Saturday, 9 September 2023

23e zondag door het jaar A

 

Drieëntwintigste zondag door het jaar A

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Wanneer uw broeder gezondigd heeft,
wijs hem dan onder vier ogen terecht.
Luistert hij naar u, dan hebt gij uw broeder gewonnen.
Maar luistert hij niet,
haal er dan nog één of twee personen bij,
opdat alles beruste
op de verklaring van twee of drie getuigen.
Als hij naar hen niet wil luisteren,
leg het dan voor aan de Kerk.
Wil hij ook naar de Kerk niet luisteren,
beschouw hem dan als een heiden of tollenaar. Voorwaar Ik zeg u:
Wat gij zult binden op aarde
zal ook in de hemel gebonden zijn,
en wat gij zult ontbinden op aarde
zal ook in de hemel ontbonden zijn.
Eveneens zeg Ik u:
Wanneer twee van u eensgezind op aarde iets vragen
– het moge zijn wat het wil –
zullen zij het verkrijgen
van mijn Vader, die in de hemel is.
Want waar er twee of drie verenigd zijn in mijn Naam,
daar ben Ik in hun midden.”

 

Beste vrienden

Één van de dingen waar ik mee heb moeten leren omgaan toen ik acht jaar geleden gewijd ben en voor de kerk ging werken was dat hoe vaak er wel niet over anderen gepraat wordt. En dan niet in waarderende zin, maar klagend of zelfs aan-klagend. Wat wordt er veel geroddeld in de kerk! (Daarbuiten natuurlijk ook, maar daar gaat het nu even niet om).  

En dan niet alleen in de parochie, in de concrete gemeenschap “op de grond”, maar ook elders. Op het internet vinden we eindeloze discussies over wat die priester zei, of die bisschop vond, of waar die diaken naar op vakantie ging. En – vaak anoniem – plaatsen mensen zich in de rol van aanklager. Zogenaamd gaat het dan om de “eer van de kerk”, maar ik vermoed dat het eigenlijk om iets anders gaat.

Nu, in de wereld: als je ruzie hebt over een paar hectare grond, vruchtgebruik van een huis of een al dan niet gevestigd recht van overpad, dan heb je ruzie over iets concreets: iets wat je in theorie  kan vastpakken of aanwijzen. Je kan onder begeleiding van iemand die bijvoorbeeld juridisch geschoold is dan tot afspraken komen. “Jij krijgt dit, en ik krijg in ruil daarvoor dat”, en daarmee is de kous af.

Maar als er ruzie of verdeeldheid is over wat iemand gezegd, gedaan of bedoeld zou hebben dan verdwaal je al gauw in een moeras. Wat jij dacht te horen is immers niet altijd wat iemand dacht te zeggen, en als er geen ruimte is om daar in alle rust met elkaar over te praten wordt er al gauw door oordelend geroddel een nieuwe werkelijkheid geschapen waarin iedereen zich afsluit voor de ander.

En als het dan mis gaat, en er ontstaat ruzie, dan loopt het ook veel sneller uit de hand dan op andere plekken. Ook dat is niet zo vreemd.

Maar als er ruzie ontstaat over of iemand wel “een goed christen” is, of erger nog “een goed mens” – of een “hypocriet”, een luilak of een “dwaalleraar” - dan gaat het gelijk over dingen waar je psychologisch, niet zomaar concessies kan doen. Niet zonder dat je je eigen integriteit moet opgeven.

Het resultaat: woede, geroddel, dreigementen, verdeeldheid, gelek naar de krant, brieven naar de bisschop, gemonkel op Facebook… En aan het eind van de rit delft iemand, of iedereen, het onderspit, zijn er littekens geslagen die een leven lang meegaan en is er níks gewonnen. Een berg bitterheid! Dat heb je dan. Om niks.

Ten overvloede, ik zeg niet dat het hier gebeurt. Maar het gebeurt wel. En het kán gebeuren. Overal.

Jezus in zijn liefde en wijsheid, zag dat allemaal al aankomen. En geeft ons deze zondag woorden mee voor hoe wij met elkaar kunnen en moeten omgaan als er verkeerde dingen worden gezegd of gedaan, en de gemeenschap beschadigd zou raken.

