Saturday, 28 February 2026

Zijn Feiten Maaksels? (Dehue, II)

 Sinds december verschijnen verhalen in de media dat priesters bij gelegenheid  (levende) zwangere vrouwen opensneden om de vrucht te dopen. Trouw, EO en de Groene Amsterdammer hebben deze aantijgingen zonder enige vorm van kritische toetsing overgenomen. 

Ik heb eerder iets geschreven over de aantijgingen die Trouw overnam, en waarom deze niet op werkelijkheid kunnen berusten.

 Inmiddels blijven de aantijgingen maar worden herhaald, nu weer door de Groene Amsterdammer, waardoor een verdere repliek nodig is. Gezien de complexiteit zal dit enige tijd vergen en uitgespreid worden over meerdere blogs. Het is makkelijk om iets te zeggen, maar inhoudelijk spreken is een stuk uitdagender, zeker als je dat met enige integriteit wil doen. 

De aantijgingen zijn ontleend aan het boek 'Ei, Foetus, Baby' van voormalig hoogleraar Trudy Dehue. Ondanks dat het boek stelt dat het aan 'wetenschapsgeschiedenis' doet, maakt het deze claim in werkelijkheid niet waar. 

Omdat ik me eerder zijdelings heb beziggehouden met het - vrij zeldzame - fenomeen van de postume keizersnede door priesters zal ik over dát specifieke onderwerpen e.e.a  schrijven. Priesters verrichtten geen operaties op levende vrouwen. Het was priesters in het toenmalige kerkrecht zelfs ten strengste verboden om chirurgische handelingen uit te voeren. Uitzonderingen zijn op één hand te tellen. De poging om een ongeboren kind te redden, en zo mogelijk te dopen als de zwangere vrouw was overleden, was echter een ándere kwestie omdat het hier niet meer om een ingreep om een levend persoon ging. 

(de theologische vooronderstellingen die hier onder liggen zijn relatief complex en staan ver van ons af, daarom zal dat onderwerp zijn voor een vervolgstuk) 

Ik heb in de afgelopen maanden archiefstukken en aantekeningen verzameld voor een inhoudelijkere studie naar het fenomeen van de postume keizersnede. Onder andere was ik benieuwd naar de mogelijkheid om vast te stellen hoe vaak dit in Nederland voor kwam. Het is mijn vermoeden dat het vrij zeldzaam was, ik heb een dozijn gevallen in Nederland geïdentificeerd, tussen 1815 en 1871. 

Dat wil niet zeggen dat er ook precies een dozijn gevallen wáren. Van meerdere aantijgingen tegen priesters weten we dat ze vals waren (zoals we later zullen zien in de "zaak Schinveld" waar mevrouw Dehue ettelijke bladzijden aan besteed.) aan de andere kant ging het per definitie om een discrete zaken die wel vaak documentair werden vastgelegd (bijvoorbeeld in correspondentie met kerkelijke overheden of pastoriejournaals) maar die niet even makkelijk te vinden of te doorzoeken zijn. Wie niet wéét waar hij of zij naar op zoek is en geen Latijn kan lezen verdwaalt onherroepelijk in de papierstapels. Verder zouden archiefbronnen als de (geneeskundige) Provinciale Commissies van Toezicht, ihb de rapporten van de vroedmeesters inzicht kunnen bieden. Ook de archieven het voormalige Departement voor RK Eredienst omvatten enig materiaal. Ik denk echter niet dat we aan honderden gevallen gaan komen. Waarom niet, zal ik later op terugkomen. Ik vind het oordeel dat het om een zeldzame praktijk ging voorlopig goed te rechtvaardigen, ik zal later uitleggen waarom. 

Mede door een recente groei aan verantwoordelijkheden zie ik echter weinig ruimte om de komende tijd nog veel archiefonderzoek te doen. Mocht het er nog van komen zal dat niet in de komende jaren zijn. Dat is jammer want ik heb in een aantal archiefbronnen een goudader aan materiaal gevonden. de komende blogs zijn gebaseerd op dát specifieke materiaal. 

De aantekeningen die ik heb zijn in ieder geval voldoende om eenduidig aan te tonen dat de aantijgingen van Dehue, zeker waar het een aantal voor haar prominente voorbeelden betreft, berusten op een fundamenteel onbegrip van de bronnen, een ernstige  misrepresentatie van de theologische literatuur, en een haast volledig ontbreken van archiefonderzoek. De aantijgingen in Ei, wijzen op een extreme vooringenomenheid die geen kritische benadering toelaat. 

