat je toch niks terug kan doen. Jezus is zeker niet machteloos. Hij zou met een vingerknip iedereen op de knieën kunnen dwingen. En toch doet Hij dat niet. Het kind Jezus gaat je niet dwingen tot wat dan ook. En de volwassen Jezus ook niet.

Als we dus naar dat kleine mannetje in de voerbak kijken dan weten we: “wat je ziet is wat je krijgt”. De stal en de voerbak laten in het klein al het hele leven van Jezus zien. In de kribbe vinden we de hele Jezus.

En waartoe dient die machtige kwetsbaarheid? Kwetsbaarheid is het fundament van Jezus’ leven, want liefde kan alleen op díe basis worden opgebouwd. Kun je echt ten diepste van houden die je elk moment bewust of onbewust je er aan herinnert hoe afhankelijk je van hem of haar bent? Vriendschap, liefde vraagt íets van gelijkwaardigheid en dat brengt kwetsbaarheid met zich mee. Liefde brengt kwetsbaarheid met zich mee.

Willen we de wereld van Jezus leren kennen, moeten we die kwetsbaarheid leren verstaan. Kwetsbaar in de kribbe, kwetsbaar op de vlucht naar Egypte, kwetsbaar als jongeman, kwetsbaar in zijn openbare leven, tot het laatst toe.

Laten we dus vannacht de kwetsbaarheid vieren. Kwetsbaarheid doet soms pijn maar het is de enige weg die je kan volgen als je een pad van liefde op wil gaan, en het maakt niet uit welke liefde dat is. Liefde voor je levenspartner, voor je kinderen of familie. Liefde voor je vrienden, liefde voor God. Al die liefde gaat maar over één pad – en dat is het zelfde pad van kwetsbaarheid dat in Bethlehem begint. In Bethlehem,  in die stal, in die voerbak begint die wereld waarin we liefde in kwetsbaarheid mogen wagen.

Komt laten wij aanbidden. 

Amen. Zalig Kerstmis.

Tuesday, 16 December 2025

Vierde Zondag Advent A 2025

 De geboorte van Jezus Christus vond plaats op deze wijze:

Toen zijn moeder Maria verloofd was met Jozef,
bleek zij, voordat ze gingen samenwonen,
zwanger van de heilige Geest.
Omdat Jozef, haar man, rechtschapen was
en haar niet in opspraak wilde brengen,
dacht hij erover
in stilte van haar te scheiden.
Terwijl hij dit overwoog,
verscheen hem in een droom een engel van de Heer
die tot hem sprak:
“Jozef, zoon van David,
wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, tot u te nemen:
het kind in haar schoot is van de heilige Geest.
Zij zal een Zoon ter wereld brengen, die gij Jezus moet noemen,
want Hij zal zijn volk redden uit hun zonden.”
Dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden
wat de Heer gesproken heeft door de profeet, die zegt:
“Zie, de maagd zal zwanger worden
en een Zoon ter wereld brengen,
en men zal Hem de naam Immanuël geven.”
Dat is in vertaling:
God met ons.
Ontwaakt uit de slaap
deed Jozef zoals de engel van de Heer hem bevolen had
en nam zijn vrouw tot zich.

 

Beste vrienden.

Stelt u zich voor dat iemand een ziek kind heeft met wie hij dringend naar het ziekenhuis moet. We kunnen ons voorstellen hoeveel haast de ouder wel niet heeft, er mag geen moment verloren gaan! Maar stel dat er een agent is die de ouder staande houdt. Die rijdt immers veel te hard! Maar als de ouder vertelt wat er aan de hand is laat de agent geen moment verloren gaan, hij zet de sirenes en de zwaailichten aan en rijdt voor de ouder uit zodat ze veilig aankomen en het kind op tijd behandeld kan worden.

Als de agent dat doet, dan doet hij recht aan wat we de geest van de wet noemen. In elke samenleving zijn er regels, maar de regels zijn er voor de samenleving en niet omgekeerd. Het Evangelie van vandaag leidt ons naar een soortgelijk verhaal – maar dan natuurlijk een beetje anders.