We zien een drietrapsraket van ver-antwoordelijkheid. Van manieren waarop je volwassen antwoord kan geven op een situatie.

Om te zien hoe dat werkt moeten we weten wat er aan deze lezing vooraf gaat, en wat er op volgt. Dat maakt uit voor het begrip.

Wat er direct aan voorafgaat (Mt 18,12-14) is de gelijkenis van het verloren schaap: u weet wel: de herder laat negenennegentig  schapen in de bergen om op zoek te gaan naar het éne schaap dat de weg kwijt raakte.   

En waar de passage mee eindigt, is ook van belang. “Waar twee of drie bijeen zijn in mijn Naam” zegt Jezus, “daar ben Ik bij”.

Dat is de context. In het Evangelie van vandaag wordt, kunnen we zeggen een, christelijke rechtsgang geschetst. Als het dreigt fout te gaan met iemand dan ben je als gemeenschap, en als verantwoordelijken, verplicht om vanuit herderlijke zorg –zorg om het verloren schaap – en vanuit de aanwezigheid van Christus – een beslissing genomen.

We kijken naar de “drietrapsraket”:

Als er iemand de verkeerde kant op dreigt te gaan, dingen doet of laat die niet door de beugel kunnen dan probeer je het eerst informeel op te lossen: met een individueel gesprek. Onder vier ogen, een “veilige ruimte”. Misverstanden kunnen worden opgelost. Als je iemand verkeerd hebt begrepen is dát de plek waar helderheid kan worden verkregen en met wat geluk is daarmee de kous af.

Lukt dat niet, dán kun je er mensen bijroepen. Niet stiekem, niet door het zoeken van medestanders of mede-aanklagers, maar door gesprekspartners te zoeken die getuige worden. Een getuige moet, zo wil het recht, onpartijdig zijn. De beklaagde wordt niet voor een vierschaar gebracht zodat hij makkelijk beurtelings kan worden aangeklaagd en kruisverhoord en je sámen iemand makkelijk klein kan krijgen. Nee: je bent met twee of drie bijeen. Jezus is er bij. In liefde en waarheid probeer je samen te achterhalen wat er gebeurd is en hoe je er samen uitkomt. Uit de Bijbelse context is duidelijk dat de getuigen er niet passief bijzitten maar betrokken moeten zijn op het niet-vooringenomen vinden van de waarheid.

“Bij geen enkel vergrijp of misdrijf is het voldoende, als één persoon tegen de dader getuigt; alleen een verklaring van twee of drie getuigen is rechtsgeldig.” (Deuteronomium 19:15)

Kom je er in dat kleine comité nog niet uit, iemand blijft weerspannig of volhardt in schadelijk gedrag dat de gemeenschap uit het lood kan brengen, dán pas moet het voor de gemeenschap worden gebracht. En alleen de gemeenschap heeft het eindoordeel. Dat wil zeggen: elk oordeel in de kerk moet zo transparant mogelijk genomen worden door een zo breed mogelijke groep mensen om te voorkomen dat er kokervisie ontstaat en de waarheid verdwijnt in zelfgenoegzaamheid.

De gemeenschap kan dan oordelen dat het niet meer zo verder gaat, dat iemands taal of gedrag dermate extreem is dat het de gemeenschap of leden daarvan lichamelijk of geestelijk in gevaar brengt. Elke gemeenschap is kwetsbaar en dat brengt verantwoordelijkheid met zich mee. Niets doen, alles maar laten gebeuren is geen liefde, maar zelfgenoegzaamheid. Dat is niet schriftuurlijk. Dat is niet christelijk.

En als het niet meer verder gaat dan moet je iemand op afstand zetten – dat kan betekenen dat iemand niet meer de positie mag hebben die hij of zij had, of in het uiterste geval dat je iemand uitsluit. Dat komt gelukkig weinig voor.

Het Evangelie is er wel duidelijk over: “beschouw zo iemand als een heiden of tollenaar”. Dat klinkt hard in onze oren. We voelen ook al een beetje de hemelpoorten dichtslaan voor zo iemand. Maar ook hier moeten we goed opletten.