De problemen met het werk van Dehue zijn niet incidenteel, maar fundamenteel. De intellectuele vooronderstellingen van deze studie maken al dat zij haar narratief immuniseert tegen elke vorm van kritische feedback. 

Het probleem begint al op de eerste pagina's van haar boek. Feiten, zo beweert zij, zijn maaksels (Dehue 2023, 9-11). Zij maakt hier gebruik van een vorm van constructivisme die diepzinnig lijkt, maar het niet is. 

Er is natuurlijk een zekere zin waarin we kunnen zeggen dat feiten - samengebalde propositionele uitspraken over de werkelijkheid - maaksels zijn. Er is geen feit zonder een taal waarin we deze uitdrukken. Er is geen historisch feit zonder een geschiedkundige praxis. Een dergelijke praxis, of de conclusies daaruit kunnen en moeten worden bevraagd. Alleen al daarom kunnen we nooit zeggen dat de geschiedwetenschap ooit "klaar" is. De geschiedwetenschap, net als andere humaniora, maken deel uit van de eindeloze dialoog die mensen met elkaar voeren. 

Er kunnen nieuwe bronnen naar boven komen, de manier waarop we naar bronnen kijken kan veranderen. We hebben meer technische of statistische technieken om informatie te kunnen duiden en zo enigszins tastend iets zinnigs te zeggen over het verleden. 

Het omgekeerde kan ook gebeuren: tijdvakken raken in vergetelheid.  Kennis van het Latijn verdwijnt. Paleografische en archiefvaardigheden verdwijnen ten gunste van hap-slik-wegschrijverij en waar ooit kritische distantie mogelijk was, heerst nu onbegrip. De beschaving marcheert niet altijd voorwaarts. 

Zonder kennis van het kerkelijke leven in de 19e eeuw, een idee wat moraaltheologische teksten zijn en doen, of kennis van kerk-staat verhoudingen, of religieuze vrees in Nederland, is het vrijwel onmogelijk om iets zinnigs te zeggen over dit marginale - maar interessante - fenomeen als de postume keizersnede. 

Een antirealistische epistemologie is ook zo`n dergelijke - negatieve -  factor. Het is gevaarlijk om de empirische onderlaag, de bronnen voor de geschiedschrijving te gaan verdisconteren. Toch is dit makkelijk om te doen. 

Bronnen zijn immers altijd gefragmenteerd, episodisch, opgesteld door mensen met bepaalde doeleinden. Archiefonderzoek is frustrerend. Je vindt zelden wat je hoopt. Doorgaans vind je iets anders. Soms stuit je op een prachtige, onvermoede bron en gaan stemmen klinken die eeuwen niet gesproken hebben. Vaker dan niet trap je tegen een stomme steen. Veel stemmen uit het verleden zijn overgeslagen, en veel geschiedenis zal nooit worden achterhaald. Het is dan makkelijk om te zeggen dat je wat minder boodschap hebt aan de empirie, en in tegenstelling daarvan het narratief - vanuit een werkelijk of vermeend standpunt laat primeren.

In plaats van de frustrerende en onbevredigende zoektocht naar wat er werkelijk gebeurd zou kunnen zijn, te volgen, probeer je een sluitend verhaal te construeren, Het liefst één met slachtoffers en daders die een duidelijke rol hebben. Omdat de mens zichzelf in narratieve termen begrijpt (Zie o.a. Macintyre, After Virtue ) gaat er een grote verleiding van het verhalende uit. Zonder duidelijke binding aan de werkelijkheid, en de mogelijkheid om deze te blijven toetsen wordt een narratief al gauw een dwingend, totaliserend en - uiteindelijk -  totalitair verhaal. Zoals de taal ons denken beheksen kan, zo geldt dit nog meer voor krachtige, besmettelijke verhalen. 

Mw. Dehue sluit een dergelijke kritische toetsing van haar eigen narratief uit. Als feiten slechts maaksels zijn, slechts uitingen van machtsrelaties hebben ze geen zelfstandige kritische macht. We zien in haar boek dan ook het lange spoor van de vulgarisering van bv het denken van Foucault. Helaas is mw. Dehue zèlf geen Foucault. Dan had zij misschien ook begrepen dat zij misschien op dit moment de macht is die momenteel het discours bepaalt en - letterlijk - feiten maakt waar ze niet te vinden zijn.  