Maria en Jozef zijn verloofd. Volgens de ingewikkelde regels van het Joodse recht van tweeduizend jaar geleden betekende dat dat ze wel al economisch getrouwd waren maar nog niet samenwoonden en (dat is belangrijk) niet samen sliepen.

Dan blijkt Maria toch zwanger te zijn en hoe dat ook heeft kunnen plaatsvinden. Jozef wéét één ding zeker: híj was het niet. Volgens de regels van de wet had hij van Maria mogen scheiden en haar zelfs héél streng laten straffen. Maar omdat hij een goed mens is zoekt hij een discrete uitweg. Hij staat open voor de geest van de Wet. Overspel is absoluut verboden maar de regels moeten ook met genade worden toegepast. Zo denkt Jozef. Dat is een wijze man, daarom kan hij ook de pleegvader van Jezus worden. 

Het is díe houding die een deurtje openzet voor de engel van God. En in de Bijbel is het zo de boodschapper is altijd ook een beetje degene die hem zendt. Als de engel spreekt, spreekt God zelf. En God maakt ruimte voor een heel nieuw begin. Niet alleen voor Jozef en Maria maar voor iedereen.

Jozef dacht eerst dat hij volgens de wet de zwangere Maria uit de auto moest zetten en afzetten ergens bij een koud benzinestation. Maar de betekenis van de wet is een andere. En de Engel van de Heer komt luid toeterend, midden in Jozefs droom, aangereden om er voor te zorgen dat er geen ongelukken gebeuren!

Dit Kerstfeest wordt dus geen verhaal over een achtergelaten vrouw in een smoezelig benzinestation en een verbitterde man die wegrijdt terwijl hij zich verraden voelt door alles wat er gebeurd is. Het wordt geen verhaal van mensen die in een isolement vallen, niet meer met een ander kunnen spreken.

Nee. Het wordt een heel ander verhaal! De engel van de Heer  - als we hem ons voor de geest halen met een politie-pet op met, ik stel me voor, de Tafels van de Wet op zijn politiepet -  onderschept Jozef vóór er ongelukken gebeuren. 

De Engel zegt: “het kind in haar schoot is van de Heilige Geest”. Hij geeft geen uitleg, hij gaat Jozef geen theologisch college geven over de Drie-eenheid of de Menswording. Dat is van later zorg! Voor nu moet Jozef horen: het is goed zo, maak je er geen zorgen over. Ook hier werkt Gods plan. Juíst hier werkt Gods plan. 

En als Jozef weer een beetje kan ademhalen. Gaat de Engel hen met loeiende sirenes en zwaailichten voor. En Jozef en Maria rijden achter de engel aan. Het gaat er nu niet om, om één leven te redden, zoals wanneer je je naar het ziekenhuis moet. Het gaat er om dat ieders leven wordt gered. Het kind van Maria is immers niet zo maar een kind. Hij moet Jezus genoemd worden staat er in het Evangelie, want Híj zal zijn volk redden uit hun zonden. Er is niet één ziek kind dat naar het ziekenhuis moet. We zijn op deze wereld met acht miljard zieke kinderen, en we kunnen alleen genezing vinden als het kind Jezus veilig en wel geboren wordt.

Dát is de schaal van wat hier gebeurt. Ik denk dat ik het gaspedaal ook een beetje zou aaien en de sirene iéts harder zou zetten dan normaal. Want er moet een héél belangrijk vrachtje naar Bethlehem!

En als dan iemand klaagt over dat de auto te hard rijdt, of de sirenes vijf decibel luider zijn dan mag en de zwaailichten wel héél fel zijn en niet precies voldoen aan de Europese regelgeving …. dan mis je de clou, de geest van het verhaal.

De letter doodt, de Geest maakt levend. Mensen, die zich alleen maar kunnen vastklampen aan het harde en concrete kunnen ook blind worden voor wat God hen wil geven. Dat is een groot gevaar. 