Want naar wie ging Jezus op zoek, naar verloren schapen. Hij ging op zoek naar tollenaars, en maakte ruimte voor heidenen die hun wegen achter zich wilden laten. Ook na het oordeel van de gemeenschap blijven er dus deuren open staan. Ondanks alles is het toch een hoopvolle boodschap.

Mensen kunnen veranderen, dat is wat ze doen. Mensen zetten zichzelf ook op afstand. Verlaten hun plaats; we denken aan het verhaal van de Verloren Zoon. Maar hoe ver de verloren zoon ook afgedwaald was, de ogen van de Barmhartige Vader waren altijd op de horizon gericht; wachtend op het moment dat de Zoon terugkomt van zijn tot mislukken gedoemde avontuur.

Mogen deze woorden ons ook wijsheid geven; de kennis dat wij niet altijd zien wat er werkelijk aan de hand is en terughoudend moeten zijn in ons oordeel en laten we altijd om ons heen kijken met de ogen van de Barmhartige Vader: niet enkel gericht op oude pijn maar vervuld van hoop en openheid naar de toekomst toe.

Amen.

Saturday, 2 September 2023

22e zondag door het jaar A

Beste vrienden, 

Jezus, Petrus en de leerlingen zijn op reis en zijn in gesprek. Bij deze gesprekken komen er altijd belangrijke lessen naar boven.

Vorige week ging het Evangelie ook over Petrus en Jezus, Jezus vraagt de mensen wie hij is en Petrus antwoord: jij bent de Christus, jij bent de Messias. Dat is het moment waarop Petrus zijn naam krijgt. De Rots waarop de Kerk gebouwd wordt. We leren daar een belangrijke les, wie Jezus is! De Koning van Israël!

Het vervolg laat echter een abrupte wending zien. Het lijkt nogal een anticlimax. Als Jezus uitlegt dat hij als Messias, als koning van het Joodse volk, ook zal moeten lijden is Petrus helemaal van de leg. 

Hij zegt dat dát niet de bedoeling kan zijn, dat de koning een lijdende dienaar moet zijn! De redder van Israël mág geen kwetsbaar mens zijn! En Petrus krijgt een flinke schrobbering te verduren. Ondanks zijn belijdenis heeft hij er niet veel van begrepen. Hij moet nog veel leren. We leren hier ook een belangrijke les, over wie Petrus is, en over onszelf. Petrus is niet veel anders dan wij.

Een tijd geleden las ik dat een oud-Kamerlid een boek had geschreven over haar tijd in ons parlement, als fractielid van een grote politieke partij. Het schetst een ontluisterend beeld. Ze beschrijft hoe de leider van die partij heel autoritair met mensen omging, hen publiekelijk vernederde en voor schut zette – zoals dat gaat gingen ook andere mensen om hem heen dat gedrag navolgen. 

Zij werd daar heel ongelukkig van. Toch was die politicus heel erg populair, veel mensen vonden hem een sterke leider, een onkwetsbare man met het hart op de juiste plaats. Wie hij achter de schermen was zag men niet, maar het verraste me niets toen ik dit verhaal in de krant las. Zo gaat dat vaker. Want het gaat niet om die éne persoon, of om die partij. Het gaat om wat er leeft in ons hart.

Als de nood aan de man is, willen wij graag schuilen achter de brede schouders van Onkwetsbare Mensen. Mensen die alles aan kunnen, die altijd direct het juiste besluit nemen en zorgen dat de mensen hen volgen. Dat geeft ons een veilig gevoel. Achter zo`n onkwetsbare macht kunnen we schuilen, kunnen we ons veilig voelen. Die behoefte aan veiligheid máákt de leider. Ook omgekeerd geldt: zonder mensen die achter de leider aanlopen, is de leider helemaal niets. 

Een leider die níet onkwetsbaar is, die pijn kan hebben zoals iedereen, daar worden we al wat zenuwachtig van, dat ligt ons niet lekker op de ziel. Dan voelen wij ons zelf al wat onveilig. Als een leider van zijn schild valt zijn de meeste volgers in geen velden of wegen meer te bekennen. Het was niet druk onder het kruis. 