Op pagina 11 zien we al een zin waarin we de bordkartonnen fundamenten van Ei ... zien worden opgetrokken. 

Wetenschap, schrijft zij, zet de realiteit vooral naar menselijke hand (...) het woord 'feit' stamt ook af van het Latijnse 'facere' dat 'maken' en 'handelen', wat het idee op zich al samenvat. (Ei, 11)

In de wijsbegeerte noemen we dit een etymologische drogreden: de gedachte dat de oorsprong van een gegeven woord ons iets vertelt over de huidige betekenis. Dat is geenszins het geval. Het Latijnse woord factum vat namelijk helemaal geen idee samen dat mw. Dehue wel of niet zou hebben. Ons begrip van 'feitelijkheid' is door en door modern en het huidige woord 'feit' werd pas via een lange omweg in de tweede helft van de negentiende eeuw voor het eerst gebruikt in de betekenis die het nu heeft. (Het EWN houdt het op 1866) 

Dit is het begin van een patroon dat we door het hele boek heen zullen zien. Bij ontstentenis van kritisch vermogen gaat de auteur vrij associëren, irrelevantia er bij halen en zelfs dingen verzinnen, alles om het aantrekkelijke, spectaculaire, verhaal maar sluitend te krijgen.  

Zoals gezegd, er is een volwassen, wijsgerige manier om het over de constructie van kennis te hebben. Daar is hier geen sprake van. Vulgair-constructivisme kan echter ook een manier zijn om jezelf een geestelijke vrijbrief te geven om te pseudologiseren, en zo de werkelijkheid uit te wissen. Dat laatste vinden we terug in het werk van Dehue.

Ik zal in komende stukken één specifieke casus die zij aanhaalt ontwarren, op grond van archiefonderzoek dat zij zelf heeft nagelaten te doen. De archiefbronnen suggereren dat er een geheel ander verhaal is, dat éérder op zekere bodem staat. Ironisch genoeg is dat juist een verhaal over machtige mensen die de werkelijkheid zélf naar eigen hand willen zetten. Die poging mislukt. 

Het zal in de komende blogs duidelijk worden hoe feit en fabel  in haar teksten  structureel in elkaar overlopen, en ze daardoor het werkelijkere - en spannendere verhaal dat onder de bronnen ligt - niet herkent. 

Wordt vervolgd. 







Thursday, 19 February 2026

Eerste Zondag Vastentijd A


Beste mensen,

Eerder was ik een stukje aan het schrijven over de Vastentijd, en ik zocht daar een plaatje bij. Dat had wel wat voeten in de aarde, want je breekt je voeten over alle goedbedoelde clipart met zachtbruine kruisjes in zachtgele woestijntjes. Als u mij een beetje kent weet u, ik ben daar niet zo van. Dan maar, dacht ik, een schilderij. Maar dat verlegde het probleem alleen maar. De ene na de andere triomfantelijke Jezus die de duivel als een vervelende bromvlieg van zich afslaat. En de duivel heeft natuurlijk ook bokkenpoten en dikke hoorns op zijn hoofd. Anders herken je hem niet.

Dat spreekt me ook niet aan. Het lijkt allemaal te makkelijk. Als het allemaal zo makkelijk was hadden we vandaag een lege pagina gehad in het Evangelie. Er was niks gebeurd om over te vertellen. Ja de duivel kwam even buurten, hij was goed te herkennen hoor. Maar één klets wijwater en een plechtig gebed uit het Rituale Romanum en het was weer gedaan.

Nee, daar gaat de evangelist geen moeite voor nemen om zo`n bagatel op te schrijven.

En toen kwam ik een ander schilderij tegen. Ivan Kramskoy, Christus in de Wildernis, 1872. Het is in de vroege ochtend, het licht is koud. En Jezus zit er een beetje verlaten bij. In de wildernis. En je ziet verder niemand. Ook geen duivel. Want de duivel loopt niet rond in zijn boevenpak hè? De strijd vindt van binnen plaats. Jezus heeft het er maar moeilijk mee. Zijn handen zitten verkrampt inééngestrengeld.

Het is een heftig schilderij. Maar eerlijk. Het vertelt de waarheid.

Want de waarheid is: ieder mens heeft een haakje. Ieder mens kan ergens mee worden verleid. (Of je daar op ingaat of niet is een tweede, maar verleiding voelen kan iedereen.) Iedereen kan zichzelf uit handen geven voor iets wat hij heel graag zou willen. Iets dat niet tot de kern van je leven behoort, iets wat je zelfs afleidt van wat je echt moet doen… Maar waar je je zo toe aangetrokken voelt dat je het moeilijk kan laten liggen.