Met zo`n houding sluit je, als je niet uitkijkt, jezelf af voor het cadeau van Kerst. Ik denk dat dat ook had gegolden voor Jozef, als hij alleen maar wraak had willen nemen op Maria. Dan was de engel er niet doorheen gekomen. Rigiditeit die voortkomt uit woede of angst maakt mensen zo hard dat zelfs een boodschap van de engel er van af kan ketsen! Juist omdat Jozef genadig is (“zacht” zouden sommige mensen spottend zeggen) kan God tot hem doordringen. Dáárom kunnen we Kerstmis vieren!

Het Evangelie nodigt ons dus uit om de kansen van God te zien, en op zoek te gaan naar waar Hij een nieuw begin wil maken. Hij vraagt ons om barmhartig te zijn en anderen met mededogen te benaderen. (Ookal staan wij natuurlijk volledig in ons recht!).

Mogen wij in de opgang naar het Kerstfeest, in deze laatste paar dagen in ons hart kijken en zien wat er nog verhard is, bevroren en afwerend. En mogen we dan die nieuwe zachtheid vinden, die openheid voor  het onverwachte; een nieuwe toekomst die God ons geven wil.

Amen.

Thursday, 11 December 2025

Derde Zondag Advent A 2025

 Beste vrienden

Alweer een hele tijd geleden las ik een spannend boek. Een historische biografie. Die lees ik altijd graag omdat ik erg geïnteresseerd ben in mensen, mensen zijn immers leuk. En dan nóg liever mensen die in bijzondere tijden leefden, die zijn nóg interessanter.

Het boek was een biografie van een Franse politicus uit de tijd van de Franse Revolutie. (Hij heette  Joseph Fouché , maar dat mag u vergeten) Hij was actief tijdens de Revolutie, de Republiek, het Keizerrijk van Napoleon en later ook weer voor de Franse koning. Minister van Politie was hij. Een rasechte overlever die zich stand kon houden ookal sloeg de wind soms per dag om. En daar waren er nogal wat windvlagen in het Frankrijk van die tijd. Waar met anderen afgerekend werd, onder de guillotine of in de gevangenis, wist Fouché zich áltijd te redden. Je ziet hem altijd elegant uit beeld dansen, net voor dat zijn eerdere vrienden voor de bijl gaan. 

Het was denk ik geen goed mens, maar als je over hem leest voel je toch een stukje bewondering. Alsof je naar een slimme goochelaar zit te kijken. Je denkt: nu wordt het meisje écht door midden gezaagd en dan stapt ze toch weer zonder kleerscheuren uit de goocheldoos.

Heel knap.

Meneer Fouché was, kunnen we tegenwoordig zeggen, gezegend met een flexibele ruggengraat. Ik denk dat hij het ook tegenwoordig heel goed zou doen. 

Als we om ons heen kijken in de samenleving zouden we makkelijk de indruk kunnen krijgen dat zo`n ruggengraat veel voordelen heeft. Het is een belangrijke factor als je carrière wilt maken. Zo glad zijn als een paling! Je niet laten vastbinden op dit of op dat, snel kunnen meebewegen met wat er om je heen gebeurt. Alles van je af laten glijden, alsof je gemaakt bent want kunststof. Dat zijn karaktertrekken die je verder kunnen helpen. 

Het is natuurlijk niet verkeerd om op een gezonde manier flexibel te zijn. Tijden veranderen nu eenmaal. Je kan in je werk, je gezin en je omgeving niet altijd álles op dezelfde manier blijven doen. Als je je heel rigide vastklampt aan “hoe het altijd was” sta je al gauw met lege handen.

Maar mensen die trouw zijn aan hun principes, die moedig blijven vasthouden aan wat goed is en waar, die de leugens van anderen niet napraten. Die bewonderen we. En terecht.

Die doen iets bijzonders. Iets wat niet iedereen kan. Dat zijn soms wel een beetje moeilijke mensen. Niet zo flexibel. Maar we kunnen veel van ze leren. Over zulke mensen gaat het in het Evangelie van deze zondag.