Ook wij zijn niet immuun voor dat gevoel. Toen de Belgische kunstenaar Albert Servaes in 1919 een kruisweg tekende, tekende hij het lijden van Christus heel realistisch uit. Dat was in het België van die tijd ongehoord. Het lijden kwam té dicht bij voor de verantwoordelijken, en de kruisweg moest worden weggehaald. Dat is een beetje als Petrus uit deze lezing gedacht. Die Petrus, die niet de zwakte maar de kracht wil omarmen leeft soms ook in ons eigen hart. Als we pijn zien waar we macht en zelfverzekerdheid verwachten wenden we makkelijk ons gezicht af. 

Ook dát is een belangrijke les: want het betekent dat een leider, en de gemeenschap voor wie hij zorgt niet los van elkaar staan. Ze zijn met elkaar verenigd. Als het goed gaat met de ene, dan straalt dat af op de ander. Het kan niet zo zijn dat een leider het goed heeft terwijl zijn gemeenschap verkommert, of dat het goed blijft gaan met een gemeenschap als de verantwoordelijkheden zelf compleet in de put zitten.

Op het hoogste niveau in Jezus Christus, omdat mensen gebogen gaan onder verdriet, onder ziekte, geweld en dood móet hij dat alles delen, juist omdat hij Koning is. Een Koning die niet lijden kan, die emotieloos boven het wereldtoneel hangt is ten diepste niet verbonden met ons mensen.

En omdat hij Koning is, en hij de spil is waar heel de schepping om draait blijft het niet bij die pijn en dat lijden maar kan Hij door zijn Verrijzenis alles nieuw maken. Heel de schepping een nieuwe rol geven, als een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Hij die deelt in ons lijden laat óns ook delen in zijn overwinning. 

En zo is het zowel in het groot als in het klein. Leiderschap vooronderstelt verbondenheid. In het groot als in het klein.

Waar mensen gemeenschappen vormen zal er leiderschap zijn.  Er zijn in elke gemeenschap mensen nodig die lijnen uitzetten en processen aansturen. Dat is een grote verantwoordelijkheid die niet kan worden uitgeoefend als mensen tegenover elkaar staan. Zo bekeken is intimidatie, dreigen, dat zijn geen goede vormen van leiderschap. Zo kan iemand die een “sterke man” lijkt te zijn toch een zwakke leider blijken.

Dát is niet waartoe wij geroepen zijn. Als wij de mogelijkheid krijgen om invloed uit te oefenen, op een gemeenschap, op een proces, dan moeten wij dat op een verantwoorde wijze doen. Verbonden met anderen, niet voor onszelf. Dan krijg je misschien niet altijd applaus, maar je hoeft de schijn ook niet op te houden, of je heel anders voor te doen dan je bent. 

Als we een leven lang ons best gedaan hebben op onze taken, als we ons best gedaan hebben om er iets van te maken, en voorbij alle oordelen en beoordelingen van de wereld, mogen we al onze taken ook weer teruggeven. 

We krijgen onze verantwoordelijkheden van God, en aan Hem geven we ze na afloop ook weer terug. In de naam van hem op wie heel de Aarde steunt: Jezus Christus, onze Heer.

Amen.

Sunday, 20 August 2023

21 zondag door het jaar A

 

In die tijd kwam Jezus in de streek van Caesarea van Filippus
en Hij stelde zijn leerlingen deze vraag:
“Wie is, volgens de opvatting van de mensen, de Mensenzoon?”
Zij antwoordden:
“Sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia,
weer anderen Jeremia of een van de profeten.”
“Maar gij,” sprak Hij tot hen, “wie zegt gij dat Ik ben?” Simon Petrus antwoordde:
“Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.” Jezus hernam:
“Zalig zijt gij, Simon, zoon van Jona,
want niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard, maar mijn Vader die in de hemel is.
Op mijn beurt zeg Ik u:
Gij zijt Petrus;
en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen
en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen.
Ik zal u de sleutels geven van het Rijk der hemelen
en wat gij zult binden op aarde
zal ook in de hemel gebonden zijn,
en wat gij zult ontbinden op aarde
zal ook in de hemel ontbonden zijn.”
Daarop verbood Hij zijn leerlingen nadrukkelijk
iemand te zeggen, dat Hij de Christus was.