Ieders verleiding ligt ergens anders. Er is zelfkennis voor nodig om te weten waar zo`n haakje zou kunnen zitten, en wat dat haakje gaat doen als je er ruimte aan geeft. Er zijn hele oppervlakkige verleidingen, net zoals er oppervlakkige mensen zijn. Seks, bijvoorbeeld. Heel oppervlakkig. Erg effectief, bij veel mensen.

Aan de verleidingen ken je de mens. En we mogen nu even in het hoofd van Jezus kijken. Hij geeft zich bloot. We zijn in de vastentijd, Jezus wordt van alles ontdaan, op weg naar het kruis. En het eerste waar hij van ontdaan is de illusie van onkwetsbaarheid. Jezus kan worden verleid, met een aantal hele specifieke dingen. En die vertellen ons iets over wie Hij is. We gaan even kijken.

Drie dingen, die hij zou kunnen doen. Maar die gaan afleiden. Heel slecht uit gaan pakken.

De eerste. Stenen in brood veranderen. Vrij van gebrek zijn. Niks meer tekort komen. Het lijkt niet eens zo gek. Het lijkt niet op overdaad. Er staat niet stenen in juwelen, of stenen in goud, dat je alles kan kopen wat je wil! Nee, stenen … in brood. Gewoon vrij zijn van angst voor gebrek. De zekerheid hebben van dagelijks brood. Zekerheid van leven….

Daar zouden veel mensen wel wat voor over hebben. Hier tekenen op de stippellijn Jezus. Je hoeft maar een klein beetje buiten de lijntjes te kleuren. Niemand hoeft het te zien, niemand hoeft het te weten. Maar hij doet het niet.

Als mensen om hem heen in onzekerheid leven, dan deelt Hij die onzekerheid. Hij staat er niet boven.

Dan pakt de Verleider uit. Hij zet nu groots in. Macht. De koninkrijken van de wereld. In jouw handen. Je kan de keizers voor je laten knielen. En ook weer, ik denk niet dat dat is omdat Jezus Superkeizer wil worden. Kijk: sommige mensen zijn machtswellustelingen. Ze zullen alles en iedereen kapotmaken om maar een greep naar de holle kroon te kunnen doen. Zelfs hun vrienden en bondgenoten vallen ze in de rug aan! Onvoorstelbaar! Maar Jezus is niet één van die mensen.

Maar stel dat je macht zou krijgen om goed te doen. Dat je mensen zou kunnen dwingen zich te gedragen, dat je maar een woord van macht hoeft te spreken – zoals Jezus tegen de boze geesten doet – en zelfs de grootste tiran verwelkt acuut, en trekt zich met zijn legers terug, en laat de mensen gerust. Een Ring van Macht om je vingers. Om goed te doen.

Maar wie In de Ban van de Ring gelezen heeft weet dat je een Ring van Macht niet ongestraft om je vinger kan schuiven. Dat is niet hoe macht werkt. En Jezus is gekomen niet om te heersen over de wereld, maar om alles wat in de wereld speelt te ondergaan.

Macht is dan een afleiding. Nog gevaarlijker dan goochelbrood! Niks daarvan!

Dan komt de derde. Het klinkt raar, van de Tempelpoort afspringen en veilig landen. Wat is dat nou voor verleiding. Het gaat niet om alleen maar onkwetsbaarheid. Het gaat om iets anders. Aandacht. Erkenning.

Dat de mensen zien wie je bent. Je wel moeten erkennen. Want je staat overal boven. Iedereen kan je zien neerzweven. Vervuld van Goddelijke kracht. Niemand gaat je ooit vergeten! Je hebt de zekerheid dat je nooit vergeten wordt, de zekerheid dat iedereen je fantastisch vindt. De waardering waar je recht op hebt. Die kun je krijgen! Even een klein sprongetje. En dan ben je nooit meer alleen.

Nooit meer alleen.

Wat moet Jezus eenzaam geweest in zijn leven. In Nazareth. Maar daarna ook. Want die drie verleidingen gaan van kwaad tot erger, ze gaan recht in Jezus zijn ziel. De duivel pelt Jezus af als een ui.  

Angst voor gebrek, één. Dat is nog maar de buitenkant. De wil om goed te doen, dat is twee. Dat is wat Hem motiveert! De wereld genezen! Maar daar dan nog onder ligt een kern, de angst voor verlatenheid. Het verlangen dat een ander je ziet, erkent, waardeert.