Jezus is met de menigte samen, het is in de tijd dat Johannes de Doper in de gevangenis is gezet omdat hij niet meeging in de leugens van koning Herodes. En Johannes de Doper, dat was toch een beetje een superster. Daar kwam stad en land voor uitlopen om hem te horen. Een beetje alsof Paus Franciscus indertijd ook naar Nederland was gekomen. Ik denk dat hij de Arena wel vol had gekregen!

Stad en land liep uit om Johannes te horen spreken. En men komt echt niet om naar de gewaden van Johannes te kijken, die zijn héél eenvoudig hoorden we vorige week. En al zeker niet om te zien in wat voor merk auto hij reed. En men komt zeker niet om te horen hoe hij ook deze keer weer meebeweegt met wat anderen vinden. 

Nee, daar is Johannes niet van. Dat is een man uit één stuk. 

We wéten, diep van binnen, dat we ons leven meer moet zijn dan flexibel meebewegen met elke wind. Of dat we elke dag onze mening weer aanpassen aan wat nu weer goedkeuring krijgt. Als je dat toch zou proberen te doen word je een lege huls. En ook al zijn we zelf niet altijd standvastig of overtuigd, we hebben mensen nodig die dat wel zijn.

Mensen die getuigen van de waarheid. Want we moeten een relatie krijgen met de waarheid. De diepste betekenis van ons leven kunnen we niet zelf in elkaar schroeven, die betekenis, die waarheid moeten we ontmoeten. Soms veranderen we van mening. Dat is goed. We leren. We ontwikkelen ons, onze ervaring wijst ons er op dat onze oude mening niet goed genoeg was. Dan is verandering een goed idee. 

Hoe krijgen we een relatie met de waarheid? Om te beginnen hebben we  mensen nodig die van die waarheid getuigen. Als we zo iemand ontmoeten merken we al, die is anders dan andere mensen. Hopelijk niet zo bezig met zijn carrière, niet zoveel verfijnde kleding, en zeker geen wuivend riet.

Dergelijke mensen getuigen van de waarheid, maar ze zijn niet zélf die waarheid. We weten dat ze oprecht zijn als ze zichzelf niet op een voetstuk zetten, als een soort goeroe. Johannes wijst niet naar zichzelf. Hij wijst naar Jezus.

En Jezus is niet zomaar iemand, hij is de Messias van God. Hij is wie wij verwachten in deze Advent. Omdat we nog niet in helder licht zien is dat soms een tastend wachten. Hij springt niet als een duiveltje uit een doosje als we het laatste deurtje van de Adventkalender open trekken, nee, je moet Hem leren kennen. Als je terugdenkt aan hoe je een vriend hebt leren kennen weet je dat dat een lange tijd kan duren. 

Het gebeurt niet in één keer. Het is een proces, het duurt een leven lang. Zelfs de leerlingen van Johannes wisten het niet zeker en moesten op onderzoek uit. Wie ís die Jezus en ís hij echt degene die door Johannes verkondigd is.

Zelfs als iemand overtuigend spreekt, moet je hem of haar nog niet zomaar op zijn woord geloven. Je moet zelf op onderzoek uit. Op onderzoek naar Jezus. Dat doen ze.

Jezus zegt dan niet “ik ben het”, en komt al helemaal niet aan met wéér een nieuw verhaal, met nog meer woorden. Of door een onleesbaar document op tafel te leggen, zo één met wel honderd voetnoten, om alle discussie plat te slaan. 

Integendeel: Hij laat zien wie Hij is, door wat Hij doetHij zegt:

blinden zien en lammen lopen,
melaatsen genezen en doven horen,
doden staan op
en aan armen wordt de Blijde Boodschap verkondigd.

Er wonderen van God gedaan en de Blijde Boodschap, de vervulling en diepste betekenis van alles wat de Joodse Bijbel voorbereidde word doorgegeven aan de mensen die daar naar hongeren.

Woorden zijn mooi, maar het gaat om de daden die die woorden inhoud geven. Een paar verzen later zegt Jezus het nog iets bondiger. Hoeveel je ook zegt, en hoe goed die woorden ook zijn:

[De] wijsheid vindt haar rechtvaardiging in haar werken.