Broeders en zusters,

 

U heeft vast wel eens, misschien al wat langer geleden in een achtbaan gezeten. In de Efteling misschien of ergens anders in een pretpark. Dan gaat u eerst in zo`n wagentje rustig omhoog en opeens gaat het dan pijlsnel naar beneden, naar boven en ook nog eens over de kop. Zo wordt u dan flink door elkaar geschud voordat je veilig en wel weer stopt op de plaats van bestemming.

Er zullen genoeg mensen zijn die dat leuk vinden - anders kon de Efteling de poorten wel sluiten – maar meestal kom je toch op een leeftijd dat je naar wat rustiger vaarwater verlangt. En als we dan van iets zeggen “wat een achtbaan was dat”, dan is dat geen onverdeeld compliment.

Ik heb vaak het gevoel, broeders en zusters, dat voor Petrus het mee optrekken met Jezus ook een beetje een achtbaan was. In het begin van de tocht met Jezus gaat alles alleen maar omhoog, Jezus geeft mooie en wijze lessen en er worden prachtige wonderen gedaan – de Jezusgroep wordt steeds populairder! 

En dan opeens gebeurt er van alles wat je niet verwacht had, en haal je bijvoorbeeld – zoals we twee weken geleden hoorden – een koud, nat pak midden op het meer van Galilea. En voor je veilig en wel op de plaats van bestemming aankomt wordt je nog een paar keer flink door elkaar geschud.

We lezen vandaag in het Evangelie over één van de hoogtepunten in Petrus’ samenzijn met Jezus, Jezus die Petrus aanwijst als leider van de twaalf, de naaste groep van leerlingen die de taak heeft om de boodschap van Jezus verder uit te dragen de toekomst in. Jezus wijst Petrus aan, niet omdat hij de grootste, snelste of sterkste is. Of omdat hij als enige een managementopleiding gedaan heeft – maar op de kracht van zijn geloof.

Maar ook hier is niet alles wat het lijkt te zijn. Petrus heeft inderdaad een wezenlijk geloof, althans op sommige momenten. Maar op sommige ándere  momenten zakt Petrus óók wel eens pijnlijk door het ijs! Maar elke keer als hij met de achtbaan door de waterbak gegaan is en druipend nat wordt afgeleverd bij het eindpunt van dit avontuur beseft hij weer waar het écht om ging.

Kort gezegd: Petrus is een herder die ruikt naar de schapen. Voor de meeste mensen is het geloofsleven immers een verhaal van hoogte- en dieptepunten. We voelen soms euforie, dan valt alles op zijn plaats, en soms halen we een nat pak omdat niks loopt zoals we dachten. En soms storten we naar beneden en denken we: dit komt niet meer goed. En toch komt het goed. 

Petrus moet éérst zijn eigen zwaktes leren kennen voor hij de Sleutels van het Koninkrijk in hadden mag nemen. Als je eigen  zwakte kent, kun je ook geduld hebben met de zwakte van anderen.

We hebben in deze wereld ook leiders die zich alléén maar zelfverzekerd voelen. Die zitten niet in een achtbaan, maar op een superjacht, zo`n fantastisch ontworpen computergestuurde boot waar je heerlijk belangrijk kan zijn zonder dat je ook maar een gólfje voelt; zelfs niet als het buiten heel hard waait!

Iedereen die verantwoordelijkheid heeft in de kerk – grote of kleine verantwoordelijkheid -  moet niet teveel verlangen naar dergelijke superjachten. Je terugtrekken, weg van de zorgen van de mensen, van gewone gelovigen, is niet de weg die de Heer ons wijst.

Laten we dus niet verrast opkijken als we weer eens door elkaar worden geschud of opeens nat gespoten worden door het leven. Het hoort er bij en we mogen er van blijven leren. Elke keer opnieuw maken we dan onze opdracht, onze verantwoordelijkheid waar. De opdracht die de Heer ons geeft.

Amen.