Nooit meer alleen.  

Ja, die komt het meest dichtbij.

Maar hij moet een andere weg gaan. Zijn koningschap ligt niet op tafel. Hij heeft lang in het verborgene moeten leven – terwijl zijn grote verlangen is om gekend te zijn. Te worden begrepen. Leerlingen, apostels om zich heen ja. Maar die begrijpen hem vaker niet dan wel.

Eenzaam, zelfs binnenin je eigen groep.

En uiteindelijk aanvaarden dat je wordt afgewezen. Dat mensen om je heen weglopen, je achterlaten.

En uiteindelijk de diepste verlatenheid, dat Jezus aan het kruis zelfs zijn verbondenheid met God niet meer voelt. “Mijn God mijn God waarom hebt gij mij verlaten… “ En zelfs wanneer hij dat zegt wordt hij nog niet begrepen. De mensen denken dat Eli Eli lama sabachtani betekent dat hij om Elia roept.

En toch haalt hij het ergens vandaan dat hij nee zegt. “Nee. We gaan God niet op de proef stellen”, want zelfs als je slaagt voor de proef, zak je er voor. Dat is niet waar je voor kwam. Maar dat antwoord moet uit zijn tenen gekomen zijn.

Waarom kan Jezus nee zeggen tegen deze drie verlangens, die hem zo ter harte gaan? Waar haalt hij de kracht vandaan om nee te zeggen? Ik dat gewoon een soort infuus van boven? Nee. Het is geen toverij. Jezus kan nee zeggen tegen de verleiding omdat hij zelfkennis heeft.

Hij weet wie hij is. Hij kent zijn relatie met God. Hij voelt waarheen zijn roeping gaat. Nog niet volledig scherp. Maar er zijn genoeg contouren. En hij weet waar zijn eigen zwakheden liggen. Hij kent zijn eigen angst en pijn. Hij doet niet alsof hij onkwetsbaar is. Zonder zonde, ja, maar niet zonder littekens. En enkel als je je littekens kent heb je vrijheid om de haakjes die je kunnen vangen te zien.

Wij bevinden ons nu ook in een woestijn, geen letterlijke natuurlijk, maar wel voor veertig dagen. Wij zijn uitgenodigd om afleidingen terug te brengen tot een minimum. Niet om onszelf te pesten maar zodat we ons beter leren kennen. Zelfkennis kweken in het licht van God. Doen we dat niet, krijgen we onszelf niet helder, dan komt ook onze relatie met God niet uit de verf.

Sterker nog: we kunnen dan makkelijk worden afgeleid door iedereen die een haakje op ons pad gooit. (En vaak hebben we geen duivel nodig, wij zijn zelf wel onze ergste vijand, daarom moeten we ook van onszelf houden!)

We groeien in zelfkennis, niet uit paranoia, maar omdat we weten dat we sukkelaars zijn – kwetsbare mensen. Mensen met gaten in ons hart. En in zo’n gat past altijd iets wat ons niet verder helpt.

Voor de één erkenning, die je nooit gehad hebt. Voor de ander échte intimiteit, warmte met je medemens. Voor de ander de koortsige obsessies met de wereld, die onbeheersbaarder is dan ooit. Dat als we maar steeds langer in die afgrond staren we er wél grip op krijgen. Voor veel mensen: angst voor auto, woning, welvaart. Dat we maar geen stap terug moeten doen! Wat zijn veel mensen daar bang voor. En ik ga er ook niet lacherig over doen. De angst is echt, want het gat in ons hart is echt. We moeten er mee leren omgaan en dat kan niet door te doen alsof die gaten er niet zijn. Of dat we er zomaar “boven staan”.

Als (als!) je er boven staat, dan heb je er eerst lang mee gevochten. Het is nooit zomaar klaar.

Mogen we onszelf zo weer leren kennen in  deze tijd. Opnieuw leren wie wij zijn, gatenkaas en al, vanuit onze relatie met God. Wordt dat helderder, dan zijn we ook vrijer, moediger, en , ja, sterker. Dan kunnen we ook datgene aan wat de wereld ons toewerpt. Want wat het ook is, we staan er nooit alleen voor.

Amen.