Iemand die leeft uit een échte waarheid dan beginnen er dingen te gebeuren, omdat God dan ruimte krijgt om te werken. God kan niks met ons aan als we maandag al niet meer weten wat we op zondag nog dachten. Het geloof is een zaak van de lange adem. Dat mogen wij nu verder ontdekken in deze Advent, deze tijd van voorbereiding. 

Mogen wij, van welke kant de wind nu ook weer komt, leren om op vaste grond te staan, te leven uit integriteit en trouw aan de Blijde Boodschap. Zo kunnen wij om ons heen, in het hier en het nu, Gods grote werken te leren zien.

Amen.

Saturday, 6 December 2025

Tweede Zondag Advent A 2025

 Evangelie:  Mt 3,1-23

In die tijd trad Johannes de Doper op
en predikte in de woestijn van Judea:
“Bekeert u, want het Rijk der hemelen is nabij.
Deze toch is het, die de profeet Jesaja bedoelde
toen hij zei:
een stem van iemand, die roept in de woestijn:
bereidt de weg van de Heer,
maakt zijn paden recht.”

Johannes nu droeg een kleed van kameelhaar
en een leren gordel om zijn lenden.
Zijn voedsel bestond uit sprinkhanen en wilde honing.
Toen trok Jeruzalem, Judea en heel de Jordaanstreek
naar hem uit
en zij lieten zich door hem dopen in de rivier, de Jordaan,
terwijl zij hun zonden beleden.
Maar toen hij vele Farizeeën en Sadduceeën zag komen
om gedoopt te worden,
sprak hij tot hen:
“Adderengebroed, wie heeft u voorgespiegeld,
dat ge de dreigende toorn kunt ontvluchten?
Brengt liever vruchten voort, die passen bij bekering,
en neemt niet een houding aan alsof ge bij uzelf zegt:
Wij hebben Abraham tot vader!
Waarachtig, ik zeg u,
dat God de macht bezit
voor Abraham uit deze stenen kinderen te verwekken!
Reeds ligt de bijl aan de wortel van de bomen.
Elke boom dus, die geen goede vrucht draagt,
wordt omgehakt en in het vuur geworpen.
Ik doop u met water, opdat ge u zoudt bekeren.
Maar Hij, die na mij komt, is sterker dan ik,
en ik ben niet waardig Hem van zijn sandalen te ontdoen.
Hij zal u dopen met de heilige Geest en met vuur.
De wan heeft Hij in zijn hand
en Hij zal zijn dorsvloer grondig zuiveren;
zijn tarwe zal Hij in de schuur verzamelen,
maar het kaf verbranden in onblusbaar vuur.”

 

Beste vrienden,

In het pastoraat ben je altijd met veel verschillende mensen in gesprek. En dan vallen je ook dingen op aan die mensen. Soms ook kleine dingen. En de laatste tijd valt me steeds meer op dat ik regelmatig mensen zie en spreek die een zegelring aan hun vinger hebben. Een zegelring met een familiewapen erop. Op sommige plekken zie je dat toch net íets vaker dan elders. 

Dat is natuurlijk iets moois, als je een wapen mag voeren, als je uit een familie komt die zoveel traditie heeft, zoveel geschiedenis. En dat je daar na zoveel eeuwen bij mag aansluiten. Daar mag je terecht waardering voor voelen, en ook wel een beetje trots op zijn. We krijgen allemaal een voorgeschiedenis mee in ons leven, en zo`n lange voorgeschiedenis gekenmerkt door ondernemingszin of publieke dienst door de generaties heen is een goede zaak. Dan levert de familiegeschiedenis ons goede voorbeelden die wij mogen navolgen.

Het kan ook anders gaan. Sommige families hebben helemaal geen mooie geschiedenis en worden geplaagd door alle verkeerde gebeurtenissen, of soms verkeerde keuzes uit het verleden.  Ziekte, armoede, verslavingen of gedrag waardoor je buiten de samenleving komt te staan. Dat raakt dan niet alleen degene die het rechtstreeks aangaat, maar ook de kinderen en soms ook de kleinkinderen. Zowel goed als kwaad tekenen ons door de generaties heen.  