Saturday, 14 February 2026

Carnavalszondag

 

Één blik genoeg


Hier zijn wij nu saam'gekomen

Gelovigen en wat minder vromen


Want ieder kan hier samen zijn

Op het carnavalsfestijn


Het thema is één blik genoeg

En wij zien hier een hele ploeg


Prins Thomas II, zijn protocol

die zijn goed voor heel wat lol


Welkom prins, en adjutant

Het carnaval is in goede hand


Jeugdprins Jantje en Gevolg 

Carnaval krijgt een vervolg 


Waar zouden we zonder hofdame wezen?

Prins, heeft u haar goed geprezen?


Meneer de pliessie is aanwezig

Hopelijk raakt hij niet té bezig!


En ook de nar, de ziel van het feest

Brengt ons in de juiste geest


Gevolg, bestuurderen en raad

Zorgen voor het resultaat


En u allen feest'lijk uitgedost

En strakjes naar weer buiten host.


Het feest van carnaval, vieren we samen

Wat gaan we deze keer uitkramen?


Een boodschap uit een oud verhaal

U hoorde het, 't is heel speciaal


God die de mensen heeft gemaakt

Heeft zijn eigen taken nooit verzaakt.


Mensen doen soms gekke dingen

Soms zo gek, dat ze weggingen


In `t paradijs was alles goed

Er was maar één ding wat niet moest


Snoepen van de grote boom

Maar samen hadden ze geen schroom


Adam en Eva deden dat toch

, samen, wat niet mocht.


Maar ook al was dat echt niet goed

Ze gingen het samen tegemoet.


Ze moesten weg uit `t paradijs

Maar gingen samen dan op reis


Een nieuwe plek, dat was erg zwaar

Maar ze waren er samen, als paar


Wat telde, ze keken elkaar aan!

Zo kun je samen blijven staan


Heb je aan een blik genoeg

Dan sta je sterk in al `t gezwoeg


Het geldt voor ons, maar ook voor God

Hij kijkt je aan, dat trekt je vlot


In het leven sta je nooit alleen

Je hebt mensen, engelen, en God om je heen


Soms moet je dat wel leren

want wat anderen soms wel beweren?


Dat je alleen op jezelf kan bouwen!

Dat je niemand kan vertrouwen!


Soms klopt dat deels, het zit soms tegen

Je zit niet in de drup, wel in de regen


Misschien heb je verkeerd gedaan

Zien anderen je niet meer staan


Zo als Zacheus de tollenaar

een kleine, nare, ambtenaar


Hij maakt de mensen geld afhandig

maar geeft niks terug. Da's best vijandig!


Dan gebeurt er wat, er is een toeloop!

De mensen hoopten, dat hij afdroop


Maar Jezus is niet zomaar iemand

Hij is voor mensen aan de zijkant


Zacheus wil dat toch graag zien

Dus klimt hij, een beetje clandestien


In een boom die daar maar staat

Omdat niemand hem er bij laat


Hoe hij ook stond te springen en te doen

hopend op een visioen


Want als je iemand echt leert zien

stap je uit't dagelijks stramien


krijg ook jij een nieuwe blik op dingen

gaat er een streep door rekeningen!


En zo kijkt Jezus hem dan aan

Alsof hij nooit iets anders had gedaan


Hij begroet hem als een oude vriend

Alsof Zacheus dat verdient!


De mensen zijn wel wat ontstemd

Vinden Jezus ongeremd


Weet hij wel niet wat Zacheus deed?

Hoe hij ons in de vingers sneed!?


En al dat geld, ons afgepakt?

Nou zij hebben hem uitgekakt!


Maar Jezus kijkt, met nieuwe blik

en tussen hen ontstaat een klik


een nieuwe wereld kan beginnen

Er is ontzettend veel te winnen


Als je afstand doet van het kwaad

En wat je verdiende met het onraad


misdaad, bedrog en slechte plannen?

Niks daarvan ga je vermannen!


En zo maakte Zacheus alles goed

En komt hij Jezus tegemoet


Jezus hoeft het hem niet te zeggen

Om zijn winst zo neer te leggen


Eén blik maakt alles klip en klaar

Geen praatjes meer, of commentaar.


Zacheus maakt een nieuw begin

En kan nu ook anderen weer aanzien



Nu zijn wie hier vandaag bijeen

Deze zondag, en niet alleen


We hoeven niet in een boom te klimmen

Om ons leven bij te trimmen


Een beetje aandacht voor wie wij niet zien

Dat zorgt al gauw voor pret voor tien


Carnaval is't als ieder meedoet

En elkaar op straat ontmoet


Gaat straks uiteen in polonaise

Dan vergeten wij malaise


Vergeet niet elkaar vast te houden

Weg van wat ons zou benauwen


Vier veilig en kom ook weer terug

In de vastentijd, dat is al vlug


en voor je het weet, dan is het Pasen

Een nog groter feest, `t zal je verbazen!


Gods zegen over jullie samen hier

Dat `t smaken mag, één of twee glaasjes bier

Ik wens u allen , een goede zwier


Hierna volgt dan de collecte 

Gerinkel tussen alle gekte 


Draagt u allen ook wat bij 

Zijn wij ook in de Vasten blij.


Amen.


















Sunday, 8 February 2026

Vijfde Zondag in Gewone Tijd A 8 februari 2026

 In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:

“Gij zijt het zout der aarde.
Maar als het zout zijn kracht verliest,
waarmee zal men dan zouten?
Het deugt nergens meer voor dan om weggeworpen
en door de mensen vertrapt te worden.
Gij zijt het licht der wereld.
Een stad kan niet verborgen blijven
als ze boven op een berg ligt!
Men steekt toch ook niet een lamp aan
om ze onder de korenmaat te zetten,
maar men plaats ze op de standaard,
zodat ze licht geeft voor allen, die in huis zijn.
Zo moet ook uw licht stralen voor het oog van de mensen,
opdat zij uw goede werken zien
en uw Vader verheerlijken, die in de hemel is.”

 

Beste vrienden

 

De Nederlandse keuken staat niet bekend om haar intensieve gebruik van kruiden en andere smaakmakers. Voor buitenlandse mensen die kennismaken met de Nederlandse cuisine is dat soms nogal een schok om mee te maken. Als je gewend bent je eten goed te kruiden is het duidelijk dat er nogal wat ontbreekt als die relatief kleine toevoegingen er niet meer zijn. Voor de smaakorganen valt er dan een hele dimensie weg. Over die dimensie wil ik het graag hebben.

Zout doet een aantal dingen, in het bijzonder in de context van het joodse land in de eerste eeuw, de tijd van Jezus. En daar gaan we het straks over hebben. Maar ik wil beginnen met een interpretatie die vaak gehoord wordt maar waar denk ik weinig van klopt.

Ik heb vaak gehoord en gelezen (en zelfs wel eens gezegd) dat mensen zeiden: als christenen zout der Aarde moeten zijn dan betekent dat in de eerste plaats smaakmaker. Dat Christenen een kleine minderheid zijn is dan dus niet erg. Immers: geen enkel gerecht immers bestaat grotendeels uit zout!  Dat idee is denk ik verzonnen om ons te troosten omdat de kerk vooralsnog steeds kleiner wordt. Een beetje als het idee wat je ook wel eens gezegd wordt dat naarmate de ontkerkelijking toeneemt de besten gaan overblijven.

Die gedachten zijn begrijpelijk, maar ze zijn geen Evangelie. Toch zijn ze informatief omdat ze ons laten zien hoe en waarom wij het Evangelie kunnen begrijpen.

Deze passage die we deze zondag lezen staat niet op zichzelf. Het maakt deel uit van de grote Bergrede van Jezus. De passage volgt direct op de Zaligsprekingen die we vorige zondag lezen en direct hierna begint Jezus aan zijn uitleg van de Wet – waarin hij vertelt dat de gerechtigheid van zijn volgelingen die van de Schriftgeleerden en Farizeeën moet overtreffen en uitlegt hoe dat er uit ziet.

Als we dat niet beseffen en niet bij de lezing van deze passage steeds kijken naar wat er in de rest van de Bergrede en het Mattheusevangelie staat kunnen wij niet begrijpen wat Jezus bedoelt.

Het risico wat er kan gebeuren als je lange Bijbelverhalen en redevoeringen van Jezus in stukjes knipt – en dat is wat we doen in de Katholieke Kerk - dan kun je ze wel eens losstaand van de rest van de Bijbeltekst gaan lezen, en dat is niet de bedoeling!  Het is onvermijdelijk dat dit opknippen gebeurt, want zo verdelen we de Bijbelteksten over het hele liturgische jaar, maar er zitten echt nadelen aan.

De passage “in die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen” is een standaard aanhef die gebruikt wordt om de passage in te luiden, maar die passage is niet zelf deel van het Evangelie. Om te beginnen zou je kunnen denken dat Jezus al reizend door het Joodse land met zijn leerlingen dit op een los moment tegen hen zei. Dat is niet zo.