We krijgen allemaal een voorgeschiedenis mee in ons leven, en een voorgeschiedenis kan nog lang voortleven en verstrekkende consequenties hebben voor ons eigen bestaan.

Want onze voorgeschiedenis ligt achter ons. Het is onze achtergrond. Het kan de moeite waard zijn, of iets wat we het liefst vergeten. Het is er. Ontegenzeggelijk. Maar wij zijn niet onze geschiedenis.

Johannes de Doper die in het Evangelie van vandaag aan het woord komt, spreekt hier dus een boodschap van hoop uit. Hij spreekt die boodschap op een wat strenge manier, zoals de profeten uit het Oude Testament dat ook deden, maar daar moet u zich niet door laten afleiden. Wat Johannes de Doper beweegt is ten diepste liefde. Het is wel een beetje wat de Amerikanen noemen tough love. Harde liefde. Maar het is wel degelijk liefde.

Hij richt zich op de mensen die dachten dat zij geen werkelijke bekering nodig hadden. Die mensen bedotten zichzelf! Deze mensen waren zo trots op hun afkomst, hun status als kinderen van Abraham, dat ze dachten sowieso een goede relatie met God te hebben. 

Wat ze verder ook dachten, zeiden of deden. Ze geloven dat hen niks kon gebeuren. Dan heb je dus al een denkfout gemaakt.

U kunt nakomeling van Abraham zijn, beste vrienden, een zegelring dragen met … de Eik van Mamre er op misschien. Dat zou een mooi wapenschild zijn. Een eik met drie engelen er naast! Ja. Dat kan. Ze dragen een hele mooie zegelring, maar die ring is net een maatje te groot. Alsof het daarom gaat!

Maar met zo`n ring ben je nog geen écht kind van Abraham!

En dat is waar Johannes mee te maken heeft, een mensenmassa die zegt dat zij niks meer hoeven te presteren, en hun ringen laten zien als bewijs!

Welnu: als iemand van wie je houdt, en Johannes houdt van de mensen om hem heen, dingen gelooft die absoluut niet waar zijn, dan doe je je best om hen van dat waanbeeld af te helpen. Anders kunnen ze niet verder. Dan kunnen ze geen leven leiden dat recht doet aan hun roeping. En bij sommige mensen moet je dat heel zachtaardig doen, op je hurken, met een koekje erbij. Met andere mensen moet je ferm zijn. En des te meer mensen denken dat zij onaantastbaar zijn, en niet bekritiseerd mogen worden, des te meer fermheid er gevraagd wordt. 

Dat is wat Johannes hier doet. Hij zegt eigenlijk niet meer dan: “Lieve mensen. Jullie zijn geen Abraham. Je moet je eigen keuze maken voor God, je kan niet bij God komen op grond van je achternaam. Als je dat wel denkt, dan loopt het slecht met je af. Want alles wat je doet, heeft ook consequenties. En als je blind bent voor de consequenties van het kwaad dat je gedaan hebt, dan ziet het er niet goed uit." Maar dan wat ... steviger. 

Het mooiste is: dat geldt omgekeerd ook. Ook als het verleden niet iets is om trots op te zijn. Ook als je zélf dingen hebt gedaan die niet door de beugel kunnen dan is dat voor God nog steeds niet het einde van het verhaal. Er is altijd een opening naar het licht toe. Geen enkel duister is zwart genoeg om dat licht buiten te houden: maar we moeten zèlf de gordijnen open doen. God gelooft zo diep in onze menselijke vrijheid, onze menselijke waardigheid, dat Hij ons die vrijheid geeft.

Niemand kan onze vrijheid, onze verantwoordelijkheid van ons afnemen. Niemand kan die luiken voor ons op slot doen. Dat is onze menselijke waardigheid, de diepste kern van onze menselijkheid. Dat elk mens de mogelijkheid heeft, en het recht om voor God te komen staan en op zijn of haar manier bij God thuis mag komen, een levende relatie mag hebben met Hem wiens naam Liefde is.

Amen.