Want de Bergrede beantwoordt eenduidig de vraag wie het Zout der Aarde is. Dat is niet een selecte groep leerlingen, maar de menigte (Mt.5:1). De leerlingen komen wel bij Hem bij het onderricht. Maar hij onderricht de grote groep, niet een klein groepje intimi.

Zout: dat is iedereen die Jezus volgen wil. Die is zout.

En voor wie is dat zout bedoeld? Voor de Aarde. Ook dat is belangrijk. Aarde wil zeggen: de hele wereld. Net zoals zout, kruiden of elke specerij betekenis heeft, dan is dat niet omdat er maar weinig van is, of weinig van nodig is, maar liever omdat het betrekking heeft op het geheel. Er staat: Gij zijt het zout der Aarde. Niet: Gij zijt het zout van het land van Israël of een andere lokale omgeving. Nee, de christelijke opdracht is er voor heel de wereld, over alle grenzen heen. Je hebt per gerecht misschien maar een klein beetje zout nodig. Maar we zijn niet geroepen om alleen een bord spaghetti te zouten, we zijn geroepen om de wereld te zouten. Dat is een berg zout. Maar een béétje zout hebben is dus echt niet iets om trots op te zijn.

Tenslotte: hoe doet dat zout dat? Zout heeft traditioneel een aantal kenmerken. Die hebben ook een sterke symbolische betekenis. Daar gaan we even naar kijken. Zout conserveert en zuivert.

Allereerst: het  conserveert. Misschien had uw vader of moeder, of als je jonger bent oma of opa een Keulse pot in de kelder staan. Gezouten voedsel blijft lang goed!

Christenen moeten wat er voor hen kwam niet rücksichtslos om ver werpen en denken dat het nieuwe van Jezus alles wat er voor hen kwam afbreekt. Nee, Jezus zegt een paar verzen verder: denk niet dat ik gekomen ben om de Wet en Profeten af te schaffen. Hij conserveert de Wet en de Profeten. De menigte die het zout der Aarde is wordt een paar verzen later opgeroepen om wat voor hen kwam te eren en te bewaren.

Dit betekent niet: slaafse navolging, of een pietluttige obsessie met rituelen en vanzelfsprekendheden van lang geleden. De beleving van de Wet en de Profeten, wat er voor Jezus kwam moet ook gezouten wordenDat wil in dit geval zeggen gezuiverd.

Zout is niet alleen een conserveringsmiddel, maar het maakt ook rein. Dit zien we nog in een paar rituelen terug, bijvoorbeeld in de Paasnacht. Zout maakt puur. Wat overgeleverd is moet naar een nieuwe dimensie worden getild om zo werkelijk tot zijn recht te komen. Zoals zout het gerecht naar een nieuw niveau tilt, zo tillen de volgelingen van Jezus de hele wereld naar een nieuw niveau, brengen het in contact met een nieuwe, geestelijke, dimensie.

Dit lezen we ook een paar verzen verderop, als Jezus zegt een paar verzen verderop: dat “hun  gerechtigheid die van de Schriftgeleerden en Farizeeën ver moet overtreffen”. Hun gerechtigheid moet die van de Schriftgeleerden overtreffen: níet in de zin dat ze nog preciezer, rigider en hardwerkender moeten zijn, alsof er een soort religieuze wapenwedloop moet plaatsvinden! Integendeel: het moet die van hen overtreffen in de zin dat er werkelijk een dimensie bijkomt. De letter van de Wet moet vervuld worden, bewogen worden door de Geest van de Wet. Lukt je dat, dan overtreft je gerechtigheid die van Farizeeën.

Als u wilt weten wat dat dan met zich meebrengt, dan moet u komende zondag weer komen, want dan lezen we de hieropvolgende verzen. We eindigen dus een beetje met een cliffhanger. Spannend! Hoe zou het aflopen?

Wij gaan straks weer de wereld in, om zout te zijn voor de hele wereld. Niet alleen de mensen om ons heen maar alle mensen die we kunnen raken met ons voorbeeld en ons gedrag. Wij mogen vasthouden wat ons overgeleverd is en al het goede bewaren en die op hun beurt gezuiverd, Geestvervuld, doorgeven. Een hele opdracht, maar we staan er niet alleen voor.

Mogen we ons altijd bemoedigd voelen in deze opdracht, verbonden met de hele Kerk en vervuld van onze missie de hele Aarde mee te nemen in dit avontuur.

Amen.